Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2026:3931

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
24 april 2026
Publicatiedatum
23 april 2026
Zaaknummer
C/03/349886 / KG ZA 26-70
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • Provaas
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:15 AwArt. 2:127 AwArt. 2:130 Aw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Motiveringsgebrek in gunningsbeslissing aanbesteding sport- en beweegprogramma Heerlen

Stichting Welzijn Heerlen (Alcander) nam deel aan een Europese openbare aanbesteding van de gemeente Heerlen voor een sport- en beweegstimuleringsprogramma. De opdracht werd voorlopig gegund aan The Move Factory (TMF), waarbij Alcander als tweede eindigde. Alcander maakte bezwaar tegen de gunningsbeslissing, stellende dat de motivering ontbrak, met name dat de relevante redenen en de relatieve voordelen van TMF ten opzichte van Alcander niet waren toegelicht zoals vereist in artikel 2.130 Aw (2012).

De rechtbank oordeelde dat de gunningsbeslissing onvoldoende inzicht gaf in waarom TMF beter scoorde dan Alcander, waardoor Alcander niet kon toetsen waarom zij was afgewezen. Dit gebrek kwalificeerde als een fundamenteel motiveringsgebrek en was in strijd met het transparantiebeginsel. De gemeente Heerlen mocht tijdens de mondelinge behandeling geen nieuwe motiveringen aanvoeren die niet in de oorspronkelijke beslissing waren opgenomen.

De voorzieningenrechter veroordeelde de gemeente Heerlen om de gunningsbeslissing van 4 februari 2026 in te trekken en te verbieden deze uit te voeren. Tevens werd de gemeente opgedragen een nieuwe, deugdelijk gemotiveerde gunningsbeslissing te nemen na herbeoordeling van Alcanders inschrijving door een nieuw samen te stellen beoordelingsteam, waarbij maximaal twee leden van het eerdere team mochten deelnemen. De proceskosten werden aan Alcander toegewezen.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de gemeente Heerlen tot intrekking van de gunningsbeslissing en tot herbeoordeling van Alcanders inschrijving door een nieuw beoordelingsteam.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: C/03/349886 / KG ZA 26-70
Vonnis in kort geding van 24 april 2026
in de zaak van
STICHTING WELZIJN HEERLEN,
gevestigd te Heerlen,
eiseres,
advocaat: mr. M.C.G. Nijssen,
tegen
GEMEENTE HEERLEN,
gevestigd te Heerlen,
gedaagde,
advocaat: mr. B. Lejeune en mr. P. Courtens.
Partijen zullen hierna Alcander en gemeente Heerlen genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding, met de producties 1 tot en met 11,
- de akte overlegging producties, met productie 12 van Alcander,
- de akte wijziging van eis van Alcander,
- de producties 13 en 14 van Alcander,
- de mondelinge behandeling van 16 april 2026, waarbij de advocaten van partijen hun spreekaantekeningen hebben overgelegd.
1.2.
Tenslotte is vonnis bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
Alcander heeft deelgenomen aan een Europese openbare aanbesteding van de gemeente Heerlen met [kenmerk] , genaamd ‘Uitvoeringsopdracht voor het Heerlense sport- en beweegstimuleringsprogramma.”
2.2.
In de aanbestedingsleidraad [1] is bepaald dat de opdracht wordt gegund aan de economisch meest voordelige inschrijving, hetgeen wordt vastgesteld op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding.
2.3.
In de aanbestedingsleidraad staat met betrekking tot de beste prijs-kwaliteit verhouding het volgende:
5.4.4.
Gunningscriteria en beoordelingsmethodiek
Voor deze opdracht iseen vast budget beschikbaar. De beoordeling van de inschrijvingen geschiedt op basis van de volgende onderverdeling:
De inschrijver met de hoogste totaalscore komt in aanmerking voor gunning.
