Uitspraak
1.[verkoper 1] ,
2.
[verkoper 2],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie.
2.De feiten
3.De beoordeling
4.De beslissing
woensdag 27 mei 2026om 10:00 uur,
Rechtbank Limburg
Op 29 juni 2013 verkochten de verkopers een woonhuis met erf aan de koper. Partijen verschillen van mening over de ligging van de erfgrens. De verkopers vorderen primair een verklaring dat de erfgrens samenvalt met het aanwezige hekwerk en subsidiair medewerking aan overdracht van de onroerende zaak. De koper vordert betaling van een bedrag, een verklaring over de erfgrenzen conform de kadastrale tekening, en verwijdering van het hekwerk en laurierhaag wegens onrechtmatige inbreuk.
De kantonrechter stelt vast dat de primaire vordering van onbepaalde waarde is en dat de verkopers onvoldoende hebben onderbouwd dat het belang onder de € 25.000 blijft. De kantonrechter is daarom niet bevoegd op grond van artikel 93 Rv Pro. Ook andere bevoegdheidsgronden zijn niet van toepassing.
De kantonrechter verwijst de zaak ambtshalve naar de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond. Partijen worden gewezen op de noodzaak van advocaatvertegenwoordiging en de verschuldigde griffierechten. Het vonnis is gewezen door rechter Van Leeuwen en op 29 april 2026 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De kantonrechter is niet bevoegd en verwijst de zaak naar de kamer voor andere zaken dan kantonzaken.