Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2026:4718

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
12 mei 2026
Zaaknummer
ROE 26/844
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13b OpiumwetArt. 13 Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens hennepkwekerij

De burgemeester van Maasgouw besloot de woning van verzoeker voor drie maanden te sluiten na de vondst van een in werking zijnde hennepkwekerij met 314 planten. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om de sluiting te voorkomen.

De voorzieningenrechter oordeelde dat er sprake was van een spoedeisend belang en beoordeelde de geschiktheid, noodzaak en evenwichtigheid van de maatregel. Ondanks het tijdsverloop van twee maanden tussen constatering en sluiting, achtte de rechter de sluiting nog steeds geschikt en noodzakelijk vanwege de omvang van de kwekerij, de diefstal van stroom en mogelijke brandgevaarlijke situatie.

Verzoeker voerde aan dat de overtreding was hersteld, er geen handel of overlast was en dat de sluiting onevenredig zou zijn vanwege zijn persoonlijke omstandigheden, waaronder een cocaïneverslaving. De voorzieningenrechter vond dat verzoeker wel een verwijt treft en dat de belangen van de burgemeester zwaarder wegen. De voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wegens hennepkwekerij wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Bestuursrecht
zaaknummer: ROE 26/844

uitspraak van de voorzieningenrechter van 13 mei 2026 in de zaak tussen

[naam] , uit Maasbracht, verzoeker

(gemachtigde: mr. R. Engwegen),
en

de burgemeester van de gemeente Maasgouw, de burgemeester

(gemachtigde: mr. W.M.N. Adam).

Samenvatting

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over het besluit van de burgemeester om de woning van verzoeker voor de duur van drie maanden te sluiten. Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of zij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen. Deze vraag beantwoordt zij aan de hand van de gronden van verzoeker.
1.1.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Procesverloop

