Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2026:3872

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
22 april 2026
Publicatiedatum
21 april 2026
Zaaknummer
C/03/261065 / HA ZA 19-121
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • mr. drs. Hurkens
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 150 RvArt. 53 Verordening (EU) nr. 1215/2012Art. 25 Brussel I bis-VoArt. 14 Rome II-Vo
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bewijsopdracht in civiele zaak over onrechtmatige onttrekking en aansprakelijkheid bij internationale investeringsgeschil

In deze internationale civiele procedure vordert de curator in het faillissement van AMS Konzern en Nehlsen, samen met een Australische investeerder, dat de rechtbank verklaart dat gedaagde onrechtmatig heeft gehandeld door een bedrag van circa 2,5 miljoen AUD van de bankrekening van Nehlsen in Hong Kong onrechtmatig te onttrekken en aansprakelijk is voor de daaruit voortvloeiende schade.

De rechtbank stelt vast dat gedaagde, voormalig bestuurder van AMS Konzern en AMS Hong Kong, verantwoordelijk is voor de onttrekking van het bedrag, mede op basis van e-mailcorrespondentie en verklaringen van betrokkenen. Gedaagde betwist de herkomst van het bedrag dat op zijn Nederlandse bankrekening is bijgeschreven en ontkent opdracht te hebben gegeven tot overboeking.

De rechtbank oordeelt dat onvoldoende objectief bewijs is geleverd dat het bedrag op de Nederlandse rekening afkomstig is van het onttrokken bedrag in Hong Kong. Daarom wordt aan de eisers een bewijsopdracht gegeven om dit verband aan te tonen. De zaak wordt aangehouden in afwachting van bewijslevering, waarbij de rechtbank uitgebreide instructies geeft over de wijze van bewijsvoering en planning van getuigenverhoren.

Uitkomst: Gedaagde is onrechtmatig jegens eisers, bewijsopdracht gegeven om herkomst bedrag op Nederlandse rekening aan te tonen, zaak aangehouden voor bewijslevering.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer / rolnummer: C/03/261065 / HA ZA 19-121
Vonnis van 22 april 2026
in de zaak van

1.MR. [curator] ,

curator in het faillissement van de naamloze vennootschap
naar Luxemburgs recht AMS KONZERN SOCIÉTÉ GÉNÉRALE S.A.,
kantoorhoudend te [plaats 1] (Luxemburg),
hierna te noemen: de Curator,
2. de besloten vennootschap naar Chinees recht
NEHLSEN (ASIA) INVESTMENT & MANAGEMENT LTD,
gevestigd te Hong Kong (China),
hierna te noemen: Nehlsen,
advocaat: mr. M.C.G. Nijssen te Heerlen,
3.
[persoon 1],
wonende te [plaats 2] (Australië),
hierna te noemen: [persoon 1] ,
advocaat: mr. T. Bogers te Utrecht,
eisers,
hierna ook samen te noemen: de Curator c.s.,
tegen
[gedaagde],
wonende te [plaats 3] (Duitsland),
gedaagde,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. R.A. Wijnands te Maastricht.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de rolbeslissing van 7 augustus 2024,
  • de brief van de rechtbank van 18 september 2024 waarin een mondelinge behandeling is bepaald,
  • de antwoordakte tevens akte overlegging producties van de Curator en Nehlsen van 18 december 2024, met de producties 26 tot en met 28,
  • de antwoordakte van [persoon 1] , tevens houdende akte overlegging producties van 18 december 2024, met de producties 1 tot en met 7,
  • het B2-formulier van 18 december 2024 waarbij mr. Nijssen zich onttrekt als advocaat van [persoon 1] ,
  • het B2-formulier van 18 december 2024 waarbij mr. Bogers zich stelt als advocaat van [persoon 1] ,
  • het B2-formulier van 8 januari 2025 waarbij mr. Bisscheroux zich onttrekt als advocaat van [gedaagde] ,
  • het B2-formulier van 8 januari 2025 waarbij mr. Pennino zich stelt als advocaat van [gedaagde] ,
  • het B2-formulier van 15 januari 2024 waarbij mr. Pennino zich onttrekt als advocaat van [gedaagde] ,
  • het B2-formulier van 15 januari 2025 waarbij mr. Wijnands zich stelt als advocaat van [gedaagde] ,
  • de spreekaantekeningen van mr. Nijssen,
  • het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 23 januari 2025 met bijlage,
  • de akte overlegging producties na comparitie van de Curator en Nehlsen van 5 maart 2025 met de producties 1 en 2,
  • de akte houdende overlegging producties van [persoon 1] van 5 maart 2025, met productie 8,
  • de antwoordakte van Nehlsen van 19 maart 2025, met productie 1,
  • de antwoordakte na aktes na comparitie van [gedaagde] van 19 maart 2025, met productie 1.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
AMS Konzern Société Générale S.A. (hierna: AMS Konzern) was (voor faillissement) een naamloze vennootschap naar Luxemburgs recht met als voornaamste activiteiten de acquisitie, het beheer, de exploitatie en de vervreemding van investeringen in andere vennootschappen en vastgoed. AMS Konzern was enig aandeelhouder van de besloten vennootschap naar Chinees recht AMS Société Générale Hong Kong LTD (hierna: AMS Hong Kong). AMS Hong Kong is op haar beurt enig aandeelhoudster van Nehlsen. Nehlsen is een besloten vennootschap naar Chinees recht die zich toelegt op investeringen.
2.2.
[gedaagde] was tot de ‘assemblée générale’ (de algemene vergadering van aandeelhouders) in 2018 voorzitter van de raad van bestuur van AMS Konzern [1] en tot 12 november 2018 bestuurder van AMS Hong Kong.
2.3.
De heer [persoon 2] (hierna: [persoon 2] ) was tot 12 november 2018 bestuurder van zowel Nehlsen als AMS Hong Kong. [2]
2.4.
Op 27 juli 2018 heeft [persoon 1] (een Australische particulier) – in het kader van een (beleggings)overeenkomst tussen [persoon 1] en AMS Konzern – een bedrag van 2.500.000 Australische dollars (AUD) overgemaakt op een bankrekening van Nehlsen met nummer [bankrekeningnummer 1] [3] (hierna ook: de Bankrekening), met het doel dat dit bedrag belegd zou worden door AMS Konzern.
