ECLI:NL:RBLIM:2026:4130

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
29 april 2026
Publicatiedatum
29 april 2026
Zaaknummer
12078329 \ CV EXPL 26-556
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Otto
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering tot betaling restschuld financial lease na betalingsachterstand

Volkswagen Pon Financial Services B.V. heeft een financial leaseovereenkomst met [gedaagde] gesloten voor een motorrijtuig met een looptijd van 48 maanden. [gedaagde] is in gebreke gebleven met betalingen en heeft na januari 2025 geen betalingen meer verricht. Volkswagen heeft de betalingsachterstand aangemaand en het volledige saldo opeisbaar gesteld. De auto is total loss verklaard, de verzekeraar heeft een schade-uitkering gedaan, en het wrak is verkocht, maar de restschuld is onbetaald gebleven.

Volkswagen vordert betaling van de restschuld, inclusief hoofdsom, incassokosten en rente. [gedaagde] voert verweer over de hoogte van de schade-uitkering, de toepassing van btw-correctie op een marge-auto en de proportionaliteit van de BKR-registratie. De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] niet-consument is en dat de consumentbeschermende bepalingen niet van toepassing zijn. De betalingsachterstand is niet weersproken en de vordering tot betaling van de restschuld wordt toegewezen.

De vordering tot verwijdering of schorsing van de BKR-registratie wordt afgewezen omdat deze is gebaseerd op de betalingsachterstand en niet disproportioneel is. De vorderingen van [gedaagde] met betrekking tot de verzekeringskwestie worden afgewezen omdat deze niet tegen Volkswagen zijn ingesteld. Beide partijen worden veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van Volkswagen tot betaling van de restschuld toe en wijst de vorderingen van [gedaagde] af.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 12078329 \ CV EXPL 26-556
Vonnis van 29 april 2026
in de zaak van
VOLKSWAGEN PON FINANCIAL SERVICES B.V., H.O.D.N. "DUTCHFINANCE",
te Amersfoort,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: Volkswagen,
gemachtigde: Jongejan & Wisseborn c.s. Harderwijk,
tegen
[gedaagde] , H.O.D.N. [bedrijf],
te [plaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het exploot van dagvaarding van 12 januari 2026 met producties 1 tot en met 5;
- de conclusie van antwoord in conventie tevens eis in reconventie met ongenummerde producties;
- de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie;
- de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Volkswagen en [gedaagde] hebben een financial leaseovereenkomst (een huurkoopovereenkomst) gesloten (hierna: de overeenkomst) waarmee [gedaagde] een motorrijtuig (hierna: de auto) heeft gefinancierd. De overeenkomst heeft een looptijd van 48 maanden en op grond daarvan is [gedaagde] verplicht om € 234,45 per maand en € 5.734,45 als laatste maantermijn te betalen aan Volkswagen.
2.2.
Op de overeenkomst zijn de Algemene Voorwaarden Financial Lease (hierna: de algemene voorwaarden) van toepassing. Daarin staat, voor zover van belang voor het geschil, het volgende:
“4. Hoe en hoeveel betaalt u?
[…]
4.4.
Het betaalschema dat is opgenomen in uw contract is dwingend en u mag daar niet van afwijken dit betekent dat u bij niet-volledige of niet-tijdige betaling direct in verzuim bent zonder dat daarvoor eerst nog een ingebrekestelling nodig is. U bent dan aan ons een achterstandsrente verschuldigd over het openstaande bedrag. Deze achterstandsrente is gelijk aan de debetrentevoet in uw contract. De achterstandsrente wordt gerekend vanaf de datum waarop u had moeten betalen tot de datum waarop uw betaling alsnog door ons is ontvangen.
4.5.
Moeten wij incassokosten maken, dan zijn die voor uw rekening. Die kosten zijn minimaal 15% van het openstaande bedrag, met een minimum van € 40,00 exclusief btw.
[…]”
2.3.
[gedaagde] heeft een betalingsachterstand laten ontstaan en ná januari 2025 is door [gedaagde] niets meer betaald.
2.4.
Volkswagen heeft [gedaagde] bij brief van 8 april 2025 aangemaand om de betalingsachterstand te voldoen en aangezegd dat bij uitblijven van betaling het volledige saldo en de achterstandsrente geheel en in één keer opeisbaar worden alsmede dat dit zal leiden tot de verwerking van een negatieve BKR-registratie.
2.5.
Door het uitblijven van betaling is op 12 april 2026 het volledige saldo en de achterstandsrente opeisbaar geworden.
2.6.
Volkswagen heeft op 26 april 2025 een A-code bij het BKR verwerkt in verband met de betalingsachterstand van [gedaagde] .
2.7.
Volkswagen heeft om afgifte van de auto gevraagd. Deze was total loss verklaard. De auto was door [gedaagde] all-risk verzekerd en Volkswagen heeft van de verzekeraar een schade-uitkering ontvangen. Het wrak van de auto is door Volkswagen verkocht. De restschuld is tot op heden onbetaald gebleven.

