ECLI:NL:RBLIM:2026:2975

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
1 april 2026
Publicatiedatum
30 maart 2026
Zaaknummer
11916865 \ CV EXPL 25-4283
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Van den Berg Jeths-van Meerwijk
  • Piëtte
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering schadevergoeding wegens vermeende tekortkoming coating velgen auto

Eiser vordert schadevergoeding van gedaagde wegens vermeende tekortkoming bij het coaten van de velgen van zijn auto en het buiten stallen daarvan. Eiser stelt dat afspraken zijn gemaakt over binnen stallen en een maximale duur van twee weken, wat niet is nagekomen, waardoor hij schade heeft geleden.

Gedaagde betwist dat dergelijke afspraken zijn gemaakt en stelt dat de auto buiten is gestald omdat er geen binnenruimte is en de coating door een derde wordt uitgevoerd. De kantonrechter oordeelt dat eiser zijn stellingen onvoldoende heeft onderbouwd en dat er geen bewijs is voor de vermeende afspraken.

De kantonrechter overweegt dat een auto ook bij regen buiten kan staan en dat gedaagde niet op de hoogte was van een bijzondere kwetsbaarheid. Ook is onvoldoende onderbouwd dat de duur van de werkzaamheden onredelijk was of dat gedaagde onrechtmatig heeft gehandeld.

De vorderingen tot betaling van advertentiekosten, gederfde winst en kosten voor vervangende sleutels worden afgewezen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: Vordering tot schadevergoeding wegens vermeende tekortkoming en onrechtmatige daad wordt afgewezen wegens gebrek aan bewijs.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 11916865 \ CV EXPL 25-4283
Vonnis van 1 april 2026
in de zaak van
[eiser],
te [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. F. Günes,
tegen