2.5.
Het bedrag van 2.499.993,13 AUD [4] is op 31 juli 2018 in goede orde op de Bankrekening ontvangen. [5] AMS Konzern heeft op 1 augustus 2018 de ontvangst van dit bedrag aan [persoon 1] bevestigd. [6]
2.6.
Op 22 oktober 2018 is door een onbekend persoon een bedrag van 2.492.000 AUD van de Bankrekening afgeschreven en overgemaakt naar een onbekende bankrekening. [7]
2.7.
AMS Konzern constateerde deze afschrijving op 24 oktober 2028. Naar aanleiding van deze constatering heeft de heer [persoon 3] (hierna: [persoon 3] ), bestuurder van AMS Konzern en AMS Hong Kong aan de Bank of China in Hong Kong verzocht de transactie ongedaan te maken en hem te informeren wie de opdracht voor de transfer heeft gegeven en wie de ontvanger is geweest. [8] Hierop is geen reactie ontvangen.
2.8.
Op 29 oktober 2018 heeft mr. Nijssen een ‘Whistleblower-melding’ bij ABN AMRO Bank gedaan.
2.9.
ABN AMRO Bank heeft bij brief van 29 oktober 2018 aan [gedaagde] bericht dat op 24 oktober 2018 een bedrag van € 1.472.337,03 op zijn bankrekening met nummer [bankrekeningnummer 2] is bijgeschreven vanaf rekeningnummer [bankrekeningnummer 3] ten name van Camell Engineering Ltd (hierna: Camell) te Hong Kong. [9] ABN AMRO Bank heeft deze transactie als ongewoon betiteld en heeft de rekening van [gedaagde] geblokkeerd.
2.10.
Na daartoe verlof te hebben verkregen van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg, locatie Maastricht [10] , heeft AMS Konzern op 31 oktober 2018 conservatoir beslag laten leggen op de bankrekening van [gedaagde] onder de ABN AMRO Bank. Dit beslag heeft doel getroffen voor een bedrag van € 1.396.968,14. [11]
2.11.
Op 30 oktober 2018 heeft het kantoor van prof. dr. [persoon 4] , de Duitse advocaat van AMS Konzern, een e-mail aan [persoon 1] gestuurd (met [gedaagde] in de Cc), met de volgende inhoud [12] :

Dear Mr. [persoon 1] ,
following a phone conversation Prof. [persoon 4] just had, Mr. [gedaagde] agreed to send your money of AUD 2.500.000,00 into Prof. [persoon 4] ’s attorney bank account by giving an order to Mr. [persoon 2] or to any respective person who is in charge of the account where your money actually is.
Mr. [gedaagde] asks that you, Mr. [persoon 1] , agree to and authorize this procedure.
(…)
So if you agree, Prof. [persoon 4] asks you to confirm this to Mr. [gedaagde] by email directly.
(…)”
2.12.
[persoon 1] heeft diezelfde dag per e-mail (met [gedaagde] in de Cc) gereageerd en toestemming gegeven voor het overboeken van het bedrag naar de rekening van [persoon 4] [13] :
“(…)
I accept my money to be deposited into Prof. [persoon 4] ’s attorney bank account within 48 hrs. No later than that date.
(…)”
2.13.
Bij brief van 1 november 2018 heeft [gedaagde] aan ABN AMRO Bank laten weten dat hij het bedrag van Camell had ontvangen, dat de transactie onjuist was en het (op de rekening resterende) bedrag moet worden teruggestort aan de afzender. [14]
2.14.
Bij e-mailbericht van 5 november 2018, gericht aan (onder meer) [persoon 2] en ‘ [e-mailadres] ’ (met Cc aan onder meer [gedaagde] ) heeft [persoon 1] aan [persoon 2] en [persoon 5] verzocht een bedrag van 2.500.000 AUD over te maken op de derdengeldrekening van de Duitse advocaat van AMS Konzern [15] :
“(…)
Dear [persoon 2] and [persoon 5]
This email has everyone’s CC.
As [gedaagde] had made clear to Mr [persoon 4] ( lawyer for AMS in Germany)
That you require email form me to requst and instruct you, Mr [persoon 2] to send my money that was withdrawn from the Hong Kong account without my authorization, of the amount $ 2,5 million AUD.
I have tried calling you several times with NO success.
Can you please transfer my money to Mr [persoon 4] account below.
(…)”
2.15.
Bij e-mailbericht van 6 november 2018 heeft [persoon 2] aan [persoon 1] (met onder meer [gedaagde] en ‘camell’ in de Cc) laten weten dat hij enkel op officiële schriftelijke instructie van [gedaagde] handelt en dat het geld van [persoon 1] zich niet op een bankrekening van Nehlsen of van [persoon 2] bevindt [16] :

Dear [persoon 1] -
In reply to your email, I regret I cannot accept your instruction as described in your email below, unless direct written official instruction has reached me from Mr. [gedaagde] .
Besides your money is not in Nehlsen’s account, mine, nor any one else account of member under my jurisdisction.
(…)”
2.16.
Vervolgens heeft [gedaagde] per e-mail van 6 november 2018 aan [persoon 2] (met onder meer [persoon 1] en ‘camell’ in de Cc) het volgende geschreven [17] :
“(…)
As you all know my situation I hope this mather with [persoon 1] can be solved ASAP
@ [persoon 2] :
Please send [persoon 1] his money back asap.
@ [persoon 1] :
I didn’t have the intention to harm you or take some what is not belonging to me, I only tried to protect you.
(…)”
2.17.
Bij brief van 12 november 2018 aan het bestuur van AMS Hong Kong heeft [persoon 6] (CEO van AMS Konzern) namens AMS Konzern (als enig aandeelhouder van AMS Hong Kong), het voornemen tot ontslag met onmiddellijke ingang van [gedaagde] en [persoon 2] als bestuurders van AMS Hong Kong aangekondigd. [18] Bij brief van dezelfde datum aan het bestuur van Nehlsen heeft [persoon 7] (namens AMS Hong Kong als aandeelhouder van Nehlsen), het voornemen tot ontslag met onmiddellijke ingang van [persoon 2] als bestuurder van Nehlsen aangekondigd. [19]
2.18.
