Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.De procedure
2.De beoordeling
3.De beslissing
woensdag 28 januari 2026voor beraad zaaksrechter,
21 januari 2026.
Rechtbank Limburg
In deze civiele bodemzaak bij de Rechtbank Limburg vordert eiser een geschil dat betrekking heeft op een tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst. De rechtbank heeft partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de bevoegdheid van de kamer voor andere zaken dan kantonzaken. Beide partijen hebben zich op het oordeel van de rechtbank beroepen.
De rechtbank oordeelt dat de zaak onder de bevoegdheid van de kantonrechter valt en verwijst de zaak ambtshalve naar de kantonrechter van dezelfde rechtbank. Tevens constateert de rechtbank dat de ontbrekende producties inmiddels zijn ontvangen.
Partijen worden erop gewezen dat zij niet hoeven te verschijnen bij de eerstvolgende rolzitting bij de kantonrechter, dat zij zich in de vervolgprocedure ook persoonlijk of bij gemachtigde kunnen laten vertegenwoordigen en dat het reeds betaalde griffierecht zal worden verlaagd en eventueel teveel betaalde griffierecht wordt teruggestort.
Uitkomst: De rechtbank verwijst de zaak ambtshalve naar de kantonrechter wegens bevoegdheidsgebrek.