1.[gedaagde 1] VOF,

te [plaats 2] ,
2.
[gedaagde 2] , vennoot van gedaagde sub 1,
te [plaats 2] ,
3.
[gedaagde 3] , vennote van gedaagde sub 1,
te [plaats 2] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagden] ,
gemachtigde: mr. L. Schuurs.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding (met de juiste productie 2),
- de conclusie van antwoord,
- de mondelinge behandeling van 26 februari 2026.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[eiser] is eigenaar van een auto, merk Fisker Karma. [gedaagden] verzorgt de reparatie en verkoop van auto’s. [eiser] heeft zich op 22 oktober 2023 gewend tot [gedaagden] met het verzoek om de velgen van de Fisker Karma (verder te noemen: de auto) van [eiser] te coaten in de kleur hoogglans zwart. [gedaagden] heeft aangegeven de coating niet zelf te kunnen aanbrengen en dat deze werkzaamheden zouden worden uitbesteed aan een derde. [eiser] is hiermee akkoord gegaan.
2.2.
[eiser] heeft de auto op 29 januari 2024 bij [gedaagden] afgeleverd en buiten op het terrein geparkeerd. [gedaagden] heeft de auto buiten op bokken (opbokpoten) gezet.
2.3.
Op 21 februari 2024 waren de velgen van de auto klaar en zijn deze gemonteerd.
2.4.
Tussen partijen is discussie ontstaan over gebreken aan de auto. [eiser] heeft aan Karma Nederland opdracht gegeven de factuur van de werkzaamheden aan [gedaagden] te sturen. [gedaagden] heeft daarop haar aansprakelijkheidsverzekeraar ingeschakeld. De aansprakelijkheidsverzekeraar heeft een schade-expert onderzoek laten doen. Het expertiserapport is van 25 maart 2024. De schade-expert heeft geconcludeerd dat de oorzaak van de schade aan de auto niet aan [gedaagden] is te wijten.
2.5.
De auto is op 30 juni 2025 verkocht voor een bedrag van € 34.500,00 aan een derde.
2.6.
De gemachtigde van [eiser] heeft op 15 augustus 2025 een sommatie voor een totaalbedrag van € 8.256,57 aan [gedaagden] gestuurd. Het bedrag bestaat uit € 7.500,00 aan gederfde winst, € 410,13 aan advertentiekosten en € 346,44 aan kosten voor vervangende sleutels.
2.7.
[gedaagden] is niet tot betaling overgegaan.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagden] tot betaling van een schadevergoeding van € 8.256,57, vermeerderd met rente en kosten.
3.2.
[eiser] heeft ter onderbouwing van de vordering aangevoerd dat [gedaagden] tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst. Volgens [eiser] was niet alleen afgesproken dat [gedaagden] de velgen zou (laten) coaten, maar ook dat de auto binnen zou worden gestald. Daarnaast zou de afspraak zijn gemaakt dat de auto maximaal twee weken bij [gedaagden] zou staan. Nu [gedaagden] zich niet aan de afspraken heeft gehouden heeft [eiser] schade geleden bestaande uit kosten voor vervangende sleutels, kosten voor een advertentie en gederfde winst bij de verkoop van de auto. De twee laatste posten komen voort uit het feit dat [eiser] stelt schade te hebben geleden omdat hij voornemens was de auto te verkopen maar de aanvankelijke koper van de koop heeft afgezien. Daarop moest een nieuwe advertentie worden geplaatst en is de auto voor ruim € 7.500,00 minder verkocht. Subsidiair zou sprake zijn van onrechtmatige daad omdat [gedaagden] zou hebben gehandeld in strijd met de zorgvuldigheidsplicht.
3.3.
[gedaagden] betwist dat sprake is van een tekortkoming in de nakoming. Juist is dat partijen hadden afgesproken dat de auto zou worden gebracht om de velgen te coaten. De auto is door [eiser] buiten gestald en daar is de auto ook op blokken gezet. [gedaagden] betwist uitdrukkelijk dat er afspraken zouden zijn gemaakt over het binnen stallen van de auto of over de termijn waarbinnen de coating zou zijn uitgevoerd. [gedaagden] heeft deze afspraken nooit gemaakt en ook nooit kunnen maken, simpelweg omdat er geen ruimte is om de auto binnen te stallen en het coaten door een derde partij gebeurt. [gedaagden] is voor de duur van de werkzaamheden afhankelijk van deze derde. Dat er überhaupt sprake was van enige tijdsdruk is ook nooit door [eiser] aangegeven. Dat er overigens sleutels zouden zijn kwijtgeraakt wordt uitdrukkelijk door [gedaagden] betwist. Er is volgens [gedaagden] geen sprake van handelen in strijd met enige zorgvuldigheidsplicht.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter wijst de vorderingen van [eiser] af. Hieronder licht de kantonrechter dit toe.
Tekortkoming in de nakoming
4.2.
De kantonrechter stelt vast dat aan de vordering tot betaling van advertentiekosten en de winstderving ten grondslag is gelegd dat sprake zou zijn geweest van een tekortkoming in de nakoming in die zin dat de auto, door de reparatie van de gebreken wegens het buiten staan en door de langere duur van de coating-werkzaamheden, niet tijdig kon worden geleverd aan een koper. In het licht van deze stellingen zal eerst moeten worden vastgesteld of partijen wel afspraken hebben gemaakt over al dan niet buiten stallen van de auto en de duur van de werkzaamheden. Tussen [eiser] en [gedaagden] is niet in geschil dat [gedaagden] de velgen van de auto zou coaten. Gesteld noch gebleken is dat met betrekking tot dit deel van de overeenkomst [gedaagden] zich niet zou hebben gehouden aan de overeenkomst zodat in zoverre geen sprake is van een tekortkoming in de nakoming.
