ECLI:NL:RBLIM:2026:358

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
21 januari 2026
Publicatiedatum
15 januari 2026
Zaaknummer
11888732 \ CV EXPL 25-3780
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Quaedackers
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 18 Wetboek van Koophandel
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsovereenkomst reclameplaatsing niet beëindigd door voortzetting onderneming

Op 31 januari 2024 sloten CineFox en een vennootschap onder firma (VOF) een overeenkomst voor het vervaardigen en plaatsen van reclamemiddelen in een bioscoop. De overeenkomst bevatte een handgeschreven bepaling dat het contract eindigt bij stoppen of verkoop van de zaak, met betaling van het lopende jaar.

De VOF werd op 9 april 2024 ontbonden, maar de onderneming werd voortgezet onder een ander KvK-nummer als eenmanszaak. De ex-vennoten weigerden betaling van een factuur van 17 april 2024 en toekomstige termijnen, stellende dat de overeenkomst door ontbinding was beëindigd.

De rechtbank oordeelt dat de overeenkomst niet is beëindigd omdat de onderneming wordt voortgezet, waardoor de handgeschreven bepaling niet van toepassing is. De ex-vennoten zijn hoofdelijk aansprakelijk voor betaling van de openstaande factuur, toekomstige termijnen, contractuele rente en buitengerechtelijke kosten.

De vordering van CineFox wordt volledig toegewezen, inclusief rente van 1,5% per maand vanaf 12 september 2025 en incassokosten van 15%. De ex-vennoten worden tevens veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De ex-vennoten worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van openstaande en toekomstige termijnen, rente en kosten omdat de overeenkomst niet is beëindigd door voortzetting van de onderneming.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11888732 \ CV EXPL 25-3780
Vonnis van 21 januari 2026
in de zaak van
CINEFOX BIOSCOOP- EN THEATER RECLAME B.V.,
te Wijchen,
eisende partij,
hierna te noemen: CineFox,
gemachtigde: mr. J.J.F. de Geus,
tegen

1.[gedaagde partij 1] , ZIJNDE EX-VENNOOT VAN DE VENNOOTSCHAP ONDER FIRM [V.O.F.] ,