5.4.4.1. Kwaliteit
De kwaliteit zal worden beoordeeld aan de hand van onderstaande sub-gunningscriteria.
(…)” [2]
2.4.
Bij subgunningscriterium B (Beschrijving team) staat in de aanbestedingsleidraad de volgende toelichting opgenomen, voor zover thans relevant:
2.5.
In de aanbestedingsleidraad is bij subgunningscriterium D (Plan: visie en aanpak) de volgende toelichting opgenomen, voor zover thans relevant:
2.6.
Onder andere Alcander en The Move Factory (hierna: TMF) hebben ingeschreven op de aanbesteding.
2.7.
De gemeente Heerlen heeft op 4 februari 2026 de gunningsbeslissing verzonden. Daarin vermeldt de gemeente Heerlen dat zij de opdracht, na toetsing van de inschrijvingen, voorlopig heeft gegund aan TMF en dat Alcander in de rangorde als tweede is geëindigd. De gemeente Heerlen geeft in de onderstaande tabellen enerzijds het resultaat (totaalscore) van het beoordelingsproces en anderzijds de toelichting op de score van Alcander, voor zover thans relevant:
(…)
2.8.
Alcander heeft op 17 februari 2026 bezwaar gemaakt tegen het voornemen van de gemeente Heerlen om de opdracht aan TMF te gunnen. Daartoe heeft zij onder meer het volgende aangevoerd:
“(…) Bij bestudering van onze beoordeling stellen wij vast dat de beoordelingscommissie bij de kwalitatieve gunningcriteria is afgeweken van de in de aanbestedingsstukken opgenomen beoordelingswijze. Dit gebrek moet leiden tot een herbeoordeling van alle inschrijvingen door een nieuwe beoordelingscommissie.
Er is beoordeeld op aspecten die géén onderdeel uitmaakten van de gunningscriteria. Dit is het geval waar is omschreven een “eigen signatuur” te missen. In de criteria wordt echter gevraagd om een “algehele visie". In de criteria staat niet dat daaronder ook een eigen signatuur wordt begrepen. Dit punt in de beoordeling is bovendien tegenstrijdig met de vermelde observatie dat wij de succesfactoren op een concrete en eigen wijze vertalen naar de gestelde kernwaarden.
In het geval dat bovenstaande aspecten wel onderdeel uitmaken van de gunningscriteria, hetgeen wij zoals hierboven vermeld uitdrukkelijk betwisten, is de constatering dat inschrijver een “eigen signatuur” zou missen niet alleen in strijd met de vooraf bekendgemaakte beoordelingscriteria, maar ook feitelijk onjuist en onvoldoende gemotiveerd richting inschrijver.
Inschrijver voert deze opdracht reeds lange tijd uit en heeft in de afgelopen 10 jaar het merk “Heel Heerlen Beweegt” ontwikkeld, gepositioneerd en structureel uitgebouwd. Dit merk is door inschrijver geïnitieerd en doorontwikkeld tot een breed gedragen en herkenbaar platform binnen de gemeente Heerlen, met actieve betrokkenheid van inwoners, verenigingen, maatschappelijke organisaties en ketenpartners.
Het programma bevat een herkenbare communicatiestijl, huisstijl en positionering die in gemeente breed bekend is.
- Jaarlijks circa 8.000 deelnemers aan de diverse activiteiten van Heel Heerlen Beweegt
- Ruim 2000 volgers op sociale media (o.a. Instagram en Facebook)
- Ruim 900 abonnees op de maandelijkse nieuwsbrief
- Circa 14.000 unieke bezoekers van de website
- Uitgesproken tevredenheid over het programma Heel Heerlen Beweegt door de wethouder in de Heerlense gemeenteraad.
