ECLI:NL:RBLIM:2026:5086

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
27 mei 2026
Publicatiedatum
21 mei 2026
Zaaknummer
C/03/346016 / HA ZA 25-429
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Timmermans-Vermeer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:758 BWArt. 6:83 BWArt. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 25 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aansprakelijkheid eerste aannemer voor gebrekkige egalisatie vloer en schadevergoeding

Eiser sloot met Eurostone en een tweede aannemer overeenkomsten voor het leggen van een tegelvloer en het egaliseren van de vloer. Na oplevering bleek de tegelvloer hol te klinken en lagen de tegels los. Een deskundigenrapport concludeerde dat de oorzaak lag in het gebruik van een gipsgebonden egalisatiemiddel, ongeschikt voor tegelvloeren.

Eurostone, de tegelzetter, is failliet verklaard, waardoor de procedure jegens hen is geschorst. De rechtbank oordeelde dat het werk stilzwijgend is opgeleverd en dat sprake is van een verborgen gebrek waarvoor de eerste aannemer aansprakelijk is. De eerste aannemer voerde verweer met onder meer eigen schuld van eiser en een waarschuwingsplicht van Eurostone, maar deze werden verworpen.

De rechtbank stelde vast dat de eerste aannemer aansprakelijk is voor herstel-, verblijf-, verhuis- en opslagkosten, en voor het opnieuw infrezen van de vloerverwarming, maar niet voor schade die is ontstaan door het leggen van de tegels door Eurostone. De totale toegewezen schadevergoeding aan eiser bedraagt €19.728,20, vermeerderd met wettelijke rente. Daarnaast is de eerste aannemer veroordeeld in proceskosten en deskundigenkosten.

Uitkomst: De eerste aannemer wordt veroordeeld tot betaling van € 19.728,20 schadevergoeding en proceskosten wegens gebruik van ongeschikt egalisatiemiddel.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: C/03/346016 / HA ZA 25-429
Vonnis van 27 mei 2026 (bij vervroeging)
in de zaak van
[eiser],
te [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. R.A.F. Willems,
tegen
1. de rechtspersoon naar buitenlands recht
EUROSTONE NV,
te Heist-op-den-Berg (België),
hierna te noemen: Eurostone,
advocaat: mr. J.A.J. Hooymayers,
2.
[gedaagde sub 2] , H.O.D.N. [bedrijf 1],
te [plaats 2] ,
hierna te noemen: [gedaagde sub 2]
advocaat: mr. A.F.Th.M. Heutink,
gedaagde partijen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 t/m 29
- de incidentele conclusie van [gedaagde sub 2] tot oproeping in vrijwaring
- de conclusie van antwoord in het incident van [eiser]
- de conclusie van antwoord in het incident van Eurostone
- het vonnis in incident van 21 januari 2026
- het B16-formulier met bijlage waaruit blijkt dat Eurostone failliet is verklaard
- de conclusie van antwoord van [gedaagde sub 2] met producties 1 t/m 4
- de mondelinge behandeling van 29 april 2026 ter gelegenheid waarvan aan de zijde van [eiser] en [gedaagde sub 2] spreekaantekeningen zijn overgelegd.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Op 27 april 2021 heeft [eiser] een offerte van Eurostone ontvangen voor het leggen van een tegelvloer in de woning van [eiser] . [eiser] heeft de offerte op 17 juni 2021 geaccordeerd.
2.2.
[eiser] en [gedaagde sub 2] hebben op 9 juli 2021 een overeenkomst gesloten voor het verbouwen en uitbreiden van de woning van [eiser] . Eén van de tussen partijen overeengekomen werkzaamheden betrof het egaliseren van de vloer van de woning ten behoeve van het leggen van een tegelvloer voor een bedrag van € 8.087,75 (incl. btw).
2.3.
