ECLI:NL:RBLIM:2026:4333

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
4 mei 2026
Zaaknummer
11885180 CV EXPL 25-3735
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Schreurs-van de Langemheen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:236 BWArt. 6:237 BWArt. 6:96 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsovereenkomst huurkoopauto en toepasselijkheid algemene voorwaarden

Op 17 januari 2024 sloten Hiltermann Lease B.V. en gedaagde een huurkoopovereenkomst voor een auto, waarbij gedaagde de auto uitsluitend zakelijk zou gebruiken. Na betaling van de eerste termijn stopte gedaagde met betalen. Hiltermann nam de auto in augustus 2024 terug en verkocht deze in september 2024 voor € 15.231,00.

Gedaagde stelde dat de algemene voorwaarden onredelijk bezwarend zijn vanwege reflexwerking van consumentenbescherming, maar de kantonrechter oordeelde dat gedaagde onvoldoende concrete feiten had gesteld om als consument te worden beschermd. De algemene voorwaarden bleven van toepassing.

De kantonrechter wees het verweer af dat na inname geen betalingsverplichting meer bestond en stelde vast dat gedaagde het volledige restant van de leaseprijs verschuldigd is. De verkoopwaarde van de auto werd vastgesteld op € 16.133,00, conform Autotelex, en niet op de lagere opbrengst.

Buitengerechtelijke incassokosten van 10% en contractuele rente van 1,5% per maand werden toegewezen. Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van € 19.093,75 plus rente, € 1.909,38 aan incassokosten en € 2.882,73 aan proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van resterende leaseprijs, incassokosten, rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11885180 \ CV EXPL 25-3735
Vonnis van 13 mei 2026
in de zaak van
HILTERMANN LEASE B.V.,
te Hoofddorp,
eisende partij,
hierna te noemen: Hiltermann,
gemachtigde: VD&P juristen,
tegen
[gedaagde] H.O.D.N. [bedrijf],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Op 17 januari 2024 is een schriftelijke huurkoopovereenkomst gesloten tussen Hiltermann en [gedaagde] ter financiering van een aan [gedaagde] geleverde auto, in de overeenkomst aangeduid als het Object. De overeenkomst bepaalt dat de leaseprijs van in totaal € 34.697,20 bij vooruitbetaling in 72 maandelijkse termijnen van € 426,35 moet worden voldaan. De laatste leasetermijn zal op grond van de overeenkomst worden vermeerderd met € 4.000,00.
2.2.
In artikel 2.7 van de overeenkomst staat:
‘De Eindgebruiker verklaart dat hij het Object uitsluitend in de uitoefening van een bedrijf of een zelfstandig uitgeoefend beroep zal gebruiken.’
2.3.
Op de overeenkomst zijn de ‘Algemene voorwaarden financiële lease (Huurkoop) versie 1 december 2021’ van toepassing verklaard (hierna: de algemene voorwaarden). Hierin staat, voor zover van belang, het volgende:
15. Indien de Eindgebruiker in gebreke blijft met de tijdige betaling van een Leasetermijn, dan wel enig ander door hem uit hoofde van de Overeenkomst en/of deze algemene voorwaarde verschuldigd bedrag, zal hij hierover een vertragingsrente verschuldigd zijn gelijk aan 1,5 % per maand of de geldende wettelijke rente indien die hoger mocht zijn dan voormeld percentage, te rekenen vanaf de vervaldag tot en met de dag der betaling, waarbij een gedeelte van een maand voor een gehele maand wordt gerekend.’
(…)
43. Indien de Eindgebruiker een op hem rustende verplichting jegens de Leasemaatschappij niet of niet tijdig nakomt, (…) dan is de Leasemaatschappij gerechtigd het nog niet betaalde deel van de Leaseprijs, na de Eindgebruiker in geval van de niet of niet tijdige nakoming van een (betalings)verplichting eerst schriftelijk in gebreke te hebben gesteld, onmiddellijk vervroegd op te eisen. Door de vervroegde opeising van de Leaseprijs eindigt de Overeenkomst en is de Eindgebruiker niet langer gerechtigd het Object te gebruiken en zal de Leasemaatschappij het Object onmiddellijk tot zich kunnen nemen.(…)
44. Bij tussentijdse beëindiging van de Overeenkomst, dient de Eindgebruiker terstond bij het einde van de Overeenkomst voor eigen rekening en risico het Object compleet, gebruiksklaar en in goede staat van onderhoud en vrij van schade af te (doen) leveren op een door Leasemaatschappij aangegeven adres in Nederland. Bij niet nakoming van deze verplichting door de Eindgebruiker is de Leasemaatschappij bevoegd om voor rekening van de Eindgebruiker het Object zelf weer in zijn macht te (doen) brengen. De daaraan verbonden kosten (waaronder kosten van transport en opslag) (…) zijn voor rekening van de Eindgebruiker. (…) Na afgifte of inname van het Object heeft de Eindgebruiker recht op vergoeding van de door de Leasemaatschappij naar redelijkheid vast te stellen verkoopwaarde van het Object, welke vergoeding kan worden verrekend met de vervroegd opgeëiste Leaseprijs.
(…)
53. (…) De buitengerechtelijke invorderingskosten worden gesteld op tien procent ( 10 % ) van het totale bedrag van de niet betaalde verschenen en nog niet verschenen termijnen, met een minimumbedrag van € 250,-. (…)
2.4.
[gedaagde] heeft na betaling van de eerste leasetermijn inclusief administratiekosten niet meer aan zijn betalingsverplichtingen op grond van de overeenkomst voldaan.
2.5.
Hiltermann heeft de auto op 22 augustus 2024 op laten halen in [plaats] waarna de auto op 18 september 2024 is verkocht. De verkoopopbrengst bedroeg € 15.231,00.

