ECLI:NL:RBLIM:2026:3211

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
2 april 2026
Publicatiedatum
3 april 2026
Zaaknummer
C/03/349736 / KG ZA 26-62
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • Timmermans-Vermeer
  • Van Leeuwen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:296 lid 1 BWArt. 5:2 BWVerordening (EU) nr. 1308/2013
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwijdering bedrijfsmiddelen na ontzetting uit lidmaatschap telersvereniging

Telersvereniging ZON en haar dochtervennootschap ZON Holding vorderen in kort geding dat [V.O.F.], voormalig lid en gebruiker van bedrijfsmiddelen, deze binnen vijf dagen verwijdert. [V.O.F.] verzet zich en vordert in reconventie overname van de bedrijfsmiddelen na betaling van openstaande leningen.

De voorzieningenrechter oordeelt dat het lidmaatschap van [V.O.F.] is geëindigd na een besluit tot ontzetting, bevestigd door een commissie. De bedrijfsmiddelen blijven eigendom van ZON en de gebruiksovereenkomsten zijn buitengerechtelijk ontbonden. Op grond van de contractuele bepalingen is [V.O.F.] verplicht medewerking te verlenen aan verwijdering.

De vordering tot overname wordt afgewezen omdat [V.O.F.] niet aan de voorwaarden heeft voldaan, waaronder het lidmaatschap gedurende de subsidieperiode. Gezien het belang van [V.O.F.] bij continuïteit van zijn onderneming en het naderende teeltseizoen, wordt een termijn van drie maanden voor verwijdering vastgesteld. Proceskosten worden deels gecompenseerd en deels aan [V.O.F.] opgelegd.

Uitkomst: De voorzieningenrechter gebiedt [V.O.F.] binnen drie maanden medewerking te verlenen aan verwijdering van bedrijfsmiddelen en wijst de vordering tot overname af.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: C/03/349736 / KG ZA 26-62
Vonnis in kort geding van 2 april 2026
in de zaak van

1.KONINKLIJKE COÖPERATIEVE TELERSVERENIGING ZUIDOOST-NEDERLAND U.A.,

te Venlo,
2.
ZON HOLDING B.V.,
te Venlo,
eisende partijen in conventie, tevens verwerende partijen in reconventie,
hierna samen te noemen: ZON en afzonderlijk aan te duiden als Telersvereniging ZON en ZON Holding,
advocaat: mr. M. Goorts,
tegen
de vennootschap onder firma [V.O.F.],
te [plaats] ,
gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie,
hierna in mannelijk enkelvoud te noemen: [V.O.F.] ,
advocaat: mr. Th.J.H.M. Linssen

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 2 maart 2026 met producties 1 t/m 24,
- de akte overlegging aanvullende producties van ZON met producties 25 t/m 29,
- de conclusie van eis in reconventie tevens akte indienen producties 1 t/m 3 van [V.O.F.] ,
- de mondelinge behandeling van 19 maart 2026,
- de pleitnota van ZON,
- de pleitnota van [V.O.F.] .

