Uitspraak
1.[gedaagde 1] ,
2.
[gedaagde 2],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord,
- de mondelinge behandeling van 15 april 2025.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
“Ik alles betaal terug jou 780 euro”. De kantonrechter leidt hieruit af dat [gedaagde 1] een verplichting tot terugbetaling van een bedrag van € 780,00 erkent.
“dank je wel”. Uit deze feiten en omstandigheden blijkt voldoende dat partijen tenminste aanvankelijk een lening zijn aangegaan.
“verjaardagskado voor je”en
“verjaardagskado voor [gedaagde 2] ”is opgenomen (zie weergegeven onder rechtsoverweging 2.1.). Het ontbreken van een dergelijke omschrijving bij de overige betalingen wijst eerder op het bestaan van een geldlening.
“ [gedaagde 1] , 50 euro termijn 1 x maanden afgesproken je heb mij beloofd”.De kantonrechter leidt hieruit ook af dat [gedaagden] uitgaan van een tussen partijen gemaakte betalingsregeling van € 50,00 per maand. Ook blijkt uit een whatsapp-bericht van 11 augustus 2025 dat [gedaagde 1] schrijft:
“Kan ik je spreken? Voor oplossing aub.vorige maand heb ik 50 euro betaald. We hebben afgesproken per maand.”De omschrijving op de overboeking van 29 juli 2025 en het whatsapp-bericht van 11 augustus 2025 duiden op het voortbestaan van een betalingsverplichting en zijn moeilijk verenigbaar met de door [gedaagden] gestelde eerdere kwijtschelding op