[gedaagde sub 2] is op 6 september 2021 gestart met de werkzaamheden. Na uitvoering van de werkzaamheden blijkt de vloer niet egaal te zijn. [gedaagde sub 2] heeft een ander bedrijf, [bedrijf 2] (hierna: [bedrijf 2] ), ingeschakeld om een extra laag egaline op de vloer aan te brengen. [bedrijf 2] heeft die werkzaamheden op 8 november 2021 uitgevoerd.
2.4.
Eurostone heeft in de week van 10 januari 2022 tegels gelegd op de geëgaliseerde vloer.
2.5.
Medio januari 2022 heeft [eiser] geconstateerd dat de tegelvloer hol klinkt en dit gemeld bij Eurostone en [gedaagde sub 2] . Eurostone heeft op 31 januari 2022 een onderzoek uitgevoerd naar de vloer.
2.6.
[eiser] heeft [bedrijf 3] ingeschakeld om het werk te onderzoeken. [bedrijf 3] heeft het werk op 12 september 2022 onderzocht. Zowel [bedrijf 2] als Eurostone zijn bij dit onderzoek aanwezig geweest.
2.7.
In het rapport van 26 september 2022 schrijft [bedrijf 3] :
“2.Wat is de oorzaak van de holklinkende tegels in de woning van cliënt?
(…)
De volgende zaken vallen hierbij op:
- Er is geen sprake van dubbelzijdige verlijming hoewel dit wel op de offerte staat.
- Alle tegellijmresten zijn wit aan de onderzijde
- De lijmruggen die op de vloer achterblijven zijn met de hand weg te pakken en zonder enige inspanning kan hier een plamuurmes onder geschoven worden.
- Met datzelfde plamuurmes is de directe (witte gipslaag onder de tegellijm weg te schrapen
- Onder deze laag bevindt zich een keiharde egalinelaag waarin met een beitel of plamuurmes nauwelijks krassen gezet kunnen worden.
(…)
Naar aanleiding van de bevindingen tijdens en na het destructieve onderzoek alsmede de beantwoording van de vragen moet geconcludeerd worden dat de loszittende tegels wordt veroorzaakt door de tweede egalisatie met een gipsgebonden egalisatiemiddel, zoals bijvoorbeeld de Uzin NC 110. Duidelijk zichtbaar is dat de tegellijm hecht aan de tegels en tevens ook aan de witte egalisatie. Concreet betekent dit dat de primerlaag tussen de egaline en de tegellijm zijn werk heeft gedaan. De gipsgebonden egalisatie is echter onvoldoende gehecht om een juiste hechting tussen de ondervloer en de tegellijm te creëren. Algemeen bekend is dat een dergelijk egalisatiemiddel bij toepassingen van tapijt of pvc-vloeren wordt gebruikt en minder geschikt is onder vloertegels.
Reeds eerder hebben we vastgesteld dat we de gipslaag onder de tegellijm met geringe inspanning konden wegschrapen en dat delen gips hechten aan de tegellijm.
(…)”
2.8.
[bedrijf 3] heeft geconcludeerd dat alle tegels verwijderd moeten worden, waarna de lijmresten, voegresten en de gipsgebonden egalinelaag verwijderd moeten worden en de gehele vloer opnieuw geschuurd moet worden. Daarna kan volgens [bedrijf 3] een nieuwe egalinelaag en primerlaag worden aangebracht en kunnen nieuwe tegels worden gelegd. De herstelkosten worden begroot op een bedrag van € 11.484,80 inclusief btw.
2.9.
Op 23 december 2022 heeft [eiser] zowel [gedaagde sub 2] als Eurostone in gebreke gesteld.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert – samengevat – een verklaring voor recht dat [gedaagde sub 2] en Eurostone tekort zijn geschoten in de nakoming van de met [eiser] gesloten overeenkomsten en als gevolg daarvan schadeplichtig zijn jegens [eiser] . Daarnaast vordert [eiser] dat Eurostone en [gedaagde sub 2] ieder de helft van de schade van primair € 41.999,77 dienen te vergoeden. Subsidiair vordert [eiser] verwijzing naar de schadestaatprocedure. Verder vordert [eiser] vergoeding van de buitengerechtelijke kosten van € 1.445,95, de deskundigenkosten van € 1.432,03 en veroordeling van [gedaagde sub 2] en Eurostone in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.2.
