ECLI:NL:RBLIM:2026:4104

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
6 mei 2026
Publicatiedatum
28 april 2026
Zaaknummer
C/03/343303 / HA ZA 25-295
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • dr. Kluin
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:74 lid 1 BWArt. 7:411 BWArt. 6:119 BWArt. 17 Algemene Voorwaarden Zakelijke Markt Vodafone Libertel B.V.
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding annuleringskosten glasvezelaansluiting na voortijdige beëindiging overeenkomst

Vodafone en [gedaagde partij] sloten een overeenkomst voor een glasvezelaansluiting met een looptijd van 60 maanden. Vodafone gaf opdracht aan Eurofiber voor aanleg van de glasvezelverbinding. Tijdens de uitvoering ontstond een geschil omdat [gedaagde partij] geen nieuwe mantelbuis wilde laten aanleggen vanwege mogelijke beschadiging van de asfaltverharding en eiste gebruik van de bestaande mantelbuis.

De glasvezelverbinding werd niet aangelegd en Vodafone bracht annuleringskosten in rekening. [gedaagde partij] betaalde niet en Vodafone startte incassoprocedure. De rechtbank oordeelt dat de voortijdige beëindiging aan [gedaagde partij] toe te rekenen is, omdat zij niet binnen de gestelde termijn bezwaar maakte tegen het site survey rapport waarin de aanleg van een nieuwe mantelbuis was opgenomen.

Vodafone mocht ervan uitgaan dat [gedaagde partij] instemde met de uitvoering zoals gepland. De gevorderde annuleringskosten worden toegewezen, evenals wettelijke rente vanaf datum verzuim en buitengerechtelijke incassokosten. [gedaagde partij] wordt veroordeeld tot betaling van deze bedragen en de proceskosten.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van annuleringskosten, rente, incassokosten en proceskosten aan Vodafone.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: C/03/343303 / HA ZA 25-295
Vonnis van 6 mei 2026
in de zaak van
VODAFONE LIBERTEL B.V.,
te Maastricht,
eisende partij,
hierna te noemen: Vodafone,
advocaat: mr. W. van Dijk,
tegen
[gedaagde partij] B.V.,
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde partij] ,
advocaat: mr. P.J.T. Austen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties
- de conclusie van antwoord met producties
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- de mondelinge behandeling van 12 februari 2026, waarbij door partijen spreekaantekeningen zijn overgelegd en waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[gedaagde partij] is een bedrijf met een vestiging op het bedrijventerrein aan de [adres] te [plaats] . [gedaagde partij] maakte voor haar internet aansluiting gebruik van een glasvezelkabel van Ziggo. De aansluiting van deze glasvezelkabel loopt vanaf de openbare weg tot in het pand door een groene mantelbuis.
2.2.
In oktober 2020 heeft Vodafone aan [gedaagde partij] een aanbod gedaan om via haar een abonnement te nemen op een glasvezelaansluiting. Dit aanbod heeft geleid tot het sluiten van de overeenkomst “Addendum Vodafone Managed Netwerk Services” op 29 oktober 2020 [1] (hierna aan te halen als “de glasvezelovereenkomst”). Van deze overeenkomst maken deel uit de “Algemene Voorwaarden Zakelijke Markt Vodafone Libertel BV” versie 21 juni 2020. De overeenkomst heeft een duur van 60 maanden.
2.3.
Vodafone heeft de aanleg van de aansluiting bij [gedaagde partij] uitbesteed aan Eurofiber en daarvoor in december 2020 opdracht gegeven [2] . Eurofiber zou de glasvezelverbinding aansluiten op haar netwerk en de verbinding verhuren aan Vodafone.
2.4.
Vervolgens heeft op 11 januari 2021 door Eurofiber een zogenaamde site survey plaatsgevonden. Daarbij wordt in kaart gebracht hoe en op welke wijze de glasvezelkabel vanaf het aansluitpunt in het openbaar gebied tot in het gebouw van [gedaagde partij] wordt gebracht. Bij de site survey was van de zijde van [gedaagde partij] de heer Bolderen aanwezig. De site survey is vastgelegd in een door Eurofiber opgesteld document [3] (hierin staat per abuis als datum van onderzoek 11 januari 2020 opgenomen).
2.5.
Op het terrein van [gedaagde partij] ligt aansluitend aan het bedrijfspand een geasfalteerde weg. In het site survey document is over dit deel van het traject van de glasvezelkabel het volgende opgenomen.
[afbeelding geanonimiseerd]
2.6.
Vodafone heeft het site survey document bij e-mail van 27 januari 2021 [4] aan [gedaagde partij] (de heer [persoon 1] ) verstuurd. Daarbij is gevraagd om eventuele op- of aanmerkingen binnen vijf werkdagen aan Vodafone kenbaar te maken zodat daarmee rekening kan worden gehouden bij de uitvoering van de werkzaamheden. In deze e-mail staat verder vermeld dat de opleverdatum van de verbinding is vastgesteld op 19 maart 2021. Deze opleverdatum is door Vodafone uitgesteld en uiteindelijk gepland op 20 juli 2021.
2.7.
Als begin juli 2020 de aannemer voor het aanleggen van de mantelbuis in de asfaltverharding wil frezen, ontstaat een discussie tussen partijen. [gedaagde partij] staat beschadiging van de aslfaltverharding niet toe en stemt alleen in met de aanleg van een nieuwe glasvezelkabel via de bestaande mantelbuis.
2.8.
De nieuwe glasvezelverbinding is niet aangelegd. Vodafone heeft de door Eurofiber tot dan toe voor de aansluiting gemaakte kosten ter hoogte van € 19.499,75 [5] , vermeerderd met € 4.094,95 (dus in totaal € 23.594,70) bij factuur van 25 februari 2022 als afkoopsom voor het annuleren van de glasvezel aansluiting in rekening gebracht.
2.9.
De factuur is door [gedaagde partij] onbetaald gelaten en Vodafone heeft de vordering vervolgens ter incasso uit handen gegeven. Bij brief van 9 januari 2025 [6] heeft het incassobureau [gedaagde partij] gesommeerd een bedrag van € 33.733,96 (bestaande uit hoofdsom, rente en incassokosten) te betalen.

