Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2026:3533

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
15 april 2026
Publicatiedatum
14 april 2026
Zaaknummer
11822312 \ CV EXPL 25-3111
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Otto
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing annuleringsvergoeding wegens niet-tijdige annulering koopovereenkomst via veilingsite

BCA Autoveiling B.V. exploiteert een online veilingsite waarop gedaagde een auto heeft gewonnen door een bod uit te brengen. Na bevestiging van de koop en facturering betaalde gedaagde niet binnen de gestelde termijn. BCA maande tot betaling en ontbond de koopovereenkomst, waarbij een annuleringsvergoeding werd opgelegd.

Gedaagde stelde dat hij telefonisch op de dag van de veiling de koop had geannuleerd en daarom geen annuleringsvergoeding verschuldigd was. BCA betwistte dit en stelde dat annulering schriftelijk en binnen één werkdag moest worden ingediend volgens de algemene voorwaarden.

De kantonrechter oordeelde dat gedaagde onvoldoende bewijs leverde van tijdige en juiste annulering conform de voorwaarden. Daarom is de annuleringsvergoeding van €605,00 inclusief btw verschuldigd. Daarnaast werden buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke handelsrente toegewezen. Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van in totaal €764,72 plus rente en proceskosten.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van annuleringsvergoeding, incassokosten, wettelijke rente en proceskosten wegens niet-tijdige annulering van de koopovereenkomst.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11822312 \ CV EXPL 25-3111
Vonnis van 15 april 2026
in de zaak van
BCA AUTOVEILING B.V.,
te Barneveld,
eisende partij,
hierna te noemen: BCA,
gemachtigde: LAVG Groningen,
tegen
[gedaagde] (VOORHEEN) H.O.D.N. [bedrijf],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het exploot van dagvaarding d.d. 30 juni 2025 met producties 1 tot en met 6;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek met producties 7 en 8;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
BCA heeft een online veilingsite. [gedaagde] heeft zich geregistreerd op de website van BCA. Bij de registratie heeft [gedaagde] de toepassing van de algemene voorwaarden BCA Autoveiling B.V. versie 06-2023 (hierna: de algemene voorwaarden) geaccepteerd.
2.2.
[gedaagde] heeft een bod gedaan op een auto die via de website van BCA werd aangeboden en daarmee een veiling gewonnen. BCA heeft op 24 april 2024 per e-mail de aankoop bevestigd en aan [gedaagde] de factuur toegezonden. BCA hanteert volgens de algemene voorwaarden en de informatie een betalingstermijn van 1 dag na ontvangst van de factuur.
2.3.
[gedaagde] heeft de factuur niet binnen de gestelde termijn betaald, waarna BCA [gedaagde] op 6 mei 2024 per e-mail tot betaling heeft gemaand. Daarbij heeft BCA gewezen op artikel 11.2 van de algemene voorwaarden op grond waarvan zij bij uitblijven van betaling zich het recht voorbehoudt om de verkoop te annuleren en een annuleringsvergoeding in rekening te brengen.
2.4.
[gedaagde] heeft de factuur niet betaald, waarna BCA de overeenkomst voor de koop van de auto heeft ontbonden en [gedaagde] op 22 mei 2024 een factuur voor de éénmalige annuleringsvergoeding wegens het niet afnemen van de auto van € 605,00 inclusief btw heeft gestuurd. Deze factuur is niet door [gedaagde] betaald.
2.5.
Op 7 oktober 2024, 24 oktober 2024 en 16 december 2024 heeft (de gemachtigde van) BCA [gedaagde] gemaand tot betaling.

