ECLI:NL:RBLIM:2026:4276

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
6 mei 2026
Publicatiedatum
30 april 2026
Zaaknummer
11927400 \ CV EXPL 25-4121
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Kuster
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3.5.1 contractvoorwaarden Zakelijke Groot- en KleinverbruikaansluitingenArt. 6:96 BWArtikel 18 Wetboek van Koophandel
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoofdelijk veroordeeld tot betaling opzegvergoeding bij voortijdige beëindiging energieleveringsovereenkomst

In deze civiele bodemzaak vordert Innova Energie B.V. betaling van een opzegvergoeding en bijkomende kosten van een vennootschap onder firma (VOF) die een overeenkomst voor levering van gas en elektriciteit voortijdig heeft beëindigd. De overeenkomst was gesloten via een volmacht en had een looptijd van drie jaar, ingaande 1 september 2024.

De VOF zegde de overeenkomst op 24 juli 2024 op, waarna Innova een eindnota opstelde met een opzegvergoeding van €1.306,46, verbruikskosten, wettelijke rente en incassokosten. De VOF betwistte de opzegvergoeding onder meer omdat er geen levering had plaatsgevonden, de voorwaarden pas na ondertekening waren verstrekt en er sprake zou zijn van een afkoelperiode.

De kantonrechter oordeelde dat de VOF bij ondertekening van de overeenkomst had erkend kennis te hebben genomen van de algemene voorwaarden, waaronder de opzegvergoeding bij voortijdige beëindiging. De afkoelperiode is niet van toepassing op zakelijke contracten. De vordering tot betaling van de opzegvergoeding, verbruikskosten, rente en incassokosten werd toegewezen. De VOF werd hoofdelijk veroordeeld tot betaling van €1.663,47 plus wettelijke rente en proceskosten.

Uitkomst: De VOF wordt hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de opzegvergoeding, verbruikskosten, wettelijke rente en proceskosten wegens voortijdige beëindiging van de leveringsovereenkomst.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11927400 \ CV EXPL 25-4121
Vonnis van 6 mei 2026
in de zaak van
INNOVA ENERGIE B.V. H.O.D.N. SEPA GREEN ENERGY,
te Delft,
eisende partij,
hierna te noemen: Innova,
gemachtigde: [gemachtigde 1] ,
tegen

1.[de V.O.F.] ,

te [plaats 1] ,
gemachtigde: [gemachtigde 2] ,
2.
[vennoot 1] , VENNOOT VAN GEDAAGDE SUB 1,
te [plaats 1] ,
gemachtigde: [gemachtigde 2] ,
3.
[vennoot 2] , VENNOOT VAN GEDAAGDE SUB 1,
te [plaats 2] ,
gemachtigde: [gemachtigde 2] ,
4.
[vennoot 3] , VENNOOT VAN GEDAAGDE SUB 1,
te [plaats 2] ,
niet verschenen,
5.
[vennoot 4] , VENNOOT VAN GEDAAGDE SUB 1,
te [plaats 1] ,
niet verschenen,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [de V.O.F.].

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 t/m 7,
- de conclusie van antwoord met producties,
- de conclusie van repliek,
- de conclusie van dupliek met producties.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
2.1.
Innova en [de V.O.F.] hebben op 23 juli 2024 een overeenkomst gesloten voor de levering van gas en elektriciteit. De overeenkomst is door Deal Heerlen B.V. namens vennoot [vennoot 1] gesloten. De overeenkomst had een looptijd van drie jaar en ging in op 1 september 2024.
2.2.
Op 24 juli 2024 hebben [de V.O.F.] de overeenkomst opgezegd en op 2 september 2024 is de overeenkomst beëindigd.
2.3.
Wegens contractbeëindiging heeft Innova een eindnota d.d. 17 september 2024 opgemaakt voor een bedrag van in totaal € 1.314,29 waaronder een bedrag van € 1.306,46 inclusief btw aan opzegvergoeding wegens voortijdige contractbeëindiging.
2.4.
Innova heeft haar vordering op [de V.O.F.] in november 2024 ter incasso uit handen gegeven. De gemachtigde van Innova heeft [de V.O.F.] diverse malen aangemaand tot betaling.
2.5.
[de V.O.F.] hebben niet betaald, waarna zij zijn gedagvaard.

