De huurder huurde een woning in Heerlen vanaf maart 2020 en maakte melding van een lekkage. Hij schortte de huurbetaling op over vier maanden en vertrok in februari 2023 uit het gehuurde. De huurder vorderde onder meer een schadevergoeding voor beschadigde meubels, een verhuiskostenvergoeding en terugbetaling van de waarborgsom. De verhuurder vorderde in reconventie betaling van de huurachterstand.
De kantonrechter oordeelde dat de huurder geen recht had op verhuiskostenvergoeding omdat geen van de wettelijke uitzonderingen van toepassing was en dat de schade aan meubels onvoldoende was onderbouwd. De terugbetaling van de waarborgsom werd toegewezen, maar verrekend met de huurachterstand. De huurder werd veroordeeld tot betaling van de huur over november 2022 tot en met maart 2023, inclusief wettelijke rente.
De verklaring voor recht en de vordering tot buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen. De huurder werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en werd gewezen door kantonrechter Bisscheroux op 22 april 2026.