ECLI:NL:RBLIM:2026:3256

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
8 april 2026
Publicatiedatum
7 april 2026
Zaaknummer
11992613 \ CV EXPL 25-5046
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Otto
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230l BWArt. 6:230m BWArt. 6:230t BWArt. 6:230v BWArt. 6:265 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding overeenkomst levering drinkwater wegens betalingsachterstand

WML leverde sinds 1 juni 2007 drinkwater aan gedaagde voor een pand. Gedaagde liet een betalingsachterstand van €715,83 ontstaan en betaalde facturen over meerdere maanden niet. WML sommeerde gedaagde herhaaldelijk tot betaling en sloot het pand in september 2024 van buitenaf af van waterlevering.

WML vorderde ontbinding van de overeenkomst, betaling van openstaande facturen, wettelijke rente, en toestemming om de waterlevering definitief te onderbreken. Gedaagde voerde verweer, maar betwistte niet het bestaan van de facturen.

De kantonrechter oordeelde dat de betalingsachterstand ernstig genoeg was voor ontbinding. WML handelde zorgvuldig en geduldig, en voldaan aan wettelijke regels. De afsluiting van waterlevering was gerechtvaardigd. De vordering tot betaling van incassokosten werd afgewezen wegens oneerlijk beding. Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van €762,96 plus wettelijke rente en tot medewerking aan definitieve afsluiting van de waterlevering.

Uitkomst: De overeenkomst tot levering van drinkwater wordt ontbonden en gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van openstaande facturen met wettelijke rente en medewerking aan afsluiting van de waterlevering.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11992613 \ CV EXPL 25-5046
Vonnis van 8 april 2026
in de zaak van
WATERLEIDING MAATSCHAPPIJ LIMBURG N.V., H.O.D.N. WML,
te Maastricht,
eisende partij,
hierna te noemen: WML,
gemachtigde: Janssen & Janssen c.s. Gerechtsdeurwaarders Eindhoven,
tegen
[gedaagde],
in de [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het exploot van dagvaarding d.d. 24 november 2025;
- de schriftelijke weergave van het antwoord van [gedaagde] ;
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
- de mondelinge behandeling van 24 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Met ingang van 1 juni 2007 levert WML drinkwater aan [gedaagde] voor het pand aan [adres] (hierna: het pand). Op de overeenkomst zijn de Algemene voorwaarden drinkwater 2012 (hierna: de algemene voorwaarden) van toepassing.
2.2.
WML stuurt hiertoe facturen aan [gedaagde] . De betalingstermijn van deze facturen is, zoals opgenomen in de algemene voorwaarden, veertien dagen. [gedaagde] heeft een betalingsachterstand laten ontstaan van € 715,83.
2.3.
Op 15 januari, 3 juni, en 11 september 2024 is een medewerker van WML bij [gedaagde] langs geweest. De medewerker heeft [gedaagde] op de hoogte gesteld van de betalingsachterstand en uitgelegd wat de mogelijke gevolgen van het niet betalen zijn, waaronder afsluiting van het drinkwater.
2.4.
Op 4 maart en 24 juni 2024 heeft WML [gedaagde] per brief gesommeerd om tot betaling van de openstaande facturen over te gaan en gewezen op de gevolgen van het uitblijven van betaling.
2.5.
WML heeft het pand op 11 september 2024 van buitenaf afgesloten van waterlevering.
2.6.
Op 6 mei en 17 september 2025 heeft WML [gedaagde] per brief gesommeerd om tot betaling van de openstaande facturen over te gaan.
2.7.
WML heeft [gedaagde] aangemeld bij schuldhulpverlening.

