ECLI:NL:RBLIM:2026:4340
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring OM wegens schending vertrouwensbeginsel bij poging doodslag
De rechtbank Limburg behandelde op 30 april 2026 de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van poging tot doodslag op een benadeelde partij. De verdediging verzocht het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren omdat het OM het vertrouwensbeginsel zou hebben geschonden door de tenlastelegging aan te passen en later weer terug te brengen.
De rechtbank stelde vast dat op 26 november 2025 het OM de poging doodslag op de benadeelde partij uit de tenlastelegging had laten verwijderen, waarna verdachte gerechtvaardigd mocht vertrouwen dat hij niet langer voor die gedraging zou worden vervolgd. Op 3 februari 2026 werd deze poging echter weer toegevoegd, wat door de rechtbank niet werd toegelaten. Vervolgens bracht het OM dezelfde poging onder een nieuw parketnummer opnieuw in.
De rechtbank oordeelde dat het OM met deze handelwijze het vertrouwensbeginsel heeft geschonden, omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd die dit zouden rechtvaardigen. Daarom werd het OM niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging. De verdachte werd hiermee beschermd tegen voortzetting van een onverenigbare vervolging.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens schending van het vertrouwensbeginsel bij wijziging van de tenlastelegging.