Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
aangifte van [naam], pagina’s 47 tot en met 49, vermeldt – zakelijk weergegeven – het volgende:
medeverdachte [medeverdachte] verklaarde bij de politie, pagina’s 188 tot en met 190 – zakelijk weergeven – als volgt:
verdachte verklaarde ter terechtzittingvan 24 maart 2026 – zakelijk weergegeven – als volgt:
- de bekennende verklaring van [verdachte] , zoals afgelegd ter terechtzitting van 24 maart 2026;
- de kennisgeving van inbeslagname van 24 april 2025, pagina’s 120 en 121;
- het proces-verbaal wapenbeschrijving van 12 juni 2025, pagina’s 132 tot en met 141.
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
vanaf6 weken; dat het wapen geladen was, is strafverzwarend. Daar komt nog de eendaadse samenloop van de poging tot diefstal met geweld in vereniging en de poging tot afpersing in vereniging bij. Een onvoorwaardelijke jeugddetentie van enkele maanden is daarmee het uitgangspunt.
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.Het beslag
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezen verklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor de bewezen verklaarde feiten tot een jeugddetentie van 120 dagen;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat een gedeelte van de straf, groot 50 dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van 2 jaren zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd:
- stelt als bijzondere voorwaarden, waaraan de veroordeelde gedurende de proeftijd heeft te voldoen, dat hij:
- geeft aan Stichting Bureau Jeugdzorg in Heerlen, een gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert, opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
- voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
- wijst de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij [naam] van een bedrag van 4.830,21 euro, bestaande uit 1.830,21 euro aan materiële schade en 3.000 euro aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 april 2025 over de immateriële schade en met de wettelijke rente vanaf 22 mei 2026 over de materiële schade, tot aan de dag der algehele voldoening;
- veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor zover deze ziet op het meer-gevorderde aan verlies van arbeidsvermogen, te weten (6.391,26 euro – 1.420.28 euro) 4.970,98 euro, en op het meergevorderde aan eigen risico, te weten 15,07 euro, niet ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- wijst de vordering voor het meergevorderde aan medicatiekosten en immateriële schade af;
- legt aan de verdachte hoofdelijk de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van [naam] van een bedrag van 4.830,21 euro, bestaande uit 1.830,21 euro aan materiële schade en 3.000 euro aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 april 2025 over de immateriële schade en met de wettelijke rente vanaf 22 mei 2026 over de materiële schade, tot aan de dag der algehele voldoening;
- bepaalt dat, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, geen gijzeling zal worden toegepast;
- bepaalt dat indien en voor zover de verdachte en/of zijn mededader aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt;
- 1 STK Munitie (G1799380);
- 1 STK Munitie (G1799385);
- 1 STK Munitie (G1799386);
- 1 STK Munitie (G1799387);
- 1 STK Wapen (G1799351);
- 1 STK Wapen (G1799352);
- 9 STK Munitie (G1799350);
- 1 STK Jas (G1799389);
- 1 STK Muts (G1799390);