3.Het geschil

3.1.
WML vordert - samengevat - bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
ontbinding van de tussen partijen gesloten overeenkomst tot levering van water,
veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 864,90, bestaande uit € 715,83 aan hoofdsom, € 101,94 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 47,13 aan rente, vermeerderd met de wettelijke rente;
veroordeling van [gedaagde] om binnen drie werkdagen na betekening van dit vonnis een afspraak te maken met WML om de waterlevering te onderbreken;
voor het geval [gedaagde] niet binnen drie werkdagen aan de veroordeling tot het maken van een afspraak met WML voldoet, te bepalen dat WML gerechtigd is om de onderbreking van de waterlevering uit te voeren alsmede [gedaagde] te veroordelen om hiertoe het pand gedeeltelijk en/of tijdelijk te ontruimen en de werkzaamheden van WML toe te laten;
veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de werkzaamheden tot onderbreking van de waterlevering;
veroordeling van [gedaagde] tot betaling van de proceskosten.
3.2.
WML legt aan de vordering het volgende ten grondslag. WML heeft drinkwater geleverd aan [gedaagde] en [gedaagde] heeft de facturen hiervoor tot op heden niet betaald.
3.3.
[gedaagde] voert verweer.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

(Pre)contractuele informatieverplichtingen
4.1.
WML baseert haar vordering op een met [gedaagde] gesloten overeenkomst. WML is een handelaar en [gedaagde] is een consument. De kantonrechter moet daarom in beginsel ambtshalve toetsen of WML bij het sluiten van de overeenkomst heeft voldaan aan de wettelijke (pre)contractuele informatieverplichtingen. [1]
doch zal in afwijking hiervan in deze zaak niet ambtshalve toetsen of WML heeft voldaan aan de (pre)contractuele informatieverplichtingen. WML heeft op grond van de met [gedaagde] gesloten overeenkomst tegen betaling drinkwater geleverd. De overheid heeft (indirect) de eigendom en de zeggenschap over de in Nederland gevestigde drinkwaterbedrijven en dus ook over WML. WML mag op grond van de Drinkwaterwet alleen tarieven hanteren die kostendekkend, transparant en niet discriminerend zijn. De Drinkwaterwet, het daarop gebaseerde Drinkwaterbesluit en de Drinkwaterregeling bevatten een gedetailleerde regeling over de wijze waarop kosten moeten worden berekend, welke kosten mogen worden doorberekend in het tarief en op welke wijze dat mag gebeuren. De verantwoordelijke Minister ziet erop toe dat wordt voldaan aan deze regels. Het drinkwaterbedrijf publiceert jaarlijks een overzicht van de tarieven die het in het daaropvolgende kalenderjaar voor de levering van drinkwater in rekening brengt en licht daarbij toe hoe deze tarieven zijn afgeleid uit de kosten. Naar het oordeel van de kantonrechter volgt uit dit alles dat [gedaagde] als consument door andere wetgeving op nationaal niveau reeds afdoende bescherming geniet, zodat er geen grond is om daarnaast nog ambtshalve te toetsen of is voldaan aan de (pre)contractuele informatieverplichtingen.
Veroordeling tot betaling van onbetaald gelaten facturen
4.2.
[gedaagde] heeft het bestaan van de facturen van WML voor de periode augustus 2023 tot en met oktober 2025 niet betwist. Wat betreft de hoogte van deze facturen heeft [gedaagde] enkel aangegeven dat hij € 500,00 voor het af/heraansluiten van water veel geld vindt, maar niet onderbouwd dat de betreffende factuur onjuist is, zodat de kantonrechter uitgaat van de juistheid van deze factuur. De vordering van WML tot betaling van € 715,83 zal daarom worden toegewezen.
Ontbinding van de overeenkomst tot levering van drinkwater
4.3.
[gedaagde] is verplicht de facturen tijdig en volledig te betalen. Door dit niet te doen is [gedaagde] tekortgeschoten in zijn verplichtingen uit de tussen partijen gesloten overeenkomst. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van zijn verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. [2] Bij de beoordeling of ontbinding naar de aard en betekenis van de tekortkoming gerechtvaardigd is, dient rekening gehouden te worden met alle omstandigheden van het geval. Hieronder worden ook omstandigheden gerekend die na de gestelde tekortkoming hebben plaatsgevonden
4.4.
[gedaagde] heeft de facturen voor de termijnen augustus, september, november en december 2023 en, sinds het pand door WML van buitenaf is afgesloten van waterlevering, de facturen (bestaande uit het vastrecht) voor de termijnen van november 2024 tot en met oktober 2025 onbetaald gelaten. Hierdoor is er een betalingsachterstand van 16 maanden ontstaan. De kantonrechter acht de tekortkoming daarom ernstig genoeg om ontbinding van de overeenkomst tot levering van drinkwater te rechtvaardigen De door [gedaagde] aangevoerde persoonlijke omstandigheden maken dat niet anders, nu die omstandigheden voor zijn rekening en risico komen. Verder zijn er geen omstandigheden gesteld of gebleken die maken dat sprake is van een tekortkoming van geringe betekenis of bijzondere aard.
