ECLI:NL:RBLIM:2026:3302

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
15 april 2026
Publicatiedatum
8 april 2026
Zaaknummer
11617585 CV EXPL 25-1523
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Otto
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWRichtlijn 93/13
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering honorarium advocaat wegens onvoldoende transparantie over totale prijs

In deze civiele bodemzaak stond de vraag centraal of de advocaat voldoende transparant was geweest over de totale kosten van zijn dienstverlening aan de cliënt, die optrad als consument. De kantonrechter oordeelde dat de advocaat voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst niet voldeed aan zijn informatieplicht, waardoor het honorarium met 20% werd verminderd.

De advocaat stelde dat er een kostenraming was gegeven tijdens een telefonisch contact en een afspraak, en dat de cliënt op de hoogte was van de declaraties. De cliënt betwistte dit en stelde dat er geen concrete kostenraming was verstrekt. De kantonrechter vond de interne e-mail waarop de advocaat zich baseerde onvoldoende bewijs dat de cliënt adequaat was geïnformeerd.

Verder wees de kantonrechter de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en rente af, omdat niet was voldaan aan de wettelijke vereisten voor aanmaning. De cliënt werd veroordeeld tot betaling van het aangepaste honorarium en de proceskosten, terwijl het meer of anders gevorderde werd afgewezen.

Het vonnis benadrukt het belang van transparantie en informatieplicht van advocaten richting consumenten, ook als de cliënt een directeur van een onderneming is die handelt als consument.

Uitkomst: Het honorarium van de advocaat wordt met 20% verminderd wegens onvoldoende transparantie, buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen en de gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 2.619,25 en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11617585 \ CV EXPL 25-1523
Vonnis van 15 april 2026
in de zaak van
[eisende partij] H.O.D.N. [advocatenkantoor],
te [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eisende partij] ,
gemachtigde: mr. [gemachtigde],
tegen
[gedaagde partij],
te [plaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde partij] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 17 september 2025
- de akte van [eisende partij] met productie 12 en 13
- de akte van [gedaagde partij] .
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

De zaak in het kort
2.1.
De kantonrechter heeft in het tussenvonnis geoordeeld dat [eisende partij] voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst niet transparant is geweest over de totale prijs van de door hem uit te voeren dienst. Daarom is de kantonrechter voornemens om het totale honorarium van € 5.699,10 te verminderen met 20%, waardoor een bedrag van € 2.619,25 voor toewijzing in aanmerking komt. De kantonrechter heeft over de buitengerechtelijke incassokosten geoordeeld dat deze in het eindvonnis zullen worden afgewezen en datzelfde geldt voor de gevorderde rente.
2.2.
[eisende partij] voert aan dat [gedaagde partij] niet gelijk kan worden gesteld aan een doorsnee consument die alle bescherming geniet. [gedaagde partij] is immers de directeur van een onderneming die staat ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. [eisende partij] stelt dat hij in het allereerste telefonische contact op 10 april 2024 met de partner van [gedaagde partij] een kostenraming heeft gegeven. Dit volgt volgens [eisende partij] uit een interne mail van de secretaresse van [eisende partij] . Deze e-mail luidt als volgt:
Hij belde in verband met een kort geding zitting die volgende week woensdag, 17 april 2024 te 10:00 uur, bij de rechtbank Limburg, locatie Maastricht is gepland.
Het gaat zich om een kwestie met betrekking tot de verhuurder.
Het heeft zijn voorkeur om de zaak te regelen voor de zitting.
Aangegeven dat ik niet weet of we dit kunnen oppakken, omdat het nogal kort dag is.
A.u.b. terugbellen: (…)
[eisende partij] heeft mr. [gemachtigde] verzocht om contact op te nemen met de partner van [gedaagde partij] en mr. [gemachtigde] heeft onder een uitgeprint exemplaar van de hierboven geciteerde interne e-mail met pen het volgende genoteerd
“Voorschot: KG-zitting → 3/4 k ben je zo kwijt”.
Mr. [gemachtigde] heeft vervolgens een afspraak gemaakt met de partner van [gedaagde partij] op
12 april 2024. [eisende partij] stelt dat [gedaagde partij] tijdens deze afspraak erover is geïnformeerd dat een gemiddelde procedure bij de kantonrechter € 3.000 - € 4.000 zou kosten. [gedaagde partij] heeft vervolgens de overeenkomst van opdracht ondertekend en is akkoord gegaan met de betaling van een voorschot van € 1.000 inclusief 21% btw. [eisende partij] voert verder aan dat [gedaagde partij] nooit heeft gereclameerd over het uurtarief, de bestede tijd en de daaruit voort komende kosten. Verder had [gedaagde partij] de overeenkomst tussentijds kunnen opzeggen, hetgeen zij niet heeft gedaan. [eisende partij] heeft een toelichting gegeven op de verrichte werkzaamheden en het feit dat betaling van de declaraties uitbleef, dat maandelijks declaraties zijn verzonden en [gedaagde partij] dus op de hoogte was van de totaalstand van de declaraties. [eisende partij] stelt dat de voorgenomen vermindering van het honorarium daarom onterecht is.
2.3.
[gedaagde partij] betwist dat een kostenraming is gegeven. [gedaagde partij] stelt dat tijdens de bespreking op 12 april 2024 een overeenkomst van opdracht werd voorgelegd, waarop zij haar naam en adresgegevens moest noteren. Als bijlage werd een overzicht met de uurtarieven gevoegd en werd door mr. [gemachtigde] gevraagd of het goed was dat hij een voorschot van € 1.000,- in rekening zou brengen. Er werd niet gesproken over de te verwachten hoogte van de kosten. De mededeling
“Voorschot: KG-zitting → 3/4 k ben je zo kwijt”is nooit gedaan.

