Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2026:4798

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
15 mei 2026
Zaaknummer
ROE 26/688
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13b OpiumwetArt. 4:84 AwbArt. 8 EVRMArt. 10 Grondwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen woningsluiting wegens hennepplantage

De burgemeester van Maasgouw besloot tot sluiting van de woning van verzoekers voor drie maanden nadat een hennepplantage met 160 planten werd aangetroffen. Verzoekers maakten bezwaar en vroegen om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter oordeelde dat er sprake was van een spoedeisend belang en dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting op grond van artikel 13b Opiumwet. De hennepplantage bestond al tien maanden, met twee eerdere oogsten, en er was sprake van diefstal van stroom en professionele teeltapparatuur.

Verzoekers stelden dat minder ingrijpende maatregelen mogelijk waren en dat de sluiting onevenredig was vanwege hun persoonlijke omstandigheden. De voorzieningenrechter verwierp deze argumenten, oordeelde dat sluiting noodzakelijk was om herhaling te voorkomen en de signaalfunctie te vervullen, en dat verzoekers de risico's van hun handelen hadden aanvaard.

De rechter concludeerde dat de sluiting evenwichtig was, ondanks de nadelige gevolgen voor verzoekers, en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. De uitspraak bindt niet in een bodemprocedure en tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de woningsluiting wegens een hennepplantage wordt afgewezen en de woning mag voor drie maanden worden gesloten.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Bestuursrecht
zaaknummer: ROE 26/688

uitspraak van de voorzieningenrechter van 13 mei 2026 in de zaak tussen

[naam 1] , verzoeker

[naam 2], verzoekster
[naam 3], verzoekster
uit [woonplaats] , gezamenlijk te noemen verzoekers,
(gemachtigde: mr. T.J.N. Hameleers),
en

de burgemeester van de gemeente Maasgouw, de burgemeester

(gemachtigde: mr. W.M.N. Adam).

Samenvatting

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over het besluit van de burgemeester om de woning van verzoekers voor drie maanden te sluiten. Verzoekers zijn het hier niet mee eens. Zij verzoeken daarom om een voorlopige voorziening en voeren daartoe een aantal gronden aan. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of zij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen. Deze vraag beantwoordt zij aan de hand van de gronden van verzoekers.
1.1.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. De burgemeester heeft de sluiting van de woning terecht noodzakelijk geoordeeld en niet onevenwichtig. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Procesverloop