Afsluiting van drinkwater en toegang tot het pand
4.5.
Op grond van artikel 9 van Pro de algemene voorwaarden heeft WML de bevoegdheid om het pand af te sluiten van waterlevering als [gedaagde] zijn betalingsverplichtingen niet nakomt. Van WML mag worden verwacht dat zij zorgvuldig en terughoudend met deze bevoegdheid omgaat, daar het gaat om de levering van drinkwater en dat een eerste levensbehoefte is. Uit de lange periode die de betalingsachterstand behelst blijkt dat WML geduldig is omgegaan met de situatie en meermaals tevergeefs vaker heeft geprobeerd samen met [gedaagde] tot een oplossing/ regeling te komen. WML komt echter op geen enkele manier meer in contact met hem. Ook is [gedaagde] niet verschenen tijdens de mondelinge behandelingwaar WML aangaf zeer welwillend een regeling te willen treffen. . [gedaagde] heeft, nadat het pand in 2024 van buitenaf is afgesloten van waterlevering, ook nooit zelf contact met WML gezocht om het water opnieuw aan te sluiten en haalt naar eigen zeggen water bij zijn buurman. Verder heeft WML onweersproken gesteld dat zij voldaan heeft aan de regels uit de Regeling afsluitbeleid voor kleinverbruikers van drinkwater en het nodige heeft geprobeerd om [gedaagde] tot betaling te bewegen. WML heeft [gedaagde] betalingsherinneringen gestuurd waarin zij heeft gewezen op de mogelijkheid van schuldhulpverlening, heeft aangeboden om [gedaagde] daarbij aan te melden en heeft gewezen op de gevallen waarin geen afsluiting zal plaatsvinden. Gelet op het bovenstaande ziet de kantonrechter dan ook geen beletsel voor afsluiting van het drinkwater.
4.6.
Om het pand volledig af te sluiten van waterlevering moet ook de watertoevoer in het pand worden afgesloten. De kantonrechter bepaalt daarom dat [gedaagde] binnen drie werkdagen na betekening van dit vonnis een afspraak met WML moet maken om deze werkzaamheden te laten uitvoeren. Als [gedaagde] hieraan niet voldoet bepaalt de kantonrechter dat WML gerechtigd is de onderbreking van de waterlevering aan het pand uit te voeren [3] en dat [gedaagde] dit moet toelaten en hiertoe het pand gedeeltelijk en/of tijdelijk moet ontruimen.
Bijkomende kosten afsluiting
4.7.
De vordering ‘te bepalen dat alle kosten van verwijdering, afkoppeling en/of verzegeling van de watermeter voor rekening van [gedaagde] dienen te komen’ wordt reeds afgewezen als zijnde te onbepaald, nu deze (toekomstige) kosten niet nader zijn onderbouwd en vooraf niet kan worden beoordeeld of deze in redelijkheid worden gemaakt.
Wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten
4.8.
WML vordert betaling van wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter moet in beginsel ambtshalve vaststellen of in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt over deze gevorderde onderdelen en beoordelen of die afspraken al dan niet eerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak niet eerlijk is, moet het betreffende beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen, ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak. [4]
4.9.
De kantonrechter stelt vast dat de algemene voorwaarden in artikel 15.6 een beding bevat op grond waarvan WML aanspraak kan maken op vergoeding van wettelijke rente. Het beding wijkt niet ten nadele van de consument af van de wettelijke regeling die zonder het beding zou gelden. Het beding is daarom niet oneerlijk en staat niet aan toewijzing van de wettelijke rente in de weg. Nu [gedaagde] tegen de gevorderde wettelijke rente tot 24 november 2025 van € 47,13 geen verweer heeft gevoerd en hij in verzuim verkeert, zal die worden toegewezen. Dat geldt ook voor de gevorderde wettelijke rente vanaf 24 november 2025. Deze zal echter worden toegewezen over een bedrag van € 715,83, omdat voor toewijzing van rente over een hoger bedrag geen grondslag aanwezig is.
4.10.
Verder stelt de kantonrechter vast dat de algemene voorwaarden in artikel 15.6 een beding bevat op grond waarvan WML aanspraak kan maken op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter is van oordeel dat dit beding oneerlijk is. Het beding verwijst voor wat betreft de hoogte van de verschuldigde vergoeding naar een ‘tarievenregeling’. Daarmee is voor de consument niet duidelijk waar hij aan toe is, ook omdat de tarieven eenzijdig en zonder de consument over die wijzigingen te informeren kunnen worden gewijzigd. De kantonrechter is van oordeel dat het beding daardoor oneerlijk is ten opzichte van gedaagde partij. Het beding wordt daarom vernietigd. Het gevolg hiervan is dat de gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen.
Proceskosten
4.11.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van WML worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
120,21
- griffierecht
340,00
- salaris gemachtigde
288,00
(2 punten × € 144,00)
- nakosten
72,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
820,21

