De burgemeester van Maasgouw besloot tot sluiting van de woning van verzoekers voor drie maanden nadat een hennepplantage met 160 planten werd aangetroffen. Verzoekers maakten bezwaar en vroegen om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er sprake was van een spoedeisend belang en dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting op grond van artikel 13b Opiumwet. De hennepplantage bestond al tien maanden, met twee eerdere oogsten, en er was sprake van diefstal van stroom en professionele teeltapparatuur.
Verzoekers stelden dat minder ingrijpende maatregelen mogelijk waren en dat de sluiting onevenredig was vanwege hun persoonlijke omstandigheden. De voorzieningenrechter verwierp deze argumenten, oordeelde dat sluiting noodzakelijk was om herhaling te voorkomen en de signaalfunctie te vervullen, en dat verzoekers de risico's van hun handelen hadden aanvaard.
De rechter concludeerde dat de sluiting evenwichtig was, ondanks de nadelige gevolgen voor verzoekers, en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. De uitspraak bindt niet in een bodemprocedure en tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.