ECLI:NL:RBLIM:2026:3476

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
13 april 2026
Publicatiedatum
13 april 2026
Zaaknummer
03.225279.25 en 03.291412.23
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36b SrArt. 36d SrArt. 63 SrArt. 312 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak medeplegen overval en medeplichtigheid cocaïne, veroordeling straatroof met geweld

De rechtbank Limburg behandelde op 13 april 2026 de strafzaken tegen verdachte met betrekking tot twee parketnummers. Verdachte werd vrijgesproken van medeplegen en medeplichtigheid aan een overval op 27 mei 2025 en van het opzettelijk aanwezig hebben van cocaïne op 19 augustus 2025, omdat onvoldoende bewijs bestond voor zijn betrokkenheid en de aangetroffen stof geen cocaïne bleek te zijn.

Voor de zaak van 28 september 2023 werd verdachte veroordeeld voor straatroof waarbij hij met geweld een horloge en ketting van het slachtoffer heeft weggenomen. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte met een mes bedreigde en geweld gebruikte, maar sprak hem vrij van het onderdeel waarbij het horloge uit de handen van het slachtoffer zou zijn weggenomen.

De rechtbank legde een gevangenisstraf van 6 maanden op, met aftrek van voorarrest, en oordeelde dat verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis. De vorderingen van de benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende onderbouwing. Tevens werd 60 gram versnijdingsmiddelen onttrokken aan het verkeer.

Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van medeplegen overval en bezit cocaïne, veroordeeld tot 6 maanden gevangenisstraf voor straatroof met geweld.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht
Strafrecht
Parketnummers : 03.225279.25 en 03.291412.23 (ttz.gev.)
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 13 april 2026
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboortegegevens] 1997,
wonende te [adres 1] .
De verdachte wordt bijgestaan door mr. B.H.S. Brinkman, advocaat te Heerlen (in de zaak met parketnummer 03.225279.25) en door mr. J.J.M. Goltstein, advocaat te Kerkrade (in de zaak met parketnummer 03.291412.23).

1.Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 30 maart 2026. De verdachte en zijn raadslieden zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.
De slachtoffers [slachtoffer 1] (in de zaak met parketnummer 03.225279.25) en [slachtoffer 2] (in de zaak met parketnummer 03.291412.23) hebben zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces. Namens de benadeelde partij [slachtoffer 1] is op de zitting gehoord mr. K.Y. Ramdhan. Ook de benadeelde partij [slachtoffer 2] is op de zitting gehoord. De rechtbank heeft de vorderingen tot schadevergoeding behandeld.
Mr. K.Y. Ramdhan heeft het spreekrecht uitgeoefend namens [slachtoffer 1] . Namens [slachtoffer 2] is het spreekrecht uitgeoefend door zijn moeder, N. Stijnen.
Deze zaak is gelijktijdig, maar niet gevoegd, behandeld met de strafzaken tegen de medeverdachten [medeverdachte 1] (parketnummer 03.225277.25) en [medeverdachte 2] (parketnummer 03.251628.25).

2.De tenlastelegging

De - gewijzigde - tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:
Parketnummer 03.225279.25:
Feit 1:in de nacht van 27 mei 2025 te Hoensbroek al dan niet samen met anderen met (bedreiging met) geweld geld en sieraden van [slachtoffer 1] heeft gestolen (
primair),dan wel hieraan medeplichtig is geweest (
subsidiair);
Feit 2:op 19 augustus 2025 te Hoensbroek opzettelijk 60,6 gram cocaïne aanwezig heeft gehad;
Parketnummer 03.291412.23:
op 28 september 2023 in de gemeente Sittard-Geleen op straat met (bedreiging met) geweld tegen [slachtoffer 2] en [naam 2] een horloge en een ketting van die [slachtoffer 2] heeft gestolen.

