Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 mei 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
artikel 170 Wvw Pro 1994 niet-ontvankelijk moeten verklaren. Dit heeft het college niet gedaan en in zoverre is het beroep dus gegrond. De rechtbank merkt daarbij wel op dat het gegrond verklaren van het beroep in dit geval niet betekent dat eiser daadwerkelijk gelijk krijgt. Eiser wenst namelijk een inhoudelijke behandeling van zijn bezwaar en dat had het college van de rechtbank niet hoeven te doen. Het beroep is alleen gegrond omdat het college het verkeerde dictum heeft gebruikt, niet omdat het college tot inhoudelijke behandeling van het bezwaar had moeten overgaan.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover het ziet op het niet beslissen over het verzoek om te handhaven op grond van artikel 170 Wvw Pro 1994;
- verklaart het bezwaar tegen het primaire besluit, voor zover het ziet op het niet beslissen over het verzoek om te handhaven op grond van artikel 170 Wvw Pro 1994, niet ontvankelijk, en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde deel van het bestreden besluit;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 194,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt het college in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.868,-
J.W.J.M. van Rijt, griffier.