Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
Rechtbank Limburg
Eiser exploiteert een fysiotherapiepraktijk en vordert betaling van openstaande facturen van de overleden echtgenoot van gedaagde. Gedaagde wordt aangesproken als erfgenaam, maar betwist dit en stelt dat de erfenis nog niet is afgewikkeld en dat de zorgverzekering de facturen zou betalen.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende feiten en bewijs heeft aangeleverd om aan te tonen dat gedaagde daadwerkelijk erfgenaam is. Eiser had bijvoorbeeld een uittreksel uit het centraal testamentenregister of een verklaring van erfrecht kunnen overleggen. Het niet concreet onderbouwen van de rechtsopvolging leidt tot niet-ontvankelijkheid van eiser.
Het niet-ontvankelijk verklaren betekent dat de inhoudelijke vordering niet wordt behandeld. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten, die vanwege afwezigheid van gedaagde op zitting op nihil worden vastgesteld. Het vonnis is gewezen door kantonrechter Piëtte en op 4 februari 2026 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende bewijs dat gedaagde erfgenaam is.