Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
datum : 14 april 2026
1.procedure
- de beschikking van 23 december 2024 met zaaknummer 11457735 BM VERZ 24-6113 waarbij de vorige bewindvoerder van betrokkene (mw. [naam] , zijn moeder) is ontslagen en de huidige bewindvoerder (Ausilio B.V.) is benoemd, inclusief de hieraan ten grondslag liggende stukken
- de brief van Ausilio van 10 maart 2025
- de door Ausilio over 2022 tot en met 2024 opgestelde rekeningen en verantwoordingen, met de hierbij gegeven toelichting
- de brief van de griffier aan de vorige bewindvoerder, met een verzoek om een reactie,
- de door [naam] bij e-mail van 4 maart 2026 meegestuurde reactie.
2.feiten
3.standpunten
In de beschikking onder bewindstelling werd aan ons als opvolgend bewindvoerder verzocht R&V op te stellen over de voorgaande jaren 2022 t/m 2024. Dit in verband met het door mevrouw [naam] uitgevoerde familiebewind over deze periode zonder dat hiervoor R&V werd afgelegd aan uw rechtbank.
zelf niet het beheer over zijn rekening en bankpas had. Ook doet het pingedrag vermoeden - vanwege b.v. de tijdstippen, locaties en meerdere pintransacties snel na elkaar in opvolgende tijdstippen - dat ook deze gelden werden gebruikt om te gokken.
4.beoordeling
- kent aan Ausilio op grond van artikel 3 lid 6 van Pro de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren in aanvulling op de reeds toegekende 5 en 26 uur nog een aanvullende beloning toe van 1 uur,
- stelt vast dat [naam] toerekenbaar is tekortgeschoten in de zorg van een goed bewindvoerder in de zin van artikel 1:444 BW Pro,
- stelt vast dat [naam] aansprakelijk is jegens betrokkene voor de door deze geleden schade,
- stelt ambtshalve de door [naam] door tekortschietend bewind veroorzaakte schade vast op € 43.259,58 plus het bedrag van de aan Ausilio B.V. toegekende aanvullende beloning van 32 uur,