ECLI:NL:RBLIM:2026:460

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
21 januari 2026
Publicatiedatum
16 januari 2026
Zaaknummer
C/03/346514 / HA ZA 25-450
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Etman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 71 lid 2 RvArt. 8 lid 4 WGBZ
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwijzing arbeidsgeschil naar kantonrechter wegens arbeidsovereenkomst

In deze civiele bodemzaak bij de Rechtbank Limburg vordert eiser een geschil dat betrekking heeft op een tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst. De rechtbank heeft partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de bevoegdheid van de kamer voor andere zaken dan kantonzaken. Beide partijen hebben zich op het oordeel van de rechtbank beroepen.

De rechtbank oordeelt dat de zaak onder de bevoegdheid van de kantonrechter valt en verwijst de zaak ambtshalve naar de kantonrechter van dezelfde rechtbank. Tevens constateert de rechtbank dat de ontbrekende producties inmiddels zijn ontvangen.

Partijen worden erop gewezen dat zij niet hoeven te verschijnen bij de eerstvolgende rolzitting bij de kantonrechter, dat zij zich in de vervolgprocedure ook persoonlijk of bij gemachtigde kunnen laten vertegenwoordigen en dat het reeds betaalde griffierecht zal worden verlaagd en eventueel teveel betaalde griffierecht wordt teruggestort.

Uitkomst: De rechtbank verwijst de zaak ambtshalve naar de kantonrechter wegens bevoegdheidsgebrek.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: C/03/346514 / HA ZA 25-450
Vonnis van 21 januari 2026 (bij vervroeging)
in de zaak van
[eiser] B.V.,
te [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. S.M.M. Hamers,
tegen
[gedaagde],
te [plaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. R.P.H. Sangers.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de rolbeslissing van 24 december 2025,
- de akte uitlating van [eiser] ,
- de akte uitlating van [gedaagde] .
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Bij rolbeslissing van 24 december 2025 heeft de rechtbank partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de vraag of de kamer voor andere zaken dan kantonzaken bevoegd is om van het geschil kennis te nemen. Verder is [gedaagde] in de gelegenheid gesteld om de ontbrekende producties 2 en 3 bij conclusie van antwoord in het geding te brengen.
2.2.
Beide partijen refereren zich aan het oordeel van de rechtbank.
2.3.
De rechtbank blijft bij haar oordeel dat de zaak moet worden verwezen naar de kantonrechter van deze rechtbank. Omdat [eiser] haar vordering niet heeft ingediend bij de kantonrechter, zal de rechtbank de zaak op de voet van artikel 71 lid 2 Rv Pro ambtshalve naar de kantonrechter verwijzen.
2.4.
Tot slot stelt de rechtbank vast dat de ontbrekende producties 2 en 3 bij indiening van de originele conclusie van antwoord zijn ontvangen.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rolzitting van de kantonrechter van deze rechtbank, locatie Maastricht, op
woensdag 28 januari 2026voor beraad zaaksrechter,
3.2.
wijst partijen erop dat zij op de hiervoor vermelde rolzitting niet hoeven te verschijnen, omdat de kantonrechter eerst zal beslissen op welke wijze de procedure zal worden voortgezet, waarna de griffier partijen over deze beslissing zal informeren,
3.3.
wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure niet meer vertegenwoordigd hoeven te worden door een advocaat, maar ook persoonlijk of bij gemachtigde kunnen verschijnen,
3.4.
wijst partijen erop dat het in deze procedure geheven griffierecht ingevolge artikel 8 lid 4 WGBZ Pro zal worden verlaagd en dat het eventueel teveel betaalde griffierecht door de griffier zal worden teruggestort.
Dit vonnis is gewezen door mr. Etman en in het openbaar uitgesproken op
21 januari 2026.