3.1.De burgemeester heeft op 17 maart 2026 het voornemen tot woningsluiting voor de duur van drie maanden toegezonden en verzoeker in de gelegenheid gesteld een zienswijze in te dienen. Verzoeker heeft van deze gelegenheid gebruik gemaakt. De burgemeester heeft in de zienswijze geen aanleiding gezien om van het voornemen om tot sluiting over te gaan af te zien en het bestreden besluit genomen.
Is er sprake van spoedeisend belang?
4. De door verzoeker gevraagde voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen indien er een spoedeisend belang is, waardoor verzoeker niet kan wachten op een beslissing op bezwaar. De voorzieningenrechter dient dus eerst te beoordelen of sprake is van een spoedeisend belang, voordat de zaak inhoudelijk kan worden beoordeeld. Gelet op het feit dat verzoeker de bewoner is van de woning en in het geval van sluiting daarvan, de woning zal moeten verlaten, is de voorzieningenrechter van oordeel dat voldoende is gebleken van een spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening. De zaak zal dan ook inhoudelijk worden beoordeeld.
Wat is het standpunt van verzoeker?
5. De voorzieningenrechter zal in het onderstaande per grond uitwerken wat verzoeker heeft aangevoerd en daarop ingaan.
Wat is het toetsingskader?
6. Op grond van artikel 13, eerste lid, van de Opiumwet, is de burgemeester bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien een woning of lokaal of een daarbij behorend erf:
a. een middel als bedoeld in lijst I of II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, of een substantie die deel uitmaakt van een stofgroep als bedoeld in lijst IA of een preparaat
daarvan, met uitzondering van de middelen bedoeld in artikel 2a, tweede lid, wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is;
b. een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3°, of artikel 11a voorhanden is.
7. De burgmeester heeft beleidsregels “Beleidsregel van de burgemeester van de gemeente Maasgouw houdende regels omtrent bestuurlijke handhaving Opiumwet (Damoclesbeleid Maasgouw 2020)” vastgesteld voor de toepassing van de bevoegdheid.
8. Als de burgemeester gebruik wil maken van zijn bevoegdheid om een woning op grond van artikel 13b, van de Opiumwet te sluiten, geldt daarvoor het beoordelings- en toetsingskader van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling). Dit kader is beschreven in de uitspraken van 6 juli 2022en van 16 juli 2025. Hierbij moet beoordeeld worden of de sluiting van de woning in het concrete geval geschikt, noodzakelijk en evenwichtig is.
Is de burgemeester bevoegd om tot sluiting van de woning over te gaan?
9. Verzoeker betwist niet dat de burgemeester bevoegd was om tot sluiting van de woning over te gaan. Dit is dan ook niet in geschil en de voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester gelet op de hoeveelheid aangetroffen hennepplanten, bevoegd is om de woning te sluiten.
Is de sluiting van de woning een geschikt middel?
10. Verzoeker betwist wel dat de sluiting een geschikt middel is. Hij verwijst naar de (overzichts)uitspraak van 16 juli 2025 de Afdeling.Volgens deze uitspraak kan het tijdsverloop tussen enerzijds het constateren van de overtreding en anderzijds het tijdstip waarop de burgemeester ingevolge zijn besluitvorming tot sluiting overgaat, ertoe leiden dat sluiting redelijkerwijs niet meer zal bijdragen aan het bereiken van de doelen die met een dergelijke sluiting worden gediend. In dit geval is de hennepkwekerij op 19 februari 2026 aangetroffen en stond de sluiting gepland voor 16 april 2026. Er is sprake van een tijdsverloop van twee maanden. Verzoeker stelt dat dit een dusdanig tijdsverloop is dat inmiddels kan worden gesproken van een situatie waarbij de sluiting ongeschikt is. Van belang in dit verband is dat er geen rechtvaardiging aanwezig is voor het tijdsverloop. De zienswijze was op 26 maart 2026 ingediend en daarna duurde het nog ruim twee weken tot het besluit werd ontvangen. Van belang is volgens verzoeker ook dat de onrechtmatige situatie is hersteld en de doelen van beëindiging van de overtreding en de negatieve effecten daarvan en het voorkomen van herhaling niet meer aan de orde zijn. De hennepkwekerij is immers verwijderd en daarnaast is van belang dat geen sprake is geweest van handel en nergens uit blijkt dat sprake was van drugsoverlast. Ook heeft er geen oogst plaatsgevonden.
11. De voorzieningenrechter overweegt als volgt.