Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
Naast het flinke letsel en de doodsangsten die het slachtoffer moet hebben uitgestaan gedurende de overval heeft de rechtbank ook oog voor de kwetsbare positie waarin het slachtoffer verkeerde. Zij ontving immers geheel zelfstandig als sekswerker in een door haar gehuurd kamerappartement midden in de nacht een voor haar onbekende klant. De rechtbank rekent het de verdachte zwaar aan dat hij misbruik heeft gemaakt van die kwetsbare positie door juist bij haar deze overval te plegen.
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 6 jaren;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken en bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- bepaalt dat verdachte niet is gehouden tot betaling voor zover het bedrag door zijn mededader is betaald;
- legt aan de verdachte op de hoofdelijke verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [benadeelde partij] , van een bedrag van € 5.500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 mei 2025 tot aan de dag der algehele voldoening en bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 52 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
- bepaalt dat indien en voor zover de verdachte en/of zijn mededader aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.