Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.Waar gaat deze zaak over?
2.De procedure
- de mondelinge behandeling van 20 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de pleitnota van de man.
“tegen een koopprijs, welke gelijk is aan haar aandeel in de alsdan laatst geldende WOZ-waarde”. Indien de man gebruik wil maken van dit recht van voorkeur tot koop, moet hij dat aan de vrouw kennis geven bij aangetekende brief en dan
“zal de akte van levering binnen een maand na het schriftelijk aanbod moeten worden gepasseerd”onder de gebruikelijke bedingen,
waarbij de koopprijs moet worden voldaan casu quo voorzoveel mogelijk worden verrekend met de op het registergoed rustende hypothecaire geldlening(en). Verder staat in de akte van levering dat als de vrouw in strijd handelt met enige bepaling van de akte of weigert of nalatig is in de ten uitvoerlegging van hetgeen in de akte is overeengekomen, zij een terstond opeisbare boete van € 50.000,0 is verschuldigd en dat de man tegelijk nakoming van de boete en van de hoofdverbintenis kan vorderen.
24 oktober 2025 verlaten.
minus privé-clausule vaders erfdeel € 37.589,04
€ 180.000,00
€ 28.414,54 toekwam en tevens aanspraak werd gemaakt op een boete en vergoeding van investeringen van rond € 100.000,00 in de woning, zodat zij per saldo niets zou ontvangen en een bedrag aan de man moest voldoen. De vrouw heeft vervolgens over de berekeningen bij brief van 30 januari 2026 vragen gesteld. Onder meer was de vrouw het niet eens met het uitgangspunt dat de privé-inbreng van de man werd ingehouden bij de verdeling van de overwaarde, omdat deze financiering uit privé middelen al was verdisconteerd in de eigendomsverhouding. Daarnaast werd ingegaan op de door de man gestelde vorderingen.
4.De vorderingen van partijen
- ofwel indien partijen overeenstemming hebben bereikt over de vraag aan wie van beide partijen dit bedrag zal worden uitgekeerd, en zij op grond daarvan gezamenlijk opdracht geven aan de notaris om het bedrag uit te keren conform hetgeen is overeengekomen,
- ofwel in opdracht van een van partijen op grond van een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke uitspraak waarin bindend is beslist aan wie het bedrag in depot toekomt,
5.De beoordeling
De boete
Het vergoedingsrecht