3.De beoordeling van het bewijs

3.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van feit 2 in de zaak met parketnummer 03.225279.25 (het opzettelijk aanwezig hebben van cocaïne).
De andere (primair) ten laste gelegde feiten acht hij wel wettig en overtuigend bewezen.
3.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit van de ten laste gelegde feiten.
Voor zover nodig zal de rechtbank de standpunten van de officier van justitie en de verdediging nader duiden bij de weergave van het oordeel van de rechtbank.
3.3
Het oordeel van de rechtbank
3.3.1
De zaak met parketnummer 03.225279.25
Vrijspraakoverweging feit 1
In de nacht van 27 mei 2025 is [slachtoffer 1] omstreeks 00:45 uur in haar kamer overvallen door twee mannen. Daarbij is niet alleen gedreigd met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, maar ook fors geweld gebruikt. [slachtoffer 1] is hierdoor gewond geraakt. De mannen zijn om 01:07 uur met de buit, te weten geld en sieraden, uit de kamer vertrokken. De verdachte ontkent elke betrokkenheid hierbij. Aan de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] is het medeplegen van deze overval ten laste gelegd en heden door de rechtbank bewezen verklaard. De vraag die moet worden beantwoord, is of bewezen kan worden dat de verdachte ook kan worden aangemerkt als medepleger van de overval, dan wel of hij daaraan medeplichtig is geweest, door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] informatie te geven over de verblijfplaats van [slachtoffer 1] , de aanwezigheid van een hoeveelheid geld en waardevolle voorwerpen op die plaats en door de medeverdachten naar haar adres te brengen of te leiden.
Op basis van het dossier en het verhandelde ter zitting stelt de rechtbank vast dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in de avond van de overval om 21:51 uur vanuit Groningen zijn vertrokken in de richting van Hoensbroek. Om 22:29 uur heeft [medeverdachte 1] via WhatsApp een seksafspraak met [slachtoffer 1] gemaakt. De verdachte, die aan [slachtoffer 1] een kamer verhuurde in het kader van haar werkzaamheden als sekswerker, heeft de medeverdachten vervolgens om 00:24 uur ontmoet op de Markt in Hoensbroek. De medeverdachten zijn vervolgens bij de verdachte in de auto gestapt en om 00:27 uur zijn zij samen in de richting van de woning van [slachtoffer 1] gereden. Om 00:28 uur is de verdachte om de hoek van de woning gestopt en om 00:38 uur zijn alle verdachten uit de auto gestapt. De medeverdachten zijn vervolgens weggelopen. Om 00:42 uur kwamen zij bij het appartementencomplex van [slachtoffer 1] aan. Nadat zij enige tijd naast de ingang van het gebouw hebben stilgestaan, zijn zij om 00:45 uur het appartementencomplex binnengegaan. De verdachte heeft om 00:48 uur nog rondom zijn auto gelopen en uit de telefoongegevens blijkt dat hij tot 01:06 uur in de buurt van de plaats delict is geweest. Om 01:08 uur zijn [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] vervolgens langs de auto van de verdachte gerend. De verdachte is daarna in dezelfde richting als die waarin [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] waren gerend vertrokken.
De verdachte ontkent dat hij op de hoogte was van het voornemen van de medeverdachten om [slachtoffer 1] te overvallen. Hij heeft verklaard dat hij een afspraak had met de medeverdachten omdat zij een kamer van hem wilde huren in hetzelfde appartementencomplex en dat hij om die reden de omgeving heeft laten zien. Zowel het tijdstip van de afspraak als de omstandigheid dat de kamer niet, althans niet in zijn bijzijn, werd bezichtigd, is volgens de verdachte gebruikelijk in de sekswerkersbranche.
Hoewel de rechtbank de juistheid van de verklaring van de verdachte betwijfelt, kan zij op basis van voornoemde omstandigheden niet vaststellen dat de verdachte wetenschap heeft gehad van de door de medeverdachten gepleegde overval. De rechtbank acht daarbij van belang dat niet is gebleken wat er tussen de verdachte en de medeverdachten voorafgaand aan de overval is besproken. Dat geldt niet alleen voor wat betreft de ontmoeting op de Markt in Hoensbroek, maar uit het dossier is ook niet gebleken van enige andere vorm van onderlinge communicatie. Onderzoek aan de telefoons van alle verdachten heeft niets opgeleverd. Eerdere contacten tussen de verdachte en de medeverdachten zijn verder ook niet komen vast te staan. Daarmee is ook onduidelijk gebleven hoe de ontmoeting op de Markt in Hoensbroek tot stand is gekomen. Anders dan de officier van justitie, acht de rechtbank de WhatsAppberichten tussen de verdachte en [slachtoffer 1] van 27 mei 2025 over een betaling, onvoldoende om te kunnen concluderen dat de verdachte de opdracht heeft gegeven aan de medeverdachten om bij [slachtoffer 1] geld te incasseren of dat hij de medeverdachten om een andere reden heeft ingeschakeld. De rechtbank weegt daarbij ook mee dat de verdachte na de WhatsAppgesprekken nog naar [slachtoffer 1] is toe gegaan, waarbij zij volgens de verdachte heeft betaald en de lucht tussen beide geklaard lijkt te zijn. Bovendien heeft [medeverdachte 1] zelf contact gelegd met [slachtoffer 1] en van haar het adres ontvangen waar de seksafspraak zou plaatsvinden.
Voor een bewezenverklaring van zowel de primaire als de subsidiaire variant van feit 1 is opzet op het door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] gepleegde delict vereist. Naar het oordeel van de rechtbank kan niet met een voor bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid worden vastgesteld dat de verdachte wetenschap had van het door de medeverdachten gepleegde strafbare feit. Nu de wetenschap van de verdachte van de overval en daarmee het (voorwaardelijk) opzet daarop niet kan worden vastgesteld, spreekt de rechtbank de verdachte vrij van feit 1.
Feit 2
