Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid[eiseres] B.V.,
2.[eiser] ,
1.Het verloop van de procedure
- de mondelinge behandeling van 7 mei 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Rechtbank Limburg
Eisers en gedaagde sloten op 28 februari 2024 een vaststellingsovereenkomst. Na uitblijven van nakoming vorderden eisers in kort geding inzicht in de vermogenspositie van gedaagde. Bij vonnis van 26 januari 2026 werd gedaagde veroordeeld tot het verstrekken van gedetailleerde informatie en bij niet-nakoming tot betaling van dwangsommen.
Gedaagde voldeed slechts ten dele aan deze veroordeling, onder meer door het niet verstrekken van informatie over een ING-bankrekening en fiscale gegevens. Eisers vorderden daarop de uitvoerbaarverklaring van het vonnis bij lijfsdwang, met een maximale duur van één jaar per overtreding, en vergoeding van gemaakte kosten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat gedaagde onwillig was om de gevraagde informatie te verstrekken en dat dwangsommen onvoldoende afschrikwekkend waren. Daarom werd het vonnis uitvoerbaar bij lijfsdwang verklaard, met een termijn van twee weken om alsnog te voldoen. Tevens werd gedaagde veroordeeld tot betaling van € 3.430,35 aan proceskosten, te vermeerderen met nakosten en wettelijke rente.
Uitkomst: Het vonnis van 26 januari 2026 wordt uitvoerbaar verklaard bij lijfsdwang en gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.