[eiser] legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat [gedaagde sub 2] en Eurostone tekort zijn geschoten in de nakoming van de op hen rustende verplichtingen uit hoofde van de aannemingsovereenkomsten. Volgens [eiser] zijn er gebreken aan de tegelvloer geconstateerd waar [gedaagde sub 2] en Eurostone in gelijke delen voor aansprakelijk zijn. [eiser] wijst ter onderbouwing van zijn vordering naar het rapport van [bedrijf 3] . Volgens [eiser] is de gebruikte gipsgebonden egaline ongeschikt, aangezien deze laag onvoldoende hardheid heeft en niet hecht aan de ondervloer. Daarnaast is geen sprake van een dubbelzijdige verlijming, terwijl dit wel was geoffreerd door Eurostone. Volgens [eiser] bestaat de schade uit de volgende posten:
  • herstelwerkzaamheden volgens offerte: € 28.984,77
  • verhuiskosten (van en naar de woning): € 3.000,00
  • verblijfskosten, gebaseerd op 40 werkbare werkdagen: € 5.200,00
  • opslagkosten, gebaseerd op 40 werkbare werkdagen: € 240,00
  • opnieuw infrezen vloerverwarming:
  • totaal: € 41.999,77
3.3.
[gedaagde sub 2] voert verweer. [gedaagde sub 2] voert bij wijze van verweer aan dat de ondervloer door [gedaagde sub 2] en [bedrijf 2] deugdelijk en volgens de professionele normen is aangebracht. Voor zover al zou worden aangenomen dat de ondervloer enig gebrek vertoonde, rustte volgens [gedaagde sub 2] op Eurostone als professioneel tegelzetter een duidelijke waarschuwingsplicht. Die plicht heeft zij verzaakt. Indien zij de ondergrond ongeschikt, vervuild of onvoldoende hechtend achtte, had zij het werk moeten staken en [eiser] en/of [gedaagde sub 2] moeten waarschuwen. Dat is niet gebeurd. Eurostone is zonder voorbehoud begonnen en heeft het risico van de ondervloer daarmee volledig naar zich toe getrokken. Verder doet [gedaagde sub 2] een beroep op eigen schuld van [eiser] , omdat hij een zware compressor op de verse egaline heeft laten plaatsen, andere werkzaamheden op de vloer heeft laten uitvoeren, de CAR-verzekering uit de offerte heeft geschrapt en de vloer gedurende een periode van weken heeft blootgesteld aan vuil, vocht en bouwverkeer voordat Eurostone begon te tegelen.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Ten aanzien van Eurostone
4.1.
Uit de door de advocaat van Eurostone als bijlage bij het B16-formulier overgelegde uitspraak van de ondernemingsrechtbank Antwerpen blijkt dat Eurostone op 22 december 2025 failliet is verklaard. Uit artikel 18 van Pro Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 betreffende insolventieprocedures (herschikking) volgt, dat de gevolgen van de insolventieprocedure voor een lopende rechtsvordering betreffende een goed of recht dat deel uitmaakt van de insolvente boedel van een schuldenaar, uitsluitend worden beheerst door het recht van de lidstaat waar deze rechtsvordering aanhangig is. In dit geval dus door Nederlands recht en in het bijzonder de artikelen 25 tot en met 31 Faillisementswet (Fw). Aan de hand van die bepalingen moet daarom worden beoordeeld wat de gevolgen van die faillietverklaring zijn voor de door [eiser] ingestelde vorderingen. Daarbij is allereerst van belang dat pas na de datum van het faillissement vonnis is gevraagd in deze zaak, zodat de artikelen 25 tot en met 29 Fw gelden.