De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat de verdachte moet worden vrijgesproken van feit 2, omdat uit het onderzoek is gebleken dat de aangetroffen stof geen cocaïne betreft, maar een samenstelling van versnijdingsmiddelen.
3.3.2
De zaak met parketnummer 03.291412.23 [1]
Bewijsmiddelen
[slachtoffer 2]verklaarde in zijn aangifte – zakelijk weergegeven – onder meer als volgt [2] :
Plaats delict: [adres 2] Sittard, binnen de gemeente Sittard-Geleen.
Ik wil aangifte doen. Een en ander gebeurde op 28 september 2023.
Ik had al een tijdje via Facebook contact met ene [naam 1] . Het contact ging over een horloge, een Breitling. Dat wilde ik verkopen. We gingen akkoord met 1.600,- euro. (..)
Uiteindelijk sprak ik met [naam 1] af dat ik hem om 19.00 uur op het station in Sittard op zou halen. (..)
[naam 2] ging mee. [naam 2] zat naast mij. Ik zag dat [naam 1] naar mij toe kwam lopen. Ik ben uitgestapt en ik had het horloge vast in een doos. Ik maakte de doos open. [naam 1] keek en pakte zelf de Breitling uit de doos. [naam 1] keek naar de achterkant van het horloge, nadat hij hem eerst had omgedaan om te passen. [naam 1] had het horloge dus nog om zijn pols. Toen begon [naam 1] over de andere Breitling die ik omhad. Hij wilde de serienummers vergelijken. [naam 1] zei dat het horloge wat ik zelf droeg er wel echt uitzag. Ik liet hem nog een keer de achterkant van mijn eigen horloge zien. Toen begon [naam 1] te schelden dat ik hem zou oplichten. Ik zag en voelde dat [naam 1] mij beetpakte aan mijn T-shirt. Daardoor trok hij mijn koningsketting kapot. Ik zei toen dat hij het horloge maar terug moest geven en dat ik hier geen zin in had. [naam 1] hield allebei mijn horloges vast in zijn handen. [naam 1] wilde wegrennen, maar hij stapte met zijn linkervoet tegen de stoeprand aan en ik kon hem daardoor bij zijn jas pakken. Hij rende sneller het heuveltje af dan ik. Daardoor verloor ik grip op hem waardoor zijn tasje openging en zijn sleutels eruit vielen. [naam 1] kwam terug gerend. [naam 1] begon mij te slaan. Ik duwde [naam 1] achteruit waardoor hij struikelde. Toen pakte ik hem in de houdgreep en toen gooide [naam 1] allebei de horloges op de grond neer. Toen zag ik dat [naam 1] ineens een mes in zijn rechterhand had. Het was een keukenmes met een zwart handvat. Ik liet [naam 1] los toen ik dat mes zag en rende richting mijn auto. [naam 2] zat opeens achter het stuur. Ik ben door de auto gesprongen naar de bijrijderskant. Ineens stond [naam 1] aan de kant van [naam 2] . [naam 1] begon te schreeuwen dat we het horloge moesten geven en dat hij zou gaan schieten. Dat heeft [naam 1] een paar keer herhaald. Ik zei dat [naam 2] weg moest rijden. [naam 1] kwam over het stuur heen en trok de sleutel uit het contact. Ik stapte uit aan de bestuurderskant, over [naam 2] heen. [naam 1] had nog steeds het mes vast. Hij haalde een paar keer uit in de richting van mijn hoofd. Toen ik mij omdraaide zag ik dat [naam 1] op mij kwam afgestormd en toen rende ik weg. (..)
[naam 2] was daarna weg uit mijn auto. Ik stapte in mijn auto en wilde deze starten. Ik kreeg daar de kans niet voor aangezien [naam 1] over mij heen hing. [naam 1] pakte allebei de horloges van de bijrijdersstoel. Ik had de handen van [naam 1] vast. [naam 1] had uiteindelijk alleen het horloge vast wat ik wilde verkopen en sprong naar achteren de auto uit. Ik rende naar buiten achter [naam 1] aan, maar ik kon hem niet bijhouden. (..)
Het signalement van [naam 1] is volgens mij als volgt:
- donkere huidskleur;
- rastaharen tot ongeveer halverwege zijn rug;
- eerst had hij een petje op. Daarna niet meer, want dat petje heeft de politie gevonden;
- gouden tand, boven, rechts of links kan ik niet zeggen. Deze was groter dan normaal.
Ik ben dus mijn koningsketting en één Breitling-horloge kwijt. Het serienummer hiervan is [nummer] .
Bij de rechter-commissaris verklaarde
[slachtoffer 2]aanvullend – zakelijk weergegeven – onder meer als volgt [3] :
De petten lagen ongeveer twee parkeervakken naast mijn auto. De andere pet was als het goed is een zwart of donkerblauwe pet met een wit logo erop. Die pet van die jongen hield de dreadlocks uit zijn gezicht. De achterkant van de pet, had hij niet vast en daar zaten zijn haren door naar achteren toe.
Zijn er nu nog dingen die je kunt benoemen van zijn signalement?
Hij had een soort koesikje onder de kin, met kroeshaar. Hij had echt alleen een sikje onder de kin, een centimeter of 3 lang.
Ik wil nog opmerken dat ik ook mijn ketting ben kwijtgeraakt. Deze is bij de worsteling bij de auto door de dader van mijn nek afgetrokken.
[medeverdachte 2]verklaarde in zijn aangifte – zakelijk weergegeven – onder meer als volgt [4] :
Plaats delict: [adres 2] Sittard, binnen de gemeente Sittard-Geleen.
Pleegdatum: 28 september 2023.
Ik doe aangifte. Een en ander is vandaag gebeurd toen ik samen met mijn vriend [slachtoffer 2] meeging. [slachtoffer 2] wilde een Breitling-horloge verkopen aan iemand. Die jongen kwam naar ons toe. Na tien minuten controleren en discussiëren over de prijs had de jongen het idee dat [slachtoffer 2] hem wilde oplichten. (..)
Die jongen dreigde met schieten. Ik hoorde dat hij zei:
"ik ga schieten, ik ga schieten". (..)
Ik hield mij toen daarbuiten en ik ben de auto ingesprongen achter het stuur. Ik stond klaar om de auto te starten zodra [slachtoffer 2] een seintje zou geven. Ineens hing de koper over mij heen om de sleutel uit het contact te trekken. Ik zag dat de jongen een mes trok wat nog niet uitgetrokken was. Ik zag dat de jongen een steekbeweging naar mijn keel maakte. (..)
Ik realiseerde me dat die jongen niets te verliezen had om voor een horloge iemand neer te steken. Ik raakte helemaal in paniek. Ik sloop vervolgens weg uit de auto. (..)
Ik ging terug naar de plaats waar het gebeurde. Toen ik daar aankwam lagen daar twee petjes op de grond. Een pet van mij en een van die jongen. U vraagt mij hoe mijn pet eruit ziet, dat is een donkerblauwe Lacoste pet. De pet van die jongen was een zwarte Under Armour pet.