3.Het geschil

in conventie
3.1.
Volkswagen vordert - samengevat - bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 4.604,98, bestaande uit € 3.776,65 aan hoofdsom, € 685,47 aan buitengerechtelijke incassokosten inclusief btw en € 142,86 aan rente, vermeerderd met de contractuele rente alsmede veroordeling in de proceskosten.
3.2.
Volkswagen legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Tussen partijen bestaat een financial leaseovereenkomst. [gedaagde] is ernstig in gebreke gebleven met de voldoening van de maandelijkse termijnen waardoor het volledige saldo van de financiering en de achterstandsrente opeisbaar zijn geworden. De auto bleek total loss en na verrekening met de aan Volkswagen uitbetaalde schade-uitkering en de opbrengst van de verkoop van het wrak resteert een restschuld. De restschuld is door [gedaagde] tot op heden onbetaald gelaten.
in reconventie
3.3.
[gedaagde] vordert, samengevat:
primair:
een verklaring voor recht dat zijn aanvaarding van het aanbod van € 6.000,00 een bindende overeenkomst tot stand is gekomen;
als getuigen op te roepen mr. [advocaaat] ( [advocatenkantoor] ) en mw. [tolk] (tolk) om te verklaren over het aanbod onder 1.;
de vordering van Volkswagen af te wijzen;
subsidiair:
BSB Volmachten te bevelen de berekening van € 4.123,96 te specificeren en te onderbouwen;
een verklaring voor recht dat bij een marge-auto geen btw-correctie mag worden toegepast op de dagwaarde;
de vordering te matigen tot het werkelijke verschil na correcte afwikkeling;
zowel primair als subsidiair:
Volkswagen te bevelen de BKR-registratie (A-codering) te verwijderen, althans te schorsen totdat in dit geschil onherroepelijk is beslist;
Volkswagen te veroordelen in de proceskosten.
3.4.
[gedaagde] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Hij is het niet eens met (de hoogte van) de schadevaststelling door zijn verzekeraar. Ook heeft de verzekeraar een aanbod gedaan van € 6.000,00 welk aanbod vervolgens weer is ingetrokken en is er rekening gehouden met btw terwijl het een “marge-auto” betreft. Tot slot is de door Volkswagen verwerkte BKR-registratie disproportioneel.
in conventie en reconventie
3.5.
Partijen voeren over en weer verweer en concluderen tot afwijzing van elkaars vorderingen.
3.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