Bij brief van 12 november 2018 heeft Camell aan [gedaagde] verzocht het bedrag van
€ 1.472.337,03 terug te storten. [20] Camell schrijft in deze brief onder meer:
“(…) it was our intention to deposit the money in Nehlsen/AMS as kick-off procurement fund in Europe for Airport Works. (…) However, it was unfortunate that we learnt from Mr. [persoon 2] lately that AMS might be in financial crisis and we were in a hurry to have a temporary fund shelter. (…) Mr. [persoon 2] advised us to transfer the fund to Mr. [gedaagde] ’s personal account (…).
The money is of great importance to our business operation. The loss we suffer could be detrimental if the money is not transferred immediately. We are in distress that the further it is delayed, our business could be jeopardized.
(…)
2.19.
Bij schriftelijke verklaring van 21 november 2018 heeft [persoon 3] verklaard [21] :
“Am 24.10.2018 bemerkte ich durch wöchentliche Abfragungen des Kontos unserer Tochtergesellschaft, die Nehlsen Investement + Managemte & Co. Ltd, dass der zuvor durch Herrn [persoon 1] eingezahlten Betrag (…) nicht meer auf dem Konto vorhanden war.
Auf Nachfrage bei Herrn [gedaagde] , ob er wisse was mit dem Betrag passiert ist, gab dieser voor keine Ahnung von dem Vorgang zu haben und kündigte an bei Herrn [persoon 2] nachzufragen.
Im Laufe der internen Ermittlungen und Gespräch bestätigte Herr [gedaagde] in elektronischen Mitteilungen gegenüber Herrn [persoon 1] un Herrn [persoon 3] im persönlichen Gespräch Herrn [persoon 2] die Anweisung gegeben zu haben, den Betrag über 2.500.000,00 auf sein Konto bei der ABM Ambro zu überweisen.
Herr [gedaagde] teilte ebenfalls mit, dass der Betrag nicht auf sein Konto eingegangen sei, sondern [persoon 2] das Geld auf ein anderes Konto in Hong Kong überwiesen hat.
Herr [gedaagde] verweigerte auf Nachfrage den Nachweiss, dass kein Betrag aus Hong Kong und oder China auf sein Konto eingegangen ist.
(…)”
2.20.
Bij e-mail van 5 november 2019 heeft [persoon 1] aan zijn advocaat geschreven [22] :
“(…) When the money was taken from the account, I spoke with [gedaagde] on the phone with [persoon 3] .
[gedaagde] said clearly that he has taken the money to protect my funds from Mr [persoon 6] (director of AMS) “as Mr [persoon 6] is stealing or taking people money, and he felt my money was at risk, so I took your money and will return it, I asked [gedaagde] if you felt there was a risk my money being stolen, why didn’t you call me or send the money back to my account, why deposit the money in your account.
[gedaagde] replied “that is was a matter of urgency and instructed Mr [persoon 2] to move the money”.
And was going to send it to me or the lawyer in Luxembourger.
(…)”
2.21.
Op 31 januari 2020 heeft Kroep Steghuis Gerechtsdeurwaarders op verzoek van AMS Konzern op grond van een door de rechtbank Luxemburg afgegeven Europees Betalingsbevel executoriaal derdenbeslag gelegd ten laste van [gedaagde] onder de ABN AMRO-bank. Dit beslag heeft doel getroffen voor een bedrag van € 1.396.918,14. Dit bedrag is overgemaakt aan Kroep Steghuis Gerechtsdeurwaarders.
Op vordering van [gedaagde] heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam bij vonnis in kort geding van 7 juli 2020 bepaald dat Kroep Steghuis Gerechtsdeurwaarders voornoemd bedrag op haar derdengeldenrekening moet laten staan totdat in de procedure bij de rechtbank Luxemburg en/of in de onderhavige procedure in een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis is geoordeeld over de vraag of [gedaagde] enig bedrag aan AMS Konzern is verschuldigd. [23]
2.22.
AMS Konzern en [persoon 1] hebben respectievelijk op 3 juni 2020 en 25 juni 2020 conservatoir beslag gelegd op het bedrag onder Kroep Steghuis Gerechtsdeurwaarders.
2.23.
Bij uitspraak van de rechtbank te Luxemburg is AMS Konzern op 19 oktober 2021 failliet verklaard en is mr. P. Sylvestre benoemd tot curator.
2.24.
Op 16 april 2024 heeft [persoon 3] zijn eerdere verklaring (van 21 november 2018) ingetrokken en verklaard – kort samengevat – dat niet [gedaagde] , maar [persoon 6] verantwoordelijk is voor het verdwijnen van het bedrag van de bankrekening van Nehlsen.

3.Het geschil

3.1.
De Curator c.s. vorderen – na wijziging van eis – dat de rechtbank bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
1.
Primair
voor recht zal verklaren dat [gedaagde] , op grond van zijn erkenning “
Please send [persoon 1] his money back asap” in zijn e-mail van 6 november 2018 (productie 14 bij dagvaarding) het bedrag van € 1.472,337,03 op zijn bankrekening,
[bankrekeningnummer 2] bij de ABN AMRO Bank, gehouden is aan [persoon 1] te betalen,
2. voor recht zal verklaren dat [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld jegens de Curator c.s. en dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de schade die de Curator c.s. als gevolg van het onrechtmatig handelen hebben geleden,
3.