Deze langdurige, consistente en aantoonbaar succesvolle positionering vormt naar objectieve maatstaven juist een duidelijke eigen signatuur. De beoordeling dat een dergelijke signatuur zou ontbreken is derhalve niet navolgbaar en staat bovendien haaks op de gelijktijdige observatie van de beoordelingscommissie dat inschrijver de succesfactoren “op een concrete en eigen wijze" vertaalt naar de gestelde kernwaarden. Indien de aanbestedende dienst met het begrip “algehele visie” tevens een afzonderlijke, aanvullende eis ten aanzien van een “eigen signatuur" heeft bedoeld, dan had dit expliciet, transparant en toetsbaar in de gunningscriteria moeten worden opgenomen. Dat is niet gebeurd. Hiermee is sprake van een afwijking van de vooraf bekendgemaakte beoordelingssystematiek.
Er is ten onterechte geconstateerd dat onze inschrijving omissies bevat. Twee
voorbeelden:

Over het document Team is gesteld dat zij "geen specifieke uren voor de integrale aansturing van de opdracht kunnen identificeren, wat vragen oproept over de beheersing van de opdracht". Bij Buurtsportcoach C benoemen wij wel degelijk dat deze fte een beleidsmatige en coördinerende rol vervult, waaronder het opvolgen van het implementatieplan. Verderop stellen we dat het team wordt ondersteund door een manager en programmamanager, omdat zij het bredere overzicht hebben, waarvoor wij geen fte’s hebben genoemd, omdat wij die niet in rekening brengen.

Naar aanleiding van ons plan van aanpak is geoordeeld dat datagedreven werken beperkt zijn beschreven. In hoofdstuk 5 en via de tekst van de KPI's geven wij hieraan wel vrij uitvoerig invulling. We schuiven het gesprek over exacte meetmethoden beredeneerd door naar de implementatiefase, waar we een compleet monitoringsplan aanbieden.(…)” [3]
2.9.
De klachtencommissie van de gemeente Heerlen heeft in reactie op het door Alcander gemaakte bezwaar bij brief van 4 maart 2026 inhoudelijk gereageerd, waarbij de klacht ongegrond is verklaard.

3.Het geschil

3.1.
Stichting Welzijn Heerlen vordert, na wijziging van eis, dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zover uitvoerbaar bij voorraad:
de gemeente Heerlen veroordeelt, de voorgenomen gunningsbeslissing van 4 februari 2026 aan TMF in te trekken en ingetrokken te houden;
de gemeente Heerlen verbiedt uitvoering te geven aan de voorgenomen gunningsbeslissing van 4 februari 2026 aan TMF;
de gemeente veroordeelt – voor zover zij de opdracht nog wil gunnen op basis van de resultaten uit de huidige aanbestedingsprocedure – met in achtneming van hetgeen in het te wijzen vonnis wordt overwogen en geoordeeld, een nieuwe deugdelijk gemotiveerde gunningsbeslissing te nemen na herbeoordeling van de inschrijving van Alcander, door een nieuw samen te stellen beoordelingsteam, waarin maximaal twee leden van het eerdere beoordelingsteam zitting mogen hebben, op de (sub)gunningscriteria B en D, gedaan met een motivering conform de vereisten die voortvloeien uit artikel 1.15 jo. 2.130 Aw (2012), en daarbij vervolgens opnieuw een opschortende termijn in acht te nemen zoals bepaald in artikel 2.127 Aw (2012);
e beslissing neemt die recht doet aan de belangen van Alcander;
de gemeente veroordeelt in de proceskosten van Alcander.
3.2.
De gemeente Heerlen voert verweer.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Spoedeisend belang
4.1.
Het spoedeisend belang vloeit naar het oordeel van de voorzieningenrechter voort uit de aard van de gevraagde voorzieningen.
In geschil
4.2.
Alcander baseert haar vorderingen in de kern hierop dat volgens haar (i) de voorgenomen gunningsbeslissing van de gemeente Heerlen niet voldoet aan de eis van artikel 1.15 lid 2 en artikel 2.130 Aw (2012) en daarnaast dat (ii) de gemeente Heerlen haar inschrijving ten aanzien van de kwalitatieve (sub)gunningscriteria B en D onjuist heeft beoordeeld en is afgeweken van haar eigen aanbestedingsdocumenten. De gemeente Heerlen betwist beide bezwaren.
