Eisers vroegen een omgevingsvergunning aan voor het wijzigen van een ketelhuis en het uitdiepen van kassen ten behoeve van een zorgboerderij op hun perceel met agrarische bestemming. Verweerder weigerde de vergunning omdat de zorgboerderij niet als agrarisch gebruik kan worden aangemerkt en niet onder het overgangsrecht valt.
De rechtbank stelt vast dat de zorgboerderij gericht is op zorgverlening met paarden en niet op het voortbrengen van producten, waardoor het niet voldoet aan de definitie van een agrarisch volwaardig bedrijf in het bestemmingsplan. Ook de gebouwen en het overdekt terras passen niet binnen de agrarische bestemming.
Eisers konden niet aantonen dat de in 2016 verleende vergunning voor een natuurgeneeskundige praktijk de zorgboerderij legaliseert. De belangenafweging van verweerder, waarbij het algemeen belang en ruimtelijke ontwikkelingen zwaarder wegen dan het belang van eisers, is niet onevenredig. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de vergunning mag worden geweigerd.