2. Met het bestreden besluit van 23 maart 2026 heeft de burgemeester aangegeven de woning van verzoekers te sluiten voor drie maanden met ingang van 30 maart 2026. Verzoekers hebben hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2.1.
De burgemeester heeft aangegeven te wachten met sluiting totdat de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan. Hij heeft verder op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 20 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoekers en de gemachtigde van de burgemeester.
2.3.
De behandeling ter zitting is aangehouden om de burgemeester in de gelegenheid te stellen te onderzoeken of met een minder ingrijpende maatregel kan worden volstaan.
2.4.
De burgemeester heeft aangegeven dat hij die mogelijkheid niet ziet. Verzoekers hebben hierop gereageerd.
2.5.
Partijen hebben aangegeven geen nadere zitting te wensen. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Waar gaat deze zaak over?
3. Verzoeker is huurder van de woning. Hij woont er met zijn partner en haar 25- jarige dochter. De burgemeester heeft op 21 februari 2026 een bestuurlijke rapportage van de politie ontvangen. Uit de bestuurlijke rapportage blijkt dat in de woning op 19 februari 2026 een in werking zijnde hennepplantage is aangetroffen. De reden van het onderzoek was een MMA-melding, een sterke hennepgeur rond de woning, een net/blok meting op de hoofdstroomkabel door Enexis die positief was voor de aanwezigheid van een hennepkwekerij en verder onderzoek door de politie.
In een ruimte in de kelder werd een werkende hennepplantage aangetroffen. Er stonden 160 hennepplanten in kweekpotten. Er waren geen zichtbare verbouwingen of wijzigingen aan de constructie gedaan in, op of aan de woning. De woning werd door Enexis in verband met diefstal van stroom van het stroomnet afgesloten en Enexis heeft hiervan aangifte gedaan. Justitie is voornemens het wederrechtelijk voordeel terug te vorderen voor twee oogsten en een proces-verbaal op te maken voor een ruimkostenvordering voor de ruiming van de hennepplantage.
De volgende goederen werden aangetroffen en in beslag genomen:
- 18 assimilatielampen;
- 2 x kachel;
- 2 x ventilator;
- 1 koolstoffilter;
- Afzuiginstallatie met schakelbord en vloeistof regeling.
3.1.
De burgemeester heeft op 3 maart 2026 het voornemen tot woningsluiting voor de duur van drie maanden aan verzoekers en de verhuurder toegezonden en hen in de gelegenheid gesteld een zienswijze in te dienen. Verzoekers hebben hiervan gebruik gemaakt. Vervolgens heeft de burgemeester het bestreden besluit genomen.
Is sprake van een spoedeisend belang?
4. De door verzoekers gevraagde voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen als er een spoedeisend belang is, waardoor verzoekers niet kunnen wachten op een beslissing op bezwaar. De voorzieningenrechter dient dus eerst te beoordelen op sprake is van een spoedeisend belang, voordat de zaak inhoudelijk kan worden beoordeeld.
4.1.
De voorzieningenrechter acht het verzoek voldoende spoedeisend, omdat verzoekers niet meer in de woning kunnen verblijven als die wordt gesloten.
Toetsingskader
5. Op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet is de burgemeester bevoegd een woning te sluiten als in die woning een middel als bedoeld in lijst I (harddrugs) of II (softdrugs) van deze wet wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is.
5.1.
Voor de uitvoering van zijn bevoegdheid op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet heeft de burgemeester beleidsregels vastgelegd. [1] Hierin is opgenomen dat bij eerste constatering van softdrugs de woning en het bijbehorende perceel wordt gesloten voor de duur van drie maanden. Op grond van artikel 4:84 van Pro de Algemene wet bestuursrecht handelt de burgemeester overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.
5.2.
De voorzieningenrechter beoordeelt het verzoek aan de hand van de uitgangspunten die zijn opgesteld door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State voor de beoordeling van woningsluitingen op grond van artikel 13b van de Opiumwet. [2] Dit oordeel heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een eventueel bodemgeding niet.
Sluitingsbevoegdheid
6. Als er in een woning een handelshoeveelheid drugs wordt aangetroffen, is de burgemeester (in beginsel) bevoegd om de bewoner of eigenaar van de woning te gelasten de woning te sluiten en voor een bepaalde tijd gesloten te houden. Verzoekers hebben de sluitingsbevoegdheid van de burgemeester niet betwist, zodat die bevoegdheid in dit geval niet in geschil is en de voorzieningenrechter daarover dus ook niet zal oordelen.
6.1.
Verzoekers hebben gesteld dat de woningsluiting niet noodzakelijk is. Daarnaast hebben verzoekers gesteld dat de woningsluiting niet evenredig is. Wat verzoekers daarover hebben aangevoerd, beoordeelt de voorzieningenrechter hierna.
Geschiktheid
7. Voor zover de geschiktheid in geding is, is de voorzieningenrechter van oordeel dat het tijdsverloop tussen het constateren van de overtreding en het nemen van het bestreden besluit niet zodanig is, dat sluiting geen geschikt middel meer is.
Noodzaak