De jongen kan ik als volgt omschrijven:
- lange dreadlocks, rastahaar;
- gouden tand, tussen de hoek- en voortand, boven;
- klein zwart sikje;
- vrij donker getint.
Bij de rechter-commissaris verklaarde
[medeverdachte 2]aanvullend – zakelijk weergegeven – onder meer als volgt [5] :
Ik voelde op een gegeven moment dat die jongen met een soort van steekvoorwerp, een stiletto volgens mij, waarmee hij slingerde, mijn nek raakte, maar hij had het mes gelukkig niet uitgeklapt. Ik ben uit paniek weggerend. Ik ben het station ingegaan en heb de politie gebeld. Ik hoorde op een gegeven moment de auto van [slachtoffer 2] wegrijden en ik ben uit paniek terug over de hekjes van het station heen gesprongen. [slachtoffer 2] was weg, die jongen was weg en ook de auto was weg. Ik kwam op de plek aan waar we hadden gestaan en zag een stukje verderop het petje van die jongen liggen. Ik heb gezien dat die jongen dat petje ophad. Toen ik het station in was gerend had hij de pet nog op en toen ik terugkwam lag de pet op de grond en was iedereen weg. Uiteindelijk was [slachtoffer 2] een ketting kwijt en het horloge dat hij wilde verkopen.
Verbalisanten[naam 3] , [naam 4] , [naam 5] , [naam 6] en [naam 7] relateerden onder meer het volgende [6] :
Op 28 september 2023 kwamen wij ter plaatse op de [adres 2] in Sittard. We zagen een pet op de grond liggen met een witte opdruk. Deze pet werd door mij veiliggesteld door middel van een DNA-kit.
Goednummer : PL2300-2023154340-1642047
Object: Hoofddeksel (Pet)
Verbalisant Zinzenrelateerde onder meer het volgende [7] :
Door mij werd een forensisch onderzoek verricht naar biologische sporen aan onderstaande sporendrager:
Goednummer : PL2300-2023154340-1642047
SIN : AAPH2688NL
Object: Hoofddeksel (Pet)
Ik zag dat het een zwart gekleurde baseballpet betrof, met een verstelbare sluiting aan de achterzijde en op de voorzijde het wit gekleurd logo van "Under Armour".
Ik heb het spoor veiliggesteld, gewaarmerkt met SIN AAQQ6530NL, verpakt en verzegeld.
Veiliggesteld spoor
Spoornummer : PL2300-2023154340-89918
SIN : AAQQ6530NL
Relatie met SIN : AAPH2688NL
Spoortype : Biologisch
Spooromschrijving : Epitheel
Plaats veiligstellen : Gehele draagrand binnenzijde pet inclusief sluiting
Het
TMFIrapporteerde onder meer het volgende [8] :
Bemonstering
DNA-profiel
Mogelijke donor van celmateriaal
Gehele draagrand
inclusief sluiting van
binnenzijde van petje
(met SIN AAPH2688NL)
AAQQ6530NL
DNA-mengprofiel afkomstig van celmateriaal van
minimaal twee donoren, van wie zeker één man.
Er is een DNA-hoofdprofiel afgeleid van een man. De
frequentie van het DNA-hoofdprofiel is kleiner dan één op één miljard.
[verdachte]
(DNA-hoofdprofiel)
Bewijsoverweging
Op basis van de verklaringen van aangevers [slachtoffer 2] en [naam 2] stelt de rechtbank het volgende vast. Op 28 september 2023 had [slachtoffer 2] een afspraak op de [adres 2] in Sittard met het Facebook-contact “ [naam 1] ” in verband met de verkoop van een Breitling-horloge met serienummer [nummer] . Nadat [naam 1] het horloge uitvoerig had vergeleken met het horloge dat [slachtoffer 2] zelf om zijn pols droeg, beschuldigde hij [slachtoffer 2] ervan dat hij werd opgelicht. [naam 1] pakte [slachtoffer 2] vervolgens bij zijn T-shirt vast en trok zijn koningsketting van zijn nek af. [naam 1] probeerde daarna, met beide horloges nog in zijn handen, weg te rennen. [slachtoffer 2] is [naam 1] achterna gerend. Tegelijkertijd is [naam 2] aan de bestuurderszijde van de auto gaan zitten, zodat ze meteen konden wegrijden als [slachtoffer 2] daartoe een teken zou geven. [naam 1] rende uiteindelijk terug, omdat hij zijn sleutels was verloren in de schermutseling met [slachtoffer 2] die tijdens het wegrennen was ontstaan. Toen [slachtoffer 2] [naam 1] vervolgens in de houdgreep had, gooide [naam 1] beide horloges op de grond, maar op datzelfde moment trok [naam 1] een mes. [slachtoffer 2] is daarop terug gerend naar zijn auto. [naam 1] stond vervolgens aan de kant van [naam 2] en schreeuwde een aantal keren dat ze het horloge moesten geven en dat hij zou gaan schieten. [naam 1] voorkwam vervolgens dat [naam 2] weg zou rijden, door de autosleutel uit het contact te trekken. [slachtoffer 2] is vervolgens – over [naam 2] heen – aan de bestuurderskant uitgestapt. [naam 1] had toen nog steeds het mes vast en haalde een paar keer uit in de richting van het hoofd van [slachtoffer 2] . Vervolgens is [slachtoffer 2] , nadat [naam 1] op hem afstormde, weer weggerend. [naam 2] is daarna uit paniek uit de auto weggeslopen en naar het station gegaan. Toen [slachtoffer 2] daarna terugkwam bij zijn auto kreeg hij de kans niet om de auto te starten, omdat [naam 1] over hem heen hing. [naam 1] pakte toen beide horloges van de bijrijdersstoel. [slachtoffer 2] kon de handen van [naam 1] nog vastpakken, maar uiteindelijk heeft [naam 1] het Breitling-horloge met serienummer [nummer] en de ketting weggenomen.
Verklaringen [slachtoffer 2] en [naam 2] betrouwbaar?
De verdediging heeft aangevoerd dat de verklaringen van [slachtoffer 2] en [naam 2] niet, althans onvoldoende betrouwbaar zijn.
Uit vaste rechtspraak volgt dat bij de beoordeling van de betrouwbaarheid van een verklaring onder meer gekeken moet worden naar de consistentie, accuraatheid en de volledigheid van de verklaring. In het algemeen maakt de enkele omstandigheid dat in een verklaring op onderdelen tegenstrijdigheden voorkomen, deze verklaring op zichzelf nog niet onbetrouwbaar. Het gaat om de totale indruk die de verklaringen maken en de wijze waarop die verklaringen zijn afgelegd.
