ECLI:NL:RBLIM:2026:4713

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
27 mei 2026
Publicatiedatum
12 mei 2026
Zaaknummer
11586470 \ CV EXPL 25-1241
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Piëtte
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 93 sub a Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vorderingen wegens ontbreken juiste contractspartij en onvoldoende onderbouwing

In deze civiele bodemzaak vordert [V.O.F. 1] betaling van werkzaamheden verricht aan een woning in Frankrijk, terwijl gedaagde partijen als vennoten van een vof zijn gedagvaard. De kantonrechter stelt vast dat de overeenkomst is gesloten met een van de vennoten als privépersoon, waardoor de vorderingen jegens de vof en de andere vennoten niet toewijsbaar zijn.

Daarnaast heeft [V.O.F. 1] onvoldoende inzicht gegeven in de opbouw en onderbouwing van haar vordering, waardoor onduidelijk blijft welke facturen onbetaald zijn en waarop deze betrekking hebben. Ook de reconventionele vordering van de vennoten tegen [V.O.F. 1] wordt afgewezen wegens het ontbreken van een juiste contractspartij en onvoldoende bewijs van niet-gewerkte dagen.

De kantonrechter compenseert de proceskosten, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is gewezen door mr. Piëtte en op 27 mei 2026 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De vorderingen van beide partijen worden afgewezen wegens ontbreken juiste contractspartij en onvoldoende onderbouwing.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 11586470 \ CV EXPL 25-1241
Vonnis van 27 mei 2026
in de zaak van
[V.O.F. 1],
te [plaats 1] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [V.O.F. 1] ,
gemachtigde: [gemachtigde] , Juristu Incasso Juristen BV.,
tegen
1.
V.O.F. [gedaagde sub 1] , m.h.o.d.n [handelsnamen],
te [plaats 2] ,
2.
[gedaagde sub 2] ,vennoot van gedaagde sub 1
,
te [plaats 3] ,
3.
[gedaagde sub 3], vennoot van gedaagde sub 1,
te [plaats 3] ,
gedaagde partijen in conventie,
eisende partijen in reconventie,
hierna samen te noemen: [gedaagde sub 1] , en gedaagden sub 2 en 3 afzonderlijk [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] ,
gemachtigde: mr. JC.M. Maas, DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie
- de conclusie van repliek tevens houdende antwoord in reconventie
- de conclusie van dupliek in conventie tevens houdende repliek in reconventie
- de akte uitlating van [V.O.F. 1]
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- de door [gedaagde sub 1] overgelegde producties 2 tot en met 5
- de mondelinge behandeling van 11 maart 2026.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[gedaagde sub 2] heeft op facebook een oproep geplaatst waarbij hij vakmensen zocht voor het opknappen en verbouwen van een woning in Frankrijk.
2.2.
[V.O.F. 1] heeft op de oproep gereageerd en heeft op 24 augustus 2021 aan [gedaagde sub 2] een offerte uitgebracht. In deze offerte was opgenomen dat [V.O.F. 1] op basis van een bedrag van € 3.000,00 exclusief btw + reiskosten en materiaalkosten per week de werkzaamheden wilde uitvoeren.
2.3.
De offerte is via het e-mailadres van de vof geaccepteerd. Er is zowel aan [familie] als aan de vof gefactureerd.
2.4.
[V.O.F. 1] heeft in de periode van 27 september 2021 tot en met 28 mei 2022 werkzaamheden verricht in Frankrijk.

3.Het geschil

in conventie
3.1.
[V.O.F. 1] vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde sub 1] tot betaling van € 23.850,17, vermeerderd met de wettelijke handelsrente tot de vordering een bedrag van € 25.000,00 heeft bereikt, en proceskosten.
3.2.
[gedaagde sub 1] voert verweer. [gedaagde sub 1] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [V.O.F. 1] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [V.O.F. 1] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [gedaagde sub 1] . in de kosten van deze procedure.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in reconventie
3.4.
[gedaagde sub 1] vordert - samengevat - veroordeling van [V.O.F. 1] tot betaling van € 25.500,00, vermeerderd met rente en kosten.
3.5.
[V.O.F. 1] voert verweer. [V.O.F. 1] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [gedaagde sub 1] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [gedaagde sub 1] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [gedaagde sub 1] in de kosten van deze procedure.
3.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