8. Verzoekers betogen dat er geen noodzaak tot sluiting is en de burgemeester met een minder ingrijpend middel had kunnen, en gelet op de uitspraak van de Afdeling van 16 juli 2025 [3] , moeten volstaan. De burgemeester had kunnen volstaan met een waarschuwing, een voorwaardelijke sluiting of een last onder dwangsom. De partner van verzoeker en haar dochter wisten niets van de hennepplantage en er blijkt uit de stukken niet van loop naar de woning. Er is ook geen sprake van een woning van waaruit drugs worden verkocht of afgeleverd. De bekendheid bij derden is mogelijk maar staat niet vast. De signaalfunctie voor de omgeving is geen redelijk doel om de sluiting te rechtvaardigen. De loop naar de woning wordt betwist. Er is geen sprake van waarnemingen, meldingen of verklaringen die duiden op handel vanuit of rond de woning of het bewerken of verwerken van drugs. Ook hoeft geen herstel van de openbare orde plaats te vinden aangezien geen ordeverstoring heeft plaatsgevonden.
8.1.
Het betoog van verzoekers slaagt niet. De burgemeester heeft als doelen aangegeven dat de sluiting primair is gericht op het herstellen van de oude situatie, het herstellen van een veilige woon- en leefomgeving en het voorkomen van herhaling. Verder geeft het beleid aan dat bestuursrechtelijke maatregelen zich richten op het beëindigen, opheffen en voorkomen van illegale drugshandel. In deze zaak is sprake van een sinds tien maanden geëxploiteerde hennepplantage waarbij de gebruikershoeveelheid 32 keer wordt overschreden. Er is sprake een ernstig geval [4] waarbij 160 planten zijn aangetroffen. Verzoekers hebben daarnaast verklaard dat sprake is geweest van eerdere twee oogsten. Ook is diverse apparatuur aangetroffen die gerelateerd is aan de hennepproductie en is sprake van diefstal van stroom. Gelet op de duur van het bestaan van de hennepplantage en de aangetroffen hoeveelheid drugs, de daarmee samenhangende apparatuur en de (opbrengst van) twee eerdere oogsten heeft de burgemeester zich terecht op het standpunt gesteld dat de sluiting van de woning noodzakelijk is. Aannemelijk is dat de woning een schakel vormde in het drugscircuit als professionele teeltlocatie. Het sluiten van de woning is noodzakelijk om de bekendheid van de woning in het criminele drugscircuit te doorbreken, herhaling te voorkomen en de signaalfunctie richting omgeving te vervullen. Dat er geen sprake is geweest van meldingen, loop of verklaringen maakt het vorenstaande niet anders. [5] Ook zonder feitelijke overlast vervulde de woning met een beroepsmatige kwekerij een schakel in de keten van drugshandel.
Daarnaast is sprake van een afgelegen liggende bungalow met een volgens de burgemeester extreem lage huurprijs en een eigenaar die heeft aangegeven dat zolang de huur wordt betaald, hij geen probleem heeft met de aanwezigheid van een hennepplantage. De voorzieningenrechter onderschrijft het standpunt van de burgemeester dat deze feiten geen stok achter de deur vormen om herhaling te voorkomen.
8.2.
De burgemeester heeft verder gemotiveerd aangegeven waarom hij een minder ingrijpend middel niet als alternatief ziet. Hij heeft de mogelijkheden onderzocht voor gemeentelijke controles, het opleggen van een last onder dwangsom en een voorwaardelijke sluiting. De voorzieningenrechter acht dit standpunt, voorlopig oordelend, niet onredelijk, mede gelet op ernst van de overtreding en de geruime tijd dat die heeft plaatsgevonden.
Verzoekers hebben in hun reactie er op gewezen wel mogelijkheden te zien. Zo zien zij als strafrechtelijke mogelijkheid van handhaving het geven van een gedragsaanwijzing aan verzoeker; zien zij gelet op de uitdrukkelijke toestemming van verzoekers om controles te houden in de woning, geen strijd met artikel 8 van Pro het EVRM en artikel 10 van Pro de Grondwet bij het binnentreden van de woning en is met een voorbeeld aangegeven dat het opleggen van een last onder dwangsom wel degelijk mogelijk is
8.3.
De voorzieningenrechter is met de burgemeester voorlopig van oordeel dat in de voorliggende bestuursrechtelijke procedure strafrechtelijke handhaving niet een geëigend middel is. De burgemeester heeft verder kunnen wijzen op principiële en praktische bezwaren om frequente controles in de woning te houden. Wat betreft het voorbeeld waarbij in plaats van sluiting een last onder dwangsom is opgelegd, maakt de voorzieningenrechter uit het door verzoekers bijgevoegde besluit in die zaak op, dat in het kader van de evenwichtigheid, gelet op een reëel risico van ernstige gezondheidsschade bij één van de bewoners bij sluiting, de burgemeester aanleiding heeft gezien om af te zien van sluiting en een last onder dwangsom op te leggen. Een dergelijke bijzondere omstandigheid is in de hier te beoordelen zaak niet gesteld.
Evenwichtigheid
9. Als de conclusie is dat de burgemeester zijn doelen niet met een minder ingrijpend middel dan sluiting van de woning voor een bepaalde duur kan bereiken en een woningsluiting dus het aangewezen middel is, betekent dit nog niet dat hij hiertoe steeds mag overgaan. Daarvoor moet hij zich ervan vergewissen dat de sluiting in de gegeven omstandigheden ook evenwichtig is.
9.1.