2. Met het bestreden besluit van 8 april 2026 heeft de burgemeester besloten om de woning van verzoeker en het daarbij behorende perceel te sluiten voor de duur van drie maanden vanaf 16 april 2026. Verzoeker heeft hiertegen op 8 april 2026 bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2.1.
De burgmeester heeft de rechtbank laten weten dat met sluiting van de woning wordt gewacht totdat de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan. De burgemeester heeft verder op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 4 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de burgemeester.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Waar gaat deze zaak over?
3. Verzoeker is de eigenaar en bewoner van de woning. De burgemeester heeft op 5 maart 2026 een bestuurlijke rapportage van de politie ontvangen. Uit de bestuurlijke rapportage volgt dat op 19 februari 2026 in de woning van verzoeker een in werking zijnde hennepkwekerij is aangetroffen. De reden van het onderzoek in de woning waren twee Meld Misdaad Anoniem (MMA) meldingen bij de politie over een hennepgeur rondom de woning. Bovendien zou er altijd licht branden op de zolder van de woning. Naar aanleiding van de MMA-meldingen werd een netmeting aangevraagd bij Enexis en de uitslag van deze meting was positief voor de aanwezigheid van een hennepkwekerij. Door de politie werd daarom een onderzoek ingesteld bij de woning. Verzoeker was thuis en gaf aan dat er mogelijk iets op de zolder was, maar dat hij daar zelf nooit kwam. Het luik naar de zolder was dichtgeschroefd. Nadat het luik door de politie was geopend werd er een in werking zijnde hennepplantage aangetroffen met 314 planten. Ook werden de volgende goederen aangetroffen:
  • 23 lampen;
  • 23 transformatoren;
  • 2 koolstoffilters;
  • 1 slakkenhuis;
  • 8 ventilatoren;
  • 1 Opticlimate Luchtbevochtiger;
  • Verwarming; en
  • 9 flessen groeimiddelen/bestrijdingsmiddelen.
Ook bleek sprake te zijn van diefstal van stroom door middel van het aanleggen van een illegale aansluiting. Enexis heeft hiervan aangifte gedaan.
3.1.
De burgemeester heeft op 17 maart 2026 het voornemen tot woningsluiting voor de duur van drie maanden toegezonden en verzoeker in de gelegenheid gesteld een zienswijze in te dienen. Verzoeker heeft van deze gelegenheid gebruik gemaakt. De burgemeester heeft in de zienswijze geen aanleiding gezien om van het voornemen om tot sluiting over te gaan af te zien en het bestreden besluit genomen.
Is er sprake van spoedeisend belang?
4. De door verzoeker gevraagde voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen indien er een spoedeisend belang is, waardoor verzoeker niet kan wachten op een beslissing op bezwaar. De voorzieningenrechter dient dus eerst te beoordelen of sprake is van een spoedeisend belang, voordat de zaak inhoudelijk kan worden beoordeeld. Gelet op het feit dat verzoeker de bewoner is van de woning en in het geval van sluiting daarvan, de woning zal moeten verlaten, is de voorzieningenrechter van oordeel dat voldoende is gebleken van een spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening. De zaak zal dan ook inhoudelijk worden beoordeeld.
Wat is het standpunt van verzoeker?
5. De voorzieningenrechter zal in het onderstaande per grond uitwerken wat verzoeker heeft aangevoerd en daarop ingaan.
Wat is het toetsingskader?
6. Op grond van artikel 13, eerste lid, van de Opiumwet, is de burgemeester bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien een woning of lokaal of een daarbij behorend erf:
a. een middel als bedoeld in lijst I of II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, of een substantie die deel uitmaakt van een stofgroep als bedoeld in lijst IA of een preparaat
daarvan, met uitzondering van de middelen bedoeld in artikel 2a, tweede lid, wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is;
b. een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3°, of artikel 11a voorhanden is.
7. De burgmeester heeft beleidsregels “Beleidsregel van de burgemeester van de gemeente Maasgouw houdende regels omtrent bestuurlijke handhaving Opiumwet (Damoclesbeleid Maasgouw 2020)” vastgesteld voor de toepassing van de bevoegdheid.
8. Als de burgemeester gebruik wil maken van zijn bevoegdheid om een woning op grond van artikel 13b, van de Opiumwet te sluiten, geldt daarvoor het beoordelings- en toetsingskader van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling). Dit kader is beschreven in de uitspraken van 6 juli 2022 [1] en van 16 juli 2025 [2] . Hierbij moet beoordeeld worden of de sluiting van de woning in het concrete geval geschikt, noodzakelijk en evenwichtig is.
Is de burgemeester bevoegd om tot sluiting van de woning over te gaan?