4.2.
De vorderingen van [eiser] tot betaling van schadevergoeding, vermeerderd met rente en kosten, zijn rechtsvorderingen die voldoening van een verbintenis uit de boedel ten doel hebben als bedoeld in artikel 26 Fw Pro. Op grond van artikel 29 Fw Pro betekent dat dat de procedure ten aanzien van de vorderingen van [eiser] jegens Eurostone is geschorst.
Ten aanzien van [gedaagde sub 2]
Toepasselijke wet- en regelgeving
4.3.
Nu de overeenkomst tussen [eiser] en [gedaagde sub 2] dateert van 9 juli 2021 en het werk in 2021 en 2022 is uitgevoerd, is op de aannemingsovereenkomst de wetgeving van toepassing van vóór de inwerkingtreding van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen en de Omgevingswet op 1 januari 2024.
Is het werk opgeleverd?
4.4.
De rechtbank stelt het volgende voorop. Partijen zijn een overeenkomst van aanneming van werk met elkaar aangegaan. Uitgangspunt is dat ingevolge artikel 7:758 BW Pro het werk als opgeleverd wordt beschouwd na de aanvaarding daarvan door de opdrachtgever. Het moment van oplevering geldt als een belangrijk ijkpunt. Na oplevering is het werk voor risico van de opdrachtgever. De aannemer kan vanaf dat moment enkel nog aansprakelijk worden gehouden voor gebreken die de opdrachtgever ten tijde van de oplevering redelijkerwijs niet had behoeven te ontdekken, de zogenaamde verborgen gebreken. De rechtbank dient dus te beoordelen of de gebreken aan de geëgaliseerde vloer verborgen gebreken zijn die voor rekening van [gedaagde sub 2] komen.
4.5.
Vaststaat dat de tweede egalisatielaag is aangebracht door [bedrijf 2] als onderaannemer van [gedaagde sub 2] . [bedrijf 2] heeft op enig moment de werkzaamheden afgerond en de bouw verlaten. Vervolgens heeft Eurostone in opdracht van [eiser] de tegelvloer aangebracht op de geëgaliseerde vloer. Niet in geschil is dat een formele oplevering niet heeft plaatsgevonden. De rechtbank is desondanks van oordeel dat het werk daarmee is opgeleverd en stilzwijgend is aanvaard.
Is er sprake van een verborgen gebrek?
4.6.
[eiser] stelt dat de tegelvloer hol klinkt en nagenoeg alle tegels losliggen. Volgens [eiser] is dat het gevolg van het gebruik van een verkeerd egalisatiemiddel. [eiser] wijst in dat kader naar het rapport van [bedrijf 3] , waarin het volgende staat:
“Naar aanleiding van de bevindingen tijdens en na het destructieve onderzoek alsmede de beantwoording van de vragen moet geconcludeerd worden dat de loszittende tegels wordt veroorzaakt door de tweede egalisatie met een gipsgebonden egalisatiemiddel, zoals bijvoorbeeld de Uzin NC 110.
Duidelijk zichtbaar is dat de tegellijm hecht aan de tegels en tevens ook aan de witte egalisatie. Concreet betekent dit dat de primerlaag tussen de egaline en de tegellijm zijn werk heeft gedaan. De gipsgebonden egalisatie is echter onvoldoende gehecht om een juiste hechting tussen de ondervloer en de tegellijm te creëren. Algemeen bekend is dat een dergelijk egalisatiemiddel bij toepassingen van tapijt of pvc-vloeren wordt gebruikt en minder geschikt is onder vloertegels.”
4.7.
Volgens de deskundige is een gipsgebonden egalisatiemiddel bedoeld voor andere toepassingen dan tegelvloer. Voor een tegelvloer is een dergelijk egalisatiemiddel minder geschikt.
4.8.