Bij de beoordeling van de evenwichtigheid moeten de voor bewoners nadelige gevolgen van de sluiting worden afgewogen tegen de doelen die de burgemeester met de sluiting wil bereiken. Deze laatste houden doorgaans verband met de omstandigheden die ertoe hebben geleid dat de burgemeester een sluiting noodzakelijk acht. Een sluiting met zware nadelige gevolgen voor de bewoners is niet per definitie onevenwichtig. Wel dient de burgemeester aan de voor bewoners mogelijk zeer ingrijpende gevolgen van de sluiting van een woning - die een inmenging in het in artikel 8 van Pro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden neergelegde recht kan vormen - een zwaar gewicht toe te kennen bij beantwoording van de vraag of hij van zijn bevoegdheid gebruikmaakt.
9.2.
Bij de beoordeling van de evenwichtigheid kunnen verschillende omstandigheden van belang zijn. De burgemeester moet bijvoorbeeld de mate van verwijtbaarheid van de degenen die door de sluiting worden getroffen beoordelen en beoordelen in hoeverre aan hen kan worden tegengeworpen dat zij zelf het risico op ingrijpende gevolgen van hun handelen of nalaten hebben genomen. Daarnaast is van belang of de bewoners een bijzondere binding met de woning hebben en wat de gevolgen voor hen zijn van het voor de duur van de sluiting elders moeten verblijven. Verder moet de burgemeester de aanwezigheid van minderjarige kinderen en de impact van de sluiting op hun welzijn in zijn besluitvorming betrekken. Ook is van belang hoelang de woning gesloten blijft en of de bewoners na de sluiting weer van de woning gebruik kunnen maken. Bij dat laatste dient de burgemeester zich er rekenschap van te geven dat de sluiting van een huurwoning de verhuurder de wettelijke grondslag biedt om de huurovereenkomst buitengerechtelijk, dus zonder tussenkomst van de kantonrechter, te ontbinden. En ook dat de huurder door sluiting van de woning veelal op een zogenoemde zwarte lijst bij een woningcorporatie komt te staan, als gevolg waarvan hij voor een bepaalde duur geen nieuwe sociale huurwoning kan huren in de regio.
Is de sluiting van de woning evenwichtig?
10. Verzoekers betogen dat zij een betaalbare woning huren en dat de verhuurder de huurovereenkomst kan ontbinden. Verzoekers hebben geen andere plek of familie in Nederland waar zij terecht kunnen. Hun zeven honden kunnen zij eveneens nergens onderbrengen.
10.1.
Het betoog van verzoekers slaagt niet. De voorzieningenrechter overweegt dat verzoeker heeft verklaard dat hij de plantage heeft aangelegd, twee eerdere oogsten heeft gehad en verantwoordelijk is voor de situatie. Met het ontplooien van deze activiteiten heeft verzoeker de mogelijke gevolgen van een ontdekking van die activiteiten aanvaard. Dat verzoekers gezin niet op de hoogte was van het bestaan van de plantage acht de voorzieningenrechter niet aannemelijk, gelet op de duur van het bestaan van de plantage, het feit dat deze gelegen was in de kelder van de woning en de politie een sterke hennepgeur rondom de woning heeft waargenomen.
10.2.
De burgemeester erkent dat de sluiting van de woning kan leiden tot ontbinding van de huurovereenkomst. Namens de burgemeester is contact gezocht met de eigenaar van de woning. De eigenaar heeft telefonisch meegedeeld dat hij niet voornemens is de huurovereenkomst te ontbinden zolang de huurpenningen worden voldaan. Ter zitting hebben verzoekers aangegeven dat de eigenaar wel voornemens is de huurovereenkomst te ontbinden bij sluiting, maar deze stelling is niet nader onderbouwd.
Van een bijzondere binding met de woning is niet gebleken. Dat het vinden van vervangende woonruimte niet mogelijk is alleen gesteld, maar op geen enkele wijze onderbouwd. Het is op de eerste plaats aan verzoekers om op zoek te gaan naar vervangende woonruimte. Er is echter niet gebleken dat daar al een begin mee is gemaakt. Als het vinden van vervangende woonruimte problemen oplevert kunnen zij zich wenden tot de gemeente of maatschappelijke opvang. De aanwezigheid van dieren is eveneens geen bijzondere omstandigheid die de sluiting onevenredig maakt. Ook voor hulp hierbij kunnen verzoekers zich tot de gemeente wenden.
11. Gelet op het voorgaande is het de verwachting van de voorzieningenrechter dat het bestreden besluit stand zal houden omdat het rechtmatig is. Dit betekent dat de voorlopige voorziening wordt afgewezen.

Conclusie en gevolgen

12. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dit betekent dat verzoekers geen gelijk krijgen en de woning voor de duur van drie maanden mag worden gesloten. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M.E. Derks, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. C. Schrammen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 13 mei 2026. .
De griffier is verhinderd
de uitspraak te ondertekenen.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: 13 mei 2026

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Beleidsregel van de burgemeester van de gemeente Maasgouw houdende regels omtrent bestuursrechtelijke handhaving Opiumwet (Damoclesbeleid Maasgouw 2020).
2.Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2922.
4.In het beleid wordt gesproken van een ernstig geval bij een aangetroffen hoeveelheid van meer of gelijk 15 planten.
5.Uitspraak van de Afdeling van 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2922