Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2026:2842

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
8 april 2026
Publicatiedatum
26 maart 2026
Zaaknummer
C/03/349426 HA ZA 26-58
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • De Bruijn
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:78 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Recht op inzage bescheiden voor berekening legitieme portie nalatenschap

Op 8 april 2026 heeft de rechtbank Limburg uitspraak gedaan in een incident inzake inzage van bescheiden voor de berekening van de legitieme portie van een nalatenschap. De moeder van partijen was in 2024 overleden en had bij testament haar dochter tot enig erfgenaam benoemd, waarbij de eisende partij en haar afstammelingen waren uitgesloten.

De eisende partij vorderde inzage in diverse bescheiden, waaronder een boedelbeschrijving, taxatierapport, overzicht van roerende zaken, schenkingen, aangiftes inkomstenbelasting en lijfrentepolissen, om haar legitieme portie te kunnen berekenen. De verwerende partij had reeds enkele stukken overgelegd, maar was voor andere stukken afhankelijk van derden.

De rechtbank oordeelde dat de legitimaris recht heeft op inzage in alle bescheiden die nodig zijn voor de berekening van de legitieme portie, maar dat reeds overgelegde stukken niet opnieuw hoeven te worden verstrekt. Voor de nog ontbrekende stukken, die betrekking hebben op een periode van vijf jaar voorafgaand aan het overlijden, werd de vordering toegewezen. Vanwege de afhankelijkheid van derden werd geen dwangsom opgelegd. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.

Uitkomst: De rechtbank wijst het incident toe voor inzage in ontbrekende bescheiden en compenseert de proceskosten tussen partijen.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: C/03/349426 / HA ZA 26-58
Vonnis in incident van 8 april 2026
in de zaak van
[persoon 1],
te [plaats 2],
eisende partij in de hoofdzaak,
eisende partij in het incident,
hierna te noemen: [persoon 1],
advocaat: mr. A. Harmanus,
tegen
[erfgenaam], in haar hoedanigheid van erfgenaam,
te [plaats 1] (België),
gedaagde partij in de hoofdzaak,
verwerende partij in het incident,
hierna te noemen: [erfgenaam],
advocaat: mr. A.L. van den Bergh.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding tevens houdend incidentele vordering op grond van artikel 4:78 lid 1 BW Pro met producties 1 t/m 21,
- de incidentele conclusie van antwoord met producties 1 t/m 8.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2.De feiten

2.1.
Op [datum] 2024 is [erflaatster] (hierna: erflaatster), zijnde de moeder van partijen, overleden.
2.2.
Erflaatster heeft bij testament van 16 november 2021 over haar nalatenschap beschikt. [1] In haar testament heeft erflaatster [erfgenaam] tot enig erfgenaam benoemd en [persoon 1] en haar [kleinzoon], kind van haar eerder overleden dochter [persoon 2] (alsmede hun afstammelingen) uitdrukkelijk uitgesloten als erfgenaam.

3.Het geschil

in de hoofdzaak
3.1.
[persoon 1] stelt dat zij recht heeft op uitkering van haar legitieme portie. Zij vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. De legitieme portie van [persoon 1] vast zal stellen indachtig de nog door [erfgenaam] te verstrekken bescheiden;
II. Zal bepalen dat [erfgenaam] binnen twee weken na betekening van het vonnis, of een andere door de rechtbank in goede justitie te bepalen termijn, de door de rechtbank vastgestelde legitieme portie dient te hebben uitgekeerd op de rekening van [persoon 1] met IBAN: [rekeningnummer] ten name van [persoon 1];
III. [erfgenaam] zal veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen de kosten van deze procedure, het salaris van de advocaat van [persoon 1] en de nakosten daaronder begrepen, met bepaling dat [erfgenaam] de wettelijke rente verschuldigd raakt over de door haar verschuldigde proceskosten indien deze niet binnen veertien dagen na deze veroordeling tot betaling daarvan zijn voldaan.
in het incident
3.2.
[persoon 1] vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. [erfgenaam] zal veroordelen om binnen twee weken na betekening van het vonnis aan [persoon 1] het volgende te verstrekken:
a. Boedelbeschrijving
b. Taxatierapport van de woning met peildatum [datum] 2024
c. Overzicht van alle roerende zaken die op [datum] 2024 aanwezig waren (inboedel, sieraden, antieke stukken, kunst, etc.)
d. Een opgave van alle gedane schenkingen en giften van moeder gedurende haar hele leven
e. Aangiftes inkomstenbelasting van 2013 tot en met 2023
f. Overzicht van alle (uitgekeerde) lijfrentepolissen en/of levensverzekering
zulks op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag – een gedeelte van een dag daaronder begrepen – voor iedere dag dat [erfgenaam] daarmee in gebreke is met een
maximum van € 25.000,00, of een andere door de rechtbank in goede justitie te bepalen termijn of bedrag;
II. Zal bepalen dat – indien en voor zover [erfgenaam] de gevraagde gegevens niet tot haar
beschikking heeft – [erfgenaam] deze bescheiden aantoonbaar binnen twee weken na
betekening van het vonnis dient op te vragen bij derden c.q. de opdracht daartoe dient te
geven en binnen twee weken na ontvangst daarvan aan [persoon 1] ter beschikking dient te
stellen, zulks op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag – een gedeelte van een
dag daaronder begrepen – voor iedere dag dat [erfgenaam] daarmee in gebreke is met een
maximum van € 25.000,00, of een andere door de rechtbank in goede justitie te bepalen termijn of bedrag en te bepalen dat indien het maximum aan dwangsommen is verbeurd, [persoon 1] is gemachtigd om de betreffende bescheiden namens [erfgenaam] bij de bank op te vragen;
III. [erfgenaam] zal veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen de kosten van deze procedure, het salaris van de advocaat van [persoon 1] en de nakosten daaronder begrepen, met bepaling dat [erfgenaam] de wettelijke rente verschuldigd raakt over de door haar verschuldigde proceskosten indien deze niet binnen veertien dagen na deze veroordeling tot betaling daarvan zijn voldaan.
3.3.
Ter onderbouwing van haar vordering stelt [persoon 1] dat zij de verzochte bescheiden nodig heeft om haar legitieme portie te kunnen berekenen.
3.4.
[erfgenaam] brengt diverse stukken in het geding: een boedelbeschrijving, een taxatierapport van de woning van 26 februari 2025, een verklaring van de kopers van de woning met betrekking tot de inboedel en bankafschriften met betrekking tot de aan [erfgenaam] bekende schenkingen. [2]
[erfgenaam] heeft toegelicht dat het niet langer mogelijk is een taxatie van de woning te maken per datum overlijden, nu de woning is verkocht, geleverd en grondig is verbouwd. De taxatie die thans is overgelegd is een taxatie van de kopers, ten behoeve van hun hypotheek. Voor wat betreft de schenkingen stelt [erfgenaam] dat haar geen overige schenkingen bekend zijn, maar indien er meer schenkingen zijn gedaan, dit zal blijken uit de opgevraagde bankafschriften. [erfgenaam] verklaart dat zij niet de beschikking heeft over bankafschriften van vijf jaar voor het overlijden van erflaatster, maar dat zij deze inmiddels heeft opgevraagd. De bankafschriften vanaf het overlijden van erflaatster zijn bijgevoegd. [3] De aangiftes inkomstenbelasting, eventuele lijfrenteverzekeringen en lijfrentepolissen zijn [erfgenaam] niet bekend, maar zij heeft de boedelnotaris mr. I.W. Willemsen verzocht daaromtrent informatie op te vragen.
[erfgenaam] heeft verzocht af te zien van het opleggen van een dwangsom, nu zij voor de ontbrekende informatie afhankelijk is van derden en daarop geen invloed kan uitoefenen.