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
ontbindt de overeenkomst tussen partijen voor levering van water aan het pand aan [adres] ,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan WML te betalen een bedrag van € 762,96, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 715,83, met ingang van 24 november 2025, tot de dag van volledige betaling,
5.3.
veroordeelt [gedaagde] om binnen drie werkdagen na de betekening van dit vonnis een afspraak te maken met WML om WML, of een door haar aangewezen persoon, de gelegenheid te geven om op het [adres] de waterlevering te onderbreken. De onderbreking vindt plaats door de aanwezige watermeter geheel of gedeeltelijk weg te halen of af te koppelen en te verzegelen zodat verdere afname van water niet meer mogelijk is,
5.4.
bepaalt dat WML gerechtigd is, als [gedaagde] niet binnen drie werkdagen na de betekening van dit vonnis aan de veroordeling onder 5.3. voldoet, de onderbreking van de levering op het genoemde pand uit te voeren. De onderbreking vindt plaats door de aanwezige watermeter geheel of gedeeltelijk weg te halen of af te koppelen en te verzegelen zodat verdere afname van water niet meer mogelijk is,
5.5.
veroordeelt [gedaagde] , als [gedaagde] niet binnen drie werkdagen na de betekening van dit vonnis aan de veroordeling onder 5.3. voldoet, het pand in [adres] op grond van art. 558 Rv Pro gedeeltelijk en/of tijdelijk te ontruimen en de werkzaamheden toe te laten, zodat de hiervoor genoemde onderbreking kan worden uitgevoerd,
5.6.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 820,21, , te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.7.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Otto en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2026.

Voetnoten

1.Deze staan vermeld in de artikelen 6:230l, 6:230m, 6:230t en 6:230v BW.
2.Artikel 6:265 BW Pro.
3.Artikel 558 onder Pro b Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
4.Dit volgt uit het Dexia-arrest (HvJ EU 27 januari 2021, ECLI:EU:C:2021:68) en het Gupfinger-arrest (HvJ EU 8 december 2022, ECLI:EU:2022:971).