3.De beoordeling

3.1.
De kantonrechter is van oordeel dat het er niet toe doet of [eisende partij] [gedaagde partij] ook heeft bijgestaan in een zakelijke procedure; [gedaagde partij] handelde in dit geval als consument en daarom is de Richtlijn 93/13 van toepassing en dient [eisende partij] aan de daaruit voortvloeiende verplichtingen te voldoen.
3.2.
Uit hetgeen [eisende partij] naar voren heeft gebracht volgt niet dat hij heeft voldaan aan de verplichting om [gedaagde partij] zodanige informatie te geven zodat zij in staat was een inschatting te maken van de totale kosten. [gedaagde partij] betwist dat tegen haar is gezegd
“Voorschot: KG-zitting → 3/4 k ben je zo kwijt”.Dat deze woorden zijn geschreven op een interne e-mail aan een secretaresse, is onvoldoende om aan te tonen dat dit tegen [gedaagde partij] is gezegd. De kantonrechter is van oordeel dat de mededeling
“Voorschot: KG-zitting → 3/4 k ben je zo kwijt”niet toereikend is, om een consument in staat te stellen een inschatting te maken van de totale kosten. Daarvoor is de mededeling te weinig concreet. Bovendien waren de daadwerkelijk in rekening gebrachte kosten bijna het dubbele.
3.3.
De overige door [eisende partij] aangevoerde omstandigheden leiden niet tot een ander oordeel. Dat [gedaagde partij] maandelijks een declaratie heeft ontvangen en bekend was met de hoogte, betekent niet dat [gedaagde partij] daarmee de (financiële) gevolgen kon overzien voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst.
3.4.
Dit betekent dat de kantonrechter, zoals is overwogen in het tussenvonnis in overweging 4.15 € 1.139,82 op de hoofdsom in mindering zal brengen, waardoor € 2.619,25 voor toewijzing in aanmerking komt.
3.5.
[eisende partij] stelt over de gevorderde buitengerechtelijke kosten dat [gedaagde partij] de tijd en mogelijkheden heeft gehad om de vordering te voldoen en dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, om de voor de buitengerechtelijke kosten af te wijzen.
3.6.
Hetgeen [eisende partij] aanvoert over de verschuldigdheid van de buitengerechtelijke kosten leidt de kantonrechter niet tot een ander oordeel, dan het oordeel onder overweging 4.16 van het tussenvonnis. Bepalend is of er een aanmaning is verstuurd die voldoet aan de eisen in de wet en rechtspraak. Een dergelijke aanhaling ontbreekt. De buitengerechtelijke kosten zullen dan ook worden afgewezen.
3.7.
[gedaagde partij] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De kosten voor de akte na tussenvonnis dienen voor rekening van [eisende partij] te blijven, omdat deze het gevolg is van het niet nakomen van de informatieverplichtingen van [eisende partij] . De proceskosten van [eisende partij] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
120,78
- griffierecht
257,00
- salaris gemachtigde
506,00
(2 punten × € 253,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.027,78

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
veroordeelt [gedaagde partij] om aan [eisende partij] binnen veertien dagen na dit vonnis te betalen een bedrag van € 2.619,25,
4.2.
veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten van € 1.027,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde partij] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3.
veroordeelt [gedaagde partij] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
4.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Otto en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2026.