4.3.
De kantonrechter overweegt het volgende. [gedaagden] heeft uitdrukkelijk betwist dat er afspraken zijn gemaakt over het binnen stallen en over de duur van de werkzaamheden. Gelet op deze gemotiveerde betwisting van [gedaagden] , had het op de weg van [eiser] gelegen zijn stelling daarover nader te onderbouwen. [eiser] heeft dat niet gedaan en heeft zelfs tijdens de zitting opgemerkt dat hij geen enkel bewijs kan geven voor de stelling dat tussen hem en [gedaagden] nadere afspraken zijn gemaakt. Dit betekent dan ook dat er niet van kan worden uitgegaan dat er nadere afspraken zijn gemaakt.
4.4.
Omdat deze afspraken ontbreken kan [gedaagden] dan ook niet worden tegengeworpen dat zij in de uitvoering van deze vermeende afspraken is tekortgeschoten. Dit leidt ertoe dat, voor zover de vordering ziet op de betaling van de kosten van de advertentie en de gederfde winst, de tekortkoming in de nakoming niet als deugdelijke grondslag kan worden beschouwd. Hoewel [eiser] nog heeft aangevoerd dat, gelet op de kwetsbaarheid van de auto voor wat betreft waterschade, het onaannemelijk is dat hij de auto zou hebben afgeleverd zonder nadere afspraken te maken, kan dit niet tot een ander oordeel leiden. Kennelijk bedoelt [eiser] dat in dit geval voorshands geleverd bewijs zou moeten worden aangenomen, maar gelet op het vorenoverwogene wordt helemaal niet toegekomen aan beoordeling van enig bewijs.
Subsidiair
4.5.
[eiser] heeft subsidiair aan zijn vordering tot betaling van de advertentiekosten en de gederfde winst ten grondslag gelegd dat sprake zou zijn geweest van een onrechtmatige daad nu [gedaagden] (zo begrijpt de kantonrechter) zou hebben gehandeld in strijd met hetgeen in het maatschappelijk verkeer betaamt. De kantonrechter begrijpt de stelling van [eiser] aldus dat ook al zou moeten worden aangenomen dat geen afspraken zouden zijn gemaakt, [gedaagden] de auto niet buiten had mogen stallen gelet op de kwetsbaarheid van de auto bij regen. Daarnaast heeft [eiser] , zo begrijpt de kantonrechter, bedoeld te stellen dat de werkzaamheden veel langer hebben geduurd waardoor een koper de koop heeft ontbonden. De lange duur van de werkzaamheden zou eveneens onrechtmatig zijn geweest.
4.6.
Naar het oordeel van de kantonrechter heeft als uitgangspunt te gelden dat van een auto mag worden verwacht dat deze ook bij (forse) regen buiten kan blijven staan. Gesteld noch gebleken is dat [gedaagden] door [eiser] op enig moment op de hoogte is gebracht dat de auto kwetsbaar was voor waterschade. [eiser] heeft daaromtrent ook niets concreets gesteld. Wat er dan ook zij van de kwetsbaarheid van de auto, [gedaagden] kan geen onrechtmatig handelen worden verweten dat de auto buiten is gestald. Zij mocht immers verwachten dat een auto gewoon buiten kan blijven staan, ook bij (forse) regen.
4.7.
Voor zover [eiser] heeft bedoeld te stellen dat sprake zou zijn van een onrechtmatig handelen als het gaat om het feit dat de auto uiteindelijk ongeveer 3,5 week bij [gedaagden] heeft gestaan wordt het volgende overwogen. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt niet in te zien dat een dergelijke termijn zou kunnen worden beschouwd als handelen in strijd met hetgeen het maatschappelijk verkeer betaamt. [eiser] heeft deze stelling ook niet op enige wijze onderbouwd.
4.8.
Daar komt nog bij dat [eiser] tijdens de zitting uitdrukkelijk heeft opgemerkt dat [gedaagden] niet op enig moment is geïnformeerd over het voornemen van [eiser] dat hij de auto snel wilde verkopen. Bij gebreke van enige kennis bij [gedaagden] over dit voornemen van [eiser] , kan haar voor wat betreft de termijn geen enkel onrechtmatig handelen worden verweten.
4.8.
Gelet op al het voorgaande ontbreekt aan de vordering tot betaling van de advertentiekosten en de winstderving een deugdelijke grondslag zodat dit deel van de vordering reeds daarom moet worden afgewezen.
De kosten van een nieuwe sleutel
4.9.
Tijdens de zitting is het de kantonrechter duidelijk geworden dat het voor wat betreft de sleutel zou gaan om een fysieke sleutel die daadwerkelijk in het slot zou moeten worden gestoken en niet om een afstandsbediening. [gedaagden] heeft uitdrukkelijk betwist dat hij van [eiser] een fysieke sleutel zou hebben gekregen. [eiser] heeft niet nader onderbouwd dat hij daadwerkelijk naast de afstandsbediening een fysieke sleutel zou hebben achtergelaten. Reeds daarom kan ook dit deel van de vordering niet worden toegewezen.
Conclusie
4.10.
Al het vorenstaande in overweging nemende zullen alle vorderingen worden afgewezen. [eiser] zal worden veroordeeld in de kosten van deze procedure.
4.11.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagden] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
720,00
(2 punten × € 360,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
864,00

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af,
5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 864,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis voor wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van den Berg Jeths-van Meerwijk en in het openbaar uitgesproken door mr. Piëtte op 1 april 2026.