Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2026:3077

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
23 maart 2026
Publicatiedatum
1 april 2026
Zaaknummer
03.115397.19
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege wegens hoog recidiverisico

De rechtbank Limburg heeft op 23 maart 2026 besloten tot verlenging van de terbeschikkingstelling (tbs) met verpleging van overheidswege voor de duur van één jaar. De tbs was oorspronkelijk opgelegd in december 2020 na delicten van diefstal met geweld en afpersing, waarbij de veiligheid van anderen in het geding was. De maatregel liep sinds april 2021 en was eerder al in april 2025 met een jaar verlengd.

De verlengingsvordering van het Openbaar Ministerie werd onderbouwd met een advies van de behandelend instelling, waarin werd gesteld dat verdachte een lichte verstandelijke beperking en een persoonlijkheidsstoornis met antisociale en borderline kenmerken heeft. Daarnaast zijn er stoornissen in middelengebruik, momenteel in remissie. Het behandelplafond is bereikt en er zijn geen verdere therapieën geïndiceerd. De aanvraag voor onbegeleid en transmuraal verlof heeft vertraging opgelopen, mede door wisselingen in regiebehandeling en ruis in het gedrag van verdachte.

De rechtbank oordeelde dat ondanks de vertraging het recidiverisico hoog blijft en dat de wettelijke criteria voor verlenging van de tbs zijn vervuld. De rechtbank acht een verlenging met één jaar passend om het traject van verdachte te monitoren en de voortgang in verlof en resocialisatie te bevorderen. De rechtbank gaf tevens de kliniek het advies met voortvarendheid toe te werken naar onbegeleid en transmuraal verlof.

Verdachte en zijn raadsman pleitten voor voorwaardelijke beëindiging of aanhouding van de zaak voor nader onderzoek, maar dit werd niet gevolgd. De rechtbank wees de vordering van het Openbaar Ministerie toe en verlengde de tbs-maatregel met één jaar.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege met één jaar vanwege een hoog recidiverisico en het bereiken van het behandelplafond.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond
[jw.sys.1.rolnummer]Strafrecht
Parketnummer : 03.115397.19 (vordering verlenging tbs)
Datum uitspraak : 23 maart 2026
Tegenspraak
Beslissing van de meervoudige kamer op een vordering van het Openbaar Ministerie in het arrondissement Limburg
in het kader van de terbeschikkingstelling van:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1982,
thans verblijvende bij [adres] ,
hierna te noemen [verdachte] .
raadsman is mr. M.H.H. Meulemeesters, advocaat kantoorhoudende te Zeist.

1.De stukken

In het dossier bevinden zich onder andere:
- de vordering van de officier van justitie van 26 januari 2026, ingekomen ter griffie van de rechtbank op 26 januari 2026;
  • het verlengingsadvies van [naam] (hoofd van de instelling en directeur behandeling) en J. Laheij (psychiater en regiebehandelaar), verbonden aan [instelling 1] (hierna: [instelling 1] ) van 12 januari 2026;
  • de omtrent [verdachte] gehouden wettelijke aantekeningen over de periode van het 1e kwartaal van 2025 tot en met december 2025;
  • de beslissing van de rechtbank Limburg van 7 april 2025, waarbij de termijn van de terbeschikkingstelling met een jaar is verlengd;
  • het vonnis van de rechtbank Limburg van 4 december 2020, waarbij de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege werd opgelegd.
De vordering van de officier van justitie houdt in dat de rechtbank de termijn van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege (hierna: tbs) zal verlengen voor de duur van een jaar.

2.De procesgang

Bij vonnis van de rechtbank Limburg van 4 december 2020 is [verdachte] ter beschikking gesteld. De terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van diefstal, vergezeld met geweld, tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en afpersing, terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen het opleggen van die maatregel eiste.
De hiervoor genoemde delicten betreffen misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.
De termijn van de terbeschikkingstelling is gaan lopen op 8 april 2021.
De tbs is op 7 april 2025 bij beslissing van deze rechtbank met een jaar verlengd.
De vordering van de officier van justitie is behandeld ter openbare zitting van deze rechtbank van 9 maart 2026. Ter zitting zijn gehoord de officier van justitie, [verdachte] , zijn raadsman en, als deskundige, P. Buiting, verbonden aan [instelling 1] .

