ECLI:NL:RBLIM:2026:5144

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
20 mei 2026
Publicatiedatum
22 mei 2026
Zaaknummer
11650135 \ CV EXPL 25-1926
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
  • Van den Berg Jeths-van Meerwijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 141 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging verstekvonnis en afwijzing vordering wegens onvoldoende onderbouwing

De zaak betreft een civiele bodemprocedure waarin de gedaagde partij een vordering instelde tegen de eisende partijen, bestaande uit betaling van een bedrag, teruggave van eigendom en afgifte van inloggegevens van een Facebookpagina, alsmede ontbinding van een overeenkomst. Bij verstekvonnis was een deel van de vordering toegewezen.

De eisende partijen kwamen in verzet tegen het verstekvonnis en betwistten de gestelde tekortkomingen in de nakoming van de overeenkomst. De rechtbank oordeelde dat de dagvaarding uiteindelijk correct was betekend en dat het verzet tijdig was ingesteld.

De rechtbank stelde vast dat de gedaagde partij onvoldoende had onderbouwd waaruit de tekortkomingen bestonden en dat een deugdelijke ingebrekestelling ontbrak. Ook was onduidelijk welk belang de gedaagde nog had bij de inloggegevens van de Facebookpagina. Daarom werd het verstekvonnis vernietigd en de vordering afgewezen.

De gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten, terwijl de kosten van de verzetdagvaarding voor rekening van de eisende partijen kwamen vanwege hun eerdere niet-verschijnen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Het verstekvonnis wordt vernietigd en de vordering van de gedaagde wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 11650135 \ CV EXPL 25-1926
Vonnis van 20 mei 2026
in de zaak van
1.
de maatschap [bewindvoerder] , in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [eisende partij 1] ,
te [plaats 1] ,
2.
[eisende partij 2] , maat van gedaagde sub 1,
te [plaats 2] ,
3.
[eisende partij 3] , maat van gedaagde sub 1,
te [plaats 3] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eisende partijen] ,
gemachtigde: mr. A.L. van den Bergh,
tegen
Stichting [gedaagde partij],
te [plaats 4] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde partij] ,
gemachtigde: [gemachtigede] .

1.De procedure

1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit het navolgende:
- het vonnis in het incident van 29 oktober 2025
- de rolbeschikking van 19 november 2025
- de akte van [gedaagde partij]
- de rolbeschikking van 31 december 2025
- de akte uitlating van [eisende partijen]
- de brief waarbij een mondelinge behandeling is bepaald
- de akte overlegging producties van [gedaagde partij]
- de mondelinge behandeling op 16 april 2026, waarbij [eisende partijen] spreekaantekeningen heeft overgelegd.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[eisende partij 1] heeft in opdracht en voor rekening van [gedaagde partij] werkzaamheden verricht. De overeenkomst van opdracht kende een looptijd van minimaal een jaar. Gedurende het eerste jaar is de overeenkomst aangepast en zijn er alternatieve werkzaamheden afgesproken zoals het bouwen van een website met vogeladoptiemodule, het bouwen van een app en het uitwerken van een futureplan.
2.2.
[eisende partij 1] heeft een aantal facturen gestuurd die door [gedaagde partij] zijn betaald.