De rechtbank is van oordeel dat [slachtoffer 2] en [naam 2] beiden authentiek, consistent en volledig hebben verklaard. Zij hebben kort na het feit, namelijk op dezelfde avond, aangifte gedaan bij de politie en zeer gedetailleerd verklaard over wat er is gebeurd. De verklaringen van [slachtoffer 2] en [naam 2] komen daarbij op belangrijke onderdelen overeen. Bovendien zijn zij later bij de rechter-commissaris verhoord en ook die verklaringen komen in hoofdlijn met elkaar overeen, alsook met hun eerdere aangiftes. De op ondergeschikte onderdelen voorkomende verschillen in die verklaringen leiden niet tot een ander oordeel en vormen geen aanleiding te veronderstellen dat [slachtoffer 2] en [naam 2] niet naar waarheid hebben verklaard. Onderdelen van de verklaringen vinden bovendien steun in het proces-verbaal van bevindingen waarin de 112-melding van [naam 2] vlak na het incident woordelijk is uitgewerkt, de bij de aangifte van [slachtoffer 2] bijgevoegde screenshots van het gesprek tussen [slachtoffer 2] en [naam 1] over de (ver)koop van het Breitling-horloge en de foto’s van het door [slachtoffer 2] opgelopen letsel.
De rechtbank heeft dus geen aanleiding om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van [slachtoffer 2] en [naam 2] en verwerpt om die reden het verweer van de raadsman.
De rechtbank is op basis van de bewijsmiddelen van oordeel dat [naam 1] op 28 september 2023 op de [adres 2] in Sittard [slachtoffer 2] met geweld van zijn horloge en ketting heeft beroofd.
Is de verdachte [naam 1] ?De vraag die de rechtbank vervolgens dient te beantwoorden is of [naam 1] en de verdachte dezelfde persoon zijn.
De verdachte ontkent dat en de verdediging heeft bepleit dat zijn betrokkenheid niet kan worden vastgesteld. Daartoe is allereerst aangevoerd dat het aangetroffen DNA-hoofdprofiel geen daderspoor betreft, omdat de verdachte vaker in de buurt van de plaats delict kwam en ook wel eens petten is verloren. Bovendien was de pet bevuild en dit duidt erop dat deze er al langer heeft gelegen. Verder komt het signalement niet overeen, omdat de verdachte ten tijde van het ten laste gelegde feit twee gouden kronen had, terwijl [naam 2] en [slachtoffer 2] slechts één gouden tand hebben waargenomen. Ook het onderzoek naar het Facebookprofiel van [naam 1] (‘ [naam 1] ’) heeft geen link met de verdachte opgeleverd.
De rechtbank overweegt dat kort na de straatroof door de politie ter plaatse een zwarte pet met een wit logo van “Under Armour” is aangetroffen. Volgens [slachtoffer 2] lag deze pet ongeveer twee parkeervakken verder dan de plek waar zijn auto stond. [naam 2] heeft bij de rechter-commissaris aangegeven dat deze pet van de dader was. De pet is onderzocht op DNA en daarbij is het DNA-hoofdprofiel van de verdachte aangetroffen op de gehele draagrand, inclusief de sluiting van de binnenzijde. Anders dan door de raadsman bepleit, is de rechtbank van oordeel dat het hier om een daderspoor gaat. Zowel [slachtoffer 2] als [naam 2] hebben namelijk verklaard dat de dader een pet droeg. Volgens [naam 2] ging het om een zwarte pet van het merk “Under Armour” en [slachtoffer 2] heeft over de pet in het bijzonder opgemerkt dat de achterkant in verband met de dreadlocks van de dader niet vast zat. [naam 2] heeft bovendien verklaard dat hij heeft gezien dat de dader de pet nog op had toen hij het station in rende en dat deze pet op de grond lag toen hij daarna terugkwam op het moment dat [slachtoffer 2] en de dader weg waren. De verklaring van de verdachte dat hij een soortgelijke pet mogelijk eerder is kwijtgeraakt schuift de rechtbank aldus als niet aannemelijk geworden terzijde, nu zijn lezing wordt weerlegd door deze bewijsmiddelen. Bovendien wordt ook door de beschrijving van de beelden bevestigd dat de pet van de verdachte naast de pet van [naam 2] is aangetroffen, zodat de rechtbank het om die reden ook onaannemelijk acht dat de pet er al langer heeft gelegen.
Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de verdachte [naam 1] is geweest.
Dat [slachtoffer 2] en [naam 2] beiden slechts één gouden tand gezien hebben, terwijl de verdachte ter zitting heeft verklaard dat hij in die periode twee gouden tanden heeft gehad, maakt dit niet anders. De rechtbank acht het namelijk goed voorstelbaar dat de aangevers dit detail door de hectische en stressvolle situatie verkeerd hebben waargenomen of herinnerd. Juist het gegeven dat zowel [slachtoffer 2] als [naam 2] hebben verklaard over een gouden tand, en dus een kenmerkend gegeven, sterkt de rechtbank in haar overtuiging dat het de verdachte is geweest die de straatroof heeft gepleegd.
Conclusie en partiële vrijspraak
De rechtbank acht op basis van het bovenstaande wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 28 september 2023 op de [adres 2] in Sittard [slachtoffer 2] van zijn horloge en ketting heeft beroofd met de ten laste gelegde (bedreiging van) geweld tegen [slachtoffer 2] en [naam 2] .
Het gedachtestreepje ‘door het horloge uit de handen van die [slachtoffer 2] weg te nemen’ kan op basis van de bewijsmiddelen niet worden bewezen, zodat de verdachte van dit onderdeel partieel zal worden vrijgesproken.
3.4
De bewezenverklaring
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte
t.a.v. de zaak met parketnummer 03.291412.23:
op 28 september 2023 in de gemeente Sittard-Geleen, op de openbare weg (de [adres 2] te Sittard) een horloge (merk Breitling, serienummer [nummer] ) en een (konings)ketting, die aan [slachtoffer 2] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] en [medeverdachte 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die [slachtoffer 2] bij zijn T-shirt (vast) te pakken en vervolgens de (konings)ketting van de nek van die [slachtoffer 2] te trekken, een mes tevoorschijn te halen en te tonen aan die [slachtoffer 2] en [naam 2] , met dat mes naar het hoofd van die [slachtoffer 2] uit te halen, met dat horloge en die ketting weg te rennen en te roepen dat hij zou gaan schieten.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:
t.a.v. de zaak met parketnummer 03.291412.23:
diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, gepleegd op de openbare weg.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