te [plaats 1] ,
2.
[gedaagde partij 2] , ZIJNDE EX-VENNOOT VAN DE VENNOOTSCHAP ONDER FIRMA [V.O.F.],
te [plaats 2] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagde partij 1] en [gedaagde partij 2] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 t/m 7
- de conclusie van antwoord met productie 1
- de conclusie van repliek met producties 8 t/m 10
- de schriftelijke weergave van de mondelinge dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Op 31 januari 2024 is schriftelijk een overeenkomst gesloten tussen CineFox en de vennootschap onder [V.O.F.] (met vennoten [gedaagde partij 1] en [gedaagde partij 2] ) tot het vervaardigen en/of plaatsen van reclamemiddelen. De overeenkomst is ondertekend door [gedaagde partij 1] . Daarin staat voor zover relevant:
“(…)
Bioscoop: [bioscoop]
Zaalnummers: 3 zalen
Beoogde plaatsingsdatum: +/- Febr/mrt 2024 (opening)
Branche: horeca
Bijzonderheden: tekst/logo – foto’s z.s.m. aanleveren, bij stoppen of verkoop zaak stopt contract, lopende jaar betalen
(…)
Deze overeenkomst wordt aangegaan voor een periode van 3 jaren, ingaande op de (beoogde) plaatsingsdatum, tegen de overeengekomen prijs zoals hieronder vermeld:
Prijs per jaar excl. BTW € 1995
€ incl. opmaak
--------------------------------------------------
Totaal excl. BTW € 1995
Prijs wijziging reclame-uiting € 95
(…)”
Onder meer de zin “tekst/logo – foto’s z.s.m. aanleveren, bij stoppen of verkoop zaak stopt contract, lopende jaar betalen” is handgeschreven toegevoegd.
2.2.
Op de achterzijde van de overeenkomst staan de algemene leverings- en betalingsvoorwaarden CineFox bioscoop- en theaterreclame b.v. (hierna: de algemene voorwaarden) vermeld. Hierin staat onder meer het volgende:
“4a. de wederpartij is gehouden de benodigde teksten en/of andere materialen binnen 14 dagen en conform de aanleverspecificaties na de akkoordverklaringsdatum aan ons ter beschikking te stellen, tenzij schriftelijk anders is overeengekomen. Indien genoemde teksten en/of materialen niet tijdig worden geleverd, behouden wij ons het recht voor op de overeengekomen beoogde plaatsingsdatum tot facturering over te gaan voor de gereserveerde reclameplaats.
(…)
8b. Ingeval de wederpartij:
(…)
d. nalaat een factuurbedrag of een gedeelte daarvan binnen de daarvoor gestelde termijn te voldoen;
(…)
hebben wij door het enkel plaatsgrijpen van een der opgemelde omstandigheden het recht (…) enig bedrag verschuldigd door de wederpartij op grond van de door ons verleende diensten terstond en zonder dat enige waarschuwing of ingebrekestelling nodig is in zijn geheel op te eisen, alles onverminderd ons recht op vergoeding van kosten, schaden en interessen.
8c. Wanneer de in artikel 8b genoemde omstandigheden zich voordoen, hebben wij tevens opeisbaar, zonder verdere ingebrekestelling, van de wederpartij te vorderen de nog niet vervallen jaarlijkse betalingen – vide de duur van de overeenkomst – , verhoogd met eventuele rente en kosten.
8d. Indien schriftelijk op de voorzijde van de overeenkomst is overeengekomen dat een bedrijfsbeëindiging tot gevolg heeft dat de overeenkomst tussentijds eindigt, is overlegging van een uittreksel van de inschrijving van de Kamer van Koophandel verplicht. De factuur voor het lopende jaar dient in dat geval in zijn geheel te worden betaald. Er kan geen beroep worden gedaan op een dergelijk beding indien de wederpartij een betalingsachterstand (waaronder tevens begrepen rente en (incasso-)kosten) heeft. Onder bedrijfsbeëindiging wordt niet verstaan dat de wederpartij de onderneming blijft drijven onder een nieuw KvK-nummer door bijvoorbeeld een andere rechtsvorm of handelsnaam danwel een voortzetting van de onderneming.”
2.3.
CineFox heeft meermaals verzocht om reclamematerialen. Deze materialen zijn door [gedaagde partij 1] en [gedaagde partij 2] niet aangeleverd.
2.4.
Bij factuur van 17 april 2024 heeft CineFox aan [V.O.F.] een bedrag van € 2.413,95 inclusief BTW in rekening gebracht voor de periode april 2024 – april 2025. Ondanks aanmaningen en sommaties is de factuur van 17 april 2024 niet betaald.
2.5.
Bij e-mail van 26 juni 2024 heeft CineFox aan [gedaagde partij 1] medegedeeld dat, als het bedrag van € 2.413,95 niet binnen vijf werkdagen wordt betaald, zij haar vordering uit handen zal geven aan haar incassogemachtigde en dat zij dan gerechtigd is om de toekomstige twee jaartermijnen te vorderen. Het betreffende bedrag is niet binnen de door CineFox gestelde termijn betaald.
2.6.
Bij e-mail van 22 augustus 2024 heeft de incassogemachtigde van CineFox [gedaagde partij 1] vervolgens gesommeerd tot betaling van de nog openstaande factuur, de toekomstige termijnbetalingen, de rente en de buitengerechtelijke kosten. Ook daarop is niets betaald aan CineFox.
2.7.
In het door CineFox overlegde uittreksel van de Kamer van Koophandel van de VOF [V.O.F.] staat vermeld dat de onderneming is opgericht op 1 januari 2024 en is ontbonden per 9 april 2024, alsmede dat dit laatste per 18 april 2024 is geregistreerd. Ook staat vermeld dat de onderneming met ingang van 9 april 2024 is voortgezet door [V.O.F.] onder een ander KvK-nummer.

