ECLI:NL:RBLIM:2026:48

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
14 januari 2026
Publicatiedatum
6 januari 2026
Zaaknummer
C/03/347165 / HA ZA 25-490
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Etman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 93 RvArt. 97 RvArt. 71 lid 2 RvArt. 8 lid 4 WGBZ
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwijzing civiele nalatenschapszaak naar kantonrechter wegens samenhang vorderingen

De rechtbank Limburg behandelde een civiele procedure waarin eiseres, als executeur van een nalatenschap, een vordering had ingediend die minder dan €25.000 bedroeg. Gedaagde stelde dat de waarde van de nalatenschap en zijn legitieme portie hoger was dan door de erven berekend, en kondigde een reconventionele vordering aan die meer dan €25.000 zou bedragen.

De rechtbank heeft partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de bevoegdheid van de kamer voor andere zaken dan kantonzaken. Eiseres stemde in met verwijzing naar de kantonrechter, terwijl gedaagde vond dat de rechtbank bevoegd was vanwege de hogere waarde van zijn reconventionele vordering.

De rechtbank oordeelde dat de kantonrechter bevoegd is op grond van artikel 93 aanhef Pro en onder a Rv, omdat de primaire vordering onder de €25.000 blijft. De samenhang tussen de vorderingen, voortvloeiend uit dezelfde nalatenschap, maakt dat ook de reconventionele vordering door de kantonrechter kan worden behandeld. Daarom werd de zaak ambtshalve naar de kantonrechter verwezen.

Partijen werden erop gewezen dat zij in de vervolgprocedure niet verplicht zijn een advocaat te hebben en dat het griffierecht zal worden verlaagd en eventueel teveel betaald bedrag wordt teruggestort.

Uitkomst: De rechtbank verwijst de nalatenschapszaak ambtshalve naar de kantonrechter vanwege samenhang tussen vorderingen.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: C/03/347165 / HA ZA 25-490
Vonnis van 14 januari 2026
in de zaak van
[eiseres] , in haar hoedanigheid van executeur in de nalatenschap van [erflater],
te [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
advocaat: mr. I.K. Decupere,
tegen
[gedaagde],
te [plaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat mr. J.J.M. Goltstein.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de rolbeslissing van 3 december 2025
- de akte uitlating namens beide partijen.
1.2.
Vervolgens is de zaak naar de rol verwezen voor rolbeslissing, welke beslissing de rechtbank heeft gewijzigd in vonnis waarvan de uitspraak is bepaald op heden.

2.De beoordeling

2.1.
De rechtbank heeft partijen in staat gesteld zich uit te laten over de vraag of de kamer voor andere zaken dan kantonzaken bevoegd is om van het gevorderde kennis te nemen.
2.2.
[eiseres] is van mening dat de legitieme vordering van [gedaagde] niet meer dan
€ 25.000,00 beloopt, zodat zij instemt met verwijzing naar de kamer voor kantonzaken.
2.3.
[gedaagde] stelt zich op het standpunt dat het saldo van de nalatenschap, althans de legitimaire massa – en daarmee zijn legaat en legitieme portie – hoger is dan hetgeen volgt uit de berekening van de erven van zijn vader. In reconventie zal hij onder meer vaststelling van het saldo van de nalatenschap, respectievelijk de hoogte van de legitimaire massa, respectievelijk zijn legitieme portie vorderen. Volgens [gedaagde] is de zaak terecht bij de rechtbank aangebracht.
2.4.
Naar het oordeel van de rechtbank is de kantonrechter ex artikel 93 aanhef Pro en onder a RV bevoegd om te oordelen over de vordering van [eiseres] , omdat de waarde van die vordering onder € 25.000,00 ligt. Dat [gedaagde] voornemens is een reconventionele vordering in te stellen met een waarde boven de € 25.000,00 doet daaraan niet af.
In artikel 97 Rv Pro is bepaald dat een zaak in reconventie in afwijking van de artikelen 93 tot en met 96 wordt behandeld en beslist door de rechter die de zaak in conventie behandelt en beslist, voor zover de samenhang tussen de vorderingen zich tegen afzonderlijke behandeling verzet. Naar het oordeel van de rechtbank is in deze zaak sprake van voldoende samenhang, nu de vorderingen voortvloeien uit dezelfde nalatenschap. Gelet hierop kan de kantonrechter ook de (toekomstige) vordering in reconventie behandelen.
2.5.
De rechtbank blijft derhalve bij haar oordeel dat de zaak moet worden verwezen naar de kantonrechter van deze rechtbank. Omdat [eiseres] haar vordering niet heeft ingediend bij de kantonrechter, zal de rechtbank de zaak op de voet van artikel 71 lid 2 Rv Pro ambtshalve naar de kantonrechter verwijzen.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rolzitting van de kantonrechter van deze rechtbank, locatie Maastricht, op
woensdag 28 januari 2026 om 10:00 uurvoor beraad kantonrechter,
3.2.
wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure niet meer vertegenwoordigd hoeven te worden door een advocaat, maar ook persoonlijk of bij gemachtigde kunnen verschijnen,
3.3.
wijst partijen erop dat het in deze procedure geheven griffierecht ingevolge artikel 8 lid 4 WGBZ Pro zal worden verlaagd en dat het eventueel teveel betaalde griffierecht door de griffier zal worden teruggestort.
Dit vonnis is gewezen door mr. Etman en in het openbaar uitgesproken.