2.De feiten

2.1.
Telersvereniging ZON is één van de grootste groente- en fruittelersorganisaties van Nederland met 130 telers. Doel van Telersvereniging ZON is blijkens artikel 2 van Pro haar statuten
de behartiging van de belangen van haar leden ten aanzien van het in de handel brengen van groenten en fruit (…) zowel door bevordering van de concentratie van het aanbod van de producten en van de regulering van de producentenprijzen daarvoor als anderszins. Dit met het doel
een erkende telersvereniging te vormen (GMO-erkend), als neergelegd in Verordening (EU) nummer 1308/2013 (…).
2.2.
Sinds januari 2022 is Telersvereniging ZON in het kader van Europese overheidssubsidies erkend als producentenorganisatie, onder meer voor subsidies op basis van het programma Sectorale Interventie Groenten & Fruit (SIG&F). Door het aanvragen van subsidies en het faciliteren van investeringen biedt zij haar leden ondersteuning bij het ontwikkelen en onderhouden van duurzame winstgevende marktposities.
2.3.
De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) controleert in Nederland de aanvragen en ziet toe op naleving van de SIG&F-regelgeving.
2.4.
ZON Holding is een 100% dochtervennootschap van Telersvereniging ZON. Zij neemt de feitelijke uitvoering van de SIG&F-subsidie voor haar rekening. In het kader daarvan sluit ZON Holding overeenkomsten met leden van Telersvereniging ZON en met derden.
2.5.
[V.O.F.] exploiteert een kleinschalige groente- en plantenkwekerij. De heer [venoot 1] en de heer [venoot 2] zijn sinds 1 april 2020 de vennoten van [V.O.F.] .
2.6.
Op 28 april 2023 heeft [V.O.F.] een lidmaatschap aangevraagd bij Telersvereniging ZON. Per brief van 10 mei 2023 deelde Telersvereniging ZON [V.O.F.] mede dat zij met ingang van 8 mei 2023 werd toegelaten als lid van Telersvereniging ZON.
2.7.
ZON heeft met behulp van de SIG&F-subsidie op aanvraag van [V.O.F.] (ten behoeve van het bedrijf van [V.O.F.] ) de volgende bedrijfsmiddelen aangekocht, die ZON aan [V.O.F.] ter beschikking heeft gesteld (hierna: de bedrijfsmiddelen):
2.8.
RVO keert de subsidie verspreid uit over een periode van maximaal vijf jaar aan ZON. ZON financiert het hele (aankoop)bedrag voor ten behoeve van haar leden. In dat kader heeft ZON vier financieringsovereenkomsten met [V.O.F.] gesloten.
2.9.
Partijen hebben met betrekking tot de bedrijfsmiddelen daarnaast vier afzonderlijke gebruiksovereenkomsten met elkaar gesloten.
2.10.
Bij brief van 28 november 2025 heeft (het bestuur van) ZON de voor de bedrijfsmiddelen gesloten gebruiksovereenkomsten met onmiddellijke ingang buitengerechtelijk ontbonden. Bij diezelfde brief heeft zij [V.O.F.] medegedeeld dat zij het besluit heeft genomen tot ontzetting van [V.O.F.] uit het lidmaatschap.
2.11.
Op 23 december 2025 heeft [V.O.F.] beroep ingesteld tegen voornoemd besluit van het bestuur van Telersvereniging ZON tot ontzetting uit het lidmaatschap. Het beroep werd ingesteld bij een op grond van de statuten door het bestuur van Telersvereniging ZON aangewezen commissie. Bij beslissing van 29 januari 2026 oordeelde de commissie dat Telersvereniging ZON in redelijkheid tot het besluit kon komen en werd het beroep van [V.O.F.] ongegrond verklaard.

3.Het geschil

in conventie
3.1.
ZON vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad [V.O.F.] :
I. gebiedt om binnen vijf dagen na betekening van het vonnis haar volledige medewerking te verlenen om de bedrijfsmiddelen te (laten) verwijderen van de bedrijfslocatie van [V.O.F.] , zulks onder verbeurte van een dwangsom van € 10.000,- per dag of dagdeel dat [V.O.F.] niet aan het vonnis voldoet;
II. [V.O.F.] veroordeelt in de kosten van het geding, inclusief nakosten en vermeerderd met wettelijke rente.
3.2.
Ter onderbouwing van deze vorderingen voert ZON het volgende aan. Het lidmaatschap van [V.O.F.] is met ingang van 29 januari 2026 (door de beslissing van de commissie) geëindigd. ZON grondt haar vorderingen primair op artikel 3:296 lid 1 BW Pro. [V.O.F.] is op grond van artikel 7.4 sub c van de gebruiksovereenkomsten verplicht om de bedrijfsmiddelen te (laten) verwijderen. De bedrijfsmiddelen zijn eigendom (gebleven) van Telersvereniging ZON. Hierbij komt dat [V.O.F.] vanwege de ontzetting uit het lidmaatschap niet langer gebruik kan maken van de voordelen die het lidmaatschap biedt, waaronder het profiteren van met behulp van de SIG&F-subsidie aangeschafte bedrijfsmiddelen.
Subsidiair grondt ZON haar vorderingen op artikel 5:2 BW Pro. Vast staat dat de bedrijfsmiddelen eigendom zijn van ZON. Door het beëindigen van de gebruiksovereenkomsten en/of het eindigen van het lidmaatschap is het recht van [V.O.F.] om de bedrijfsmiddelen te houden of te gebruiken komen te vervallen, zodat ZON deze per direct kan opeisen.
In reconventie
3.3.
[V.O.F.] vordert in reconventie dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
ZON te verplichten de bedrijfsmiddelen met toebehoren in eigendom over te dragen aan [V.O.F.] , na betaling van het restant van de leningen, gezamenlijk groot € 89.500,- zoals aangegeven in de e-mail van 21 november 2025 van ZON aan [V.O.F.] ;
ZON te veroordelen in de kosten van de procedure.
3.4.
Aan deze vordering legt [V.O.F.] kort samengevat het volgende ten grondslag. [V.O.F.] stelt dat zij bij Beequip Equipment Finance een financieringsovereenkomst heeft gesloten die haar in staat stelt het restant van de openstaande leningen met betrekking tot de bedrijfsmiddelen aan ZON te voldoen. ZON weigert ten onrechte om hier, na aanvankelijk daartoe wel bereid te zijn geweest, thans haar medewerking aan te verlenen.