Primair
[gedaagde] zal veroordelen om aan [persoon 1] te voldoen het bedrag van 2.492.000 AUD, althans € 1.472.337,03 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 oktober 2018 tot aan de dag van volledige voldoening,
Subsidiair
[gedaagde] zal veroordelen om aan de Curator te voldoen het bedrag van 2.492.000 AUD althans € 1.472.337,03 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 oktober 2018 tot aan de dag van volledige voldoening,
4. [gedaagde] zal veroordelen tot vergoeding van de overige schade geleden door de Curator c.s. als nader op te stellen bij staat en daartoe naar de schadestaatprocedure te verwijzen,
5. [gedaagde] zal veroordelen om aan de Curator c.s. te voldoen een bedrag aan buitengerechtelijke kosten van € 6.675,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van het uitbrengen van de dagvaarding tot aan de dag van volledige voldoening,
6. [gedaagde] zal veroordelen in de kosten van deze procedure te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf acht dagen na dagtekening van het vonnis tot aan de dag van volledige voldoening,
7. [gedaagde] op voorhand zal veroordelen in de nakosten van € 131,00 dan wel indien betekening van het vonnis plaatsvindt van € 199,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf acht dagen na dagtekening van het vonnis tot aan de dag van volledige voldoening,
onder verstrekking van het certificaat als bedoeld in artikel 53 van Pro Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012, betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking), PbEU 2012, L 351 (hierna: Brussel I bis-Vo), ten behoeve van de tenuitvoerlegging van het vonnis in Duitsland.
3.2.
De Curator c.s. hebben aan hun vorderingen – samengevat – ten grondslag gelegd dat [gedaagde] onrechtmatig jegens hen heeft gehandeld door op onrechtmatige wijze het bedrag van 2.500.000 AUD over te (laten) boeken van de bankrekening van Nehlsen naar zijn eigen ABN AMRO bankrekening. Hierdoor kan AMS Konzern als grootmoederconcern van Nehlsen door [persoon 1] worden aangesproken tot vergoeding van het bedrag van [persoon 1] . Jegens [persoon 1] heeft [gedaagde] onrechtmatig gehandeld nu [persoon 1] het bedrag in het kader van een beleggingsovereenkomst naar de bankrekening van Nehlsen had overgemaakt, maar het bedrag door de onrechtmatige overboeking van [gedaagde] hiervoor niet meer kan worden aangewend. Jegens Nehlsen heeft [gedaagde] onrechtmatig gehandeld omdat Nehlsen het bedrag onder zich hield en [gedaagde] dit bedrag onrechtmatig aan de beschikkingsmacht van Nehlsen heeft onttrokken, aldus nog steeds de Curator c.s..
3.3.
[gedaagde] voert verweer.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht

4.1.
Vanwege de internationale aspecten van deze zaak dient de rechtbank eerst te bepalen of zij bevoegd is kennis te nemen van dit geschil en, indien dat het geval is, welk recht van toepassing is.
4.2.
De Curator c.s. stellen dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en dat Nederlands recht van toepassing is op onderhavig geschil. [gedaagde] heeft dit aanvankelijk betwist, maar heeft zijn verweer op deze punten tijdens de mondelinge behandeling van 23 januari 2025 prijsgegeven. Partijen hebben tijdens een schorsing van de mondelinge behandeling gezamenlijk een onderhandse overeenkomst opgesteld, waarbij zij rechtbank Limburg, locatie Maastricht, hebben aangewezen als bevoegde rechter en waarbij zij Nederlands recht van toepassing hebben verklaard.
4.3.
Het geschil tussen partijen betreft een internationale burgerlijke- of handelszaak, waarbij de gedaagde partij woonplaats heeft op het grondgebied van een Europese lidstaat, terwijl sprake is van een rechtsvordering die na 10 januari 2015 is ingesteld. Dit betekent dat de vraag of de rechtbank bevoegd is moet worden beantwoord op grond van de Brussel I bis-Vo. Op grond van artikel 25 van Pro de Brussel I bis-Vo is een door partijen aangewezen gerecht van een lidstaat exclusief bevoegd is om kennis te nemen van een geschil tussen partijen, ongeacht de woonplaats van partijen. Artikel 25 lid 1 sub a bepaalt Pro voorts dat de overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegd gerecht wordt gesloten bij een schriftelijke overeenkomst of bij een schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst. De schriftelijk door partijen opgestelde overeenkomst voldoet aan de in de artikel 25 Brussel Pro I gestelde vereisten, zodat de rechtbank op grond van die bepaling bevoegd is van dit geschil kennis te nemen.
4.4.
Wat betreft het toepasselijke recht is de Verordening (EG) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen (hierna: ‘Rome II-Vo’) van toepassing, aangezien de vorderingen van de de Curator c.s. zijn gebaseerd op (primair) onrechtmatige daad, dan wel (subsidiair) onverschuldigde betaling. Artikel 14 lid 1 sub a van Pro Rome II bepaalt dat partijen een rechtskeuze kunnen overeenkomen bij overeenkomst die zij sluiten nadat de schadeveroorzakende gebeurtenis zich heeft voorgedaan. Deze keuze moet uitdrukkelijk geschieden of voldoende duidelijk blijken uit de omstandigheden van het geval en kan ook nog ten processe worden gedaan. De in dit geval door partijen opgestelde overeenkomst waarin zij kiezen voor toepassing van Nederlands recht voldoet aan de in de artikel 14 Rome Pro II-Vo gestelde vereisten en dus is sprake van een geldige rechtskeuze.
4.5.
De rechtbank heeft vastgesteld dat er geen samenloop bestaat met andere regelingen of verdragen. Concluderend acht de rechtbank zich bevoegd en is Nederlands recht van toepassing op het onderhavige geschil.
Het verzoek tot aanhouding
4.6.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft [persoon 1] zijn verzoek tot aanhouding –opgenomen in zijn akte van 1 mei 2024 – gehandhaafd en heeft Nehlsen tevens een verzoek tot aanhouding gedaan. Op de rol van 5 maart 2025 heeft [persoon 1] een akte genomen ter onderbouwing van zijn verzoek, waarbij hij een mededeling van de rechter-commissaris in Luxemburg heeft overgelegd. [24] Uit de overgelegde mededeling blijkt dat het gerechtelijk onderzoek in Luxemburg nog niet is aangevangen wegens gebrek aan capaciteit.
4.7.