3.Het geschil

3.1.
Vodafone vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde partij] tot betaling van € 36.504,59 aan hoofdsom, rente en buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met rente en proceskosten.
3.2.
[gedaagde partij] voert verweer. [gedaagde partij] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Vodafone, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Vodafone, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Vodafone in de kosten van deze procedure.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
In deze procedure staat centraal de vraag of [gedaagde partij] aan Vodafone de kosten dient te vergoeden die Eurofiber aan Vodafone in rekening heeft gebracht voor het annuleren van de glasvezelaansluiting voor het bedrijf van [gedaagde partij] . Dat is kort gezegd het geval. Hierna wordt uitgelegd waarom.
4.2.
[gedaagde partij] heeft met Vodafone een overeenkomst gesloten tot het afnemen van een dataverbinding via een glasvezelnetwerk. In de overeenkomst zijn de Algemene Voorwaarden Zakelijke Markt Vodafone Libertel B.V. (versie 21 juni 2020) van toepassing verklaard. In de “overwegingen vooraf” op pagina 1 van de overeenkomst staat dat deze algemene voorwaarden als bijlage zijn toegevoegd. Deze pagina is zijdens [gedaagde partij] geparafeerd zodat uitgegaan wordt van het beschikbaar stellen van de algemene voorwaarden aan [gedaagde partij] . Het door [gedaagde partij] tegen de toepasselijkheid van de voorwaarden gevoerde verweer wordt dan ook gepasseerd.
4.3.
Deze overeenkomst tussen Vodafone en [gedaagde partij] is voortijdig geëindigd omdat de glasvezelverbinding tussen het aansluitpunt in het openbaar gebied en het aansluitpunt in het pand niet tot stand kon worden gebracht. Dit komt omdat [gedaagde partij] de aanleg van deze verbinding niet toestaat wanneer daarvoor een nieuwe mantelbuis wordt aangelegd waarbij de asfaltverharding naast haar bedrijfspand wordt beschadigd. [gedaagde partij] wil dat voor de glasvezelverbinding gebruik wordt gemaakt van de al aanwezige mantelbuis met de glasvezelkabel van Ziggo.
4.4.
Met Vodafone is de rechtbank van oordeel dat sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst door [gedaagde partij] . Partijen hebben afgesproken dat een nieuwe glasvezelkabel naar het bedrijfspand van [gedaagde partij] zou worden gelegd. Daarvoor is op 11 januari 2021 een zogenaamde site survey gedaan om het traject van de glasvezelkabel vast te leggen. In het rapport van de site survey dat Vodafone bij e-mail van 27 januari 2021 aan [gedaagde partij] heeft verstuurd staat dat een nieuwe mantelbuis wordt gelegd en dat het asfalt bij het uittredepunt mag worden gezaagd [7] . Ook wordt het intredepunt in het pand aangegeven. Vodafone heeft [gedaagde partij] gevraagd om eventuele op- of aanmerkingen binnen vijf werkdagen aan haar kenbaar te maken zodat daarmee rekening kan worden gehouden bij de uitvoering van de werkzaamheden. [gedaagde partij] heeft niet gesteld en evenmin is gebleken dat zij (binnen de gegeven termijn) op het site survey rapport heeft gereageerd en daarbij heeft aangegeven dat de nieuwe glasvezelkabel alleen door de bestaande mantelbuis gelegd mocht worden. Dit is pas vlak voor de uitvoering van de aansluiting aan (de aannemer van) Vodafone kenbaar gemaakt.
4.5.