in conventie
4.1.
Op 11 maart 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Op die mondelinge behandeling heeft [V.O.F. 1] de vordering tegen gedaagde sub 1 ingetrokken. De vordering tegen [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] is gehandhaafd.
4.2.
[gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] zijn gedagvaard als vennoot van gedaagde sub 1. Dit houdt in dat beoordeeld moet worden of de vordering van [V.O.F. 1] toegewezen kan worden jegens [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] in de hoedanigheid waarin zij gedagvaard zijn. De kantonrechter is van oordeel dat dit niet het geval is en dat de vordering moet worden afgewezen. Hiervoor is het volgende van belang.
4.3.
De aanvraag voor de werkzaamheden aan de woning in Frankrijk is door [gedaagde sub 2] als privé persoon gedaan. De offerte is ook gericht aan [gedaagde sub 2] . [gedaagde sub 2] is daarmee als privé persoon de contractspartij van [V.O.F. 1] Dat die offerte is geaccepteerd via het e-mailadres van vof [gedaagde sub 1] maakt dit niet anders. Dit is hooguit onhandig, maar dit maakt niet dat de vof de contractspartij wordt. Evenmin is van belang dat er contacten zijn onderhouden met [gedaagde sub 3] . Het enige dat van belang is dat de overeenkomst is gesloten tussen [V.O.F. 1] en [gedaagde sub 2] als privé persoon.
4.4.
Zoals hiervoor al is aangegeven is [gedaagde sub 2] niet als privé persoon in rechte aangesproken. Dit houdt in dat de vordering op [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] als vennoten strandt.
4.5.
Ook geldt nog dat [V.O.F. 1] niet inzichtelijk heeft gemaakt hoe haar vordering tot stand is gekomen en is opgebouwd. De op de mondelinge behandeling gegeven toelichting heeft daarin geen verbetering gebracht. Welke facturen zijn in rekening gebracht en niet betaald, waarop hebben die facturen dan betrekking en zijn de facturen terecht opgemaakt? Er zijn zoveel onduidelijkheden dat de vordering ook bij gebrek aan een deugdelijke onderbouwing afgewezen zou worden in het geval dat al wel de juiste partij was gedagvaard.
In reconventie
4.6.
Op grond van het bepaalde in artikel 93 sub a Rv Pro behandelt de kantonrechter zaken betreffende vorderingen met een beloop van ten hoogste € 25.000,00, de tot aan de dag van dagvaarding verschenen rente daaronder begrepen, tenzij de rechtstitel dat bedrag te boven gaat en die rechtstitel wordt betwist. Er wordt betaling gevorderd van een bedrag van € 25.500,00. De kantonrechter is daarom in beginsel niet bevoegd om over de vordering te beslissen. Omdat de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie zich tegen afzonderlijke behandeling verzet, zal de kantonrechter daarom ook over deze vordering in reconventie oordelen.
4.7.
Ook hier geldt dat een deugdelijke onderbouwing van de vordering ontbreekt. Er wordt weliswaar gesteld dat er op een aantal dagen niet is gewerkt, maar dit is niet aangetoond. [V.O.F. 1] heeft dit bovendien betwist. Maar ook hier geldt dat de reconventionele vordering is ingediend door [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] in hun hoedanigheid van vennoten. Zoals ten aanzien van de vordering in conventie al is geoordeeld, is [gedaagde sub 2] als privé persoon de contractspartij van [V.O.F. 1] Het is dus alleen [gedaagde sub 2] die in die hoedanigheid een vordering tegen [V.O.F. 1] kan instellen.
4.8.
De conclusie luidt daarom dat ook de vordering in reconventie wordt afgewezen.
In conventie en in reconventie
4.9.
Omdat beide partijen over en weer (on)gelijk krijgen, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5.De beslissing

De kantonrechter
in conventie en in reconventie
5.1.
wijst de vorderingen af,
5.2.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. Piëtte en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2026.