3.Het geschil

3.1.
[gedaagde partij] heeft het volgende in de verstekprocedure gevorderd:
Primair:
  • Betaling van een bedrag van € 25.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente,
  • teruggave van het eigendom c.q. de afgifte van de inloggegevens van de Facebookpagina op straffe van verbeurte van een dwangsom,
Subsidiair:
  • Ontbinding van de overeenkomst en terugbetaling door [eisende partijen] van een bedrag van € 25.000,00 vermeerderd met de wettelijke rente;
  • teruggave van het eigendom c.q. de afgifte van de inloggegevens van de Facebookpagina op straffe van verbeurte van een dwangsom,
Primair en subsidiair:
- Betaling van de proceskosten.
3.2.
Bij verstekvonnis van 12 april 2023 is de vordering met uitzondering van de afgifte van de inloggegevens van de Facebookpagina toegewezen, met veroordeling van [eisende partijen] in de proceskosten.
3.3.
[eisende partijen] vordert in het verzet te worden ontheven van de bij het verstekvonnis uitgesproken veroordeling en dat de vordering van [gedaagde partij] alsnog wordt afgewezen.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Het verzet kan geacht worden tijdig en op de juiste wijze te zijn ingesteld, nu het tegendeel gesteld noch gebleken is, zodat [eisende partijen] in zoverre in het verzet kan worden ontvangen.
Is de dagvaarding correct betekend?
4.2.
[eisende partijen] stelt dat de wettelijke termijn voor het betekenen van de dagvaarding niet in acht is genomen en dat de kantonrechter daarom het verstekvonnis niet had mogen uitspreken.
4.3.
De dagvaarding is eerst betekend zonder dat de termijn van drie maanden in acht was genomen. [gedaagde partij] is in de gelegenheid gesteld om dit gebrek te herstellen. De hersteldagvaarding is betekend aan het door [eisende partij 1] gekozen briefadres aan [adres]. Daarbij is wel de juiste termijn in acht genomen. De conclusie is daarom dat de dagvaarding met inachtneming van de juiste termijn is betekend en dat de dagvaarding niet leidt aan een gebrek.
De overgelegde producties
4.4.
[gedaagde partij] heeft de dag voorafgaand aan de mondelinge behandeling nog producties ingediend. Deze blijven buiten beschouwing omdat deze in strijd met het procesreglement niet binnen de gestelde termijn zijn ingediend.
De vordering zelf
4.5.
[gedaagde partij] vordert terugbetaling van een bedrag van € 19.360,00. Het gaat hierbij om de door haar betaalde factuur voor het uitwerken van het international futureplan ad € 12.100,00 en 50% van de betaalde facturen voor de online en offline marketing en coaching ad € 1.210,00. Ter onderbouwing stelt zij dat [eisende partij 1] is tekort geschoten in de nakoming van de verplichtingen uit de overeenkomst. Bij exploot van 20 maart 2020 is [eisende partij 1] in gebreke gesteld en gesommeerd om in totaal € 27.573,22 te betalen.
4.6.
[eisende partijen] heeft de stellingen van [gedaagde partij] gemotiveerd betwist. De website is gebouwd en ook de app is opgeleverd. Ook het futureplan is uitgewerkt. Na 1 maart 2019 zijn er geen werkzaamheden meer verricht en hebben partijen ook geen contact meer gehad. Ook is namens [eisende partijen] verklaard dat de inloggegevens van de Facebookpagina al lang ter beschikking zijn gesteld en dat er bovendien een nieuwe Facebookpagina in gebruik is.
4.7.
Op [gedaagde partij] rust de stelplicht en eventueel de bewijslast van haar stelling dat [eisende partij 1] is tekort geschoten in de uitvoering van de werkzaamheden. Hieraan heeft [gedaagde partij] niet voldaan. In de dagvaarding geeft zij niet aan waar de gestelde tekortkoming uit bestaat. Ook op de mondelinge behandeling is hierover onvoldoende duidelijkheid verschaft. Namens [gedaagde partij] is verklaard dat het futureplan niet van de grond is gekomen, dat de app niet is voltooid en dat een en ander met de facebookpagina niet goed is gegaan. Een onderbouwing hiervan is niet gegeven. Het is gebleven bij blote stellingen, die bovendien door [eisende partijen] zijn betwist.
In het dossier ontbreekt verder een deugdelijke ingebrekestelling waarbij [eisende partij 1] de gelegenheid is geboden om eventuele gebreken in de uitvoering te herstellen.
4.8.
Op basis van hetgeen thans aan feiten en omstandigheden naar voren is gebracht, kan niet vastgesteld worden dat en zo ja in welke omvang [eisende partij 1] is tekort geschoten in de nakoming van de verplichtingen uit de overeenkomst en of (gedeeltelijke) ontbinding van de overeenkomst gerechtvaardigd is. Omdat [gedaagde partij] niet heeft voldaan aan de stelplicht wordt aan verdere bewijslevering niet toegekomen.
4.9.
Omdat niet vast is komen te staan dat er gronden aanwezig zijn voor ontbinding van de overeenkomst, heeft [gedaagde partij] geen recht op terugbetaling van een deel van de door haar betaalde facturen. Daarbij komt nog eens bij dat het onduidelijk is of zij recht zou hebben op juist betaling van de factuur ter hoogte van € 12.100,00 en van de helft van de overige facturen. Ook hierover is geen helderheid verschaft.
4.10.
Dan resteert nog de eigendom of afgifte van de inloggegevens van de facebookpagina. Als niet betwist staat vast dat [gedaagde partij] een nieuwe facebookpagina in gebruik heeft. Welk belang [gedaagde partij] nu nog heeft bij de inloggegevens van de voormalige facebookpagina is gesteld noch gebleken. Deze vordering wordt daarom bij gebrek aan belang afgewezen.
4.11.
Het verstekvonnis zal op grond van het vorenstaande worden vernietigd. De
vorderingen van [gedaagde partij] zullen alsnog worden afgewezen.
4.12.
[gedaagde partij] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De kosten van het uitbrengen van de verzetdagvaarding zullen echter op grond van het bepaalde in art. 141 Rv Pro voor rekening van [eisende partijen] komen, omdat deze kosten een gevolg zijn van het feit dat zij in eerste instantie niet is verschenen. De proceskosten van [eisende partijen] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
1.154,00
(2 punten × € 577,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.298,00

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
vernietigt het door de kantonrechter op 12 april 2023 onder zaaknummer 10094799 CV EXPL 22-4284 gewezen verstekvonnis,
en opnieuw beslissend
5.2.
wijst het gevorderde af,
5.3.
veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten van € 1.298,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde partij] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van den Berg Jeths-van Meerwijk en in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2026.