9. Verzoeker betwist niet dat de burgemeester bevoegd was om tot sluiting van de woning over te gaan. Dit is dan ook niet in geschil en de voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester gelet op de hoeveelheid aangetroffen hennepplanten, bevoegd is om de woning te sluiten.
Is de sluiting van de woning een geschikt middel?
10. Verzoeker betwist wel dat de sluiting een geschikt middel is. Hij verwijst naar de (overzichts)uitspraak van 16 juli 2025 de Afdeling. [3] Volgens deze uitspraak kan het tijdsverloop tussen enerzijds het constateren van de overtreding en anderzijds het tijdstip waarop de burgemeester ingevolge zijn besluitvorming tot sluiting overgaat, ertoe leiden dat sluiting redelijkerwijs niet meer zal bijdragen aan het bereiken van de doelen die met een dergelijke sluiting worden gediend. In dit geval is de hennepkwekerij op 19 februari 2026 aangetroffen en stond de sluiting gepland voor 16 april 2026. Er is sprake van een tijdsverloop van twee maanden. Verzoeker stelt dat dit een dusdanig tijdsverloop is dat inmiddels kan worden gesproken van een situatie waarbij de sluiting ongeschikt is. Van belang in dit verband is dat er geen rechtvaardiging aanwezig is voor het tijdsverloop. De zienswijze was op 26 maart 2026 ingediend en daarna duurde het nog ruim twee weken tot het besluit werd ontvangen. Van belang is volgens verzoeker ook dat de onrechtmatige situatie is hersteld en de doelen van beëindiging van de overtreding en de negatieve effecten daarvan en het voorkomen van herhaling niet meer aan de orde zijn. De hennepkwekerij is immers verwijderd en daarnaast is van belang dat geen sprake is geweest van handel en nergens uit blijkt dat sprake was van drugsoverlast. Ook heeft er geen oogst plaatsgevonden.
11. De voorzieningenrechter overweegt als volgt.
11.1.
De last onder bestuursdwang om een woning, waarin drugs worden gevonden, tijdelijk te sluiten is een herstelsanctie om een geconstateerde overtreding van de Opiumwet en de negatieve gevolgen daarvan te beëindigen en om verdere overtreding te voorkomen. Tijdsverloop tussen enerzijds het constateren van de overtreding en anderzijds het tijdstip waarop de burgemeester ingevolge de besluitvorming tot sluiting overgaat, kan ertoe leiden dat het sluiten van de woning niet meer zal bijdragen aan het bereiken van de doelen, die met de sluiting worden gediend. Door tijdsverloop kan namelijk de situatie ontstaan dat de onrechtmatige situatie al is hersteld en de negatieve gevolgen al ongedaan zijn gemaakt. De burgemeester zal altijd in zijn besluitvorming moeten beoordelen of sluiting op het beoogde tijdstip, gelet op het tijdsverloop in samenhang bezien met de overige omstandigheden van het geval, een geschikt middel is en zo ja, of sluiting noodzakelijk is. Als de situatie is hersteld en de burgemeester daardoor zijn beoogde doelen niet meer kan bereiken, is sluiting niet langer geschikt. [4]
11.2.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de overtreding op 19 februari 2026 is geconstateerd en dat de sluiting van de woning bepaald was op 16 april 2026, maar dat gewacht wordt tot de uitspraak van de voorzieningenrechter. Op dit moment is de woning nog niet gesloten. Sinds de constatering van de overtreding (en het ontruimen van de hennepkwekerij) zijn dus nog geen drie maanden verstreken. De voorzieningenrechter is, met de burgemeester, van oordeel dat dit tijdsverloop niet zodanig groot is dat een sluiting redelijkerwijs niet meer zal bijdragen aan de te bereiken doelen. Het middel van sluiting is in het algemeen ook geschikt om een woning aan het drugscircuit te onttrekken. In deze zaak ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om daar anders over te oordelen, gelet op de ernst van de overtreding en de aangetroffen hoeveelheid hennepplanten.
Is de sluiting van de woning noodzakelijk?
12. Verzoeker betwist ook dat sprake is van een noodzaak tot sluiting van de woning. Verzoeker verwijst in dit kader naar de uitspraak van de Afdeling van 2 februari 2022. [5] Uit deze uitspraak volgt dat bij de beoordeling van de noodzaak de vraag aan de orde is of de burgemeester met een minder ingrijpend middel had kunnen volstaan, omdat het beoogde doel ook daarmee had kunnen worden bereikt. Verzoeker stelt in de zienswijze aangegeven te hebben waarom er geen noodzaak is tot sluiting. Dit wordt in het besluit gepareerd onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 16 juli 2025. [6] Indien naar de omstandigheden waarmee rekening moet worden gehouden volgens die uitspraak wordt gekeken, acht verzoeker in dit geval geen noodzaak aanwezig. In de woning is weliswaar een hennepkwekerij aangetroffen, maar in het besluit zijn in het geheel geen feiten en omstandigheden gesteld welke maken dat de overtreding in dit geval dusdanig ernstig is dat sluiting noodzakelijk is. Daarbij is in de eerste plaats