5.De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6.De straf

6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 6 jaar met aftrek van het voorarrest.
6.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft gezien het verzoek tot vrijspraak geen standpunt ingenomen over de strafmaat.
6.3
Het oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een straatroof waarbij een Breitling-horloge en een ketting is buitgemaakt. Door zo te handelen heeft de verdachte geen enkel respect getoond voor de slachtoffers en de persoonlijke eigendommen van [slachtoffer 2] . De straatroof is gepaard gegaan met geweld en bedreiging met geweld, waarbij de verdachte een mes heeft getoond. De verdachte heeft enkel oog gehad voor zijn eigen financieel gewin en niet stilgestaan bij het feit dat dit misdrijf een grote impact heeft op het leven van beide slachtoffers, zoals ook is gebleken uit de slachtofferverklaring van [slachtoffer 2] . Een straatroof zoals deze versterkt bovendien de gevoelens van angst en onveiligheid in de maatschappij.
Bij de bepaling van de straf neemt de rechtbank als uitgangspunt de landelijke oriëntatiepunten voor de straftoemeting voor een straatroof met licht geweld of verbale bedreiging. Deze oriëntatiepunten vermelden als uitgangspunt een gevangenisstraf van 6 maanden voor een first offender.
De rechtbank weegt in strafverzwarende zin mee dat de verdachte een mes heeft getoond en dat hij daarmee ook daadwerkelijk heeft uitgehaald.
De rechtbank heeft verder acht geslagen op het strafblad van de verdachte van 3 maart 2026. Hieruit volgt dat hij eerder is veroordeeld voor een vermogensdelict, namelijk voor een winkeldiefstal in 2017. Nu dit een oud feit is, zal de rechtbank daarmee geen rekening houden bij het bepalen van de straf.
De rechtbank heeft tot slot geconstateerd dat de redelijke termijn van 2 jaar waarbinnen een strafzaak in eerste aanleg afgerond behoort te zijn is overschreden. De rechtbank zal bij de bepaling van de straf en strafmaat in het voordeel van de verdachte met deze overschrijding rekening houden, nu deze overschrijding niet aan de verdediging valt te wijten. Ook houdt de rechtbank er rekening mee dat artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.
Alles afwegende ziet de rechtbank geen aanleiding om van de oriëntatiepunten af te wijken en zal zij aan de verdachte opleggen een gevangenisstraf van 6 maanden met aftrek van de tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht in zowel de zaak met parketnummer 03.225279.25 als de zaak met parketnummer 03.291412.23. Dit brengt met zich mee dat de verdachte niet terug naar de gevangenis hoeft. De rechtbank zal dan ook het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opheffen.

