Uitspraak
1.[gedaagde 1] ,
2.
[gedaagde 2],
1.De procedure
- de producties van [gedaagden]
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 20 april 2026
- de pleitnota van [gedaagden]
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Limburg
Op 1 mei 2017 is een huurovereenkomst gesloten voor een woonruimte die in mei 2022 aan de huidige verhuurders is verkocht. De huurder betaalde de huur en het voorschot op water regelmatig te laat vanaf juli 2025 en werkte niet mee aan het verkrijgen van een energielabel en het onderhoud van de CV-ketel, ondanks eerdere rechterlijke waarschuwingen.
In oktober 2023 werd de huurder veroordeeld tot betaling van wettelijke rente over achterstallige huur en medewerking aan onderhoud, maar ontbinding van de huurovereenkomst werd toen afgewezen. Vanaf 2024 bleef de huurder de huur te laat betalen en stopte met betaling van het voorschot water. De verhuurders lieten de huurovereenkomst ontbinden en ontruiming uitspreken bij verstekvonnis van maart 2026.
De huurder stelde dat hij de dagvaarding niet had ontvangen en dat er sprake was van overmacht door financiële problemen, waardoor hij geen verweer kon voeren. De rechtbank oordeelde dat de huurder onvoldoende bewijs leverde voor overmacht, dat de dagvaarding rechtsgeldig was betekend, en dat de belangenafweging in een bodemprocedure waarschijnlijk niet in zijn voordeel zou uitvallen. Het verzet werd afgewezen en de huurder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Verzet tegen verstekvonnis tot ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wordt afgewezen.