van belang dat geen sprake is geweest van feitelijke handel vanuit de woning. Zo zijn er geen meldingen gedaan welke betrekking hebben op handel. De MMA-meldingen gingen over hennepgeur. Uit het besluit volgt ook dat er geen overlastmeldingen zijn gedaan die duiden op handel. Uit het besluit blijkt ook geenszins dat sprake is geweest van meldingen van buurtbewoners die spreken over drugsoverlast. Evenmin zijn attributen aangetroffen welke duiden op daadwerkelijke handel. De kwekerij bevond zich in een afgesloten ruimte. Er zijn geen gripzakjes, wapens of grote hoeveelheden contant geld aangetroffen. Ook blijkt nergens uit dat de woning bekend stond als drugspand. De burgemeester stelt dat het feit dat sprake is van een hennepkwekerij per definitie overlast met zich meebrengt, maar nergens blijkt uit dat daadwerkelijk sprake was van handel en dat de woning bekend zou hebben gestaan als drugspand. Ook is het niet zo dat in het verleden al sprake is geweest van drugsovertredingen, er is dus geen recidive. Dit vormt een contra-indicatie om de noodzaak van sluiting aan te nemen. Daarnaast is van belang dat nergens uit blijkt dat in of rondom de woning al vaker sprake is geweest van druggerelateerde criminaliteit. Verzoeker stelt tot slot dat er geen concrete feiten en omstandigheden aanwezig zijn welke erop duiden dat de woning een rol vervult binnen de keten van drugshandel. Het enkele feit dat er een hennepkwekerij is aangetroffen is daarvoor onvoldoende. Bovendien is dit enkele feit onvoldoende om de noodzaak van sluiting aan te nemen. Nergens blijkt bijvoorbeeld uit dat de kwekerij al langere tijd in gebruik was en sprake zou zijn geweest van meerdere oogsten.
13. De voorzieningenrechter overweegt als volgt.
13.1.
Als de sluiting geschikt is dan is moet er ook een noodzaak bestaan om een pand te sluiten. Daarbij is van belang of de burgemeester met een minder ingrijpend middel dan een sluiting had kunnen en moeten volstaan, omdat het beoogde doel ook daarmee had kunnen worden bereikt. Toepassing van artikel 13b van de Opiumwet is een herstelsanctie en strekt tot beëindiging van de overtreding van de Opiumwet, het beëindigen van de negatieve effecten van de overtreding en het voorkomen van herhaling van de overtreding. Herstel van de openbare orde is dus niet op zichzelf het doel van deze toepassing. Dit neemt niet weg dat een overtreding van de Opiumwet, ook wanneer deze plaatsvindt in of vanuit een woning, gevolgen heeft voor het woon- en leefklimaat in de omgeving en in meer of mindere mate gepaard gaat met verstoring van de openbare orde. Het ligt voor de hand dat de burgemeester die effecten op de omgeving betrekt in zijn beoordeling of het noodzakelijk is om over te gaan tot sluiting van een woning. Deze beoordeling moet plaatsvinden aan de hand van de concrete omstandigheden van het geval. [7]
13.2.
De voorzieningenrechter vindt dat de burgemeester de noodzaak tot sluiting heeft kunnen aannemen. De voorzieningenrechter acht daarbij het volgende van belang. In de woning van verzoeker zijn 314 hennepplanten aangetroffen, dit is aanzienlijk meer dan de gedoogde hoeveelheid van 5 hennepplanten. Aangenomen kan dus worden dat de woning van verzoeker een rol vervult binnen de keten van drugshandel, ook al is niet gebleken van een loop naar de woning, van feitelijke handel of overlastmeldingen die zien op handel. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling [8] volgt namelijk dat als uitgangspunt geldt dat als in een pand een handelshoeveelheid drugs (van meer dan vijf hennepplanten) wordt aangetroffen, aangenomen mag worden dat dat pand een rol vervult binnen de keten van drugshandel. Woningsluiting is dan in beginsel een geschikt en noodzakelijk middel om de woning aan het drugscircuit te onttrekken. Dat geldt te meer als sprake is van een ernstig geval, zoals in deze zaak aan de orde. Het gaat immers om een ruim meer dan de toegestane hoeveelheid hennepplanten, en een kwekerij die op een onveilige wijze is opgezet (onder meer) door diefstal van stroom, waarbij mogelijk sprake is van brandgevaar. Bovendien is melding gemaakt van geuroverlast en heeft de politie in de woning diverse attributen aangetroffen die duiden op beroeps- en bedrijfsmatige hennepteelt. De burgemeester heeft verder gehandeld in overeenstemming met het Damoclesbeleid, waarin is toegelicht waarom niet wordt volstaan met een minder ingrijpend middel in dit soort gevallen, de burgemeester heeft ter zitting ook voldoende toegelicht waarom in dit geval specifiek niet is volstaan met een minder ingrijpend middel.
Is de sluiting van de woning evenwichtig?
