Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.De procedure
- de conclusie van antwoord in conventie, tevens eis in reconventie, met producties 1 tot en met 12;
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
Rechtbank Limburg
Partijen zijn in 2003 in algehele gemeenschap van goederen gehuwd en in 2022 gescheiden. De echtscheidingsbeschikking bevatte een spoorboekje voor de verdeling van de woning, waarbij de man drie maanden kreeg om te onderzoeken of hij de woning kon overnemen tegen de getaxeerde waarde van €566.000. De man heeft deze termijn overschreden en ingestemd met verkoop aan een derde voor €575.000.
De man wilde eerst herstelwerkzaamheden uitvoeren aan de woning, wat in strijd is met het spoorboekje en de echtscheidingsbeschikking, waarin gebreken al in de taxatie waren meegenomen. De rechtbank legt partijen op om binnen zeven dagen de verkoop te starten en stelt dwangsommen in bij niet-nakoming. Tevens moet de man de actuele waarde van de aan de woning gekoppelde spaar-/beleggingspolis bij ASR aantonen en de vrouw de helft daarvan uitbetalen bij levering.
In reconventie vordert de man betaling van de helft van de eigenaars- en gebruikerslasten vanaf april 2023, maar de rechtbank wijst dit af omdat de man geen bewijs heeft geleverd en de vrouw sinds 2021 niet meer in de woning woont. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij de eigen kosten draagt.
Uitkomst: Partijen worden veroordeeld tot medewerking aan verkoop van de woning en verdeling van de spaarpolis, terwijl de regresvordering van de man wordt afgewezen.