4.De beoordeling

In conventie en in reconventie
4.1.
Gezien de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie zullen de vorderingen gezamenlijk worden besproken.
Spoedeisend belang
4.2.
De vordering in conventie heeft betrekking op het opeisen van de bedrijfsmiddelen door ZON als eigenaar. Voor de vordering in conventie geldt dat het spoedeisend belang daarmee uit de aard van het gevorderde volgt. De vordering in reconventie heeft betrekking op behoud van de bedrijfsmiddelen door [V.O.F.] . In reconventie is door [V.O.F.] aangevoerd dat zij voor haar bedrijfsvoering afhankelijk is van de bedrijfsmiddelen. Daarmee is ook het spoedeisend belang bij de vordering in reconventie gegeven.
Het toetsingskader in kort geding
4.3.
De voorzieningenrechter stelt voorop dat zij dient te beoordelen of de vorderingen in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. Of de spoedvoorziening ook daadwerkelijk wordt verleend, is afhankelijk van de uitkomst van een voorlopige beoordeling van de zaak en van afweging van de belangen van partijen.
De kans is groot dat de bodemrechter oordeelt in het voordeel van ZON
4.4.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de kans groot is dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat [V.O.F.] gehouden is om mee te werken aan het (laten) verwijderen van de bedrijfsmiddelen van zijn locatie. De voorzieningenrechter zal hierna uitleggen hoe zij tot dat oordeel gekomen.
4.4.1.
De vordering in conventie is primair gegrond op artikel 3:296 lid 1 BW Pro.
Tussen partijen is niet in geschil dat de bedrijfsmiddelen in eigendom toebehoren aan ZON. [V.O.F.] maakt(e) op basis van tussen partijen gesloten gebruiksovereenkomsten gebruik van de bedrijfsmiddelen. Bij brief van 28 november 2025 heeft ZON deze overeenkomsten echter buitengerechtelijk ontbonden en bij diezelfde brief ook haar besluit tot ontzetting van [V.O.F.] uit het lidmaatschap medegedeeld.
4.4.2.
Het beroep van [V.O.F.] tegen het besluit tot ontzetting is op 29 januari 2026 ongegrond verklaard. [V.O.F.] heeft vooralsnog geen vernietigingsvordering ingesteld gericht tegen het besluit tot ontzetting. De niet met argumenten onderbouwde stelling van [V.O.F.] dat zij voornemens is om bij de rechtbank een vernietigingsvordering tegen het ontzettingsbesluit in te stellen, maakt dat niet anders. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter moet er daarom in deze procedure vanuit worden gegaan dat [V.O.F.] geen lid meer is van Telersvereniging ZON.
4.4.3.
Artikel 1.4 en 1.5 van de gebruiksovereenkomsten bepalen het volgende:
1.4
De Gebruiksperiode kent twee opeenvolgende periodes:
1.
De SIG&F (GMO)-contractperiode, deze eindigt - behoudens het hierna bepaalde -
op31 december 2029 [1] (zijndetenminste 5 jaar na ingebruikname van de eerder
genoemde investering).
2.
Aansluitend aan de SIG&F (GMO)-contractperiode vangt de Periode van voortgezet gebruik aan. Deze Periode van voortgezet gebruik duurt in beginsel voor
onbepaalde tijd en kan met wederzijds goedvinden te allen tijde worden beëindigd;
een en ander behoudens o.a. het in artikel 1.5 en 1.6 bepaalde.
1.5
Om de subsidie voor ZON met betrekking tot de investering (zowel roerend als
onroerend) volledig te verkrijgen c.q. volledig te behouden, dient de Teler minimaal
gedurende de gehele SIG&F (GMO)-contractperiode lid te zijn van ZON en de
investering conform SIG&F (GMO)-voorschriften te gebruiken, startend vanaf datum van ingebruikname van de investering.
4.5.
Artikel 7.4 van de gebruiksovereenkomsten bepaalt:
7.4
Indien deze overeenkomst eindigt overeenkomstig artikel 7.2 of artikel 7.3 of indien de teler om andere redenen deze overeenkomst niet uitdient:
a) Komt de door de Teler reeds betaalde gebruiksvergoeding volledig toe aan ZON.
b) Blijft artikel 7.1 van kracht.
c) Is ZON gerechtigd om op kosten van de Teler de Investering te laten verwijderen