14. Verzoeker stelt dat de nadelige gevolgen van de woningsluiting onevenredig zijn in verhouding tot de met de sluiting te dienen doelen. Hierom had de burgemeester (ook) met een minder vergaande maatregel dienen te volstaan. Hierbij is volgens verzoeker allereerst van belang dat de mate van verwijtbaarheid zeer gering is. De hennepkwekerij bevond zich namelijk in een voor verzoeker ontoegankelijke ruimte en nergens blijkt uit dat verzoeker zelf de nodige bemoeienissen heeft gehad bij de hennepkwekerij. Het verwijt dat verzoeker kan worden gemaakt dient daarom te worden beperkt tot het ter beschikking stellen van de ruimte waarin de kwekerij zich bevond. Verder is van belang dat verzoeker geen andere woonruimte tot zijn beschikking heeft en daarom gebonden is aan de woning. Het doel van de burgemeester, het tegengaan van drugsoverlast en het uit de ‘loop’ halen, is daarentegen reeds bereikt. Verzoeker heeft ter onderbouwing van zijn persoonlijke omstandigheden een brief overgelegd van een kennis van hem die hem ondersteunt. In deze brief staat onder andere dat verzoeker een cocaïneverslaving heeft gehad en daar nu met professionele begeleiding vanaf probeert te komen. De kennis vreest dat sluiting van de woning verzoeker uit balans zal brengen en de positieve ontwikkelingen zal ondermijnen.
15. De voorzieningenrechter overweegt als volgt.
15.1.
Als sluiting van de woning in beginsel noodzakelijk wordt geacht, neemt dat niet weg dat de sluiting ook evenwichtig moet zijn. Daarbij gaat het erom of de maatregel voldoende is afgestemd op de concrete situatie. In dit verband kunnen verschillende omstandigheden van belang zijn, zoals de mate van verwijtbaarheid en de gevolgen van de sluiting.
15.2.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de sluiting van de woning evenwichtig is. Daarbij is allereerst van belang dat de voorzieningenrechter, in tegenstelling tot wat verzoeker heeft aangevoerd, van oordeel is dat verzoeker wel een verwijt kan worden gemaakt. Verzoeker heeft immers zijn woning ter beschikking gesteld. Ondanks dat het luik was afgesloten acht de voorzieningenrechter het niet aannemelijk dat verzoeker er niet van op de hoogte was dat zich op de zolder een hennepkwekerij bevond, althans dat hij zich er niet van bewust was dat zich daar iets afspeelde. Verzoeker woonde in de woning en is als eigenaar en bewoner van de woning bovendien verantwoordelijk voor wat er in zijn woning gebeurt. De voorzieningenrechter kan begrijpen dat de sluiting ingrijpende persoonlijke gevolgen zal hebben voor verzoeker, echter is de voorzieningenrechter van oordeel dat verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij een bijzondere binding met de woning heeft en dat hij niet (tijdelijk) ergens anders terecht kan/woonruimte kan vinden. Verzoeker heeft ter zitting weliswaar verklaard dat hij niet bij familie terecht kan en dat vakantieparken ten tijde van de sluiting vol of (te) duur zijn. Dit heeft hij echter niet onderbouwd. De burgemeester heeft bovendien gewezen op een website waarop huurwoningen in de gemeente Maasgouw te vinden zijn en in het bestreden besluit is verwezen naar een website van de gemeente Maasgouw waarop informatie over maatschappelijke opvang en noodopvangvoorzieningen wordt aangeboden. Niet is gebleken dat verzoeker deze mogelijkheden heeft onderzocht. Ter zitting heeft de voorzieningenrechter verzoeker ook bevraagd over de behandeling voor zijn cocaïneverslaving, gebleken is dat verzoeker naar de huisarts is geweest en dat de huisarts hem heeft doorverwezen naar NA (Narcotics Anonymous). Verzoeker heeft verteld dat hij nog niet naar een bijeenkomst is geweest. De voorzieningenrechter overweegt dat hieruit niet volgt dat verzoeker in behandeling is voor zijn verslaving en dat voor het welslagen van de behandeling van essentieel belang is dat verzoekers woning niet wordt gesloten en dat daarom sprake is van bijzondere binding met de woning. De voorzieningenrechter is – gelet op het voorgaande – vooralsnog van oordeel dat de burgemeester de belangen die hij heeft bij de sluiting van de woning voor de duur van drie maanden, zwaarder heeft mogen laten wegen dan de belangen van verzoeker bij het gebruik van zijn woning.

Conclusie en gevolgen

16. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat de burgemeester de woning van verzoeker in afwachting van de beslissing op het bezwaar niet (meer) open hoeft te houden. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.J.J. Derks-Voncken, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L.G.G.M. van Buggenum, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 13 mei 2026.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: 13 mei 2026.

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

4.Zie de uitspraak van de Afdeling van 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2923.
8.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 3 juni 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1333.