Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2026:4410

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
6 mei 2026
Publicatiedatum
6 mei 2026
Zaaknummer
ROE 25/1241
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • A. Hollman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5:1 AwbArt. 1:1 APV Sittard-GeleenArt. 5:6 APV Sittard-GeleenArt. 1:13 Bestemmingsplan Born-Huchten-HoltumArt. 1:32 Bestemmingsplan Born-Huchten-Holtum
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing handhavingsverzoek parkeren camper op eigen terrein volgens APV Sittard-Geleen

Eiser verzocht het college van burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen handhavend op te treden tegen de overbuurvrouw die een camper parkeert op haar eigen terrein, stellende dat dit een overtreding is van artikel 5:6, tweede lid, van de Algemene plaatselijke verordening (APV). Eiser voerde tevens overlast aan door hinderlijke reflecties, belemmerd zicht en verstoring van het gevelaanblik.

Het college wees het verzoek af, stellende dat de camper niet langer dan vijf achtereenvolgende dagen voor de voorgevelrooilijn staat, zoals gedefinieerd in artikel 1:1 onder Pro q van de APV, en dat er daarom geen overtreding is. Eiser betoogde dat de definitie van de voorgevelrooilijn volgens het Bouwbesluit ook de zijgevel omvat, waardoor de camper wel langer dan vijf dagen zou staan.

De rechtbank oordeelde dat de beoordeling moet plaatsvinden aan de hand van de definitie in de APV, die een eigen, duidelijke definitie bevat en niet verwijst naar het Bouwbesluit. De camper stond niet langer dan vijf dagen voor de voorgevelrooilijn aan de voorzijde van de woning. Parkeren aan de zijkant op eigen terrein is onbeperkt toegestaan. De door eiser aangevoerde overlast kan niet leiden tot handhavend optreden en dient civielrechtelijk te worden aangepakt.

Het beroep is daarom ongegrond verklaard, het college heeft terecht het handhavingsverzoek afgewezen en eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het handhavingsverzoek is ongegrond verklaard omdat geen overtreding van de APV is vastgesteld.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond
Bestuursrecht
zaaknummer: ROE 25/1241

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 mei 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sittard-Geleen

(gemachtigde: C. Noblesse).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van eisers verzoek om handhavend op te treden tegen het parkeren van de camper op het adres [adres] te [plaats] . Eiser is het niet eens met de afwijzing van zijn handhavingsverzoek en voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van het handhavingsverzoek.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat geen sprake is van een overtreding. Het college heeft het verzoek om handhaving dan ook terecht afgewezen. Het beroep is ongegrond en eiser krijgt dus geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
1.2.
De wettelijke regels en beleidsregels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.