3.Het geschil

3.1.
Innova vordert bij vonnis, zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, hoofdelijke veroordeling van [de V.O.F.] tot betaling van € 1.663,47, vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van € 1.314,29 (hierna: de hoofdsom) vanaf 18 september 2025, met een hoofdelijke veroordeling van [de V.O.F.] in de proceskosten.
3.2.
Het bedrag van € 1.663,47 kan als volgt worden gespecificeerd:
  • € 1.306,46 aan opzegvergoeding,
  • € 7,83 aan verbruikskosten,
  • € 152,04 aan wettelijke handelsrente tot 3 oktober 2025,
  • € 197,14 aan buitengerechtelijke kosten.
3.3.
De kantonrechter leidt uit de eindafrekening af dat, ondanks dat er geen gebruik van gas en elektriciteit is geweest, er toch verbruikskosten in rekening kunnen worden gebracht, zijnde vaste leverings- en netbeheerkosten.
3.4.
Innova legt aan de vordering ten grondslag dat [de V.O.F.] de overeenkomst voor de levering van gas en elektriciteit - gesloten voor de duur van drie jaar -voortijdig hebben beëindigd. [de V.O.F.] moeten om die reden, zoals in de algemene voorwaarden overeengekomen, een opzegvergoeding betalen.
3.5.
[de V.O.F.] voeren verweer en concluderen tot afwijzing van de vorderingen van Innova.
3.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De kern van het geschil is de vraag of [de V.O.F.] een opzegvergoeding moeten betalen wegens het voortijdig beëindigen van de overeenkomst.
4.2.
Innova stelt dat [de V.O.F.] vanwege het voortijdig beëindigen van de overeenkomst op grond van de door Innova gehanteerde contractvoorwaarden een opzegvergoeding verschuldigd zijn. [de V.O.F.] hebben de verschuldigdheid van de opzegvergoeding betwist en daartoe aangevoerd dat er geen elektriciteit en gas zijn geleverd, een onderbouwing van de geleden schade ontbreekt en dat sprake is van een ‘afkoelperiode’. Daarnaast stellen zij bij dupliek dat de voorwaarden niet zijn overgelegd bij het aangaan van de overeenkomst, maar naderhand zijn verstrekt via de e-mail. De kantonrechter oordeelt ten aanzien van deze verweren als volgt.
4.3.
Op de overeenkomst zijn onder andere de contractvoorwaarden Zakelijke Groot- en Kleinverbruikaansluitingen (hierna: de contractvoorwaarden) van toepassing. Dat [de V.O.F.] deze voorwaarden pas na het ondertekenen van de overeenkomst hebben ontvangen doet daar niet aan af. [de V.O.F.] hebben immers op 23 juli 2025 bij de ondertekening van de leveringsovereenkomst aangevinkt dat zij kennis hebben genomen van onder andere de contractvoorwaarden. Dit proces is door [de V.O.F.] niet weersproken. Bovenstaande maakt dat het verweer van [de V.O.F.], dat zij de voorwaarden pas na het ondertekenen van de overeenkomst hebben ontvangen, niet slaagt.
4.4.
Innova heeft de opzegvergoeding gebaseerd op artikel 3.5.1. van de contractvoorwaarden. Daarin staat onder andere opgenomen dat in het geval van voortijdige beëindiging van het contract, een opzegvergoeding per product en per aansluiting of allocatiepunt in rekening kan worden gebracht. [de V.O.F.] hebben de overeenkomst op 24 juli 2024 beëindigd. Innova heeft onweersproken gesteld dat bij zakelijke overeenkomsten de overeenkomst direct na tekenen definitief wordt. Doordat [de V.O.F.] ná het tekenen de overeenkomst hebben beëindigd is er sprake van voortijdige beëindiging en zijn zij op grond van de bovengenoemde contractvoorwaarden een opzegvergoeding aan Innova verschuldigd. Dat er nagenoeg geen sprake is van verbruik en levering van elektriciteit en gas doet daar niet aan af. Daarnaast wordt door [de V.O.F.], gesteld dat sprake is van een ‘afkoelperiode’. Voor zover [de V.O.F.] hiermee doelen op de termijn waarbinnen een consument (waarvan hier geen sprake is) nog kan terugkomen op een gesloten overeenkomst, is deze niet van toepassing. Het verweer van [de V.O.F.] slaagt daarom niet.
4.5.
Verder is Innova niet verplicht om toe te lichten welke schade zij precies heeft geleden. Voldoende is dat Innova, bij voortijdige beëindiging van de overeenkomst, op grond van de contractvoorwaarden een opzegvergoeding kan vorderen.
4.6.
Het voorgaande betekent dat [de V.O.F.] een opzegvergoeding verschuldigd zijn vanwege het voortijdig opzeggen van de overeenkomst. [de V.O.F.] hebben de hoogte van de in rekening gebrachte opzegvergoeding niet betwist.
4.7.
Het voorgaande leidt er toe dat de vordering van Innova ter hoogte van € 1.306,46, zal worden toegewezen.
Verbruikskosten
4.8.
Tussen partijen is niet in geschil dat [de V.O.F.] de verbruikskosten, zijnde vaste leverings- en netbeheerkosten, aan Innova moeten betalen. Innova heeft deze kosten onder verwijzing naar specificaties en een eindafrekening begroot op € 7,83. De specificaties zijn niet door [de V.O.F.] betwist, zodat de kantonrechter uitgaat van de juistheid van het bedrag van € 7,83. [de V.O.F.] zullen worden veroordeeld dit bedrag aan Innova te betalen.
Rente
4.9.
Aangezien [de V.O.F.] in verzuim zijn met de betaling van de eindnota van 17 september 2024, zal de tot 3 oktober 2025 gevorderde wettelijke handelsrente van
€ 152,04 als onbetwist worden toegewezen.
4.10.
Naar het oordeel van de kantonrechter zal de gevorderde wettelijke handelsrente met ingang van 18 september 2025 echter pas worden toegewezen vanaf de dag van dagvaarding, te weten 3 oktober 2025. Door Innova is immers al een bedrag van € 152,04 aan wettelijke handelsrente tot 3 oktober 2025 gevorderd, waardoor ook pas weer vanaf dat moment opnieuw rente kan worden gevorderd.
Buitengerechtelijke incassokosten
4.11.
Innova vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Innova heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Innova heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 197,14 worden toegewezen.
Proces- en nakosten
4.12.
[de V.O.F.] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Innova worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
127,87
- griffierecht
385,00
- salaris gemachtigde
434,00
(2 punten × € 217,00)
- nakosten
108,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.055,37
Hoofdelijk
4.13.
De veroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen. In een vennootschap onder firma zijn de vennoten immers hoofdelijk verbonden voor de schulden van de vennootschap. [1]

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [de V.O.F.] hoofdelijk om aan Innova te betalen € 1.663,47, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.314,29, met ingang van 3 oktober 2025, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [de V.O.F.] hoofdelijk in de proceskosten van € 1.055,37, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [de V.O.F.] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Kuster en in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2026.

Voetnoten

1.Artikel 18 Wetboek Pro van Koophandel.