Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.[zoon 1] ,
2.
[zoon 2],
[de bewindvoerder], in hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen die (zullen) toebehoren aan
[partner erflater],
2.
[de dochter],
1.De procedure
- de dagvaarding, tevens houdende de incidentele vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv Pro, met producties 1 t/m 41,
- de akte overlegging productie 42 van [de zoons] ,
- het B2-formulier van 19 december 2025 van mr. Gelissen waarin hij zich onttrekt als advocaat van [de dochter] (gedaagde sub 2),
- de conclusie van antwoord in het incident van de bewindvoerder met producties 1 t/m 8
- de akte in het incident ex artikel 223 Rv Pro van de bewindvoerder (correctie tekst conclusie van antwoord in het incident)
- correctie op akte in het incident ex artikel 223 Rv Pro van de bewindvoerder.
[de erflater] (hierna: erflater) en mevrouw [de moeder] (hierna: moeder). Het huwelijk tussen erflater en de moeder van [de zoons] en [de dochter] is in 2012 ontbonden.
Vastlegging grootte gelegateerde bedragen; waardering
Opeisbaarheid
- Mijn zoon, [zoon 1] , (…)
- Mijn zoon, [zoon 2] , (…)
- Mijn dochter, [de dochter] , (…)
13 september 2021. [3] Bij e-mail van 3 november 2021 hebben [de zoons] en [de dochter] aan [partner erflater] laten weten dat zij zich niet kunnen verenigen met de boedelbeschrijving en hebben zij haar verzocht daarop een toelichting te geven. [4]
7 oktober 2025 een bewind ingesteld over de (toekomstige) goederen van [partner erflater] , onder benoeming van mevrouw [de bewindvoerder] tot bewindvoerder. [6]
3.Het geschil
4.De beoordeling
5.De beslissing
a) de uit hoofde van die aanslagen erfbelasting door [zoon 2] en [zoon 1] verschuldigde erfbelasting, eventuele belastingrente en/of eventuele boetes(s) voor te schieten middels betaling ervan aan de Belastingdienst binnen de door de Belastingdienst gestelde betalingstermijn; en
vandaag (21 januari 2026)voor conclusie van antwoord en voor opgave verhinderdata partijen.