Anders dan [gedaagde partij] beweert, kan uit de door haar overgelegde verklaring van haar toenmalig medewerker de heer [persoon 2] [8] niet worden opgemaakt dat bij de (aannemer van) Vodafone bekend was dat alleen werd ingestemd met nieuwe glasvezelaansluiting via de bestaande mantelbuis. In de verklaring staat dat hij bij de site survey aanwezig was en dat hij na overleg met de heer [persoon 1] (eveneens toenmalig medewerker van [gedaagde partij] ) had begrepen dat de bestaande mantelbuis zou worden vervangen en dat in zijn beleving de bestaande glasvezelkabel zou worden vervangen door een nieuwe kabel. [persoon 2] ging er dus kennelijk ook van uit dat de nieuwe aansluiting niet via de bestaande mantelbuis zou worden gerealiseerd omdat de bestaande mantelbuis zou worden vervangen.
4.6.
Vodafone heeft tijdens de zitting ook gemotiveerd toegelicht dat de wens/voorwaarde van [gedaagde partij] om de bestaande mantelbuis te gebruiken voor de glasvezelaansluiting van Eurofiber (die door Vodafone wordt gehuurd) om juridische redenen niet mogelijk is. De mantelbuis is namelijk van Ziggo en niet van Vodafone (of Eurofiber). Bovendien mag de in de bestaande mantelbuis aanwezige glasvezelkabel van Ziggo niet verwijderd worden. Ook praktisch/technisch gezien is het dan volgens Vodafone niet mogelijk om in een mantelbuis met een glasvezelkabel die is aangesloten op een ander netwerk dan het nieuwe netwerk, naast de aanwezig glasvezelkabel een nieuwe glasvezelkabel aan te brengen met een aansluiting op dat andere, nieuwe netwerk.
4.7.
Het voorgaande betekent dat Vodafone niet op de hoogte was van de eis van [gedaagde partij] dat de bestaande mantelbuis moest worden gebruikt. Zodoende mocht Vodafone er van uit gaan dat [gedaagde partij] instemde met de uitvoering van de werkzaamheden op de wijze als vermeld in het site survey rapport. Het valt dan ook aan [gedaagde partij] toe te rekenen dat hieraan geen uitvoering kon worden gegeven.
[gedaagde partij] is gelet op het bepaalde in artikel 6:74 lid 1 BW Pro in samenhang met artikel 7:411 BW Pro dan ook aansprakelijk voor de door als gevolg van de tekortkoming geleden schade.
4.8.
Vodafone heeft bij factuur van 25 februari 2022 annuleringskosten aan [gedaagde partij] in rekening gebracht ter hoogte van € 23.594,70. Dit bedrag (vermeerderd met btw) is gelijk aan het bedrag dat Eurofiber aan Vodafone in rekening heeft gebracht voor de annulering van de aanleg van de glasvezelaansluiting. Dit bedrag komt in beginsel als schadevergoeding voor toewijzing in aanmerking. Vodafone heeft deze kosten namelijk nodeloos gemaakt vanwege de voortijdige beëindiging van de overeenkomst. De verschuldigdheid van deze kosten volgt ook uit artikel 17 van Pro de algemene voorwaarden.
4.9.
[gedaagde partij] heeft de hoogte van de door Vodafone in rekening gebrachte schade/kosten betwist. Volgens [gedaagde partij] worden de kosten voor 7000 meter glasvezelkabel in rekening gebracht terwijl de werkzaamheden voor zijn aansluiting maar over een lengte van 200 meter zijn verricht. Vodafone heeft gemotiveerd gesteld en toegelicht dat de door Eurofiber in rekening gebrachte kosten alleen zien op het leggen van de glasvezelkabel vanuit het aansluitpunt in het openbaar gebied naar het pand van [gedaagde partij] over een afstand van ongeveer 200 meter en niet de 7000 meter zoals die in de opdracht van Vodafone aan Eurofiber staat. Die 7000 meter in de opdracht ziet alleen op de het deel van het glasvezelnetwerk van Eurofiber dat door Vodafone zou worden gehuurd om te gebruiken voor de datadiensten voor [gedaagde partij] . Verder heeft Vodafone voldoende gemotiveerd toegelicht dat de in de opdracht lagere eenmalige installatiekosten (€ 913,95) worden genoemd omdat bij nakoming van de overeenkomst de werkelijke kosten uiteindelijk via de lease vergoeding zouden worden terugverdiend.
4.10.
