Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2026:4499

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
4 mei 2026
Publicatiedatum
7 mei 2026
Zaaknummer
ROE 26/947
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 174a GemeentewetArt. 8:87 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen woningsluiting wegens explosie en verstoring openbare orde

De burgemeester van Heerlen sloot op 17 april 2026 de woning van verzoeker voor één maand vanwege een explosie en brand die de openbare orde ernstig verstoorden, gebaseerd op artikel 174a van de Gemeentewet. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester bevoegd was en de sluiting aanvankelijk geschikt en noodzakelijk was vanwege de ernst van het incident en de vrees voor herhaling. De woning werd gesloten om de veiligheid van verzoeker, diens familie en de buurt te waarborgen.

Echter, de burgemeester kon niet voldoende onderbouwen dat de sluiting op het moment van de zitting nog noodzakelijk en evenwichtig was, mede omdat het doelwit van de explosie niet meer in de woning verbleef en het onderzoek nog liep zonder concrete feiten die de dreiging bevestigden.

Daarom werd het besluit geschorst met ingang van 5 mei 2026, 16.00 uur, tot zes weken na de bekendmaking van het besluit op bezwaar. Tevens werd de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van verzoeker.

De uitspraak is definitief en er staat geen hoger beroep open.

Uitkomst: De rechtbank schorst de woningsluiting wegens onvoldoende onderbouwing van de noodzaak en evenwichtigheid van de maatregel.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Roermond
Bestuursrecht
zaaknummer: ROE 26/947
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 4 mei 2026 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[naam] , uit Heerlen, verzoeker

(gemachtigde: mr. F.E.L. Teerling),
en

de Burgemeester van de gemeente Heerlen, de burgemeester

(gemachtigde: mr. K. Ubags).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker, hangende de bezwaarprocedure, tegen het besluit van de burgemeester van 17 april 2026 (het bestreden besluit) om de woning van verzoeker op grond van artikel 174a van de Gemeentewet met onmiddellijke ingang en voor de duur van één maand te sluiten vanwege een explosie bij de woning van verzoeker.
1.1.
Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Tevens heeft hij de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 4 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de burgemeester.
1.3.
Nadat partijen in de gelegenheid zijn gesteld hun standpunten nader toe te lichten, heeft de voorzieningenrechter het onderzoek ter zitting gesloten voor raadkameroverleg. De voorzieningenrechter heeft vervolgens het tijdstip voor het doen van mondelinge uitspraak bepaald op 15:15 uur. De voorzieningenrechter heeft op dat tijdstip mondeling uitspraak gedaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe en schorst het besluit van de burgemeester van 17 april 2026 met ingang van 5 mei 2026, 16.00 uur tot en met zes weken na de bekendmaking van het besluit op bezwaar;
- bepaalt dat de burgmeester het griffierecht vergoedt dat verzoeker voor de behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening heeft moeten betalen, te weten € 200,- ; en
- veroordeelt de burgemeester tot betaling van de proceskosten van verzoeker ter hoogte van € 2.802,-.