Procesverloop

2. Het college heeft het verzoek om handhaving van eiser bij besluit van 12 december 2024 afgewezen (het primaire besluit). Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Met het besluit van 16 april 2025 (het bestreden besluit) op het bezwaar van eiser is het college bij het primaire besluit gebleven.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 21 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van het college.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat de zaak over?
3. De bewoonster van [adres] te [woonplaats] heeft een camper die zij regelmatig parkeert op haar eigen terrein (voor en naast haar woning). Eiser stelt dat dit een overtreding oplevert van artikel 5:6, tweede lid, van de Algemene plaatselijke verordening Sittard-Geleen (APV). Eiser is van mening dat het college hiertegen handhavend dient op te treden. Ook voert eiser aan dat hij door de wijze van parkeren overlast ondervindt, omdat het zonlicht via de camper rechtstreeks zijn woning in wordt weerkaatst. Hij stelt verder dat het zicht wordt belemmerd door de camper, waardoor zich verkeersincidenten hebben voorgedaan. Daarnaast ervaart eiser hinder doordat de camper zijn gevelaanblik verstoord.
3.1.
Het college heeft naar aanleiding van het handhavingsverzoek van eiser controles laten uitvoeren. Op basis van die controles [1] stelt het college dat geen sprake is van een overtreding van artikel 5:6, tweede lid, van de APV. Het college is om die reden niet bevoegd om handhavend op te treden.
Moet het college handhavend optreden?
4. Het college is van mening dat artikel 5:6, tweede lid, van de APV niet is overtreden, omdat de camper niet meer dan vijf achtereenvolgende dagen voor de voorgevelrooilijn wordt geparkeerd. Voor de definitie van het begrip voorgevelrooilijn verwijst het college naar artikel 1:1 onder Pro q van de APV, op basis waarvan de voorgevelrooilijn zich uitsluitend aan de voorzijde van de woning bevindt.
4.1.
Eiser stelt dat het Bouwbesluit bepaalt waar de voorgevelrooilijn ligt, waardoor zowel de gevel aan de voorzijde als de gevel aan de zijkant van de woning onder deze definitie vallen. Volgens deze uitleg staat de camper langer dan vijf dagen voor de voorgevelrooilijn, wat een overtreding van de APV oplevert. Daarom vindt eiser dat het college handhavend moet optreden tegen deze overtreding.
4.2.
Deze beroepsgrond van eiser slaagt niet. De rechtbank stelt vast dat de rechtmatigheid van het bestreden besluit in beginsel moet worden beoordeeld aan de hand van het recht dat gold op het moment van het besluit. Omdat de APV ten tijde van het besluit een definitiebepaling bevatte voor het begrip voorgevelrooilijn, dient bij de beoordeling van een mogelijke overtreding van de APV bij deze definitie te worden aangesloten. Dit bevordert de rechtszekerheid. Aansluiting bij de definitie in het Bouwbesluit is slechts aan de orde wanneer de APV daar expliciet naar verwijst of het begrip niet zelf definieert. Nu de APV een eigen, duidelijke definitie bevat en niet verwijst naar andere regelgeving, ziet de rechtbank geen aanleiding om aan te sluiten bij het begrip voorgevelrooilijn uit het Bouwbesluit. Bovendien bevat de APV regels ter bevordering van de leefbaarheid en veiligheid binnen de gemeente, terwijl het Bouwbesluit technische bouweisen stelt. Ook daarom bestaat geen reden om hierbij aan te sluiten.
4.3.
Vervolgens moet worden beoordeeld of sprake is van een overtreding van artikel 5:6 van Pro de APV. De voorgevelrooilijn ligt aan de voorzijde van de woning en eiser heeft ter zitting erkend dat de camper niet langer dan vijf achtereenvolgende dagen voor de woning staat. De rechtbank stelt dan ook vast dat niet in geschil is dat de camper niet langer dan vijf achtereenvolgende dagen voor de voorgevelrooilijn staat geparkeerd. Dit betekent dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat er geen overtreding is van artikel 5:6, tweede lid, van de APV. Omdat de APV het parkeren van de camper op eigen terrein aan de zijkant van de woning onbeperkt toestaat, is er ook in dat geval geen sprake van een overtreding. Voor een belangenafweging bestond daarom geen ruimte. De door eiser gestelde overlast van de camper, hoe vervelend ook, kan niet tot een ander oordeel leiden. Voor zover eiser meent dat sprake is van onrechtmatige hinder kan hij dit eventueel via een civielrechtelijke weg aan de orde stellen.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het college terecht heeft afgezien van handhavend optreden. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Hollman, rechter, in aanwezigheid van N.I.W. Smeets, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op: 6 mei 2026
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: 6 mei 2026

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Algemene wet bestuursrecht
Artikel 5:1, eerste lid
In deze wet wordt verstaan onder overtreding: een gedraging die in strijd is met het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift.
Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Sittard-Geleen 2024
Artikel 1:1, aanhef onder q
Voorgevelrooilijn: de lijn waarin de voorgevel van een hoofdgebouw is gelegen, alsmede het verlengde daarvan.
Artikel 5:6, tweede lid
Het is verboden een vaar- en/of voertuig dat voor recreatie wordt gebruikt op eigen terrein voor de voorgevelrooilijn binnen de bebouwde kom langer dan vijf achtereenvolgende dagen op een vanaf de openbare weg zichtbare plaats te hebben of te plaatsen.
Bestemmingsplan Born -Huchten-Holtum
Artikel 1:13
Bijgebouw: een al dan niet vrijstaand gebouw, dat door zijn constructie en/of afmetingen ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel staand hoofdgebouw.
Artikel 1:32
Hoofdgebouw: een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie en/of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste bouwwerk is aan te merken.

Voetnoten

1.Vastgelegd in een op ambtseed proces-verbaal van bevindingen.