Bij de beoordeling van het verzoek tot aanhouding komt het aan op een afweging van enerzijds het belang van waarheidsvinding (en de daarmee gepaard gaande belangen van partijen) en anderzijds het belang van een voortvarende afwikkeling van deze procedure. Ter zitting – bevestigd door het door [persoon 1] overgelegde bericht van de rechter-commissaris uit Luxemburg – is duidelijk geworden dat in Luxemburg nog geen strafrechtelijke procedure is gestart en dat ook niet duidelijk is of, en zo ja wanneer, dit verwacht kan worden. [persoon 6] en [gedaagde] hebben tijdens de mondelinge behandeling tevens verklaard dat zij (nog) niet zijn benaderd door de Luxemburgse politie of justitie. De onderhavige procedure is sinds eind 2018 aanhangig bij de rechtbank Limburg en is reeds eerder (voor langere tijd) aangehouden. Daar komt bij dat de Curator ter zitting juist heeft verzocht om de zaak voort te zetten omdat een te lang tijdsverloop ertoe kan leiden dat de faillissementsrechter geen toestemming meer zal verlenen aan de Curator voor het voeren van deze procedure. Ook [gedaagde] heeft zich verzet tegen aanhouding [25] : hij heeft daartoe aangevoerd dat er in Luxemburg geen strafzaak tegen hem loopt en dat het afwachten van een mogelijke toekomstige strafzaak geen optie is. Het voorgaande in acht nemende is de rechtbank van oordeel dat het belang om de zaak voort te zetten zwaarder weegt dan het belang om de zaak aan te houden wegens een mogelijke procedure in Luxemburg, zodat het verzoek tot aanhouding van [persoon 1] en Nehlsen zal worden afgewezen.
Bevoegdheid [persoon 6]
4.8.
De bevoegdheid van [persoon 6] als directeur van Nehlsen is tijdens de mondelinge behandeling in twijfel getrokken door [gedaagde] . Op de rol van 5 maart 2025 heeft Nehlsen een akte genomen ter onderbouwing van de functie van [persoon 6] binnen Nehlsen, onder overlegging van diverse stukken [26] . Volgens Nehlsen volgt uit deze stukken dat [persoon 6] in ieder geval vanaf 20 mei 2020 t/m 3 februari 2025 zelfstandig bevoegd was om Nehlsen te vertegenwoordigen. [gedaagde] heeft hierop bij akte van 19 maart 2025 gereageerd en wederom de bevoegdheid van [persoon 6] betwist. Volgens [gedaagde] zijn de stukken Nehlsen niet verifieerbaar en ontbreekt enig waarmerk op de door Nehlsen overlegde stukken waaruit afgeleid kan worden dat het stuk afkomstig is van de Chinese overheid. [gedaagde] heeft zelf een stuk overgelegd waaruit volgens hem blijkt dat de heer [persoon 2] ‘key principal’ is van Nehlsen. [27]
4.9.
De rechtbank is van oordeel dat productie 1 van Nehlsen voldoende is en overweegt hiertoe als volgt. Op de uitdraaien valt te lezen dat deze afkomstig zijn van de ‘ICRIS CSC Companies Registry, The Government of the Hong Kong Special Administrative Region’. Op basis hiervan acht de rechtbank het bij de huidige stand van zaken voldoende aannemelijk dat deze internetpagina afkomstig is van de ‘Kamer van Koophandel’ van Hong Kong. [gedaagde] heeft dit onvoldoende gemotiveerd betwist door slechts een internetuitdraai over te leggen van een onbekende website. Er zijn geen aanwijzingen dat de door [gedaagde] overgelegde uitdraai afkomstig is uit een Handelsregister; sterker, er zijn geen aanwijzingen dat de website enig verband houdt met de Chinese overheid. [gedaagde] licht dit ook niet toe. De rechtbank neemt gelet op het voorgaande daarom op grond van de overgelegde productie van Nehlsen als voldoende vaststaand aan dat [persoon 6] zelfstandig bevoegd bestuurder van Nehlsen was gedurende 20 mei 2020 tot en met 3 februari 2025.
Inhoudelijke beoordeling
De gevorderde verklaringen voor recht
4.10.
De Curator c.s. vorderen in de eerste plaats dat de rechtbank voor recht verklaart (samengevat) dat [gedaagde] , op grond van zijn erkenning bij e-mail van 6 november 2018, is gehouden het bedrag van € 1.472.337,03 dat op 24 oktober 2018 is ontvangen op zijn ABN AMRO-rekening aan [persoon 1] te betalen. Daarnaast vorderen zij een verklaring voor recht dat [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld jegens de Curator c.s. en aansprakelijk is voor de schade die de Curator c.s. als gevolg daarvan hebben geleden. Gelet op de onderlinge verwevenheid van de stellingen die ter onderbouwing van deze vorderingen zijn aangevoerd, zal de rechtbank deze gezamenlijk behandelen.
4.11.
De Curator c.s. verwijten [gedaagde] dat hij op 22 oktober 2018 zijn hoedanigheid als voorzitter van de raad van bestuur van AMS Konzern heeft misbruikt door [persoon 2] , bestuurder van Nehlsen [28] , ertoe aan te zetten onrechtmatig een bedrag van 2.492.000 AUD van de bankrekening van Nehlsen over te maken naar de door [gedaagde] bij ABN AMRO Bank gehouden bankrekening met nummer [bankrekeningnummer 2] . Ter onderbouwing van die stelling voeren de Curator c.s. in de eerste plaats aan dat op 24 oktober 2018, twee dagen nadat het bedrag aan de rekening van Nehlsen was onttrokken, het bedrag van € 1.472.337,03 op de ABN AMRO-rekening van [gedaagde] werd gestort. De Curator c.s. wijzen er daarbij op dat dit bedrag grote overeenkomsten vertoont met het bedrag dat is verdwenen van de bankrekening van Nehlsen. Volgens de Curator c.s. komt het bedrag van 2.500.000 in AUD, bij toepassing van de hoogste dagwisselkoers op 7 oktober 2018, omgerekend neer op € 1.527.873,19. Het verschil van € 55.500,16 is volgens de Curator c.s. te verklaren door wisselkoerswijzigingen en/of transactiekosten en/of betaling van partijen die betrokken waren bij de overboeking van de rekening van Nehlsen naar [gedaagde] . [29]
In de tweede plaats voeren de Curator c.s. aan dat [gedaagde] heeft erkend dat hij de gestelde opdracht aan [persoon 2] heeft verstrekt. Dit volgt volgens de Curator c.s. (i) uit de verklaring van [persoon 3] van 21 november 2018 (zie rov. 2.19), (ii) de e-mail van [gedaagde] zelf van 6 november 2018 (zie rov. 2.16), (iii) de berichten van het kantoor van de Duitse advocaat van AMS Konzern en [persoon 1] van 30 oktober 2018 inzake een toezegging van [gedaagde] om opdracht te geven het bedrag over te maken op de derdengeldenrekening van de Duitse advocaat (rov. 2.11-2.12) en (iv) de verklaring van [persoon 1] bij e-mail van 5 november 2019 (rov. 2.20).