Ad (i): motivering van de voorgenomen gunning
4.3.
Alcander stelt in de eerste plaats dat de gunningsbeslissing niet de relevante redenen voor de beslissing bevat als bedoeld in artikel 1.15 lid 2 en artikel 2.130 lid 1 Aw (2012). Zij voert in dat verband aan dat de gemeente Heerlen weliswaar de totaalpuntenscores van Alcander en TMF en een toelichting op de scores van Alcander heeft verstrekt, maar dat de gemeente Heerlen niet heeft toegelicht wat TMF ten opzichte van Alcander beter heeft gedaan. Alcander doelt daarbij meer specifiek op het kwalitatieve (sub)gunningscriterium B, waarbij Alcander een totaalpuntenscore van 15 heeft gekregen en TMF een (maximale) totaalpuntenscore van 20, en op het kwalitatieve (sub)gunningscriterium D, waarbij Alcander een totaalpuntenscore van 35 en TMF een (maximale) totaalpuntenscore van 45 heeft gekregen. Volgens Alcander had het wel op de weg van de gemeente Heerlen gelegen om dit inzicht – gelet op de ratio van artikel 2.130 Aw (2012) om doeltreffend beroep te kunnen instellen tegen de gunningsbeslissing – te verschaffen. Alleen al om die reden kan de gunningsbeslissing niet in stand blijven, hetgeen, aldus Alcander, dient te leiden tot een herbeoordeling van de inschrijving van Alcander op voornoemde (sub)gunningsciteria.
4.4.
De gemeente Heerlen betwist dat de voorgenomen gunningsbeslissing niet voldoet aan de eisen in artikel 1.15 lid 2 en artikel 2.130 lid 1 Aw (2012). Volgens de gemeente Heerlen heeft zij voldoende gemotiveerd op welke wijze TMF zich positief heeft onderscheiden ten opzichte van de inschrijving van Alcander door bij (sub)gunningscriterium B en D een omschrijving van de waardering van de verschillende puntenscores aan te geven met betrekking tot Alcander, zulks in combinatie met de enerzijds aan Alcander en anderzijds aan TMF toegekende totaalpuntenscores. Daarmee heeft de gemeente Heerlen een goed beeld gegeven van wat de beoordelaars vonden van de inschrijvingen van Alcander en TMF, en kon hieruit worden opgemaakt op welke punten de inschrijving van TMF zich in de ogen van de beoordelaars positief onderscheiden heeft van de inschrijving van Alcander. De gemeente Heerlen betoogt dat artikel 2.130 Aw (2012) niet vereist dat de aanbesteder een puntsgewijze vergelijking opneemt waarbij belangrijke inhoudelijke details van de andere inschrijving worden vermeld en dat dit derhalve ook niet van haar kan worden verwacht. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de gemeente Heerlen, voor zover de voorzieningenrechter van oordeel is dat de motivering van de gunningsbeslissing van 4 februari 2026 onvoldoende is, meer informatie over een en ander gegeven. Hiermee stelt de gemeente Heerlen in ieder geval aan haar motiveringsplicht te hebben voldaan.
4.5.
