ECLI:NL:RBLIM:2026:4326

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
6 mei 2026
Publicatiedatum
1 mei 2026
Zaaknummer
11869118 \ CV EXPL 25-3572
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Bisscheroux
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 111 lid 3 RvArt. 21 RvArt. 12 lid 5 algemene voorwaardenArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering betaling verzendkosten wegens niet-naleving procesregels en onvoldoende bewijs

MP Productions B.V. vordert betaling van €3.784,67 van Rubiconcepts B.V. voor verzendkosten en toeslagen. Rubiconcepts betwist dat zij afwijkende pakketten heeft verzonden, wat de toeslagen zou rechtvaardigen. MP heeft dit verweer niet in de dagvaarding vermeld en stelde onjuist dat Rubiconcepts geen verweer voerde.

MP diende een bewijsstuk te laat in, waardoor dit buiten beschouwing werd gelaten. De rechtbank oordeelde dat MP hierdoor haar stellingen onvoldoende heeft onderbouwd en geen verdere gelegenheid krijgt om dit te doen. Tevens kon MP niet aantonen dat de bezorgdiensten de toeslagen aan haar in rekening hadden gebracht.

De kantonrechter wijst daarom de vordering af en veroordeelt MP in de proceskosten. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen. Het vonnis is gewezen door mr. Bisscheroux en uitgesproken op 6 mei 2026.

Uitkomst: De vordering tot betaling van verzendkosten en toeslagen wordt afgewezen wegens niet-naleving van procesregels en onvoldoende bewijs.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11869118 \ CV EXPL 25-3572
Vonnis van 6 mei 2026
in de zaak van
DM PRODUCTIONS B.V. h.o.d.n. MYPARCEL,
te Hoofddorp,
eisende partij,
hierna te noemen: MP,
gemachtigde: [gemachtigde 1] (Gerechtsdeurwaarderskantoor De Best & Partners B.V.),
tegen
RUBICONCEPTS B.V., TEVENS H.O.D.N. TV OUTLET,
te Maastricht,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Rubiconcepts,
gemachtigde: [gemachtigde 2].

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- het bericht van 25 november 2025 met productie(s) van MP, ingekomen op 26 november
2025
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 2 december 2025, waarna de zaak is aangehouden om partijen in staat te stellen de zaak onderling te regelen
- de schriftelijke mededeling van MP en Rubiconcepts dat zij geen regeling hebben getroffen en een beslissing van de kantonrechter vragen.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
MP biedt op haar website een digitaal platform aan waar ondernemers zich kunnen registreren om via haar verzend-labels aan te vragen ter verzending van pakketten.
2.2.
Na registratie bij MP kan de ondernemer kiezen voor verzend-labels van vier verschillende bezorgdiensten: PostNL, DHL, DPD en UPS. MP koopt, gebruikmakend van schaalvoordelen, de verzend-labels bij die bezorgdiensten in en verkoopt deze door aan de ondernemer. De door de ondernemer bestelde verzend-labels brengt MP (in beginsel) maandelijks achteraf per factuur in rekening. MP kan daarbij ook toeslagen aan de ondernemer in rekening brengen. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren wanneer de ondernemer een pakket verzendt dat qua gewicht of afmetingen afwijkt van de vooraf aan de bezorgdienst opgegeven gegevens over het gewicht en de afmetingen. De toeslagen die de bezorgdienst daarvoor aan MP in rekening brengt, factureert zij door aan de ondernemer.
2.3.
Rubiconcepts heeft zich bij MP geregistreerd. Zij heeft daarbij ingestemd met de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden van MP.
2.4.
Rubiconcepts heeft vervolgens gebruik gemaakt van de diensten van MP.
2.5.
In de periode van 1 januari 2025 tot en met 30 juni 2025 heeft MP aan Rubiconcepts facturen gestuurd voor een totaalbedrag van € 3.199,41 (productie 3 van MP).
2.6.
Ondanks aanmaningen van MP heeft Rubiconcepts het bedrag van € 3.199,41 niet betaald.