Dat [gedaagde] in ieder geval feitelijke instructiebevoegdheid had, volgt volgens de Curator c.s. uit de mededeling van [persoon 2] bij mail van 6 november 2018 dat hij uitsluitend handelt op officiële schriftelijke instructie van [gedaagde] (rov. 2.15). Tot slot stellen de Curator c.s. in het bezit te zijn van een e-mailbericht van [gedaagde] , verzonden vanuit zijn persoonlijke hotmail-/gmail-account, gericht aan [persoon 2] , waarin hij de instructie geeft om het bedrag van AUD 2.500.000 over te maken naar zijn privé-bankrekening. De Curator c.s. hebben ervoor gekozen dit e-mailbericht vooralsnog niet over te leggen.
4.12.
[gedaagde] betwist dat hij opdracht heeft gegeven het bedrag van de rekening van Nehlsen over te maken naar een andere bankrekening. Hij stelt, onder verwijzing naar twee verklaringen van [persoon 2] , dat hij geen enkele bevoegdheid had in de vennootschap Nehlsen, laat staan dat hij een volmacht zou hebben om bankzaken te regelen. Ook bij AMS Konzern regelde [gedaagde] de bankzaken niet; [persoon 3] nam dit voor zijn rekening, aldus [gedaagde] .
Daarnaast betwist [gedaagde] dat het geld dat op zijn bankrekening bij ABN-AMRO is gestort afkomstig is van het door [persoon 1] geïnvesteerde bedrag bij Nehlsen. De bijschrijving van het bedrag op zijn rekening heeft plaatsgevonden door Camell en niet door enige andere vennootschap of entiteit, aldus [gedaagde] . Ter onderbouwing van zijn stellingen verwijst [gedaagde] naar de brief van ABN AMRO Bank van 29 oktober 2018 (rov. 2.9) en de brief van 12 november 2018 van Camell (rov. 2.18) waarin wordt verzocht het bedrag terug te storten. Dat [gedaagde] bereid was het bedrag te laten terugboeken aan de partij die het had gestort – Camell – blijkt uit zijn bericht van 1 november 2018. [30]
Heeft [gedaagde] onrechtmatig jegens de Curator c.s. (waaronder [persoon 1] ) gehandeld?
4.13.
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende komen vast te staan dat [gedaagde] (al dan niet door opdracht te geven aan [persoon 2] ) verantwoordelijk is geweest voor het onttrekken van het door [persoon 1] gestorte bedrag aan de bankrekening van Nehlsen. Dit volgt niet alleen uit de verklaring van [persoon 3] van 21 november 2018 (rov. 2.19), de e-mailberichten van het kantoor van de Duitse advocaat van AMS Konzern en [persoon 1] (met Cc aan [gedaagde] ) van 30 oktober 2018 inzake een toezegging van [gedaagde] om opdracht te geven het bedrag over te maken op de derdengeldenrekening van de Duitse advocaat (rov. 2.11 en 2.12) en de verklaring van [persoon 1] bij e-mail van 5 november 2019 (rov. 2.20) maar ook, en niet in de laatste plaats, uit de e-mail van [gedaagde] zelf van 6 november 2018 (rov. 2.16). Naar het oordeel van de rechtbank kan de mededeling
“@ [persoon 1] : I didn’t have the intention to harm you or take some what is nog belonging to me, I only tried to protect you”niet anders worden begrepen dan dat [gedaagde] er zelf actief voor heeft gezorgd dat het door [persoon 1] gestorte bedrag van de bankrekening van Nehlsen is weggehaald. Indien dat niet het geval zou zijn geweest is immers onbegrijpelijk waarom hij dit bericht op deze wijze en in de ‘ik’-vorm zou formuleren.
4.14.
De latere verklaring van [gedaagde] hierover, die is opgenomen in de ‘nadere conclusie t.b.v. het overleggen van producties met toelichting’ van mr. Bisscheroux van 1 mei 2024 [31] maakt dit oordeel niet anders. Deze nadere verklaring houdt – kort gezegd – in dat [gedaagde] destijds fysiek en psychisch onder druk stond en niet wist waar het over ging toen hij door [persoon 1] en de Duitse advocaat van AMS Konzern werd gebeld. De e-mail van 6 november 2018 zou hij hebben gestuurd op aandringen van de Duitse advocaat; hij heeft deze e-mail met opdracht aan [persoon 2] gestuurd, niet wetende over welke betaling door [persoon 1] het ging. De rechtbank acht deze (niet door [gedaagde] ondertekende) verklaring, die ongeveer 5,5 jaar na betekening van de dagvaarding voor het eerst naar voren wordt gebracht, niet geloofwaardig. Waarom zou [gedaagde] een betaalopdracht geven zonder te weten over welk bedrag het gaat? Daar komt bij dat [gedaagde] ook in de eerdere e-mailcorrespondentie met betrekking tot de afspraak met de Duitse advocaat van AMS Konzern tot terugbetaling in de Cc was opgenomen. Uit de verklaring volgt bovendien niet waarom [gedaagde] de hierboven weergegeven tekst aan [persoon 1] in zijn e-mail heeft opgenomen. De stelling van [gedaagde] dat deze mededeling aan [persoon 1] slechts was bedoeld om [persoon 1] gerust te stellen en de situatie te sussen [32] maakt het bovenstaande evenmin anders; daaruit volgt immers niet dat [gedaagde]
nietverantwoordelijk is geweest voor het afboeken van het door [persoon 1] gestorte bedrag van de bankrekening van Nehlsen. Bovendien vormt dit geen rechtvaardiging: ook in dat geval stond het [gedaagde] immers niet vrij het bedrag op eigen houtje over te boeken of te doen overboeken naar een andere rekening, zonder [persoon 1] daarover vooraf te informeren.
4.15.