3.Het geschil

3.1.
Hiltermann vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 23.555,26, vermeerderd met rente en kosten.
3.2.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Hiltermann, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Hiltermann, met veroordeling van Hiltermann in de kosten van deze procedure.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De door Hiltermann gevorderde hoofdsom bestaat uit de resterende niet betaalde leaseprijs, vermeerderd met de inname- en takelkosten van de auto en verminderd met de verkoopopbrengst van de auto. Hiltermann baseert de vordering op de artikelen 43 en 44 van haar algemene voorwaarden.
Toepasselijkheid algemene voorwaarden
4.2
In zijn conclusie van dupliek roept [gedaagde] de vernietiging in van de door Hiltermann gehanteerde algemene voorwaarden. [gedaagde] beroept zich daarbij op reflexwerking van de consumentenbescherming van de artikelen 6:236 en 6:237 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en voert daartoe aan dat hij een natuurlijk persoon is die handelt onder de vlag van een eenmanszaak. Het geleasete object betreft geen zwaar of specifiek bedrijfsmiddel maar een reguliere personenauto en de kernactiviteiten van de eenmanszaak liggen niet in de transport- of autobranche. Dat maakt volgens [gedaagde] dat er geen sprake is van een strikt zakelijke (B2B) verhouding en dat de algemene voorwaarden vernietigbaar zijn omdat deze jegens hem onredelijk bezwarend zijn.
4.3.
Omdat [gedaagde] zijn beroep op reflexwerking van de consumentenbescherming voor het eerst in zijn conclusie van dupliek heeft gedaan, heeft Hiltermann daarop niet meer kunnen reageren. De kantonrechter ziet echter geen aanleiding om Hiltermann alsnog die gelegenheid te bieden, omdat de kantonrechter van oordeel is dat het beroep van [gedaagde] niet kan slagen op grond van het volgende.
4.4.
Voor een geslaagd beroep op reflexwerking geldt een zware stelplicht. [gedaagde] moet in dat kader motiveren
waaromhij in dit specifieke geval als consument moet worden beschermd. Vast staat immers dat [gedaagde] de overeenkomst met Hiltermann is aangegaan in de uitoefening van een beroep of bedrijf. Hij heeft blijkens de partijweergave in de overeenkomst gehandeld uit naam van zijn eenmanszaak “ [bedrijf] ” en hij heeft in de overeenkomst (artikel 2.7) verklaard dat hij de auto uitsluitend in de uitoefening van zijn bedrijf of beroep zou gaan gebruiken. [gedaagde] heeft in dat licht onvoldoende concrete en onderbouwde feiten en omstandigheden naar voren gebracht die kunnen meebrengen dat hij bij het aangaan van de huurkoopovereenkomst – in tegenstelling tot hetgeen uit de huurkoopovereenkomst blijkt – toch als consument handelde, althans dat zijn positie grote gelijkenis vertoont met die van een consument. De enkele omstandigheid dat [gedaagde] een zelfstandige zonder personeel is en de kernactiviteiten van zijn onderneming kennelijk niet in de transport- of autobranche liggen is daarvoor onvoldoende.
4.5.
Het voorgaande brengt met zich mee dat de kantonrechter de algemene voorwaarden van Hiltermann niet als onredelijk bezwarend jegens [gedaagde] aanmerkt en dat de algemene voorwaarden dus onverkort van toepassing zijn.
De resterende niet betaalde leaseprijs
4.6.
[gedaagde] stelt zich op het standpunt dat de overeenkomst feitelijk is beëindigd in augustus 2024 toen de auto is opgehaald door Hiltermann. Desondanks is er tot 17 januari 2025 doorgefactureerd in reguliere leasetermijnen. Volgens [gedaagde] bestond er vanaf de datum van feitelijke beëindiging van de overeenkomst echter geen verplichting meer tot betaling van reguliere leasetermijnen en hij verzoekt dan ook om dat deel van de vordering af te wijzen.
