Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Het verdere verloop van de procedure
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- mr. Snel namens de vrouw.
Rechtbank Limburg
De rechtbank Limburg heeft bij beschikking van 10 april 2026 het verzoek van de vrouw tot het vaststellen van een partnerbijdrage van €1.002 bruto per maand afgewezen. De vrouw woont in de Dominicaanse Republiek en de man in Nederland. De man stelde dat de vrouw grievend gedrag vertoonde, waaronder het zonder toestemming gebruiken van zijn woning en auto, het doen van een valse aangifte en het wegnemen van spullen en geld, waardoor hij niet gehouden zou zijn tot betaling van partneralimentatie.
De rechtbank oordeelde dat het door de man gestelde gedrag niet van dien aard was dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was dat de vrouw een bijdrage in haar levensonderhoud zou ontvangen. Daarnaast werd vastgesteld dat de relatie medio 2025 is beëindigd en dat de vrouw in 2025 geen eigen inkomsten had, maar wel een fictieve verdiencapaciteit van minimaal €2.089 netto per maand kon worden toegerekend op basis van haar eerdere inkomen.
Omdat deze fictieve verdiencapaciteit hoger was dan de berekende huwelijksgerelateerde behoefte van €1.205 netto per maand, was er geen aanvullende behoefte aan partnerbijdrage. De rechtbank concludeerde dat de vrouw onvoldoende had onderbouwd dat zij niet in staat was om in haar eigen levensonderhoud te voorzien en wees het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek van de vrouw tot partnerbijdrage wordt afgewezen wegens onvoldoende grievend gedrag en een eigen verdiencapaciteit die haar behoefte overstijgt.