Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.[directeur B.V.] ,
2.
[de B.V.],
1.[partner dochter] ,
advocaat: mr. A.F.Th.M. Heutink,
2.
[dochter directeur],
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil en de vorderingen van partijen
- een gerestaureerde wit gespoten body van een Jaguar oldtimer, type XK 140 met chassisnummer [nummer] en diverse Jaguar XK oldtimer onderdelen waaronder deuren, motorkap, kofferklep, stoelen, voorruit;
- een Porsche 911 met kenteken [kenteken 1] ;
- autopapieren van een Invicta oldtimer.
geven alle autopapieren behorend bij de Invicta oldtimer met kenteken [kenteken 2] ;
een dwangsom,
1 september 2025 uit hoofde van de aandelen iTech Medical Inc, vermeerderd met
4,5% rente per jaar vanaf 1 september 2025
Austin Healey, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 2017;
afschrift verschaft van de administratie die zich in de kluis van [de B.V.] bevindt en
die betrekking heeft op de door [partner dochter] verrichte betalingen en kosten voor de
Porsche 911 en Jaguar XK 140, waaronder in ieder geval:
- facturen, bonnetjes en betalingsbewijzen betreffende de Porsche 911 en Jaguar XK
140;
- interne boekingen en overzichten waarin deze kosten zijn verwerkt;
de rechtbank de gevolgtrekking maakt dat de stellingen van [directeur B.V.] niet
geloofwaardig zijn en dat de weergave van [partner dochter] omtrent eigendom en kosten
van de voertuigen als vaststaand dient te worden aangenomen;
(artikel 3:99 BW Pro dan wel 3:105 BW) eigenaar is geworden van de Porsche 911 met
kenteken [kenteken 1] ;
(artikel 3:99 BW Pro dan wel 3:105 BW) eigenaar is geworden van de carrosserie van
de Jaguar XK.
4.De beoordeling
€ 32.000,- aan verzekeringspenningen die door de verzekeraar zijn uitgekeerd aan [de B.V.] / [directeur B.V.] vanwege schade aan de Austin. [dochter directeur] stelt dat zij rechthebbende is op die verzekeringspenningen omdat zij de eigenaresse van die auto zou zijn.
4.29.1. vaststaat dat [de B.V.] de verzekering had afgesloten, maar niet is gesteld of gebleken wie de begunstigde is,
4.29.2. het verweer van [directeur B.V.] dat het geld is gebruikt voor de reparatie is niet betwist, zodat – zonder nadere toelichting, die ontbreekt – niet valt in te zien dat [dochter directeur] aanspraak zou hebben op die verzekeringsuitkering/schadevergoeding aangezien haar vermogen na schadeherstel hetzelfde zou zijn gebleven en los daarvan is gesteld noch gebleken dat zij zelf iets heeft ondernomen aangaande de reparatie van de schade wat er op duidt dat zij de schadeafwikkeling zowel in praktische als in financiële zin aan [de B.V.] heeft overgelaten,
4.29.3. [dochter directeur] heeft wel gesteld dat de auto haar eigendom is maar niet hoe zij die eigendom heeft gekregen, terwijl zij in een eerdere procedure het standpunt heeft ingenomen dat de Austin eigendom was van [partner dochter] ,
4.29.4. terwijl zij bovendien niet heeft weersproken de stelling van [directeur B.V.] dat de auto door [partner dochter] alleen op naam van [dochter directeur] is gezet om te voorkomen dat [partner dochter] alimentatie aan zijn ex-echtgenote zou moeten betalen.