4.7.
Hiltermann bevestigt dat na inname van de auto op 22 augustus 2024 per abuis de maandelijkse leasetermijn niet is stopgezet. De overeenkomst is beëindigd op 17 januari 2025, maar dit maakt volgens Hiltermann voor de hoogte van de vordering niet uit. Op grond van artikel 43 van Pro de door haar gehanteerde algemene voorwaarden is [gedaagde] immers na beëindiging van de overeenkomst hoe dan ook het nog niet betaalde gedeelte van de leaseprijs volledig verschuldigd.
4.8.
De kantonrechter volgt [gedaagde] niet in zijn verweer omdat op grond van de overeenkomst en de algemene voorwaarden voldoende duidelijk is dat bij niet nakoming van de verplichtingen uit de overeenkomst het nog niet betaalde deel van de leaseprijs verschuldigd is, zoals door Hiltermann is betoogd en gevorderd. Dat betekent dat [gedaagde] zowel de op het moment van inname van de auto bestaande betalingsachterstand als de toen nog toekomstige leasetermijnen volledig verschuldigd is. Op welk moment de overeenkomst is beëindigd maakt voor de hoogte van de vordering dus uiteindelijk geen verschil.
Verkoopopbrengst
4.9.
Hiltermann heeft op grond van artikel 44 van Pro de algemene voorwaarden de verkoopopbrengst van de auto ad € 15.231,00 verrekend met het nog niet betaalde deel van de leaseprijs. De handelswaarde van de auto was conform het overgelegde rapport van Autotelex € 16.133,00. Vanwege diverse kleinere schades lag de daadwerkelijke opbrengst van de auto lager dan de handelswaarde en is conform een vooraf opgestelde taxatie, aldus Hiltermann. [gedaagde] stelt dat het feitelijk onjuist is dat er schades op de auto zaten en dat de stelling van Hiltermann in strijd is met het innameformulier waarop ‘Normale kras en normale gebruikerssporen’ staat vermeld. Door een en ander te kwalificeren als schade om de verkoopopbrengst kunstmatig te drukken handelt Hiltermann in strijd met de op haar rustende schadebeperkingsplicht, aldus [gedaagde] . Hij stelt dan ook dat minimaal de Autotelexwaarde in mindering moet worden gebracht op de hoofdsom.
4.10.
De kantonrechter stelt bij de beoordeling van dit punt voorop dat in de algemene voorwaarden wordt uitgegaan van de ‘naar redelijkheid vast te stellen verkoopwaarde’ en dus niet per definitie van de Autotelexwaarde of de daadwerkelijke opbrengst. Hiltermann heeft de door haar bij de verkoop gebruikte taxatie overgelegd als productie 12. De kantonrechter kan in dat stuk echter nergens het bedrag van € 15.231,00 terugvinden. Daarnaast is bekend dat de door Autotelex gepresenteerde waarde is gebaseerd op normale gebruikssporen, passend bij de kilometerstand en leeftijd van de auto. Gelet op het innameformulier van de auto komt de kantonrechter dan ook tot het oordeel dat het bedrag van de Autotelexwaarde in dit geval moet worden beschouwd als een redelijke (en onderbouwde) verkoopwaarde. Het verweer van [gedaagde] op dit punt slaagt dan ook. De kantonrechter zal bij de vaststelling van de naar redelijkheid vast te stellen verkoopwaarde dan ook uitgaan van de Autotelexwaarde van € 16.133,00.
4.11.
Het voorgaande leidt tot de tussenconclusie dat de kantonrechter de volgende hoofdsom toewijsbaar acht:
- resterende niet betaalde leaseprijs € 34.270,85
- inname- en takelkosten + 955,90
- verkoopwaarde naar redelijkheid
- 16.133,00
Totaal € 19.093,75
Buitengerechtelijke incassokosten en contractuele rente
4.12.
