Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord.
Rechtbank Limburg
De Friesland Zorgverzekeraar vordert betaling van achterstallige premies en zorgkostennota’s over 2024 en 2025 van gedaagde, die deze achterstand erkent maar de bijkomende kosten betwist op grond van redelijkheid en billijkheid. De rechtbank stelt vast dat gedaagde gehouden is tot nakoming van zijn betalingsverplichtingen, inclusief bijkomende kosten, en dat hij onvoldoende stappen heeft ondernomen om zijn financiële situatie te verbeteren.
De rechtbank beoordeelt de buitengerechtelijke incassokosten per jaar afzonderlijk. Voor 2024 wordt het incassokostenbeding in de polisvoorwaarden vernietigd wegens oneerlijkheid, waardoor de kosten voor dat jaar worden afgewezen. Voor 2025 worden incassokosten toegewezen, maar met correctie van een onrechtmatige aanmaning. Daarnaast wordt de wettelijke rente vanaf 21 november 2025 toegewezen.
De proceskosten worden volledig aan gedaagde opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders verzochte wordt afgewezen. Hiermee wordt de vordering van De Friesland grotendeels toegewezen, ondanks het beroep op redelijkheid en billijkheid.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van achterstallige premies, wettelijke rente, een deel van de incassokosten en proceskosten.