Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2026:3860

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
14 april 2026
Publicatiedatum
21 april 2026
Zaaknummer
C/03/24/131 F
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 288 lid 1 onder a FwArt. 288 lid 1 onder b FwArt. 288 lid 1 onder c FwArt. 350 lid 3 sub f Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Omzetting faillissement naar schuldsaneringsregeling met voorwaarden en benoeming bewindvoerder

De rechtbank Limburg heeft op 14 april 2026 het faillissement van verzoeker opgeheven en de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken. Verzoeker had verzocht om omzetting van het faillissement naar de schuldsaneringsregeling, waarbij hij aannemelijk maakte dat hij niet in staat is zijn schulden te betalen en te goeder trouw is geweest bij het ontstaan van de schulden.

Tijdens de zitting op 26 maart 2026 werden diverse betrokkenen gehoord, waaronder verzoeker, maatschappelijk werkster, beschermingsbewindvoerder en curator. De rechtbank oordeelde dat verzoeker het voordeel van de twijfel krijgt ten aanzien van zijn goed trouw, ondanks een schuld voor een afscheidsfeest die mogelijk niet te goeder trouw is aangegaan. Psychische en fysieke gezondheidsproblemen van verzoeker werden meegewogen, waarbij hij waarschijnlijk vrijstelling krijgt van de arbeids- en sollicitatieplicht.

De rechtbank stelde het salaris van de curator vast op € 2.347,82 exclusief omzetbelasting en benoemde mr. M. Driever tot rechter-commissaris en een bewindvoerder voor toezicht. De schuldsaneringsregeling wordt vastgesteld op achttien maanden, met een opdracht aan de bewindvoerder om de post van verzoeker te beheren gedurende maximaal dertien maanden. Tevens is een voorschot op vergoeding voor de bewindvoerder toegestaan zolang de regeling loopt en de boedel toereikend is.

Uitkomst: Faillissement opgeheven en schuldsaneringsregeling van achttien maanden toegewezen onder voorwaarden met benoeming rechter-commissaris en bewindvoerder.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond toepassing schuldsaneringsregeling na faillissement
Toezicht / insolventies
insolventienummer: C/03/24/131 F
Vonnis van 14 april 2026
in de zaak van
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedatum] 1969,
woonadres: [woonplaats] , [adres] ,
voorheen handelend onder de naam [handelsnaam] ,
ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer [KvK nummer] ,
verzoeker.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Het verzoekschrift strekt tot opheffing van het op 11 juni 2024 uitgesproken
faillissement van verzoeker en het gelijktijdig uitspreken van de toepassing van de
schuldsaneringsregeling.
1.2.
Ter behandeling van het verzoek op 26 maart 2026 zijn verschenen:
- de heer [verzoeker] , verzoeker;
- mevrouw [naam maatschappelijk werkster] , maatschappelijk werkster;
- mevrouw [naam beschermingsbewindvoerder] , beschermingsbewindvoerder;
- mr. [naam curator] , curator;
- mevrouw [naam kantoorgenoot] . kantoorgenoot van de curator.
1.3.
Verzoeker heeft gemotiveerd gesteld dat redelijkerwijs niet geoordeeld kan worden
dat hij wegens hem toe te rekenen omstandigheden binnen de termijn als bedoeld in artikel 3
lid 1 Fw. geen verzoekschrift tot toepassing van de schuldsaneringsregeling heeft ingediend.
1.4.
In het faillissement is nog geen verificatievergadering gehouden.