Motivering van de beslissing

2. De voorzieningenrechter geeft voor deze beslissing de volgende motivering. Voor een goed begrip van deze uitspraak is de uitspraak, zoals in de mondelinge uitspraak al aangekondigd, hieronder iets uitgebreider gemotiveerd. De aanleiding voor de sluiting is beschreven en er wordt verwezen naar het relevante wetsartikel.
3. De voorzieningenrechter beoordeelt of het nodig is om het besluit van burgemeester te schorsen in afwachting van de beslissing op het bezwaar. De voorzieningenrechter geeft een voorlopige beoordeling van de rechtmatigheid van het besluit en daarmee van de kans van slagen van het bezwaarschrift. Daarnaast weegt zij de belangen van verzoeker en van de burgemeester bij een schorsing van het bestreden besluit. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Wat is de aanleiding voor de sluiting?
4. Verzoeker is de bewoner van de woning samen met zijn minderjarige zoon, zijn partner en haar minderjarige dochter.
4.1.
Op 17 april 2026 heeft de burgemeester per e-mail informatie ontvangen van de politie waaruit een actuele dreiging naar voren kwam. Uit de beschikbare politie informatie blijkt namelijk dat in de nacht van 17 april 2026 de politie, na een melding van verzoeker, naar de woning is gegaan. Door verzoeker en zijn partner werd verklaard dat zich een explosie had voorgedaan, waarna brand was ontstaan aan de voorgevel van de woning. Uit onderzoek van de Forensische Opsporing bleek dat de brand aan de woning is veroorzaakt door het gebruik van een combinatie van vuurwerk en brandstof. In de betreffende e-mail geeft de politie aan dat op grond van de huidige stand van het onderzoek niet kan worden vastgesteld dat het gevaar voor het opnieuw plegen van strafbare feiten in, aan of rondom de genoemde woning is geweken. Ook is er grote kans op herhaling van een nieuw strafbaar feit in aan of rondom de woning aanwezig. De politie geeft de burgemeester in overweging om bestuurlijke maatregelen te treffen.
4.2.
Verzoeker en zijn partner hebben verklaard dat de ex-partner van de partner van verzoeker schulden schijnt te hebben in het criminele circuit. Niet lang geleden is deze ex-partner uit de gevangenis gekomen, waardoor de “schuldeisers” weer naar hem op zoek zouden zijn. De criminelen proberen druk uit te oefenen op de ex-partner door een dreiging te vormen richting zijn dochter (en dus de dochter van de partner van verzoeker). Deze problematiek speelt al langer en in het verleden zijn een aantal beschermingsmaatregelen getroffen ten behoeve van de partner van verzoeker en haar dochter.
4.3.
De burgemeester is op grond van het voorgaande gebleken dat de openbare orde en veiligheid in de omgeving van de woning van verzoeker ernstig is verstoord door ernstig geweld in de onmiddellijke nabijheid van - c.q. gericht tegen de woning in kwestie en dat er een vrees bestaat voor herhaling en dus voor een (verdere) ernstige verstoring van de openbare orde. De burgemeester heeft daarom de woning gesloten voor de duur van één maand. De burgemeester baseert het besluit op artikel 174a, eerste lid, aanhef en onder b, van de Gemeentewet.
Is er sprake van spoedeisend belang?
5. Als gevolg van het bestreden besluit is de woning van verzoeker gesloten voor de duur van één maand. Het betreft hier een zeer ingrijpende maatregel. Gelet op de aard en zwaarte van deze last onder bestuursdwang en het woonrecht van verzoeker, is naar het oordeel van de voorzieningenrechter sprake van voldoende spoedeisend belang bij het verzoek om schorsing van het bestreden besluit.
Is de burgemeester bevoegd?
6. Op grond van artikel 174a, eerste lid, onder b, van de Gemeentewet kan de burgemeester besluiten een woning te sluiten, indien door ernstig geweld, of bedreiging daarmee, in of in de onmiddellijke nabijheid van de woning de openbare orde rond de woning ernstig wordt verstoord of ernstige vrees bestaat voor het ontstaan van een zodanige verstoring van de openbare orde.
7. De voorzieningenrechter kan de burgemeester volgen in zijn standpunt dat de explosie bij de woning van verzoeker, waarna een brand is ontstaan, kan worden aangemerkt als een ernstig incident waardoor de openbare orde ernstig is verstoord. Verzoeker, zijn partner en twee minderjarige kinderen waren aanwezig ten tijde van de explosie en deze heeft in de nachtelijke uren plaatsgevonden in een woonwijk. Het is niet ondenkbaar dat er gewonden hadden kunnen vallen. Verder is de politie naar aanleiding van het incident ter plaatse gekomen en heeft ook gelijk actie ondernomen. Uit de politie informatie blijkt dat er op dat moment sprake was van ernstige vrees voor herhaling. De verklaring van verzoeker en zijn partner levert eveneens een aanwijzing op voor het standpunt van de burgemeester dat er sprake was van een vrees voor herhaling. Hieruit blijkt namelijk dat zij vermoeden dat de daders van de explosie het hadden gemunt op de minderjarige dochter van verzoekers partner, die ook in de woning woont, om druk uit te oefenen op de ex-partner van deze partner. Dat de burgemeester hiertegen wil optreden ten behoeve van het handhaven van de openbare orde is meer dan begrijpelijk. Vanwege dit incident is de burgemeester dan ook in beginsel bevoegd om de woning te sluiten.
Mocht de burgemeester gebruik maken van de bevoegdheid?