Hiltermann vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. [gedaagde] stelt dat hij pas op 25 maart 2025 (voor het eerst) werd geconfronteerd met een brief van de incassogemachtigde van Hiltermann. Door het stilzitten van Hiltermann en het niet sturen van een transparante eindafrekening is volgens [gedaagde] hem de mogelijkheid ontnomen om het daadwerkelijke restbedrag te controleren en te voldoen. [gedaagde] stelt niet correct in verzuim te zijn gesteld. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke (handels)rente dienen om die reden volgens [gedaagde] te worden afgewezen.
4.13.
De kantonrechter is van oordeel dat de gevorderde buitengerechtelijke kosten in beginsel voor toewijzing in aanmerking komen. De incassogemachtigde van Hiltermann heeft [gedaagde] vanaf 12 juni 2024 meerdere keren aangemaand om de onbetaalde leaseprijs te betalen. [gedaagde] heeft in juli en augustus 2024 ook zelf met de incassogemachtigde van Hiltermann gecorrespondeerd en de incassogemachtigde heeft (tevergeefs) het huisadres van [gedaagde] bezocht. Op 25 maart 2025 heeft de incassogemachtigde [gedaagde] (nogmaals) in de gelegenheid gesteld om de vordering te voldoen binnen 14 dagen zonder bijkomende kosten, met aanzegging dat bij niet tijdige betaling aanspraak wordt gemaakt op buitengerechtelijke kosten. [gedaagde] is dus correct in gebreke gesteld en in verzuim geraakt.
4.14.
De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Partijen zijn een vergoeding overeengekomen die van de wettelijke regeling afwijkt, namelijk 10% van de hoofdsom. Omdat [gedaagde] heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf, mag van de wettelijke regeling worden afgeweken. De kantonrechter ziet geen reden om (ambtshalve) tot matiging van de gevorderde vergoeding over te gaan. Nu aan hoofdsom een bedrag van € 19.093,75 wordt toegewezen, worden de buitengerechtelijke incassokosten vastgesteld op een bedrag van € 1.909,38.
4.15.
Ten slotte komt ook de gevorderde contractuele rente voor toewijzing in aanmerking. In de algemene voorwaarden is voor het geval van niet tijdige betaling een contractuele rente van 1,5% per maand overeengekomen. Het verzuim treedt dus in bij niet tijdige betaling. Anders dan [gedaagde] veronderstelt is een ingebrekestelling daarvoor niet vereist. [gedaagde] is ten aanzien van de leasetermijnen in verzuim vanaf de vervaldata. Ten aanzien van de nog niet vervallen termijnen op het moment van ontbinding van de overeenkomst is [gedaagde] in verzuim vanaf 8 april 2025, conform de aanzegging door de incassogemachtigde op 25 maart 2025.
4.16.
De overige (niet onderbouwde) stellingen van [gedaagde] behoeven geen bespreking nu deze niet tot een ander oordeel kunnen leiden. Ten overvloede merkt de kantonrechter op dat voor het treffen van de door [gedaagde] gewenste betalingsregeling in het kader van deze procedure geen plaats is. [gedaagde] dient zich daartoe tot (de incassogemachtigde van) Hiltermann te wenden.
4.17.
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Hiltermann worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
123,73
- griffierecht
1.461,00
- salaris gemachtigde
1.154,00
(2 punten × € 577,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.882,73
4.18.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Hiltermann te betalen een bedrag van € 19.093,75, te vermeerderen met de contractuele rente van 1,5% per maand vanaf de respectieve vervaldata van de niet betaalde leasetermijnen en vanaf 8 april 2025 over de resterende hoofdsom, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan Hiltermann te betalen een bedrag van € 1.909,38 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro indien dit bedrag na betekening niet binnen de door de deurwaarder vermelde termijn plaatsvindt,
5.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.882,73, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Schreurs-van de Langemheen en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2026.