7.De benadeelde partijen

7.1
De vorderingen van de benadeelde partijen
Vordering benadeelde partij [slachtoffer 1]
De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert schadevergoeding tot een bedrag van 19.250,- euro ter zake van feit 1 in de zaak met parketnummer 03.225279.25. Deze vordering is opgebouwd uit de navolgende posten:
ambulancekosten: 1.000,- euro;
hairextensions: 1.200,- euro;
sieraden: 3.000,- euro;
kleding: 700,- euro;
schoenen: 300,- euro;
handtas: 400,- euro;
gederfde inkomsten van 5 maanden: 7.000,- euro;
contant geld: 650,- euro;
immateriële schade: 5.000,- euro.
De benadeelde heeft verzocht om vermeerdering van het toe te wijzen bedrag met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Vordering benadeelde partij [slachtoffer 2]
De benadeelde partij [slachtoffer 2] vordert schadevergoeding tot een bedrag van 2.400,- euro in de zaak met parketnummer 03.291412.23. Deze vordering is opgebouwd uit de navolgende posten:
horloge: 2.250,- euro;
ketting: 150,- euro.
De benadeelde heeft verzocht om vermeerdering van het toe te wijzen bedrag met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
7.2
Het oordeel van de rechtbank
Vordering benadeelde partij [slachtoffer 1]
Nu aan de vordering een feitencomplex ten grondslag ligt waarvoor de verdachte niet zal worden veroordeeld, zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.
Vordering benadeelde partij [slachtoffer 2]
De rechtbank stelt vast dat de door de benadeelde partij gevorderde bedragen hoger zijn dan de in de aangifte genoemde aankoopprijzen en dat de vordering niet met stukken is onderbouwd.
De officier van justitie heeft om die reden voor wat betreft de post ‘horloge’ aansluiting gezocht bij de in het dossier genoemde marktwaarde van 1.500,- euro en ten aanzien van de post ‘ketting’ bij de verklaring van de benadeelde partij in zijn aangifte dat hij de ketting voor 79,- euro heeft gekocht.
Deze summiere informatie is naar het oordeel van de rechtbank evenwel onvoldoende om de schade te begroten of te schatten. De rechtbank kan op basis hiervan allereerst niet vaststellen dat het om een echt Breitling-horloge ging. Ook is onvoldoende gebleken in welke staat het horloge zich ten tijde van het bewezenverklaarde feit bevond en in hoeverre het ontbreken van een eigendomsbewijs van invloed op de waarde is. Over de ketting is, behalve dat het volgens de benadeelde partij om een vergulde koningsketting zou gaan, niets bekend. Verder onderzoek naar de waarde van deze ketting levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. De rechtbank zal de benadeelde partij dan ook niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering.

8.Het beslag

De rechtbank is van oordeel dat het volgende (in de zaak met parketnummer 03.225279.25) in beslag genomen voorwerp dient te worden onttrokken aan het verkeer:
- 60 gram versnijdingsmiddelen (G1831435).
De rechtbank overweegt daartoe als volgt. De onttrekking aan het verkeer kan worden opgelegd als (en voor zover) het betreffende voorwerp van zodanige aard is, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang. Hieruit volgt dat het moet gaan om een voorwerp waarvan de aard relevant is in die zin dat het ongecontroleerde bezit, al dan niet in samenhang met het redelijkerwijs te verwachten gebruik daarvan, juist in strijd is met de wet of het algemeen belang. Daarvan is naar het oordeel in dit geval sprake, nu het hier versnijdingsmiddelen voor harddrugs betreffen.

9.De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 36b, 36d, 63 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