Het verweer van [gedaagde partij] dat Vodafone haar rechten op betaling van de factuur van 25 februari 2022 zou hebben verwerkt volgt de rechtbank niet. Weliswaar kan uit de door [gedaagde partij] overgelegde correspondentie worden afgeleid dat [gedaagde partij] haar onbegrip heeft geuit over het niet kunnen gebruiken van de mantelbuis van Ziggo voor de aansluiting van Vodafone omdat Vodafone en Ziggo samenwerken en dat [gedaagde partij] om die reden een regeling wil over de kosten. De door [gedaagde partij] overgelegde correspondentie met Vodafone/Ziggo rechtvaardigt echter niet de conclusie dat Vodafone kwijtschelding heeft toegezegd of het vertrouwen heeft opgewekt dat [gedaagde partij] de factuur niet zou hoeven betalen. Bij e-mail van 6 juni 2023 [9] heeft Vodafone enkel laten weten dat de vraag of de gemaakte kosten kwijtgescholden kunnen worden nog uit staat. Vodafone zegt met andere woorden alleen dat zij op het verzoek van [gedaagde partij] tot kwijtschelding van de factuur, nog geen beslissing heeft genomen.
4.11.
In de omstandigheid dat partijen na het versturen van de factuur van 25 februari 2022 kennelijk nog in overleg zijn geweest over de verschuldigdheid ervan, ziet de rechtbank wel aanleiding voor de conclusie dat [gedaagde partij] nog niet in verzuim was met de betaling van de factuur. Pas met de sommatiebrief van 9 januari 2025 heeft Vodafone (impliciet) laten weten haar aanspraak op de volledige betaling van de factuur van 25 februari 2022 te handhaven. Bij e-mail van 17 januari 2025 heeft de incasso gemachtigde van Vodafone tot 20 januari 2025 de tijd gegeven om te betalen zodat [gedaagde partij] per die datum geacht wordt in verzuim te zijn. Over de factuur zal daarom de contractuele rente worden toegewezen vanaf 20 januari 2025.
4.12.
De door Vodafone gemaakte buitengerechtelijke kosten zullen worden toegewezen over het factuurbedrag. Omdat niet blijkt waarop Vodafone het door haar gevorderde bedrag aan incassokosten van € 3.539,21 heeft gebaseerd, zal de rechtbank voor de hoogte van de toe te wijzen incassokosten aansluiten bij het tarief van de staffel bij het Besluit buitengerechtelijke incassokosten. Op basis van het factuurbedrag kan het bedrag aan buitengerechtelijke kosten kan dan worden berekend op € 1.010,95 exclusief btw. Dit bedrag zal worden toegewezen.
4.13.
[gedaagde partij] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Vodafone worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
122,35
- griffierecht
2.995,00
- salaris advocaat
1.672,00
(2 punten × € 836,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
4.978,35
4.14.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
veroordeelt [gedaagde partij] om aan Vodafone te betalen een bedrag van € 23.594,70, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vermeerderd met 2% per jaar, met ingang van 20 januari 2025, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [gedaagde partij] om aan Vodafone te betalen een bedrag van € 1.019,95 aan buitengerechtelijke kosten,
5.3.
veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten van € 4.978,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde partij] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
veroordeelt [gedaagde partij] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. dr. Kluin en in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2026.

Voetnoten

1.Productie 1 bij dagvaarding
2.Productie 4 bij dagvaarding
3.Productie 5 bij dagvaarding
4.Productie 6 bij dagvaarding
5.Productie 7 bij dagvaarding
6.Productie 9 bij dagvaarding
7.Zie randnummer 2.5
8.Productie 3 bij de conclusie van antwoord
9.Productie 9 bij conclusie van antwoord