in conventie
[gedaagde] is géén consument
4.1.
Volkswagen heeft onweersproken gesteld dat er sprake is van een zakelijke overeenkomst tussen partijen. [gedaagde] heeft gehandeld in de uitoefening van zijn bedrijf en heeft de auto gefinancierd in het kader van de exploitatie van zijn bedrijf. Als gevolg zijn consumentbeschermende bepalingen niet van toepassing.
Hoofdsom
4.2.
Volkswagen vordert betaling van de hoofdsom van € 3.776,65. Op het totaalbedrag dat [gedaagde] volgens de overeenkomst moet voldoen zijn de betalingen door [gedaagde] , de schade-uitkering door zijn verzekering en de opbrengst van de verkoop van het wrak in mindering gebracht. [gedaagde] heeft de verschuldigdheid van de hoofdsom en de berekening daarvan door Volkswagen niet weersproken. Hij voert aan dat hij het niet eens is met de hoogte van de schade-uitkering door zijn verzekering. Dit geschil betreft de rechtsverhouding tussen [gedaagde] en zijn verzekeraar en is geen reden voor matiging van de onweersproken vordering van Volkswagen. De vordering van Volkswagen tot betaling van de hoofdsom zal daarom worden toegewezen.
Contractuele rente
4.3.
Volkswagen vordert een bedrag van € 142,86 aan rente tot en met 7 januari 2026 alsmede de contractuele rente van 10,46% vanaf 8 januari 2025 over een bedrag van € 3.768,44 tot de dag van volledige betaling. [gedaagde] heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd tegen deze vordering. Vaststaat dat [gedaagde] in verzuim verkeert. Deze vordering zal daarom worden toegewezen.
Buitengerechtelijke incassokosten
4.4.
Volkswagen vordert op grond van de algemene voorwaarden vergoeding van contractuele buitengerechtelijke incassokosten inclusief btw van € 685,47. Uit de verder onbetwiste stellingen (onderbouwd met producties) van Volkswagen volgt dat ter zake voldoende inspanningen zijn verricht. De kantonrechter ziet geen aanleiding om (ambtshalve) tot matiging van de gevorderde vergoeding over te gaan. Deze vordering zal daarom worden toegewezen.
Proceskosten
4.5.
[gedaagde] is in conventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Volkswagen worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
153,77
- griffierecht
529,00
- salaris gemachtigde
576,00
(2 punten × € 288,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.402,77
in reconventie
De BKR-registratie van [gedaagde]
4.6.
[gedaagde] vordert, zowel primair als subsidiair, Volkswagen te veroordelen om de BKR-registratie (A-codering) te verwijderen althans te schorsen totdat onherroepelijk is beslist over de verzekeringskwestie. De BKR-registratie is volgens [gedaagde] disproportioneel omdat Volkswagen deze heeft verwerkt voordat de verzekeringsuitkering heeft plaatsgevonden, de definitieve restschuld nog niet bekend was en er een geschil liep over de hoogte van de schade-uitkering door zijn verzekeraar.
4.7.
Anders dan [gedaagde] aanvoert was de grondslag voor de verwerking van de A-cordering de betalingsachterstand van de maandelijkse termijnen. Dit staat los van de total loss verklaring van de auto en de daaropvolgende verzekeringskwestie. Zoals volgt uit overweging 4.2. heeft [gedaagde] de betalingsachterstand niet weersproken. De verwerking van Volkswagen is dan ook niet disproportioneel op grond van de door [gedaagde] aangevoerde punten. De vordering van [gedaagde] tot verwijdering danwel schorsing van de BKR-registratie wordt daarom afgewezen.
Vorderingen met betrekking tot de schade-vaststelling door de verzekeraar van [gedaagde]
4.8.
De onenigheid met de verzekeraar over de hoogte van de schade-uitkering, de kwestie met betrekking tot de marge-auto en het ingetrokken aanbod tot schadeafwikkeling zien op de rechtsverhouding tussen [gedaagde] en zijn verzekeraar. Een eis in reconventie kan slechts worden ingesteld tegen eiser in conventie, in dit geval Volkswagen. De primaire vordering van [gedaagde] onder 1. en 2. zijn niet ingesteld tegen Volkswagen maar zien op de rechtsverhouding met de verzekeraar. Deze vorderingen worden om die reden afgewezen. Ook de subsidiaire vorderingen zijn niet ingesteld tegen Volkswagen en worden daarom afgewezen.
Proceskosten
4.9.
[gedaagde] is in reconventie in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De proceskosten van Volkswagen worden begroot op € 288,00 aan salaris gemachtigde.

5.De beslissing

De kantonrechter
in conventie
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Volkswagen te betalen een bedrag van € 4.604,98, te vermeerderen met de contractuele rente van 10,46% per jaar over een bedrag van € 3.768,44, met ingang van 8 januari 2026, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.402,77, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
in reconventie
5.4.
wijst de vorderingen van [gedaagde] af,
5.5.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 288,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. Otto en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2026.