Dit verweer slaagt niet. Vooropgesteld wordt dat op grond van artikel 1.15 jo. 2.130 Aw (2012) de mededeling van de gunningsbeslissing aan iedere inschrijver of gegadigde onder meer de relevante redenen voor die beslissing dient te bevatten, waaronder in ieder geval dienen te worden verstaan de kenmerken en relatieve voordelen van de uitgekozen inschrijving. Blijkens de Memorie van Toelichting bij artikel 2.130 Aw (2012) [4] is die bepaling in het leven geroepen om betrokken inschrijvers te faciliteren in de mogelijkheid om doeltreffend beroep te kunnen instellen tegen de gunningsbeslissing en moeten zij bij de bekendmaking van de gunningsbeslissing alle relevante informatie ontvangen om dit te kunnen doen. In het geval de aanbestedende dienst het criterium ‘economisch meest voordelige inschrijving’ heeft gehanteerd, ligt het in de rede dat de aanbestedende dienst de aan de inschrijvingen toegekende scores en de relatieve positie van de afgewezen inschrijver ten opzichte van de geselecteerde inschrijver ter onderbouwing van de mededeling van de gunningsbeslissing kenbaar maakt.
4.6.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de voorgenomen gunningsbeslissing van 4 februari 2026 hier niet aan voldoet. Het opnemen van alleen de eind(totaal)scores van de winnende inschrijving van TMF – naast vermelding van de scores van Alcander – in combinatie met een toelichting op de eigen inschrijving van Alcander acht de voorzieningenrechter onvoldoende, omdat de gunningbeslissing daarmee niet de kenmerken en relatieve voordelen van de inschrijving van TMF bevat. De stelling van de gemeente Heerlen dat zij door de hiervoor omschreven wijze voldoende heeft gemotiveerd op welke wijze TMF zich ten opzichte van Alcander positief heeft onderscheiden, zodat dit volgens de gemeente Heerlen kenbaar was voor Alcander, maakt het voorgaande niet anders. Immers, uit de gegeven waardering van de puntenscores kan niet worden afgeleid wat TMF ten opzichte van Alcander positief anders heeft gedaan, dan wel op welke wijze zij dit heeft gedaan. Het had volgens de voorzieningenrechter wel op de weg gelegen van de gemeente Heerlen om dit – ook zonder het hoeven delen van gedetailleerde informatie die de commerciële belangen van TMF zou kunnen schaden of afbreuk zou doen aan eerlijke mededinging – nader inzichtelijk te maken.
4.7.
Dat de gemeente Heerlen tijdens de mondelinge behandeling de waardering van de (sub)gunningscriterium B en D ten aanzien van TMF naar haar zeggen wel heeft onderbouwd, kan niet tot het door haar gewenste doel leiden. De aanbesteder is, behoudens bijzondere redenen of omstandigheden, niet gerechtigd later nog nieuwe redenen aan te voeren. Dit is alleen toegestaan als het een nadere toelichting betreft van reeds aangevoerde gronden. [5] Nu de gemeente Heerlen in de gunningsbeslissing van 4 februari 2026 die gronden niet heeft gegeven c.q. niet alle relevante redenen van de voorgenomen gunning aan TMF ten opzichte van Alcander heeft verstrekt, kan het motiveringsgebrek niet door het geven van deze onderbouwing tijdens de mondelinge behandeling worden hersteld. Dit had alleen gekund in het geval dat de gemeente Heerlen in de gunningsbeslissing wel alle relevante redenen had genoemd voor de positieve gunning aan TMF ten opzichte van Alcander en deze redenen nog nader dienden te worden toegelicht, hetgeen echter, zoals gezegd, niet het geval is geweest. Daarnaast is niet van enige bijzondere redenen of omstandigheden gebleken op grond waarvan de gemeente Heerlen gerechtigd zou zijn geweest om op een later tijdstip nieuwe redenen aan te voeren.
4.8.
Het argument van de gemeente Heerlen dat Alcander in de klachtprocedure er juist niet over klaagt dat de relevante redenen in de gunningsbeslissing ontbreken waardoor Alcander zich niet eens een beeld zou hebben kunnen vormen over het nut van juridsiche stappen, moge zo zijn, maar doet verder niet af aan de in artikel 2.130 Aw (2012) neergelegde verplichting van de gemeente Heerlen dat de gunningsbeslissing alle relevante redenen dient te bevatten, zijnde ingevolge het tweede lid van genoemd artikel in ieder geval de kenmerken en relatieve voordelen van TMF als uitgekozen inschrijving.
