De zaak betreft het verlenen van tijdelijke terrasvergunningen aan twee cafés voor een pleinterras aan de Sint Pieterstraat in Maastricht. Omwonenden hebben beroep ingesteld tegen deze vergunningen vanwege ervaren overlast en overschrijding van geluidsnormen.
De burgemeester heeft de overlast betrokken bij zijn beoordeling en de sluitingstijden van de terrassen beperkt tot 20.30 uur op weekdagen en 23.00 uur in het weekend, in afwijking van de ruimere gemeentelijke norm van 2.00 uur. Akoestisch onderzoek van bureau Kragten toonde een toename van geluidsbelasting, maar binnen aanvaardbare grenzen.
De rechtbank oordeelt dat de burgemeester zijn discretionaire bevoegdheid zorgvuldig heeft uitgeoefend, met een deugdelijke belangenafweging tussen het woon- en leefklimaat en de economische belangen van de horecaondernemers. Het beroep van de omwonenden wordt ongegrond verklaard, het beroep van een overleden eiser niet-ontvankelijk.
De rechtbank wijst erop dat er geen aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid van de burgemeester en dat de beperkende sluitingstijden voldoende zijn om geluidsoverlast te beperken. De omwonenden krijgen geen proceskostenvergoeding en het beroep wordt afgewezen.