ECLI:NL:RBLIM:2026:4179
Rechtbank Limburg
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Beslissing wraking rechter bij telehoren in beroep tegen crisismaatregel
Verzoeker heeft bij de aanvang van de zitting op 26 februari 2026 een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die de zaak behandelt over het beroep tegen een crisismaatregel opgelegd door de burgemeester van Venray op 20 januari 2026.
Verzoeker maakte bezwaar tegen de mondelinge behandeling via telehoren omdat hij de oproeping niet zou hebben ontvangen en hij fysiek gehoord wilde worden. De rechter stelde vast dat de oproeping tijdig was verzonden naar een senior casemanager die de oproeping aan verzoeker doorgeeft, en dat de verbinding helder was zonder vertraging.
De wrakingskamer oordeelt dat telehoren een geoorloofde procesbeslissing is en dat een procesbeslissing op zich geen grond is voor wraking tenzij deze objectief als vooringenomenheid kan worden gezien. Er zijn geen feiten of omstandigheden die wijzen op vooringenomenheid van de rechter. De stelling van verzoeker dat de penitentiaire inrichting en de geneesheer-directeur onder een hoedje spelen met de rechtbank is niet onderbouwd en levert geen aanwijzing voor partijdigheid op.
Daarom verklaart de wrakingskamer het verzoek tot wraking kennelijk ongegrond.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is ongegrond verklaard omdat telehoren een geoorloofde procesbeslissing is en er geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid bestaat.