3.Het geschil

3.1.
CineFox vordert – samengevat – dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde partij 1] en [gedaagde partij 2] hoofdelijk, in die zin dat indien de een betaalt de ander zal zijn bevrijd, veroordeelt om aan CineFox een bedrag van € 9.716,62 te betalen, vermeerderd met de contractuele rente van 1,5 % per maand over het bedrag € 2.413,95, vanaf de datum van de dagvaarding tot de betaling met veroordeling van [gedaagde partij 1] en [gedaagde partij 2] in de kosten van de procedure.
3.2.
Het bedrag van € 9.716,62 kan als volgt worden gespecificeerd:
  • € 2.413,95 factuur van 17 april 2024 (hierna: de hoofdsom)
  • € 4.827,90 voor de resterende twee jaren
  • € 1.388,49 aan contractuele rente tot 12 september 2025
  • € 1.086,28 aan buitengerechtelijke kosten.
3.3.
[gedaagde partij 1] en [gedaagde partij 2] voeren verweer. Zij stellen dat de VOF is ontbonden op 9 april 2024, waardoor CineFox van hen geen betaling kan vorderen. Op de inhoud van het verweer zal hierna, waar nodig, worden ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De kern van het geschil is de vraag of de overeenkomst tussen CineFox en [V.O.F.] is beëindigd door bedrijfsbeëindiging. De kantonrechter is van oordeel dat de overeenkomst niet is beëindigd, waardoor CineFox gerechtigd is om alle nog openstaande betalingen, toekomstige termijnbetalingen, contractuele rente en buitengerechtelijke kosten van de voormalige vennoten van [V.O.F.] te vorderen. Naar het oordeel van de kantonrechter is de vordering van CineFox toewijsbaar. Hieronder wordt uiteengezet hoe de kantonrechter tot zijn oordeel is gekomen.
Overeenkomst
4.2.
Tussen partijen is niet in geschil dat [V.O.F.] met CineFox een overeenkomst heeft gesloten voor het vervaardigen of plaatsen van reclamemiddelen in drie zalen van bioscoop Vue te Kerkrade.
Tussentijdse beëindiging
4.3.
De vraag is of de overeenkomst met CineFox is beëindigd. De kantonrechter overweegt daartoe als volgt. Voor de beoordeling of sprake is van tussentijdse opzegging, moet worden gekeken naar de overeenkomst en de algemene voorwaarden. Partijen hebben hierin immers afspraken gemaakt over de voorwaarden waaronder tussentijds kan worden opgezegd. Dat [V.O.F.] (dan wel [gedaagde partij 1] en [gedaagde partij 2] ) de overeenkomst opgezegd heeft, stellen [gedaagde partij 1] en [gedaagde partij 2] niet. [gedaagde partij 1] en [gedaagde partij 2] lijken wel een beroep te doen op de handgeschreven bepaling van de overeenkomst. In deze bepaling staat dat het contract eindigt bij stoppen of verkoop van de zaak en in dat geval het lopende jaar dient te worden betaald. De kantonrechter is echter van oordeel dat de onderneming van [V.O.F.] niet is beëindigd. Uit het uittreksel van de Kamer van Koophandel blijkt weliswaar dat de vennootschap per 4 april 2024 is ontbonden, maar daaruit blijkt ook dat de onderneming met ingang van 4 april 2024 als eenmanszaak is voortgezet onder een ander KvK-nummer. Nu de onderneming niet is beëindigd kunnen [gedaagde partij 1] en [gedaagde partij 2] geen succesvol beroep doen op de handgeschreven bepaling in de overeenkomst. Het verweer van [gedaagde partij 1] en [gedaagde partij 2] , dat de overeenkomst door het ontbinden van de vennootschap zou zijn beëindigd, slaagt daarom niet.
4.4.
Het voorgaande heeft tot gevolg dat CineFox op dit punt in het gelijk wordt gesteld. Er is immers geen sprake van bedrijfsbeëindiging in de zin van artikel 8d van de algemene voorwaarden. Dit houdt in dat de overeenkomst niet tussentijds is beëindigd.
Factuur van 17 april 2024
4.5.
Nu de overeenkomst niet is beëindigd blijven partijen gebonden aan de uit de overeenkomst voortvloeiende verplichtingen. Dit heeft tot gevolg dat [gedaagde partij 1] en [gedaagde partij 2] als voormalig vennoten van [V.O.F.] de factuur van 17 april 2024 dienen te betalen. Zij hebben immers niet tijdig reclamemateriaal aan CineFox verstrekt, waardoor CineFox, volgens artikel 4a van de algemene voorwaarden, het recht heeft om tot facturering over te gaan. De stelling van [gedaagde partij 1] en [gedaagde partij 2] dat zij de factuur niet hoeven te betalen, omdat CineFox dit heeft toegezegd, slaagt niet. Dit blijkt niet uit de door CineFox overgelegde correspondentie en is verder ook niet door [gedaagde partij 1] en [gedaagde partij 2] onderbouwd. Nu [gedaagde partij 1] en [gedaagde partij 2] de factuur niet binnen de gestelde termijn van veertien dagen hebben betaald, zijn zij in verzuim en is op rond van artikel 8b van de algemene voorwaarden het bedrag ad € 2.413,95 opeisbaar geworden. Derhalve kan dit gedeelte van de vordering van CineFox worden toegewezen.