4.De beoordeling in het incident

4.1.
De rechtbank stelt voorop dat ingevolge het bepaalde in artikel 4:78 BW Pro de legitimaris die niet erfgenaam is tegenover de erfgenamen aanspraak kan maken op inzage en afschrift van alle bescheiden die hij voor de berekening van zijn legitieme portie behoeft en dat de erfgenamen hem desverlangd alle daartoe strekkende inlichtingen moet verstrekken. Dit begrip moet, gelet op de wetgeschiedenis, zo ruim mogelijk worden uitgelegd, maar wel met de beperking dat het moet gaan om gegevens die nodig zijn voor de berekening van de legitieme portie. Dat betekent dat [persoon 1] recht heeft op de bescheiden waarmee zij de omvang en de waarde van de nalatenschap op het moment van overlijden kan controleren.
4.2.
Gelet op de stukken, die [erfgenaam] naar aanleiding van de incidentele vordering in het geding heeft gebracht, is de rechtbank van oordeel dat aan punt a, b en c van de vordering is voldaan. Dat deel van de vordering zal daarom worden afgewezen.
4.3.
[erfgenaam] is in afwachting van opgevraagde stukken omtrent de vorderingen in punt d, e en f. Dit deel van de vordering zal dus worden toegewezen, waarbij de rechtbank overweegt dat de over te leggen stukken zien op een periode van vijf jaar voorafgaand aan het overlijden van erflaatster.
4.4.
Omdat [erfgenaam] in deze procedure haar bereidheid heeft getoond om de door [persoon 1] verzochte stukken te verstrekken en voor de nog over te leggen stukken afhankelijk is voor de informatie van derden, ziet de rechtbank geen reden om hieraan een dwangsom te verbinden. In de hoofdzaak kunnen eventueel gevolgen aan het niet zonder gegronde reden verstrekken van die stukken worden verbonden.
4.5.
Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5.De beslissing

De rechtbank
in het incident
5.1.
bepaalt dat [erfgenaam] binnen een maand na de datum van dit vonnis aan [persoon 1] dient te verstrekken:
- een opgave van gedane schenkingen en giften van erflaatster gedurende een periode van vijf jaar voorafgaand aan het overlijden van erflaatster;
- aangiftes inkomstenbelasting van 2018 tot en met 2023;
- een overzicht van (uitgekeerde) lijfrentepolissen en/of levensverzekering gedurende een periode van vijf jaar voorafgaand aan het overlijden van erflaatster,
5.2.
indien en voor zover [erfgenaam] de gevraagde gegevens niet tot haar beschikking heeft, zij deze bescheiden aantoonbaar binnen twee weken na dit vonnis dient op te vragen bij derden c.q. de opdracht daartoe dient te geven en binnen twee weken na ontvangst daarvan aan [persoon 1] ter beschikking dient te stellen,
5.3.
compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af,
in de hoofdzaak
5.5.
verstaat dat de zaak op de rol van heden staat voor conclusie van antwoord alsmede opgave verhinderdata van beide partijen,
Dit vonnis is gewezen door mr. De Bruijn en in het openbaar uitgesproken.

Voetnoten

1.productie 2 bij dagvaarding
2.producties 2, 4 t/m 7 bij incidentele conclusie van antwoord
3.productie 8 bij incidentele conclusie van antwoord