van de locatie van de Teler, Teler is verplicht hier medewerking aan te verlenen.
4.5.1.
[V.O.F.] is als gevolg van de ontzetting uit het lidmaatschap niet minimaal gedurende de subsidieperiode van 5 jaar lid geweest van Telersvereniging ZON. [V.O.F.] heeft daarmee de gebruiksovereenkomsten niet uitgediend als bedoeld in artikel 7.4 aanhef van de gebruiksovereenkomsten. Gelet daarop is ZON naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter op grond van artikel 7.4 sub c jo. artikel 1.4 lid 1 en 1.5 van de gebruiksovereenkomsten gerechtigd om de bedrijfsmiddelen van de locatie van [V.O.F.] te laten verwijderen en is [V.O.F.] verplicht hier medewerking aan te verlenen.
4.5.2.
Daarbij komt dat de gebruiksovereenkomsten door ZON (buitengerechtelijk) zijn ontbonden. [V.O.F.] heeft geen verweer gevoerd tegen die buitengerechtelijke ontbinding, zodat de voorzieningenrechter ervan uitgaat dat de overeenkomsten door ontbinding zijn geëindigd. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de kans groot is dat door de bodemrechter wordt geoordeeld dat:
[V.O.F.] de bedrijfsmiddelen daarmee zonder recht of titel onder zich houdt,
en dit strijd oplevert met het eigendomsrecht dat ZON op de bedrijfsmiddelen heeft (artikel 5:2 BW Pro).
4.5.3.
Ook op grond daarvan is ZON daarom naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter gerechtigd om de bedrijfsmiddelen op te eisen. De vordering in conventie is daarmee in beginsel toewijsbaar.
Overname van de bedrijfsmiddelen door [V.O.F.]
4.6.
stelt zich in deze procedure op het standpunt dat ZON dient mee te werken aan overname van de bedrijfsmiddelen door [V.O.F.] . [V.O.F.] beroept zich in dat kader op artikel 1.6 van de financieringsovereenkomsten. Artikel 1.6 van de financieringsovereenkomsten bepaalt evenwel juist dat de bedrijfsmiddelen eigendom blijven van ZON totdat [V.O.F.] alle in artikel 1.6 vermelde verplichtingen is nagekomen. Daaronder valt onder andere (derde gedachtestreepje) nakoming door [V.O.F.] van alle verplichtingen zoals vastgesteld in de gebruiksovereenkomsten inclusief het lidmaatschap van [V.O.F.] bij Telersvereniging ZON gedurende de SIG&F-(GMO)-contractperiode. Zoals bovenstaand is overwogen is [V.O.F.] als gevolg van de ontzetting uit het lidmaatschap niet minimaal gedurende de subsidieperiode van 5 jaar lid geweest van Telersvereniging ZON. Op grond van artikel 1.6. van de financieringsovereenkomst blijven de bedrijfsmiddelen daarmee eigendom van ZON.
4.7.
[V.O.F.] heeft voor het overige geen juridische grondslag aangevoerd op basis waarvan ZON verplicht zou zijn om de bedrijfsmiddelen tegen betaling door [V.O.F.] over laten te nemen. Het enkele feit dat in het kader van onderhandelingen over een dergelijke overname is gesproken, vormt geen grond op basis waarvan ZON daartoe verplicht kan worden. Het feit dat in de financieringsovereenkomst is bepaald dat [V.O.F.] de financiering vervroegd of versneld kan aflossen, evenmin. De vordering in reconventie wordt dan ook afgewezen. De vordering in conventie kan in beginsel worden toegewezen.
De termijn waarbinnen de bedrijfsmiddelen moeten worden verwijderd
4.8.
ZON vordert om [V.O.F.] te gebieden binnen vijf dagen na betekening van het vonnis haar medewerking te verlenen om de bedrijfsmiddelen te (laten) verwijderen.
Een belangenafweging leidt ertoe dat de voorzieningenrechter de termijn waarbinnen de bedrijfsmiddelen verwijderd moeten worden zal bepalen op drie maanden in plaats van vijf dagen na betekening van dit vonnis. Daarvoor is het volgende van belang.
4.9.