3.Het geschil

3.1.
BCA vordert - samengevat – bij vonnis, (zoveel mogelijk) uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 764,72, bestaande uit € 605,00 aan hoofdsom, € 68,97 aan wettelijke handelsrente en € 90,75 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke handelsrente, alsmede veroordeling in de proceskosten.
3.2.
BCA legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Tussen partijen is een koopovereenkomst tot stand gekomen. [gedaagde] heeft de overeenkomst niet geannuleerd en de auto niet afgenomen waarna BCA conform de algemene voorwaarden de overeenkomst heeft ontbonden en [gedaagde] de annuleringsvergoeding verschuldigd is geworden.
3.3.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van BCA en legt daaraan ten grondslag dat hij inderdaad op het voertuig heeft geboden maar dat hij vervolgens van de koop af wilde zien. Hij heeft dat dezelfde dag telefonisch aan BCA laten weten waardoor hij de in rekening gebrachte annuleringvergoeding niet verschuldigd is.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Annuleringsvergoeding
4.1.
Tussen partijen staat vast dat een overeenkomst tot stand is gekomen voor de koop van een auto. [gedaagde] heeft de veiling gewonnen waarna BCA de aankoop per e-mail aan hem heeft bevestigd en de factuur heeft toegestuurd. In geschil is of de overeenkomst vervolgens door [gedaagde] is geannuleerd en of [gedaagde] daardoor de annuleringsvergoeding al dan niet verschuldigd is.
4.2.
Op basis van de algemene voorwaarden kon [gedaagde] één keer per kalenderjaar de koop van een auto annuleren. Dat annuleringsverzoek moet binnen één werkdag na de veiling schriftelijk bij BCA worden ingediend. Als dit verzoek later, maar binnen het kalenderjaar, bij BCA wordt ingediend wordt de annulering uitgevoerd tegen betaling van een vergoeding. Ook BCA kan op basis van de algemene voorwaarden de overeenkomst annuleren indien de factuur niet op de 7e dag na de factuurdatum is betaald. BCA mag in dat geval een annuleringsvergoeding van € 605,00 inclusief btw in rekening brengen.
4.3.
[gedaagde] stelt zich op het standpunt dat hij de door BCA in rekening gebrachte annuleringsvergoeding niet verschuldigd is omdat hij op dezelfde dag telefonisch contact met BCA heeft opgenomen en heeft aangegeven dat hij van de koop wil afzien. BCA heeft aangegeven dat [gedaagde] één keer per jaar mag afzien van een koop, dus dat dit geen probleem was en dat de factuur kon worden weggegooid. Na ontvangst van brieven van [deurwaarder] en LAVG heeft [gedaagde] nog twee keer telefonisch contact met BCA opgenomen waarbij telkens door BCA werd aangegeven dat het een fout was, dat ze het gingen regelen en dat de brieven weggegooid konden worden. Volgens [gedaagde] is er sprake van miscommunicatie bij BCA en is de overeenkomst dezelfde dag door hem telefonisch geannuleerd.
4.4.
BCA verwijst naar de algemene voorwaarden en stelt dat zij nooit een (tijdig en op de juiste wijze ingediend) verzoek tot annulering van [gedaagde] heeft ontvangen. BCA betwist dat zij telefonisch contact met [gedaagde] heeft gehad en dat door (medewerkers van) BCA is aangegeven dat het een fout zou betreffen, dat betreffende correspondentie zou kunnen worden weggegooid of dat de annuleringsvergoeding niet zou hoeven te worden betaald. Een verzoek tot annuleren moet schriftelijk worden gedaan waardoor BCA nooit een telefonisch verzoek tot annuleren zou hebben bevestigd. Omdat [gedaagde] de auto niet heeft afgenomen en de overeenkomst niet heeft geannuleerd, heeft BCA de overeenkomst op 22 mei 2024 ontbonden en de annuleringsvergoeding bij [gedaagde] in rekening gebracht.
4.5.
[gedaagde] onderbouwt diens algemene stelling niet met feiten, omstandigheden of documenten (zoals bijvoorbeeld data, tijdstippen, afschrift gespecificeerde telefoonnota, met wie gebeld etc.), hetgeen gezien de gemotiveerde betwisting door BCA wel van hem verwacht mocht worden. De kantonrechter gaat dan ook aan diens verweer voorbij, waarmee vast komt te staan dat [gedaagde] niet heeft geannuleerd conform de van toepassing zijnde voorwaarden. [gedaagde] dient de door BCA gevorderde annuleringsvergoeding van € 605,00 dan ook te betalen.
Buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke handelsrente
4.6.
BCA vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). BCA heeft voldoende onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. BCA heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en daarom zal een bedrag van € 90,75 worden toegewezen
4.7.
BCA vordert de wettelijke handelsrente tot 15 mei 2025 van € 68,97. Nu [gedaagde] hiertegen geen verweer heeft gevoerd en hij in verzuim verkeert, zal die worden toegewezen. Dit geldt ook voor de gevorderde wettelijke handelsrente vanaf 15 mei 2025 over € 605,00.
Proceskosten
4.8.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van BCA worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
120,78
- griffierecht
340,00
- salaris gemachtigde
288,00
(2 punten × € 144,00)
- nakosten
72,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
820,78

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan BCA tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 764,72, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over € 605,00, met ingang van 15 mei 2025, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 820,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit tot zover vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Otto en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2026.