[gedaagde sub 2] brengt hiertegen in dat hij niet wist dat uiteindelijk een tegelvloer zou worden gelegd en betwist dat een verkeerd egalisatiemiddel is gebruikt. Volgens [gedaagde sub 2] had Eurostone haar materiaalkeuze moeten afstemmen op het gipsgebonden egalisatiemiddel, door de juiste primer en tegellijm te kiezen. Verder heeft de tegelzetter geen deugdelijk werk verricht, door de werkomgeving niet schoon te maken en schoon te houden, en de vloer en tegels niet in tegengestelde richting dubbel te verlijmen. [gedaagde sub 2] heeft daarnaast twijfels geuit over de betrouwbaarheid van het deskundigenrapport, omdat de deskundige daarin schrijft [gedaagde sub 2] te hebben uitgenodigd voor het onderzoek, hetgeen door [gedaagde sub 2] wordt betwist. [gedaagde sub 2] heeft betoogd dat de deskundige heeft nagelaten onderzoek te doen naar alternatieve oorzaken van de holklinkende tegels, zoals het ondeugdelijk werk van de tegelzetter en het niet in acht nemen van het stookprotocol van de vloerverwarming.
4.9.
Naar het oordeel van de rechtbank kan in het midden blijven of [gedaagde sub 2] is uitgenodigd voor het onderzoek. Vaststaat immers dat de deskundige tijdens het uitvoeren van het onderzoek contact heeft opgenomen met [gedaagde sub 2] en dat [gedaagde sub 2] hem te woord heeft gestaan. Het deskundigenrapport is vervolgens ook met [gedaagde sub 2] gedeeld. Als [gedaagde sub 2] het niet eens was geweest met de inhoud van dat rapport, bijvoorbeeld omdat hij van mening is dat bepaalde alternatieve oorzaken nader onderzocht hadden moeten worden, dan had het op de weg van [gedaagde sub 2] gelegen om zelf een deskundige in te schakelen en nader onderzoek te laten uitvoeren. [gedaagde sub 2] heeft daartoe ruim gelegenheid gehad, maar hier geen gebruik van gemaakt. Dat [gedaagde sub 2] niet fysiek bij het onderzoek aanwezig was en bepaalde vragen niet heeft gesteld, maakt niet dat het deskundigenonderzoek niet op de juiste wijze is uitgevoerd. De rechtbank twijfelt dan ook niet aan de geloofwaardigheid van het deskundigenrapport.
4.10.
De rechtbank is verder van oordeel dat de verklaring van [gedaagde sub 2] , dat hij niet wist welke vloer zou worden gelegd, niet geloofwaardig is. Daarvoor is van belang dat vóórdat [bedrijf 2] werd ingeschakeld, Eurostone in aanwezigheid van [gedaagde sub 2] de bouw heeft bezocht. Eurostone heeft toen aangegeven zelf niet te zullen egaliseren. [gedaagde sub 2] heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven verbaasd te zijn over een dergelijke uitlating van een tegelzetter. [gedaagde sub 2] heeft verder aangegeven dat hij op verzoek van [eiser] vervolgens de egalisatie heeft verzorgd. [gedaagde sub 2] wist dus nog voordat hij [bedrijf 2] heeft ingeschakeld welke vloerkeuze was gemaakt, zodat hij [bedrijf 2] ook dienovereenkomstig had kunnen informeren.
4.11.
Ten aanzien van de betwisting van [gedaagde sub 2] dat een verkeerd egalisatiemiddel is gebruikt, overweegt de rechtbank als volgt. [gedaagde sub 2] heeft ter onderbouwing van zijn stellingen enkel verwezen naar een verklaring van [bedrijf 2] , waarin wordt gesteld dat het werk op de juiste wijze is uitgevoerd. Echter, [bedrijf 2] is juist de partij die het betreffende middel heeft gebruikt. Het ligt voor de hand dat [bedrijf 2] als betrokken partij niet zal verklaren dat zij een verkeerd middel heeft gebruikt. De rechtbank acht de enkele verklaring van [bedrijf 2] dan ook onvoldoende om de stellingen van [gedaagde sub 2] voldoende kracht bij te zetten. Ook daarvoor zou een contra-expertise van belang kunnen zijn geweest.