8. Naast de vraag of de burgemeester bevoegd is om te sluiten dient ook de vraag te worden beantwoord of de sluiting geschikt en ook noodzakelijk is. De voorzieningenrechter is (vooralsnog) van oordeel dat de burgemeester gebruik mocht maken van zijn bevoegdheid om de woning te sluiten. Hoewel niet in geschil is dat het explosief vermoedelijk was gericht op de minderjarige dochter van de partner van verzoeker, laat dit onverlet dat de sluiting door de burgemeester als een geschikt en noodzakelijk middel kon worden aangemerkt. De burgemeester mocht, gelet op de ernst van het incident, de nog onduidelijke toedracht ten tijde van het bestreden besluit, het lopende onderzoek en de e-mail van de politie, uitgaan van een vrees voor (verdere) ernstige verstoring van de openbare orde. De voorzieningenrechter kan de burgemeester daarbij volgen in zijn standpunt dat minder ingrijpende maatregelen op dat moment onvoldoende garanties voor de veiligheid van verzoeker, diens familie en ook de buurt boden. Daarbij acht de voorzieningenrechter mede van belang dat een sluiting een duidelijk en zichtbaar signaal afgeeft aan de buitenwereld dat de woning niet langer bewoond is. Zonder de sluiting blijft het voor daders onduidelijk of het beoogde doelwit zich nog in de woning bevindt waardoor het risico op herhaling en verdere escalatie toeneemt. Daarom was de sluiting geschikt en ook noodzakelijk ter bescherming van de openbare orde, zeker ook omdat het gaat om een woning in een woonwijk waarbij ook de omwonenden risico lopen. De sluiting was bovendien ten tijde van het nemen van het besluit evenwichtig omdat de burgemeester het belang van bescherming van de openbare orde en het voorkomen van herhaling zwaarder mocht laten wegen dan het belang van verzoeker om in de woning te kunnen blijven, temeer nu naar aanleiding van de sluiting in onderdak is voorzien voor verzoeker (en diens familie) in een safe house.
9. Verzoeker heeft zich op het standpunt gesteld dat er alleen beschermingsmaatregelen zijn getroffen en ook nodig zijn voor zijn partner en haar dochter. Voor hem en zijn minderjarige zoon dreigt geen gevaar. Daarom is verzoeker van mening dat de woning voor hem en zijn zoon gewoon open kan, nu zijn partner en haar dochter veilig zijn ondergebracht in een safe house en er geen dreiging meer is richting onderhavige woning. De voorzieningenrechter begrijpt verzoekers standpunt zo dat hij vindt dat er op dit moment geen vrees meer bestaat voor (verdere) ernstige verstoring van de openbare orde.
10. Op de zitting heeft de gemachtigde van de burgemeester onder verwijzing naar een recent ontvangen bestuurlijke rapportage van de politie aangegeven dat het onderzoek nog loopt en de dreiging niet is weggenomen. De voorzieningenrechter is echter van oordeel dat uit de overgelegde bestuurlijke rapportage en ook uit het verhandelde ter zitting niet of onvoldoende blijkt dat een sluiting nog noodzakelijk en evenwichtig is. Daarbij is van belang dat de dochter van verzoekers partner, die vermoedelijk het doelwit was van de explosie, niet langer in de woning woont en niet terugkeert, en dat er ruim tweeënhalve week sinds het incident is verstreken. De burgemeester heeft niet inzichtelijk gemaakt dat en waarom de verstoring van de openbare orde daarmee nog niet tot een einde is gekomen en heeft de vrees voor (verdere) ernstige verstoring van de openbare orde niet deugdelijk en met feiten onderbouwd. Hoewel de politie aangeeft dat er nog steeds sprake is van een dreiging is onhelder gebleven tot wie die dreiging zich richt, wat de stand van zaken is met betrekking tot het politieonderzoek, welke onderzoekshandelingen nog moeten plaatsvinden en hoeveel tijd dat in beslag zal nemen. Ook heeft de burgemeester niet gemotiveerd waarom er thans niet kan worden volstaan met minder ingrijpende middelen (zoals cameratoezicht) mocht er toch sprake zijn van een dreiging richting verzoeker en diens zoon. Gelet op het strenge karakter van artikel 174a van de Gemeentewet is de voorzieningenrechter dus van oordeel dat de burgemeester onvoldoende heeft onderbouwd dat de sluiting nog steeds noodzakelijk en evenwichtig is op dit moment. Het bestreden besluit is in zoverre onrechtmatig.
11. Gelet hierop ziet de voorzieningenrechter aanleiding een voorlopige voorziening te treffen door de termijn van sluiting van de woning te verkorten tot de dag na de datum van deze uitspraak.

Overige informatie

12. Zou de burgemeester over informatie beschikken die de voorzieningenrechter niet kent en die onderbouwt dat de openbare orde nog is verstoord, dan wel over feiten die aanleiding geven voor de vrees voor (verdere) ernstige verstoring van de openbare orde en van mening zijn dat deze informatie/feiten tot een ander oordeel zouden moeten leiden, dan kan de burgemeester om opheffing van de voorlopige voorziening vragen op grond van artikel 8:87 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
13. Tegen de uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 4 mei 2026 door mr. N.J.J. Derks-Voncken, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L.G.G.M. van Buggenum, griffier.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: 7 mei 2026

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.