4.6.
Ook is het feit dat er geen reclame-uiting heeft plaatsgevonden in de bioscoop geen reden om aan te nemen dat [gedaagde partij 1] en [gedaagde partij 2] de gevorderde factuur niet hoeven te betalen. Immers staat vast dat [gedaagde partij 1] en [gedaagde partij 2] zelf, ondanks diverse verzoeken van CineFox daartoe, de benodigde materialen niet hebben verstrekt.
4.7.
De conclusie van voorgaande overwegingen is, dat [gedaagde partij 1] en [gedaagde partij 2] zullen worden veroordeeld tot betaling van de hoofdsom van € 2.413,95.
Toekomstige termijnen
4.8.
CineFox vordert niet alleen de openstaande betaling van de factuur van 17 april 2024, maar ook de toekomstige termijnbetalingen. Naar het oordeel van de kantonrechter is CineFox op grond van artikel 8c van de algemene voorwaarden gerechtigd om ook de toekomstige termijnen te vorderen. Deze artikelen bepalen immers dat ingeval de wederpartij nalaat een factuurbedrag binnen de gestelde termijn te voldoen, CineFox het recht heeft om de nog niet vervallen jaarlijkse betalingen te vorderen. Nu [gedaagde partij 1] en [gedaagde partij 2] de factuur van 17 april 2024 niet tijdig hebben betaald en de overeenkomst niet tussentijds is beëindigd, zijn ook de termijnen voor het tweede jaar (april 2025 - april 2026) en het derde jaar (april 2026 - april 2027) opeisbaar. Gelet hierop zal de kantonrechter de vordering van CineFox toewijzen.
4.9.
De conclusie uit voorgaande overwegingen is, dat [gedaagde partij 1] en [gedaagde partij 2] zullen worden veroordeeld tot betaling van de resterende twee jaren van in totaal € 4.827,90.
Contractuele rente
4.10.
Nu de vordering van de hoofdsom zal worden toegewezen, kan ook de door CineFox gevorderde contractuele rente worden toegewezen. CineFox vordert betaling van rente op grond van artikel 9a van de algemene voorwaarden. Daarin is een vertragingsrente overeengekomen van 1,5% per maand. De kantonrechter wijst daarom betaling van dit rentepercentage over de hoofdsom van € 2.413,95, met ingang van 12 september 2025, toe. Daarnaast vordert CineFox de rente tot de dag van dagvaarding, te weten 12 september 2025. [gedaagde partij 1] en [gedaagde partij 2] hebben het tot aan dagvaarding gevorderde bedrag van € 1.388,49 niet betwist, zodat de kantonrechter ook dit bedrag zal toewijzen.
Buitengerechtelijke kosten
4.11.
CineFox vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten op grond van artikel 9b van de algemene voorwaarden. Partijen zijn een vergoeding overeengekomen die van de wettelijke regeling afwijkt. In artikel 9b van de algemene voorwaarden staat dat de buitengerechtelijke incassokosten ten minste 15% bedragen. Omdat [gedaagde partij 1] en [gedaagde partij 2] hebben gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf, mag van de wettelijke regeling worden afgeweken. Daarnaast stelt de kantonrechter vast dat de eisende partij voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het door CineFox gevorderde bedrag van € 1.086,28 (= 15% van € 7.241,85) zal worden toegewezen, omdat [gedaagde partij 1] en [gedaagde partij 2] de verschuldigdheid daarvan op grond van de tussen hen gesloten overeenkomst niet hebben betwist en geen redenen aanwezig zijn om tot (ambtshalve) matiging van de gevorderde vergoeding over te gaan.
Proceskosten
4.12.
[gedaagde partij 1] en [gedaagde partij 2] worden in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van CineFox worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
120,78
- griffierecht
543,00
- salaris gemachtigde
678,00
(2 punten × € 339,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.476,78
Hoofdelijk
4.13.
De veroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de een (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen. In een vennootschap onder firma zijn de vennoten immers hoofdelijk verbonden voor de schulden van de vennootschap. [1]
Uitvoerbaar bij voorraad
De kantonrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als een van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt [gedaagde partij 1] en [gedaagde partij 2] hoofdelijk om aan CineFox te betalen een bedrag van € 9.716,62, te vermeerderen met de overeengekomen rente van 1,5% per maand over
€ 2.413,95, met ingang van 12 september 2025, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [gedaagde partij 1] en [gedaagde partij 2] hoofdelijk in de proceskosten van € 1.476,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde partij 1] en [gedaagde partij 2] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Quaedackers en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2026.

Voetnoten

1.Artikel 18 Wetboek Pro van Koophandel.