Uitspraak
1.[gedaagde 1] ,
2.
[gedaagde 2],
1.De procedure
- de (mondelinge) conclusie van antwoord zijdens [gedaagde 1]
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
Rechtbank Limburg
Woningstichting Servatius verhuurde een woning aan twee contractuele medehuurders. Na een relatiebreuk verliet de ene huurder de woning en wilde zij de huurovereenkomst voor zichzelf opzeggen, terwijl de andere huurder de huur zou voortzetten. De verhuurder was telefonisch op de hoogte van de opzegging, maar ontving geen formele opzegging per aangetekende brief of deurwaardersexploot.
De verhuurder vorderde ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming en betaling van huurachterstand en incassokosten. De kantonrechter oordeelde dat de opzegging door de vertrokken huurder als geldig moest worden beschouwd op grond van redelijkheid en billijkheid, ondanks het ontbreken van een formele opzegging. De huurovereenkomst met haar eindigde per 1 augustus 2025.
De andere huurder bleef de woning bewonen en was hoofdelijk aansprakelijk voor de huur vanaf juli 2025. De kantonrechter veroordeelde hem tot betaling van de huurachterstand, de gebruiksvergoeding vanaf februari 2026, buitengerechtelijke incassokosten en ontruiming binnen veertien dagen. De proceskosten werden aan hem opgelegd, terwijl de kosten tussen de vertrokken huurder en verhuurder werden gecompenseerd.
Uitkomst: De huurovereenkomst met de vertrokken medehuurder eindigt per 1 augustus 2025, de andere huurder wordt veroordeeld tot ontruiming en betaling van huurachterstand en kosten.