De herziene verklaring van [persoon 3] van 16 april 2024 [33] , waarin hij zijn eerdere verklaring intrekt en verklaart – kort samengevat – dat niet [gedaagde] , maar [persoon 6] verantwoordelijk is voor het verdwijnen van het bedrag, brengt de rechtbank evenmin tot een ander oordeel. Daargelaten dat [persoon 3] , die inmiddels niet meer de belangen van AMS Konzern behartigt, plotseling een radicaal ander standpunt inneemt, zonder dat daarvoor een duidelijke verklaring wordt gegeven, weegt de herziene verklaring niet op tegen de eigen e-mail van [gedaagde] van 6 november 2018 en de overige hiervoor genoemde verklaringen waaruit zijn verantwoordelijkheid voor de onttrekking blijkt.
4.16.
Tot slot leidt ook de stelling van [gedaagde] dat hij geen opdracht tot het overboeken van het bedrag had kunnen geven, omdat hij geen formele instructiebevoegdheid had, niet tot een ander oordeel. Dat [gedaagde] in ieder geval feitelijke instructiebevoegdheid had, volgt immers rechtstreeks uit de mededeling van [persoon 2] bij e-mail van 6 november 2018 dat hij uitsluitend handelt op officiële schriftelijke instructie van [gedaagde] (rov. 2.15) en uit de daarop volgende mail van [gedaagde] waarin hij [persoon 2] expliciet opdracht geeft het bedrag terug te boeken naar [persoon 1] (rov. 2.16).
4.17.
Op grond van het voorgaande luidt de conclusie dat [gedaagde] onrechtmatig jegens de Curator c.s. heeft gehandeld door te bewerkstelligen dat het door [persoon 1] op de bankrekening van Nehlsen gestorte bedrag aan die bankrekening werd onttrokken. Deze gedraging is aan [gedaagde] toe te rekenen en heeft tot gevolg dat de Curator c.s. schade lijden ter grootte van in ieder geval het bedrag van 2.492.000 AUD, oftewel € 1.472.337,03, terwijl bovendien voldoende aannemelijk is dat de Curator c.s. aanvullende schade hebben door het mislopen van rendement (voor [persoon 1] ) dan wel courtage (voor de Curator en Nehlsen) dat c.q. die zij zouden hebben gerealiseerd als het door hem op de bankrekening van Nehlsen gestorte bedrag niet was verdwenen. De vorderingen onder 2, 3 (primair) en 4 zijn daarom in zoverre toewijsbaar. Met het voorgaande is echter nog niet de vraag beantwoord of het bedrag dat op de ABN AMRO-rekening van [gedaagde] is gestort, afkomstig is van het bedrag dat is onttrokken aan de bankrekening van Nehlsen.
Is het bedrag van € 1.472.337,03 dat op de ABN AMRO-rekening van [gedaagde] is bijgeschreven afkomstig van het bedrag dat is onttrokken aan de bankrekening van Nehlsen?
4.18.
De Curator c.s. stellen dat het bedrag dat is bijgeschreven op de ABN AMRO-rekening van [gedaagde] afkomstig is van het door [persoon 1] op de bankrekening van Nehlsen gestorte bedrag. Volgens hen is dit bedrag via (onder meer) Camell doorgesluist naar de bankrekening van [gedaagde] . Zij wijzen er in dat verband op dat [persoon 8] , die de brief van 12 november 2018 aan [gedaagde] met het verzoek tot terugbetaling namens Camell heeft ondertekend, de onderneming Camell drijft met zijn tweelingbroer [persoon 5] (hierna: [persoon 5] ), terwijl [persoon 5] tevens als manager bij Nehlsen is betrokken. Bovendien blijkt de betrokkenheid van Camell bij deze geldstroom uit het feit dat Camell in de Cc staat bij de e-mails van 5 en 6 november 2018 inzake de terugbetaling van het bedrag aan [persoon 1] (rov. 2.14-2.16). Daarnaast wijzen de Curator c.s., zoals hiervoor reeds vermeld (rov. 4.11) erop dat het bedrag op de bankrekening van [gedaagde] is gestort kort nadat het van de bankrekening van Nehlsen is verdwenen, terwijl ook de omvang van de beide bedragen vergelijkbaar is.
4.19.
[gedaagde] betwist dat het bedrag op zijn ABN AMRO-rekening afkomstig is van het bedrag dat aan de bankrekening van Nehlsen is onttrokken. Zoals volgt uit de brief van Camell van 12 november 2018, waarin zij verzoekt om terugbetaling van het bedrag, betrof het bedrag dat is gestort door Camell een door investeerders bijeengebrachte som ten behoeve van sloopwerkzaamheden voor een terminal van de luchthaven in Hong Kong en een afvalverwerkingsproject in Maleisië. Het was oorspronkelijk de bedoeling dit bedrag te storten bij Nehlsen/AMS, maar omdat Camell had vernomen dat AMS Konzern in zwaar weer was komen te verkeren is er op advies van [persoon 2] voor gekozen het bedrag over te maken op de bankrekening van [gedaagde] , gelet op het vertrouwen dat Camell in [gedaagde] had. De onttrekking bij Nehlsen en de storting bij [gedaagde] betreffen dus twee aparte geldstromen die niet met elkaar te maken hebben, aldus [gedaagde] .
4.20.