3.Het standpunt van [instelling 1]

Het verlengingsadvies van de kliniek vermeldt, zakelijk weergegeven, onder meer:
Er is bij [verdachte] sprake van een lichte verstandelijke beperking en een persoonlijkheidsstoornis met antisociale en borderline kenmerken. Daarnaast is er sprake van stoornissen in gebruik van alcohol, GHB, cocaïne en speed, nu enige tijd in remissie in een gecontroleerde omgeving.
Betrokkene verblijft per 24 april 2025 bij [instelling 1] na overplaatsing vanuit [instelling 2] . Deze overplaatsing vond plaats op verzoek van betrokkene naar aanleiding van een verstoorde behandelrelatie. Betrokkene heeft sinds zijn opname bij [instelling 1] , gegeven het geboden risicomanagement, een overwegend coöperatieve houding laten zien, waarbij hij een dagstructuur heeft met onder andere arbeidsblokken, lid is van de cliëntenraad en kookt voor de groep. De urinecontroles zijn negatief. Betrokkene staat niet open voor behandeling, maar aangezien het behandelplafond als bereikt wordt beschouwd, zijn er geen therapieën geïndiceerd. Betrokkene is, evenals in de vorige kliniek, meerdere malen in de ruis geweest rondom handel.
Ten tijde van de laatste verlengingszitting op 7 april 2025 waren de begeleide verloven aangehouden en was de voorgenomen aanvraag voor onbegeleid verlof niet doorgezet vanwege meerdere incidenten. Omdat betrokkene weigerde inzicht in zijn handelen te geven, werd het niet verantwoord geacht om verlof te praktiseren. Betrokkene wilde echter geen inzicht geven zolang zijn verloven ingetrokken bleven. De rechtbank achtte deze impasse uiterst onwenselijk, nu de Pro Justitia rapporteurs ook ter zitting hadden benadrukt dat er weinig effectiviteit meer uitgaat van een langer durende klinische opname en het voortzetten van het traject buiten de kliniek doelmatiger zou zijn. De rapporteurs stelden dat er ruis zal blijven ontstaan bij een verblijf in de kliniek, omdat dit samengaat met zijn problematiek en het behandelplafond bereikt is.
In verband met deze impasse achtte de rechtbank in april 2025 een verlenging met één jaar passend om een vinger aan de pols te houden, waarbij de rechtbank tevens verzocht om met de nodige voortvarendheid toe te werken naar onbegeleid en transmuraal verlof. Dit is om diverse redenen niet gelukt. Het begeleid verlofkader is overgenomen van de vorige kliniek en is in opbouw vanaf juni 2025. Dit verloopt voorspoedig. We voorzien nu in het eerste kwartaal van 2026 een aanvraag transmuraal verlof met (on)begeleide vrijheden in te kunnen dienen met het doel bij het stapsgewijs afschalen van de beveiliging en resocialisatie te onderzoeken wat zijn draagkracht is en welke aanvullende ondersteuning en toezicht noodzakelijk zal zijn. Bij een geleidelijke resocialisatie waarbij uiteindelijk gedacht wordt aan een begeleide/beschermde woonvorm lijkt de kans op recidive het laagst.
Aangezien onbegeleide vrijheden nog niet zijn gepraktiseerd en bij beëindiging van de tbs op dit moment het recidiverisico ongewijzigd als hoog wordt ingeschat, wordt een verlenging met één jaar als noodzakelijk beschouwd om dit traject forensisch te kunnen blijven monitoren en daarbij tijdig te kunnen bijsturen.
Ter terechtzitting heeft deskundige P. Buiting, zakelijk weergegeven, aanvullend
het volgende verklaard:
Ik krijg niet helemaal duidelijk waarom het onbegeleid verlof en het transmuraal verlof niet is aangevraagd. Er was meermaals sprake van een wisseling van regiebehandelaar. Ook was er rondom [verdachte] sprake van ruis in handel. De recidiverisico’s moeten in ieder geval worden verkleind, voordat een nieuwe aanvraag kan worden gedaan. Dat kader wordt nu in kaart gebracht op de nieuwe afdeling.

