De burgemeester van Maastricht verleende op 12 december 2022 een tijdelijke terrasvergunning aan een horecagelegenheid voor een gevelterras en een straatterras. Eiser maakte bezwaar tegen deze vergunning en stelde dat de vergunning in strijd was met de Terrasverordening, dat er onvoldoende participatie had plaatsgevonden en dat de sluitingstijd te laat was gezien de woonfunctie in de omgeving.
De rechtbank oordeelt dat het terras geen pleinterras is, maar een straatterras, en dat de burgemeester de vergunning terecht heeft verleend. Participatie heeft plaatsgevonden via een vragenlijst en een bewonersbijeenkomst, waarvan de resultaten aan de burgemeester zijn gemeld. Hoewel er klachten zijn over geluidsoverlast van het café en evenementen, is niet gebleken dat het terras zelf onevenredige overlast veroorzaakt.
De rechtbank volgt de burgemeester in de beoordeling dat het gebied een gemengd karakter heeft, waardoor enige overlast moet worden geduld. De sluitingstijd van 2.00 uur is passend en het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat vergelijkbare terrassen andere omstandigheden kennen. Het akoestisch rapport dat eiser aanvoert, ziet op een ander terras en is niet relevant.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, maar de rechtbank beveelt vergoeding van het door eiser betaalde griffierecht. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter Derks-Voncken op 10 april 2026.