10.De beslissing

De rechtbank:
Vrijspraak
-
spreektde verdachte
vrijvan de in de zaak met parketnummer 03.225279.25 ten laste gelegde feiten;
Bewezenverklaring
  • verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
  • spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
  • verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
  • verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
  • veroordeeltde verdachte voor het feit in de zaak met parketnummer 03.291412.23 tot
    een gevangenisstraf van 6 maanden;
  • beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak
Voorlopige hechtenis
-
heftop het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis (in de zaak met parketnummer 03.225279.25) met ingang van
heden;
Benadeelde partijen
  • verklaartde benadeelde partij
    [slachtoffer 1](ten aanzien van de zaak met parketnummer 03.225279.25, feit 1 primair en subsidiair)
    niet-ontvankelijkin de vordering;
  • bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
  • veroordeelt de benadeelde partij in de kosten, door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot tot heden op nihil;
  • verklaartde benadeelde partij
    [slachtoffer 2](ten aanzien van de zaak met parketnummer 03.291412.23)
    niet-ontvankelijkin de vordering;
  • bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
  • veroordeelt de benadeelde partij in de kosten, door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot tot heden op nihil;
Beslag
-
onttrekt aan het verkeerhet volgende (in de zaak met parketnummer 03.225279.25) in beslag genomen voorwerp:
60 gram versnijdingsmiddelen (G1831435).
Dit vonnis is gewezen door mr. K. Mestrom, voorzitter, mr. R.C.A.M. Philippart en
mr. D.W.H.M. Wolters, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.V. Haring en
mr. L. Mooijekind, griffiers, en uitgesproken ter openbare zitting van 13 april 2026.
Buiten staat
Mr. R.C.A.M. Philippart en mr. D.W.H.M. Wolters zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
De griffier mr. L. Mooijekind is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
BIJLAGE I: De - gewijzigde - tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
t.a.v. parketnummer 03.225279.25:
feit 1 primair:
hij op of omstreeks 27 mei 2025 te Hoensbroek, omstreeks 00:45 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen een hoeveelheid geld en/of sieraden in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
door
- informatie te verstrekken aan derden en/of te delen met derden over de aanwezigheid van die [slachtoffer 1] en/of een hoeveelheid geld en/of andere waardevolle voorwerpen op het adres [adres 3] ,
- via WhatsApp-berichten een (seks)afspraak te (laten) maken met die [slachtoffer 1] ,
- ( vervolgens) met twee, althans meerdere personen en/of met een of meerdere vuurwapens, althans op vuurwapen gelijkende voorwerpen, naar het voornoemde adres te gaan,
- meermalen althans eenmaal met een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, (op het hoofd van) die [slachtoffer 1] te slaan,
- die [slachtoffer 1] bij haar keel te grijpen,
- te dreigen met het seksueel binnendringen met een voorwerp van die [slachtoffer 1] ,
- te dreigen met het afsnijden van een vinger van die [slachtoffer 1] ,
- die [slachtoffer 1] te vragen waar het geld ligt,
- ( vervolgens) een hoeveelheid geld en/of sieraden te pakken,
- ( vervolgens) meer geld van die [slachtoffer 1] te eisen,
- meermalen althans eenmaal die [slachtoffer 1] (tegen het hoofd) te schoppen,
- een hand voor de mond van die [slachtoffer 1] te houden,
- die [slachtoffer 1] de woorden toe te voegen ik vermoord je als je niet vertelt waar het geld is, althans woorden van gelijke strekking,
- die [slachtoffer 1] vast te binden en/of
- de kleding van die [slachtoffer 1] te verwijderen;
feit 1 subsidiair:
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of één of meer onbekend gebleven persoon/personen op of omstreeks 27 mei 2025 te Hoensbroek, omstreeks 00:45 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen een hoeveelheid geld en/of sieraden in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
door
- informatie te verstrekken aan derden en/of te delen met derden over de aanwezigheid van die [slachtoffer 1] en/of een hoeveelheid geld en/of andere waardevolle voorwerpen op het adres [adres 3] ,
- via WhatsApp-berichten een (seks)afspraak te (laten) maken met die [slachtoffer 1] ,
- ( vervolgens) met twee, althans meerdere personen en/of met een of meerdere vuurwapens, althans op vuurwapen gelijkende voorwerpen, naar het voornoemde adres te gaan,
- meermalen althans eenmaal met een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, (op het hoofd van) die [slachtoffer 1] te slaan,
- die [slachtoffer 1] bij haar keel te grijpen,
- te dreigen met het seksueel binnendringen met een voorwerp van die [slachtoffer 1] ,
- te dreigen met het afsnijden van een vinger van die [slachtoffer 1] ,
- die [slachtoffer 1] te vragen waar het geld ligt,
- ( vervolgens) een hoeveelheid geld en/of sieraden te pakken,
- ( vervolgens) meer geld van die [slachtoffer 1] eisen,
- meermalen althans eenmaal die [slachtoffer 1] (tegen het hoofd) te schoppen,
- een hand voor de mond van die [slachtoffer 1] te houden,
- die [slachtoffer 1] de woorden toe te voegen ‘ik vermoord je als je niet vertelt waar het geld is’, althans woorden van gelijke strekking,
- die [slachtoffer 1] vast te binden en/of
- de kleding van die [slachtoffer 1] te verwijderen,
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 27 mei 2025 te Hoensbroek opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft,
door
- informatie te verstrekken aan [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of één of meer onbekend gebleven persoon/personen en/of te delen met [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of één of meer onbekend gebleven persoon/personen over de aanwezigheid van die [slachtoffer 1] en/of een hoeveelheid geld en/of andere waardevolle voorwerpen op het voornoemde adres en/of
- die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of één of meer onbekend gebleven persoon/personen naar (de onmiddelijke nabijheid van) het voornoemde adres te brengen en/of te leiden;
feit 2:
hij op of omstreeks 19 augustus 2025 te Hoensbroek, gemeente Heerlen opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval aanwezig heeft gehad, 60,6 gram cocaine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
t.a.v. parketnummer 03-291412-23:
hij op of omstreeks 28 september 2023 in de gemeente Sittard-Geleen, op de openbare weg (de [adres 2] te Sittard) een horloge (merk Breitling, serienummer [nummer] ) en/of een (konings)ketting, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] en/of [naam 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door het horloge uit de handen van die [slachtoffer 2] weg te nemen en/of (vervolgens) die [slachtoffer 2] (hardhandig) bij zijn T-shirt (vast) te pakken en/of (vervolgens) de (konings)ketting van de hals/nek van die [slachtoffer 2] te trekken en/of (vervolgens) een mes tevoorschijn te halen en te tonen aan die [slachtoffer 2] en/of [naam 2] en/of (vervolgens) met dat mes naar het hoofd van die [slachtoffer 2] uit te halen en/of (vervolgens) met dat horloge en/of die ketting weg te rennen en/of (vervolgens) te roepen dat hij zou gaan schieten.

Voetnoten

1.Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, onderzoek RIJALOET (LB3R023111), gesloten op 29 november 2023, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 80.
2.Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] van 28 september 2023, p. 9-12.
3.Het proces-verbaal van de rechter-commissaris van verhoor getuige [slachtoffer 2] van 1 februari 2024, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 10.
4.Het proces-verbaal van aangifte van [medeverdachte 2] van 28 september 2023, p. 25-26.
5.Het proces-verbaal van de rechter-commissaris van verhoor getuige [medeverdachte 2] van 1 februari 2024, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 7.
6.Het proces-verbaal van bevindingen van 29 september 2023, p. 35-36.
7.Het proces-verbaal vooronderzoek lab van 19 oktober 2023, p. 49-50.
8.Het deskundigenverslag van dr. P.J. Herbergs (NRGD-geregistreerd forensisch DNA-deskundige) van 23 oktober 2023, p. 52-53.