Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
10 april 2028 heeft de verdachte ten overstaan van de rechter-commissaris in Roermondonder meer het volgende verklaard:
17 april 2017 heeft getuige [Getuige 4]onder meer het volgende verklaard bij de politie:
17 april 2017 heeft getuige [Getuige 2]onder meer het volgende verklaard bij de politie:
17 april 2017 heeft getuige [Getuige 3]bij de politie onder meer het volgende verklaard:
A: Ik schat 10 personen. Het was niet leeg, maar ook niet afgeladen vol.
V: Waar zaten deze personen in het café?
A: 4 personen aan de bar. De eigenaar stond achter de bar.
15 november 2017 heeft getuige [Getuige 5]onder meer het volgende verklaard bij de politie:
getuige [Getuige 6]verklaard dat zij
op 15 april 2017 omstreeks 00.32 uur een Whatsapp-berichtheeft ontvangen van [Naam 1] waarvan zij een screenshot aan de politie heeft getoond. De berichtgeving is als volgt:
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en/of de maatregel
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een
- bepaalt dat de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van 2 jaren zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
mr. J. Linders, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N.M.J.G.A. van Hinsberg, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 24 maart 2026.