4.Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de vordering. Daartoe heeft zij aangevoerd dat
de stoornissen nog aanwezig zijn en het recidiverisico bij voorwaardelijke beëindiging nog
hoog is. De frustratie over de wisselingen in regiebehandelaren is invoelbaar, maar dat is niet de enige reden waarom het verlofkader niet is uitgebreid. Resocialisatie kost tijd. Het is te vroeg om over een voorwaardelijke beëindiging na te denken.
5
Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman
[verdachte] heeft aangevoerd dat het naar behoren gaat, maar dat hij de laatste jaren, terwijl hij dat wel graag wil, geen stappen meer heeft kunnen zetten in zijn resocialisatie. Zijn verlof is het afgelopen jaar niet verder uitgebreid, omdat hij door zijn overplaatsing naar [instelling 1] vertraging heeft opgelopen. Dat is niet zijn schuld, maar de schuld van de kliniek.
De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de tbs voorwaardelijk moet worden beëindigd. Subsidiair heeft hij zich op het standpunt gesteld dat de zaak aangehouden dient te worden om een reclasseringsrapport te laten opmaken om de mogelijkheden van voorwaardelijke beëindiging te laten onderzoeken. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat het aanvragen van de verloven te lang duurt en het onbevredigend is dat de reden van deze vertraging tot op de dag van vandaag niet is achterhaald. [verdachte] heeft zich ook in deze crisissituatie goed staande gehouden. Dat was vroeger wel anders geweest. Voorkomen moet worden dat de situatie van [verdachte] volgend jaar ongewijzigd is. De kliniek moet nu juist doorpakken. Een voorwaardelijke beëindiging is een flinke stok achter de deur. De Pro Justitia rapporteurs voelden daar vorig jaar ook al iets voor.

6.De beoordeling

De rechtbank constateert dat de aanvraag van het onbegeleid en transmuraal verlof vertraging heeft opgelopen, waarbij de precieze oorzaak daarvan niet is vastgesteld, maar merkt daarbij op dat het al dan niet doorlopen van onbegeleid dan wel transmuraal verlof geen wettelijk criterium is voor de beëindiging van de tbs-maatregel, dan wel het voorwaardelijk beëindigen daarvan hoewel dat gegeven in de beoordeling van een verlenging van de tbs wel een rol kan spelen. Wat de rechtbank daarentegen wel wettelijk dient te beoordelen is of er bij [verdachte] nog steeds sprake is van een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis en of het gevaar voor de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen vereist dat de tbs-maatregel wordt verlengd.
De rechtbank verenigt zich voor die beoordeling met het verlengingsadvies van de kliniek en met de daarop ter zitting gegeven toelichting door de deskundige, P. Buiting, optredend namens voormelde kliniek. Uit het advies volgt naar het oordeel van de rechtbank dat bij [verdachte] sprake is van een licht verstandelijke beperking en een (antisociale) persoonlijkheidsstoornis. Daarnaast heeft [verdachte] stoornissen in het gebruik van alcohol, cocaïne, amfetamine en GHB, thans in volledige remissie. Uit ditzelfde advies volgt dat het recidiverisico als hoog wordt ingeschat indien het bevel tot verpleging van overheidswege voorwaardelijk wordt beëindigd en ook in geval van beëindiging van het toezicht of de maatregel. De rechtbank is van oordeel dat daarmee wordt voldaan aan de criteria voor de verlenging van de tbs en dat dit juridische kader vooralsnog noodzakelijk blijft. De rechtbank acht een verlenging van één jaar passend om zo zicht op het traject van [verdachte] te houden, met name op de voortgang van zijn verlof.
De rechtbank zal de vordering van de officier van justitie dan ook toewijzen.
De rechtbank geeft de kliniek mee om, met inachtneming van het voorgaande, met de nodige voortvarendheid toe te werken naar onbegeleid verlof, zodat vervolgens stappen kunnen worden gezet naar transmuraal verlof.

7.De beslissing

De rechtbank:
-
verlengtde termijn gedurende welke ter beschikking is gesteld met verpleging van overheidswege met
een jaar.
Deze beslissing is gegeven door mr. C.P.W. van Well, voorzitter, mr. H.E.G. Peters en mr. L.M.W. Peters, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.K. Klompe, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting van 09 maart 2026.