4.9.
Het voorgaande leidt volgens de voorzieningenrechter tot de conclusie dat de huidige gunningsbeslissing geen stand kan houden. De voorzieningenrechter zal de gemeente Heerlen dan ook veroordelen om de gunningsbeslissing van 4 februari 2026 ten aanzien van Alcander in te trekken en te verbieden uitvoering te geven aan deze gunningsbeslissing en om, voor zover zij de opdracht nog wil gunnen, aan Alcander een nieuwe, met in achtneming van het vorenoverwogene, gemotiveerde gunningsbeslissing te doen toekomen waarbij de gemeente Heerlen een nieuwe opschortende termijn ex artikel 2.127 Aw in acht zal moeten nemen.
4.10.
Onder c van het (gewijzigd) petitum heeft Alcander ook gevorderd dat een herbeoordeling van haar inschrijving – dus niet een herbeoordeling van álle inschrijvingen van de (geldige) inschrijvers – dient plaats te vinden alsmede dat die herbeoordeling dient plaats te vinden door een nieuw samen te stellen beoordelingsteam, waarin maximaal twee leden van het eerdere beoordelingsteam zitting mogen hebben. Daartoe het volgende.
4.11.
Voorop gesteld zij dat niet in alle gevallen waarin sprake is van een motiveringsgebrek herbeoordeling van de inschrijving aangewezen is. In het onderhavige geval is dat echter wel zo. Zoals hiervoor al gezegd is de voorzieningenrechter van oordeel dat de gunningsbeslissing van de gemeente Heerlen niet voldoet aan de eisen die artikel 2.130 Aw (2012) hieraan stelt. Dit kwalificeert als een fundamenteel gebrek, omdat Alcander met de gegeven gunningsbeslissing niet kan toetsen en controleren waarom zij heeft verloren. Dit levert strijd op met het transparantiebeginsel. Van belang is dat de relatieve voordelen de kern vormen van de vergelijking van de inschrijvers,
in casuvan Alcander en TMF. Alcander kan uit de voorgenomen gunningsbeslissing niet afleiden wat de concrete kenmerken zijn van het aanbod van TMF; algemene kwalificaties, zoals overigens pas ter zitting gegeven door de gemeente Heerlen, zonder één of meer concrete voorbeelden, zijn onvoldoende. [6] Met de voorgenomen gunningsbeslissing is evenmin transparant waarom het aanbod van TMF beter is dan het aanbod van Alcander. Dit alles spreekt temeer, nu het verschil in de scores tussen TMF en Alcander relatief klein is (92,5 respectievelijk 80 op een maximale score van 100). Hoewel hiermee niet bij voorbaat is gezegd dat de inhoudelijke beoordeling door de gemeente Heerlen de door de rechter te hanteren (marginale) toets niet zou kunnen doorstaan, acht de voorzieningenrechter, gelet op dit fundamentele motiveringsgebrek, een herbeoordeling van de inschrijving van Alcander noodzakelijk. Zoals reeds overwogen (zie noot 5 bij rov. 4.8) dient een aanbestedende dienst direct in de gunningsbeslissing álle relevante redenen op te nemen. Nu deze ontbreken in de gunningsbeslissing, zal de gemeente Heerlen die opnieuw moeten formuleren. Indien deze formulering zou plaatsvinden zonder herbeoordeling van de inschrijving van Alcander, bestaat naar het oordeel van de voorzieningenrechter het risico van
hineininterpretieren,waarbij enkel de motivering wordt aangevuld en naar de gegeven uitslag wordt toegeredeneerd. Om dit risico uit te sluiten is, in het licht van het voorgaande, de vordering van Alcander tot herbeoordeling van haar inschrijving dan ook voor toewijzing vatbaar.
4.12.