4.12.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat door de gemotiveerde stelling van [eiser] enerzijds en de onvoldoende ongemotiveerde betwisting van [gedaagde sub 2] anderzijds is komen vast te staan dat een verkeerd egalisatiemiddel is gebruikt. [eiser] had niet redelijkerwijs hoeven ontdekken dat dit een verkeerd egalisatiemiddel is. Immers, [eiser] mocht voor het gebruik van het juiste middel vertrouwen op de deskundigheid van [gedaagde sub 2] en/of [bedrijf 2] . [eiser] behoefde er dan ook niet aan te twijfelen dat een geschikt egalisatiemiddel zou zijn gebruikt. Er is dan ook sprake van een verborgen gebrek, waarvoor [gedaagde sub 2] aansprakelijk is.
Verkeert [gedaagde sub 2] in verzuim voor de herstelwerkzaamheden?
4.13.
[eiser] heeft [gedaagde sub 2] in gebreke gesteld middels de brief van 23 december 2022. [gedaagde sub 2] heeft aangegeven vragen te hebben gesteld aan de deskundige, [bedrijf 2] en Eurostone over de gebruikte materialen en om de problemen in kaart te brengen, maar hier geen adequate reactie op te hebben ontvangen. [gedaagde sub 2] heeft steeds betwist verantwoordelijk te zijn voor de schade.
4.14.
De rechtbank is van oordeel dat [eiser] uit de mededelingen van [gedaagde sub 2] en het achteroverleunen van [gedaagde sub 2] had mogen begrijpen dat [gedaagde sub 2] de genoemde gebreken niet zou herstellen, omdat hij in zijn standpunt volhardde hier niet toe gehouden te zijn en steeds naar Eurostone als aansprakelijke partij bleef wijzen. [gedaagde sub 2] is dan ook reeds om die reden in verzuim komen te verkeren (artikel 6:83 sub c BW Pro). De rechtbank zal als datum van verzuim de ingebrekestelling van 23 december 2022 aanhouden, nu hier geen specifiek verweer tegen is gevoerd.
Schade
4.15.
[gedaagde sub 2] stelt dat Eurostone als professionele tegelzetter had moeten constateren dat een gipsgebonden egalisatiemiddel is gebruikt. Doordat Eurostone desondanks de tegelvloer heeft gelegd, heeft Eurostone het verkeerde egalisatiemiddel geaccepteerd, waardoor [gedaagde sub 2] ontslagen is van aansprakelijkheid.
4.16.
De rechtbank heeft hiervoor reeds geoordeeld dat sprake is van een verborgen gebrek in de geëgaliseerde vloer, omdat een verkeerd egalisatiemiddel is gebruikt. De handelingen van Eurostone brengen hier geen verandering in. Iedere aannemer hoort in iedere stap van de bouw zijn eigen werkzaamheden goed en deugdelijk uit te voeren. De enkele omstandigheid dat Eurostone heeft voortgeborduurd op het gebrekkige werk van [gedaagde sub 2] / [bedrijf 2] , ontslaat [gedaagde sub 2] dus niet van zijn verplichting om de overeengekomen werkzaamheden deugdelijk uit te voeren. [gedaagde sub 2] blijft dan ook verantwoordelijk voor het werk dat onder zijn verantwoordelijkheid (door [bedrijf 2] ) is uitgevoerd.
4.17.
De rechtbank volgt [gedaagde sub 2] wel in de stelling dat de schade aanzienlijk is vergroot doordat Eurostone de gebrekkige ondervloer heeft geaccepteerd en daarop de tegels is gaan leggen. Naar het oordeel van de rechtbank ontbreekt daarmee het causaal verband tussen de schade, die is ontstaan vanaf het moment van leggen van de tegels en de handelingen van [gedaagde sub 2] / [bedrijf 2] . [gedaagde sub 2] is enkel aansprakelijk voor de schade die het gevolg is van het handelen van [gedaagde sub 2] / [bedrijf 2] . Dat leidt tot de volgende schadeberekening.
