ECLI:NL:RBLIM:2026:4315
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens hennepkwekerij
De burgemeester van Heerlen besloot op 16 maart 2026 de woning van verzoeker te sluiten voor zes maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet, na de vondst van een professionele hennepkwekerij met 312 planten op 18 november 2025. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening, die door de voorzieningenrechter werd behandeld op 21 april 2026.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er sprake was van een spoedeisend belang, omdat verzoeker anders niet in zijn woning kan verblijven. De sluiting werd als een geschikt middel gezien om drugshandel te bestrijden, risico’s voor de buurt weg te nemen en een signaal af te geven. Ondanks het tijdsverloop van ruim vier maanden en het feit dat de kwekerij was opgeruimd, bleef sluiting passend om herhaling te voorkomen.
De noodzaak van sluiting werd bevestigd vanwege de omvang en professionaliteit van de kwekerij, de diefstal van stroom en de ligging in een kwetsbare wijk. Minder ingrijpende maatregelen waren onvoldoende. De evenwichtigheid werd beoordeeld aan de hand van de verwijtbaarheid van verzoeker, zijn binding met de woning en de mogelijkheid tot vervangende huisvesting. Verzoeker kon onvoldoende aantonen dat hij geen passende woonruimte kon vinden en dat zijn psychische klachten hem daartoe belemmerden.
De voorzieningenrechter concludeerde dat de belangen van de burgemeester zwaarder wegen dan die van verzoeker en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. De uitspraak is bindend voor de voorlopige fase en hoger beroep is uitgesloten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wegens een hennepkwekerij wordt afgewezen.