De vraag die vervolgens rijst is of de herbeoordeling dient plaats te vinden door de “oude” of een nieuw samen te stellen beoordelingscommissie. In het licht van hetgeen de voorzieningenrechter hiervoor heeft overwogen (rov. 4.11) is ook dit onderdeel van het gevorderde voor toewijzing vatbaar. Hierbij dient in aanmerking te worden genomen dat de oude commissie zich reeds vastgelegd heeft op TMF als winnende inschrijver, waardoor niet uitgesloten kan worden dat de herbeoordeling aan objectiviteit inboet. Dit, maar ook om de schijn van partijdigheid te voorkomen, maken daarom dat de inschrijving van Alcander opnieuw moet worden beoordeeld door een nieuw samen te stellen beoordelingsteam, zulks op de in het petitum voorgestelde wijze.
4.13.
Ter zitting heeft Alcander hier nog aan toegevoegd dat de heer [naam] , lid van de oude commissie, geen deel meer mag uitmaken van de beoordelingscommissie, omdat hij tot voor kort, zo’n twee jaar geleden, nog werkzaam is geweest bij TMF. Met de gemeente Heerlen is de voorzieningenrechter van oordeel dat de deskundigheid en integriteit van [naam] voornoemd buiten kijf staan. Maar ook hier geldt dat de schijn van partijdigheid moet worden voorkomen, zodat de voorzieningenrechter in het kader van het sub c van het petitum gevorderde (“met in achtneming van hetgeen in dit vonnis wordt overwogen en geoordeeld”) zal bepalen dat [naam] geen deel mag uitmaken van het nieuw samen te stellen beoordelingsteam.
4.14.
Nu Alcander met de onder (i) vermelde grondslag (zie hiervoor onder rov. 4.3) reeds volledig in het gelijk wordt gesteld, behoeft de onder (ii) vermelde grondslag geen verdere bespreking meer.
Proceskosten
4.15.
De gemeente Heerlen is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Alcander worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
151,94
- griffierecht
735,00
- salaris advocaat
1.177,00
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.252,94

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
veroordeelt de gemeente Heerlen, de voorgenomen gunningsbeslissing van 4 februari 2026 aan The Move Factory in te trekken en ingetrokken te houden,
5.2.
verbiedt de gemeente Heerlen uitvoering te geven aan de voorgenomen gunningsbeslissing van 4 februari 2026 aan The Move Factory,
5.3.
veroordeelt de gemeente Heerlen – voor zover zij de opdracht nog wil gunnen op basis van de resultaten uit de huidige aanbestedingsprocedure – met in achtneming van hetgeen in dit vonnis wordt overwogen en geoordeeld, een nieuwe deugdelijk gemotiveerde gunningsbeslissing te nemen na herbeoordeling van de inschrijving van Alcander, door een nieuw samen te stellen beoordelingsteam, waarin maximaal twee leden van het eerdere beoordelingsteam zitting mogen hebben, op de (sub)gunningscriteria B en D, gedaan met een motivering conform de vereisten die voortvloeien uit artikel 1.15 jo. 2.130 Aw (2012), en daarbij vervolgens opnieuw een opschortende termijn in acht te nemen zoals bepaald in artikel 2.127 Aw (2012),
5.4.
veroordeelt de gemeente Heerlen in de proceskosten van € 2.252,94, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als de gemeente Heerlen niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Provaas en in het openbaar uitgesproken op 24 april 2026.

Voetnoten

1.Productie 3 bij dagvaarding.
2.Productie 3 bij dagvaarding.
3.Productie 8 bij dagvaarding.
4.MvT, Kamerstukken II 32027, nr 3.
5.ECLI:NL:HR:2012:BW9233 (KPN/Staat) r.o. 3.11 en 3.12.
6.Pleitnota gemeente Heerlen, randnr. 14. Uiteraard hoeft een aanbestedende dienst niet zover te gaan dat zij daarmee vertrouwelijke bedrijfsinformatie van de winnende inschrijver prijs geeft.