3.Het geschil

3.1.
MP vordert - samengevat - veroordeling van Rubiconcepts tot betaling van € 3.784,67, vermeerderd met rente en kosten.
3.2.
Rubiconcepts voert verweer. Volgens haar moet de vordering van MP afgewezen worden.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Het bedrag van € 3.784,67 waarvan MP betaling vordert bestaat uit de gefactureerde hoofdsom van € 3.199,41, de daarover berekende rente per 31 juli 2025 van € 105,35 en buitengerechtelijke incassokosten van € 479,91.
4.2.
De kantonrechter zal de gevorderde hoofdsom van € 3.199,41 afwijzen op grond van de volgende overwegingen.
4.2.1.
Niet in geschil is dat de bedragen die MP aan Rubiconcepts heeft gefactureerd, de toeslagen zijn zoals hiervoor beschreven in 2.2. MP stelt in dat verband dat Rubiconcepts van de verzend-labels afwijkende pakketten heeft verzonden en dat zij daarom aan Rubiconcepts de door de bezorgdiensten aan haar in rekening gebrachte toeslagen mocht doorbelasten aan Rubiconcepts.
4.2.2.
Rubiconcepts betwist dat zij afwijkende pakketten heeft verzonden. In reactie op die betwisting heeft MP vervolgens bij brief van 25 november 2026 productie 6 ingediend. Die productie is ter griffie ontvangen op 26 november 2026. Met Rubiconcepts is de kantonrechter van oordeel dat MP productie 6 te laat ingediend heeft. Het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de rechtbanken handel en kanton bepaalt namelijk dat stukken tot uiterlijk tien dagen voor de mondelinge behandeling ingediend dienen te worden. Omdat MP productie 6 te laat in het geding gebracht heeft, heeft de kantonrechter besloten deze productie buiten beschouwing te laten.
4.3.
Bij de beslissing om productie 6 buiten beschouwing te laten hebben ook de navolgende overwegingen een grote rol gespeeld. Rubiconcepts heeft nog voordat deze procedure aanhangig was, namelijk in april 2025, bij MP betwist dat zij afwijkende pakketten verzonden had. MP had daarom in haar dagvaarding dit verweer van Rubiconcepts moeten vermelden. Die verplichting had MP op grond van art. 111 lid 3 Rv Pro. Daarin staat onder meer dat het exploot van dagvaarding de door gedaagde tegen de eis aangevoerde verweren en de gronden daarvoor vermeldt. Aan die verplichting heeft MP niet voldaan. Zij heeft in de dagvaarding zelfs uitdrukkelijk gesteld: “Gedaagde heeft geen bezwaren tegen de onderhavige vordering kenbaar gemaakt, zodat dient te worden aangenomen dat gedaagde deze vordering erkent”. Met deze stelling heeft MP daarnaast haar plicht om de feiten volledig en naar waarheid aan te voeren (zie art. 21 Rv Pro) geschonden. De gevolgen die de kantonrechter aan die schending verbindt, is dat productie 6 niet alleen buiten beschouwing gelaten wordt, maar dat MP ook geen gelegenheid meer wordt geboden om haar stelling dat Rubiconcepts afwijkende pakketten heeft verzonden, nader te onderbouwen. Die onderbouwing had MP reeds bij dagvaarding moeten geven, aangezien zij wist welk verweer Rubiconcepts voerde. Dat heeft zij niet gedaan en in plaats daarvan heeft zij de kantonrechter verkeerd voorgelicht.
4.3.1.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft MP een beroep gedaan op art. 12 lid 5 van Pro de toepasselijke algemene voorwaarden. Daarin staat:
“De metingen (ten aanzien van de lengte, breedte, hoogte, gewicht en andere kenmerken) van de Vervoerders met betrekking tot Zendingen zijn bindend voor de klant. De klant stemt in met de tarieven en toeslagen die volgen uit de metingen van de Vervoerders ten aanzien van de Zendingen”.
MP stelt dat op grond van deze bepaling Rubiconcepts tegenbewijs dient te leveren aangaande de door haar verzonden pakketten. Volgens MP is Rubiconcepts niet in het tegenbewijs geslaagd. De kantonrechter is het niet eens met dit betoog. MP ziet namelijk over het hoofd dat zij eerst zal moeten aantonen dat de betreffende bezorgdiensten inderdaad aan haar de tarieven en toeslagen in rekening gebracht heeft. Immers pas dan mag MP die tarieven en toeslagen aan Rubiconcepts doorbelasten. MP heeft dat in deze zaak niet kunnen aantonen. Het gevolg daarvan is dat er geen grond is voor Rubiconcepts om tegenbewijs te leveren.
4.4.
Gelet op het voorgaande wordt de gevorderde hoofdsom, bij gebrek aan afdoende onderbouwing afgewezen.
4.5.
Omdat de gevorderde hoofdsom zal worden afgewezen, zullen de daarmee samenhangende wettelijke (handels)rente en buitengerechtelijke incassokosten eveneens afgewezen worden.
4.6.
MP is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Rubiconcepts worden begroot op:
- salaris gemachtigde
576,00
(2 punten × € 288,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
720,00
4.7.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen van MP af,
5.2.
veroordeelt MP in de proceskosten van € 720,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als MP niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt MP tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4.
verklaart de onderdelen 5.2. en 5.3 van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Bisscheroux en in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2026.