4.18.
De verhuiskosten, verblijfkosten en opslagkosten dienen in alle gevallen gemaakt te worden. [gedaagde sub 2] is aansprakelijk voor de helft van die kosten. Zijn stelling dat aansprakelijkheid voor deze kosten als gevolgschade in de algemene voorwaarden is uitgesloten, heeft hij niet verder onderbouwd. De rechtbank heeft in de algemene voorwaarden een dergelijke bepaling ook niet aangetroffen. De raadsman van [gedaagde sub 2] heeft op de mondelinge behandeling desgevraagd een dergelijke bepaling ook niet kunnen aanwijzen. [gedaagde sub 2] heeft voorts de noodzaak en omvang van deze kosten betwist. De noodzaak en omvang van de herstelwerkzaamheden, inclusief de omvang van 40 werkbare dagen, is door [gedaagde sub 2] echter niet gemotiveerd betwist, zodat de rechtbank daar vanuit gaat. Met hem is de rechtbank echter wel van oordeel dat verblijfskosten gebaseerd op de kosten van een gemiddelde hotelovernachting te hoog zijn en dat van [eiser] verwacht mag worden dat hij gebruik maakt van een minder kostbaar alternatief daarvoor in de vorm van een verblijf in bijvoorbeeld een vakantiewoning. De rechtbank zal de verblijfskosten dan ook naar redelijkheid en billijkheid vaststellen op € 90,- per dag, derhalve in totaal (40 x 90,-) € 3.600,-. Dat betekent dat [gedaagde sub 2] aan [eiser] dient te vergoeden: € 3.000,- (verhuiskosten) + € 3.600,- (verblijfkosten) + € 240,- (opslagkosten) = € 6.840,- / 2 = € 3.420,-.
4.19.
Het opnieuw infrezen van de vloerverwarming is het direct en uitsluitend gevolg van het gebruiken van de verkeerde egaline en komt naar het oordeel van de rechtbank volledig voor rekening van [gedaagde sub 2] . Het gaat hierbij om een bedrag van € 4.575,-.
4.20.
Ten aanzien van de herstelwerkzaamheden volgens de offerte van [bedrijf 4] BV, die zijn begroot op een totaalbedrag van € 28.984,77, geldt dat een onderscheid gemaakt moet worden tussen herstelkosten die in alle gevallen gemaakt moeten worden (zoals de bouwplaatskosten), kosten die uitsluitend het gevolg zijn van het gebruik van onjuiste egaline en kosten vanaf het opleveren van de geëgaliseerde vloer. Die laatste post (herstelkosten voor het tegelwerk) komt, zoals de rechtbank hiervoor reeds heeft overwogen, niet voor rekening en risico van [gedaagde sub 2] . Ook de kosten voor schilderwerk zullen niet worden toegewezen, omdat op geen enkele wijze is onderbouwd dat die kosten het gevolg zijn van de tekortkoming door [gedaagde sub 2] .
4.21.
Tot de algemene herstelkosten horen de bouwplaatskosten van € 2.423,-, de tijdelijke beschermingen van € 1.722,50, het stut- en sloopwerk van € 4.978,- en de kosten voor schoonmaak van € 420,-, totaal € 9.543,50. De helft van die kosten komen voor rekening van [gedaagde sub 2] , zijnde een bedrag van € 4.771,75.
4.22.
Herstelkosten die specifiek voor rekening van [gedaagde sub 2] komen zijn het opnieuw primeren en egaliseren van de ondervloer. Deze kosten worden begroot op een bedrag van € 3.633,12 conform de offerte van [bedrijf 4] BV.
4.23.