De rechtbank stelt voorop dat objectieve gegevens waaruit rechtstreeks blijkt dat het bedrag dat op de ABN AMRO-rekening van [gedaagde] is gestort afkomstig is van het aan de bankrekening van Nehlsen onttrokken bedrag, ontbreken. De Curator c.s. hebben echter gemotiveerd gesteld dat er diverse aanwijzingen zijn dat het bedrag dat is gestort op de ABN AMRO-rekening van [gedaagde] afkomstig is van het aan de bankrekening van Nehlsen onttrokken bedrag. Zo is er de overeenkomst in tijd (het bedrag werd twee dagen na de onttrekking bij Nehlsen op de bankrekening van [gedaagde] gestort) en omvang van de beide bedragen. Daarnaast heeft [persoon 3] op 21 november 2018 verklaard dat [gedaagde] tegen hem heeft gezegd dat hij [persoon 2] opdracht had gegeven het bedrag naar zijn ABN AMRO-rekening over te maken (rov. 2.19) en is opmerkelijk dat Camell is opgenomen in de e-mailconversatie met betrekking tot terugbetaling. [gedaagde] heeft de stellingen van de Curator c.s. echter gemotiveerd betwist. Hoewel de rechtbank met de Curator c.s. van oordeel is dat de door [gedaagde] gestelde verklaring inzake de overboeking door Camell de nodige vragen oproept, kan bij de huidige stand van zaken onvoldoende worden vastgesteld dat het bedrag dat op de ABN AMRO-rekening van [gedaagde] is gestort, daadwerkelijk (indirect) afkomstig was van het aan de bankrekening van Nehlsen onttrokken bedrag. De rechtbank weegt in dat verband mee dat uit de door de Curator c.s. gestelde toezeggingen van [gedaagde] tot terugbetaling niet zonder meer is af te leiden dat deze zien op het bedrag op zijn ABN AMRO-rekening en dat dit bedrag (dus) afkomstig is van het aan de bankrekening van Nehlsen onttrokken bedrag.
4.21.
De Curator c.s. hebben bewijs aangeboden van hun stellingen. Bij deze stand van zaken zal de rechtbank daarom op grond van de hoofdregel van artikel 150 Rv Pro aan de Curator c.s. een bewijsopdracht geven ten aanzien van de stelling dat het bedrag van € 1.472.337,03, dat op 24 oktober 2018 is ontvangen op de ABN AMRO-rekening van [gedaagde] , afkomstig is van het op 22 oktober 2018 aan de bankrekening van Nehlsen onttrokken bedrag. Nu [persoon 1] in verband met het faillissement van AMS Konzern door een eigen advocaat (mr. Bogers) wordt bijgestaan, zal de rechtbank de bewijsopdracht zowel aan (enerzijds) de Curator en Nehlsen als aan (anderzijds) [persoon 1] geven.
4.22.
Het is aan de Curator, Nehlsen en [persoon 1] om te beslissen over de wijze waarop zij het hiervoor genoemde bewijs willen leveren. De zaak zal daartoe worden verwezen naar de hierna te noemen roldatum.
4.23.
In afwachting van bewijslevering wordt iedere verdere beslissing aangehouden.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
laat de Curator, Nehlsen en [persoon 1] toe om door alle middelen rechtens te bewijzen dat het bedrag van € 1.472.337,03, dat op 24 oktober 2018 is bijgeschreven op de ABN AMRO-rekening van [gedaagde] , afkomstig is van het op 22 oktober 2018 aan de bankrekening van Nehlsen (met bankrekeningnummer [bankrekeningnummer 1] ) onttrokken bedrag;
5.2.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van
20 mei 2026voor uitlating door de Curator, Nehlsen en [persoon 1] of zij bewijs willen leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel,
5.3.
bepaalt dat de Curator, Nehlsen en [persoon 1] , indien zij bewijs willen leveren door middel van schriftelijke stukken, zij deze stukken op de hiervoor vermelde rolzitting dienen over te leggen,
5.4.
bepaalt dat de Curator, Nehlsen en [persoon 1] , indien zij bewijs door getuigen willen leveren, de naam en woonplaats van de getuigen moeten opgeven met de verhinderdata over de maanden
september tot en met december 2026van hunzelf, hun advocaat en de getuigen en zo mogelijk van de wederpartij en diens advocaat, waarna een dag voor het getuigenverhoor zal worden vastgesteld,
5.5.
bepaalt dat, als een getuigenverhoor wordt gehouden, dit getuigenverhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van mr. drs. Hurkens in het gerechtsgebouw te Maastricht aan Sint Annadal 1 en dat zowel eisende partijen als de gedaagde partij daarbij aanwezig moeten zijn om eventueel aansluitend aan het verhoor de zaak te bespreken en om te bekijken of een schikking mogelijk is,
5.6.
bepaalt dat de Curator, Nehlsen en [persoon 1] uiterlijk twee weken vóór het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,
5.7.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. Hurkens en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2026.

Voetnoten

1.Productie 1 bij dagvaarding.
2.Producties 2 en 3 bij dagvaarding.
3.Productie 4 bij dagvaarding.
4.Het verschil tussen het bedrag van 2.500.000 AUD en 2.499.993,13 AUD komt door afrondingsverschillen
5.Productie 6 bij dagvaarding.
6.Productie 5 bij dagvaarding.
7.Productie 8 bij dagvaarding.
8.Productie 28 bij antwoordakte, tevens akte overlegging producties de Curator c.s.
9.Productie 1 bij conclusie van antwoord.
10.Productie 19 bij dagvaarding.
11.Productie 17 bij dagvaarding.
12.Productie 10 bij dagvaarding.
13.Productie 10 bij dagvaarding.
14.Productie 3 bij conclusie van antwoord.
15.Productie 12 bij dagvaarding.
16.Productie 13 bij dagvaarding.
17.Productie 14 bij dagvaarding.
18.Productie 15 bij dagvaarding.
19.Productie 16 bij dagvaarding.
20.Productie 2 bij conclusie van antwoord.
21.Productie 7 bij dagvaarding, vertaling in productie 20 van de Curator c.s.
22.Productie 22 de Curator c.s.
23.Productie 12 [gedaagde] .
24.Productie 8 van [persoon 1] .
25.Antwoordakte na aktes na comparitie, p. 2.
26.Productie 1 van Nehlsen.
27.Productie 1 [gedaagde] .
28.zie rov. 2.3.
29.[persoon 1] heeft zich naderhand op het standpunt gesteld dat het verschil tussen het door hem gestorte bedrag en het door [gedaagde] op zijn ABN AMRO-rekening ontvangen bedrag € 110.000,- bedraagt (antwoordakte, tevens houdende akte overlegging producties van 18 december 2024, randnummer 29), maar stelt eveneens dat dit verschil verklaard kan worden door valutawijzigingen en/of mogelijke onderling verrekende vergoedingen.
30.Productie 3 [gedaagde] .
31.Nadere conclusie t.b.v. het overleggen van producties met toelichting, p. 6.
32.Conclusie van dupliek, randnummer 14.
33.Productie 9 [gedaagde] .