De voorzieningenrechter stelt vast dat het belang van [V.O.F.] bij het nog enige tijd kunnen beschikken over de bedrijfsmiddelen heel erg groot is. De bedrijfsmiddelen betreffen grotendeels zaken die de verzorging van de gewassen betreffen. Het gaat immers onder meer om een fertigatie-systeem waarmee water wordt toegediend aan de planten, een kunstmeststrooimachine en een schoffelmachine. Zij raken daarmee de directe bedrijfsvoering van [V.O.F.] . ZON heeft erop gewezen dat [V.O.F.] - voordat zij over de bedrijfsmiddelen beschikte – ook in staat was zijn onderneming zonder de bedrijfsmiddelen te drijven. [V.O.F.] heeft echter tijdens de zitting onbetwist gesteld dat hij de bedrijfsmiddelen waarover hij beschikte voordat hij de bedrijfsmiddelen in gebruik had, van de hand heeft gedaan. Dit betekent dat de bedrijfsmiddelen voor de continuïteit van de onderneming van [V.O.F.] essentieel zijn. Daarbij komt dat [V.O.F.] erop heeft gewezen dat het teeltseizoen nu van start gaat, waardoor het belang van [V.O.F.] om juist in deze periode van het jaar nog te kunnen beschikken over de bedrijfsmiddelen nog groter is.
4.10.
De voorzieningenrechter heeft ook oog voor het belang van ZON om de bedrijfsmiddelen op korte termijn te herplaatsen bij vier van haar leden in plaats van bij [V.O.F.] (waarvoor geldt dat het er vooralsnog voor moet worden gehouden dat hij geen lid meer is van haar vereniging). Daarmee kan ZON immers de bedrijfsmiddelen - die zijn aangeschaft met subsidies en gelden die door ZON en daarmee de in haar vereniging verenigde telers gezamenlijk zijn gefinancierd - op korte termijn inzetten voor het collectief.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter prevaleert het belang van [V.O.F.] bij het nog enige tijd kunnen beschikken over de bedrijfsmiddelen. Daarbij heeft de voorzieningenrechter mede in aanmerking genomen dat ZON niet heeft aangevoerd dat er bij de telers waarbij zij voornemens is de bedrijfsmiddelen te herplaatsen, dringende behoefte c.q. nood bestaat aan de bedrijfsmiddelen, zoals dat voor [V.O.F.] wel het geval is. Dat ZON - doordat [V.O.F.] nog enige tijd de beschikking zal hebben over de bedrijfsmiddelen - een reëel risico loopt om haar erkenning als producentenorganisatie te verliezen, is naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet voldoende onderbouwd en daarmee niet aannemelijk geworden.
4.11.
Voornoemde termijn stelt [V.O.F.] in staat om gedurende een periode van drie maanden op zoek te gaan naar een alternatief voor de bedrijfsmiddelen. De voorzieningenrechter geeft partijen daarbij in overweging nogmaals met elkaar in gesprek te gaan over een eventuele overname door [V.O.F.] .
Proceskosten
In conventie
4.12.
Beide partijen zijn in conventie op enig punt als de in het ongelijk gestelde partij te beschouwen. De voorzieningenrechter ziet daarin aanleiding om de proceskosten in conventie te compenseren in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt.
In reconventie
4.13.
[V.O.F.] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van ZON worden begroot op:
- salaris advocaat
588,50
(factor 0,5 × 1.177,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
777,50

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
in conventie
5.1.
gebiedt [V.O.F.] om binnen drie maanden na betekening van dit vonnis zijn volledige medewerking te verlenen aan het (laten) verwijderen van de bedrijfsmiddelen van de bedrijfslocatie van [V.O.F.] ,
5.2.
veroordeelt [V.O.F.] om aan ZON een dwangsom te betalen van € 750,- voor iedere dag of gedeelte van een dag dat [V.O.F.] niet aan het in r.o. 5.1. bepaalde voldoet, tot een maximum van € 150.000,- is bereikt,
5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt,
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af,
in reconventie
5.6.
wijst de vorderingen af,
5.7.
veroordeelt [V.O.F.] in de proceskosten van € 777,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [V.O.F.] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. Timmermans-Vermeer en in het openbaar uitgesproken op 2 april 2026 door mr. Van Leeuwen.

Voetnoten

1.NB: voor de schoffelmachine geldt dat de SIG&F (GMO)-contractperiode eindigt op 31 december 2030