2.De beoordeling

2.1.
Een verzoek om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling wordt slechts toegewezen indien (a.) voldoende aannemelijk is dat [verzoeker] niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden, (b.) hij ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van de schulden in de drie jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoek is ingediend te goeder trouw is geweest en (c.) hij zich aan de verplichtingen van de regeling zal houden en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven. [1]
2.2.
De rechtbank heeft geen reden eraan te twijfelen dat aan de criteria onder a. is voldaan.
2.3.
Ten aanzien van het criterium onder b. krijgt [verzoeker] het voordeel van de twijfel. De enige schulden die duidelijk niet te goeder trouw zijn gemaakt, zijn de kosten voor een afscheids-/oud en nieuw-feest in december 2023. Dit ligt nog ruim binnen de termijn van drie jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoek is ingediend. Deze schuld is gemaakt terwijl de schulden al hoog waren opgelopen en duidelijk was dat de zaak per 1 januari 2024 zou worden gesloten. Aldus is [verzoeker] deze schulden aangegaan, wetende dat die niet betaald zouden worden. [verzoeker] heeft echter aangevoerd dat de betreffende schulden ten onrechte op de schuldenlijst staan, want de betreffende schuldeiser is een vriend van hem en de kosten hiervan zijn betaald door een klant.
Mocht tijdens de regeling blijken dat dit niet klopt, dan zal sprake zijn van een situatie als bedoeld in artikel 350 lid 3 sub f Fw Pro, wat grond zou kunnen zijn voor een tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling.
Gelet op de verklaring van [verzoeker] zal dit voor nu echter niet worden gebruikt als reden voor afwijzing van het verzoek.
Ten aanzien van de overige schulden is voldoende aannemelijk dat die te goeder trouw zijn aangegaan/onbetaald gelaten.
2.4.
Ook ten aanzien van het criterium onder c. krijgt [verzoeker] het voordeel van de twijfel. Er spelen namelijk psychische problemen, terwijl er in strijd met het toepasselijke landelijke procesreglement geen stabiliteitsverklaring is ingebracht. Desondanks acht de rechtbank voldoende aannemelijk dat deze problemen niet in de weg zullen staan aan nakoming van de verplichtingen door [verzoeker] . Het lijkt erop dat [verzoeker] volledig arbeidsongeschikt is (COPD en Long Covid). Gedurende de gehele zitting was hij zichtbaar en hoorbaar buiten adem, wat zijn stelling, dat hij nauwelijks een trap kan oplopen, aannemelijk maakt. Naar het oordeel van de rechtbank is daarom voldoende aannemelijk dat hij zal worden vrijgesteld van de arbeids-/sollicitatieplicht.
Dat betekent dat hij waarschijnlijk alleen zal worden gehouden aan de overige verplichtingen (waarvan de belangrijkste zijn: de informatieplicht, de meewerkplicht, de afdrachtplicht en de verplichting om geen nieuwe schulden te laten ontstaan). Dat hij zal voldoen aan de eerste drie, is voldoende aannemelijk. Dit gelet op het feit dat de curator zegt dat hij tijdens het faillissement al goed heeft geïnformeerd en meegewerkt.
Ten aanzien van het laten ontstaan van nieuwe schulden geldt dat er weliswaar tijdens het faillissement nog verkeersovertredingen zijn begaan, maar die boetes zijn inmiddels ingelost en [verzoeker] heeft zich bereid verklaard de auto te laten staan om nieuwe verkeersboetes te voorkomen. De rechtbank heeft verzoeker gewaarschuwd dat tijdens de schuldsaneringsregeling het ontstaan van nieuwe verkeersboetes kan leiden tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling.
Ook is [verzoeker] erop gewezen dat het uiteindelijk aan de rechter-commissaris is om te beoordelen of met de voorhanden informatie er grond is voor vrijstelling van de sollicitatie-/arbeidsplicht. Mocht de rechter-commissaris hem niet vrijstellen, dan zal hij moeten solliciteren/werken. Voor zover hij dat niet (voldoende) doet, kan ook dat leiden tot een tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling.
Al met al is vooralsnog voldoende aannemelijk dat zal worden voldaan aan het criterium onder c.
2.3.
De regels van de schuldsanering zijn met verzoeker besproken. Een door verzoeker ondertekend exemplaar van deze regels is aan dit vonnis gehecht.
2.4.
De rechtbank zal het bedrag van de faillissementskosten en het salaris van de curator vaststellen.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
heft het faillissement van verzoeker op;
3.2.
stelt het salaris van de curator, inclusief de niet te specificeren verschotten, over de faillissementsperiode tot en met de afwikkeling, vast op € 2.347,82, exclusief omzetbelasting;
3.3.
spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedatum] 1969, woonadres: [woonplaats] , [adres] ,
voorheen handelend onder de naam [handelsnaam] ,
ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer [KvK nummer] ;
3.4.
stelt de termijn van deze schuldsaneringsregeling vast op achttien maanden, te rekenen van de dag van de uitspraak;
3.5.
benoemt tot rechter-commissaris mr. M. Driever en tot bewindvoerder [naam bewindvoerder]
[naam bewindvoerder] , gevestigd te [postadres] , [vestigingsplaats] ;
3.6.
geeft de bewindvoerder de opdracht om de komende dertien maanden de post van [verzoeker] in te zien totdat de schuldsaneringsregeling eindigt, maar in elk geval niet langer dan 13 maanden;
3.7.
bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag opnemen volgens het besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen zolang de schuldsaneringsregeling loopt en voor zover de boedel toereikend is.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.M. Drenth en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 april 2026 in tegenwoordigheid van R.P.E.M. Hammes, griffier.

Voetnoten

1.Artikel 288 lid 1 onder Pro a., b., en c van de Faillissementswet (Fw)