Samenvattend zijn toewijsbaar de (helft van de) herstelkosten zoals begroot door [bedrijf 4] BV ter hoogte van € 4.771,75 en € 3.633,12, hetgeen in totaal uitkomt op € 8.404,87. [bedrijf 4] BV heeft op de herstelkosten aanvullende kosten berekend, bestaande uit algemene kosten, winst & risico, verzekering en btw. Dit betreft een verhoging van € 21.225,- naar € 28.984,77, hetgeen neerkomt op een opslag van 39,6%. Deze opslag dient ook te worden toegevoegd aan het hiervoor begrote bedrag aan herstelkosten van € 8.404,87, zodat dit resulteert in een bedrag van € 11.733,20 inclusief btw en kosten.
4.24.
Samengevat dient [gedaagde sub 2] aan [eiser] te voldoen aan de verhuiskosten, verblijfkosten en opslagkosten een bedrag van € 3.420,-, de kosten voor het infrezen van de vloerverwarming van € 4.575,- en de berekende herstelkosten van € 11.733,20. Dit bij elkaar opgeteld komt neer op een totaalbedrag van € 19.728,20. De gevraagd verklaring voor recht zal de rechtbank afwijzen, nu [eiser] daar geen zelfstandig belang bij heeft.
4.25.
De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag toewijzen vanaf
23 december 2022.
Eigen schuld
4.26.
[gedaagde sub 2] heeft een beroep op eigen schuld gedaan, omdat [eiser] de CAR-verzekering heeft laten vervallen, een compressor zou hebben geplaatst op de geëgaliseerde vloer en de vloer onbeschermd heeft gelaten gedurende meerdere weken.
4.27.
Deze stellingen kunnen [gedaagde sub 2] niet baten. Het afsluiten van een CAR-verzekering valt onder de verantwoordelijkheid van de aannemer. Wanneer wel een CAR-verzekering zou zijn afgesloten, zou overigens niet de schade van [eiser] beperkt zijn gebleven, maar die van [gedaagde sub 2] , omdat de verzekeraar van [gedaagde sub 2] dan mogelijk een deel van de schade zou hebben vergoed.
4.28.
Ten aanzien van de stellingen dat [eiser] niet goed voor de vloer heeft gezorgd, oordeelt de rechtbank dat dit niet de oorzaak is geweest van de schade. De oorzaak van de schade was het gebruik van een verkeerde egaline. Het later al dan niet plaatsen van een compressor op de vloer en niet de juiste zorg voor de vloer betrachten brengt geen verandering in het feit dat de gehele vloer niet geschikt was voor de tegels.
4.29.
De rechtbank wijst het beroep op eigen schuld dan ook af.
Proceskosten, deskundigenkosten en beslagkosten
4.30.
[eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Er is niet gesteld of gebleken dat er buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. De buitengerechtelijke incassokosten worden daarom afgewezen.
4.31.
De door [eiser] gevorderde deskundigenkosten van € 1.432,03 zijn wel toewijsbaar, omdat dit onderzoek nodig was om vast te stellen dat het werk van [gedaagde sub 2] gebreken vertoont. De rechtbank zal de helft van dit bedrag toewijzen, zijnde € 716,-.
4.32.
[gedaagde sub 2] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
145,46
- griffierecht
1.374,00
- kosten deskundigen
716,00
- salaris advocaat
2.580,00
(2 punten × € 1.290,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
5.004,46
4.33.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
veroordeelt [gedaagde sub 2] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 19.728,20, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 23 december 2022, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [gedaagde sub 2] in de proceskosten en deskundigenkosten van in totaal € 5.004,46, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde sub 2] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt [gedaagde sub 2] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.5.
verstaat dat de procedure ten aanzien van de vorderingen jegens Eurostone is geschorst op grond van artikel 29 Fw Pro en verwijst de zaak in zoverre naar de parkeerrol van
1 oktober 2026.
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Timmermans-Vermeer en in het openbaar uitgesproken op 27
mei 2026.